Categorie archief: keuzes

1000 vragen over mezelf

1000 vragen #53 Hoe ziet jouw ideale trouwjurk er uit ?

trouwjurk

Drie trouwjurken en twee huwelijken

Mijn eerste huwelijk eindigde na 11 maanden al in een (ja, letterlijk !) weduwschap. Dat wens je je vijand niet toe. Maar goed, 1000 vragen laat me terugkijken naar de fijne herinneringen. En dat eerste huwelijk bracht mij twee trouwjurken. De lelijkste heb ik nog altijd.

Een jurk waarin ik mij helemaal herkende

Een jaartje afgestudeerd en vol idealisme om de wereld beter te maken. Ik heb geen idee of dat ondertussen bij twintigers een achterhaald ideaal is, maar Carl en ik hadden wel die droom. Hij studeerde nog en ons hele leven speelde zich af in het studentenleven van Leuven. Verenigingen, vrienden, activiteiten, vrijwilligerswerk en tussendoor nog wat geld verdienen. Als ik er op terugkijk dan is het nauwelijks te begrijpen. We hadden het financieel niet breed maar dat was nooit een zorg.  Wij zouden leven op 1 inkomen en dat lukte ook prima.

Ik passeerde een half jaar voor ons huwelijk een winkel en zag er een rok met een vestje (klinkt nu veel formeler dan het was) dat feestelijk oogde maar dat ik toch nog zou kunnen dragen op het werk. Ik kon de stukken onderling combineren. Het was jong en hip, geen echte trouwjurk, het zat goed en de gedachte dat ik het later nog zou kunnen dragen vervulde me met plezier. Niet om de financiële reden, maar vooral omdat dit mij zou herinneren aan een geweldige dag. Het was – naar mijn normen van ‘gewone kledij’ – duur, maar dat mocht wel. Ik kocht het en de toen nog viel als een blok voor mijn keuze.

De eerste jurk werd afgekeurd door de familie

Het duurde echter niet lang of de toenmalige schoonmoeder kreeg lucht van mijn aankoop. Mijn oudere (waakzame !) zus ook. Geen idee of ze het gezamenlijk ofwel individueel hebben besloten maar er werd naar mijn aankoop gekeken als een “verkeerde beslissing”.  De jurk was niet ‘passend’ en ‘straalde niets uit’. Maar vooral, het was – zo  hoorde ik het toch tussen de regels door – vooral niet passend met ‘de familie’. Want de familie, en dan in het bijzonder de familie van Carl, hield van duur. En chic. Een hoed op je hoofd. Met pluimen of bloemen. Soit, iets wat helemaal niet paste als de bruid met een ‘burgerjurkje’ als echtgenote zou worden ingezegend.

Dan maar een prinsessenjurk

Ik volgde en kreeg een prinsessenjurk. Zo eentje die helemaal op maat wordt gemaakt. Met pareltjes. Eentje waar je geen centimeter mag verdikken. Een jurk met een onderrok. Lang. Schoenen die ik daarna nooit meer zou dragen en waar ik niet eens goed kon mee dansen. Maar de familie was content en tot op heden vind ik het een juiste keuze. Familie is belangrijk en wij wilden dat het ook volop feest was voor hen.

trouwjurk

Na een veel te lang weduwschap de derde jurk

En toen trouwde ik voor de tweede keer en mocht ik opnieuw een trouwjurk kiezen. Een tweede keer trouwen is geenszins hetzelfde als een eerste keer. Doen alsof er niets gebeurd was, dat kon niet. Wij waren ook stukken ouder. Het studentenleven lag al ver achter ons. Het grote voordeel was wel dat dat het dit keer zonder problemen helemaal ‘ons ding’ kon worden en beide families dolblij waren met ons huwelijk maar het organiseren van het feest aan ons overlieten.

Ik koos een jurk uit de collectie van Cora Kemperman. Ik zie tot mijn grote verbazing dat ze hem nog altijd verkopen, zij het in een ander kleur. Het werd dus opnieuw geen dure jurk maar gewoon iets waar ik mij goed in voelde.  Het lief (eu, echtgenoot) en ik houden beiden niet van luxe. Ik vrees dat dat bij beiden ingegeven is uit ‘gemak’, omdat dat luxe meer zorg en verantwoordelijkheid vraagt. Geef ons beiden maar altijd de praktische, eenvoudige, kwalitatieve versie.

En zo heb ik dus drie trouwjurken, waarvan de eerste de tand des tijd niet heeft overleefd.

Het antwoord op mijn ideale trouwjurk verschilt dus naargelang het belang van de familie. Maar als ik zelf kan kiezen, dan gewoon iets dat leuk is en goed zit.

Hoe zit het met jullie ? Hebben jullie echt helemaal zelf gekozen of net als ik gezwicht voor de ‘druk’ van familie ? 

 

“1000 vragen aan mezelf”  gaat terug op een boekje dat een tijd geleden bij Flow zat. Het is een klein boekje en er is geen plaats voorzien om te antwoorden, daarom dacht ik : waarom niet op de blog ? Voor het pure plezier van het schrijven ? Het verzamelen van herinneringen, wat volgens Gretchen Rubin, bijdraagt tot geluk ? Vandaar een nieuwe rubriek : 1000 vragen over mezelf.
Niets weerhoudt je om mee te doen !

 

Dagboeknotities: kanker en dementie, dat ik er soms wakker van lig

 

kanker

Het komt van alle kanten

Ik ken in mijn familie niemand met kanker. Kanker is mijn hele leven iets geweest dat toch wel redelijk ver van mijn bed was. Ook op het werk (met toch zo’n 100-tal collega’s) viel het woord kanker maar één keer, maar na een goed jaar was daar niets meer van te merken. Het hoeft immers niet steevast een gigantische lijdensweg te zijn. Gelukkig ! Die collega hou ik trouwens wel voor ogen, en ook een collega-loper die ondertussen ‘gezond’ is verklaard. Dat kwam en dat ging weer voorbij.  Alleen die ene vriend, bij wie het kankerverhaal ‘op en neer ging’ en waarbij wij allen dachten dat hij zo 100 zou worden, liep het verhaal plots op zijn eind. 

Maar er kwamen nieuwe verhalen en ze kwamen harder aan. Dichterbij. Complexer. Met meer vraagtekens. Ze zetelen zich in mijn hart. Ik kijk er niet-begrijpend naar. Er valt niets te begrijpen aan kanker. Ik zie hoe kanker het leven van mensen geheel overhoop haalt.

Dementie: het verhaal dat geen mooi einde kent

Dat het leven zo kwetsbaar is. Dat mensen gigantisch weerbaar zijn soms, dat ik mijn ogen niet geloof. Zo ga ik wekelijks minstens één keer op wandel met ‘opa’ die soms geheel verstrikt zit in angstige gedachten van meer dan een  halve eeuw geleden. Zijn gedachten zijn soms een haperende plaat, hij komt uit waar hij begon en hij voelt de frustratie dat het niet klopt, dat hij geen stap verder geraakt, dat hij vastzit.

Het is een opgave voor hem, deze gevangenschap die zowel fysiek als mentaal is. De afhankelijkheid van anderen. Het is een opgave voor zijn vrouw die nu samenleeft met een ‘andere man’, al is het nog altijd dezelfde als diegene met wie ze zo’n kleine 60 jaar geleden trouwde.

Waar zijn we mee bezig ?

Het confronteert me wel. Dat heeft het altijd al gedaan. Het is de toets van mijn leven. Wat als het leven zelf in het gedrang komt, hoe zal ik dan kijken naar de keuzes die ik maakte ? Ben ik nu wel bezig met wat belangrijk is ? Zijn mensen niet het allerbelangrijkste ?
Al die zaken waar ik mij druk in maak, wat betekent het, geconfronteerd met de kwetsbaarheid van het leven ?

Weerbaarheid en liefde

De verhalen van kanker en dementie brengen echter ook verhalen van weerbaarheid met zich mee. Liefde ook. Voor elkaar. Zo onvoorwaardelijk zorg dragen. Ook al zijn de dagen onvoorspelbaar en worden sommige het liefst zo snel mogelijk vergeten.Ik hoop dat ik het hier niet romantiseer. Aan kanker en dementie is niets moois.  Maar het brengt soms onvermoede krachten in mensen naar boven. Dat liefde sterker is.
En dat is, gelukkig een gedachte waar ik mij ’s nachts, wanneer ik mij weer eens zorgen maak, ook aan vasthoud.

 

40 dagen fit

40 dagen fit challenge : evaluatie

Terugblik

Vorige week zondag was het Pasen en ja, dan is die veertigdagen zeker voorbij.  Wanneer ik terugkijk naar de 40-dagen fit challenge dan ben ik tevreden en ook een beetje niet. Gemengde gevoelens dus.

Algemene tevredenheid

Het algemene gevoel is tevredenheid en wel omdat ik geleerd heb uit deze uitdaging.  En leren is vooruitgang !

fit

Hier heb ik mij misrekend

  • De uitdaging was te groot. De combinatie 10 000 stappen én sporten was te hoog gegrepen. Dat had ik behoorlijk snel door. Soms was het ronduit ontgoochelend, dan had ik 3 uren flink gefietst en stond ik in het zweet te dampen en dan kon ik nog 4000 stappen zetten. Van demotiveren gesproken, en dat terwijl dit juist niet de bedoeling was !
  • Zowel het uitdenken van de uitdaging als de uitvoering begon in een week vakantie. Daardoor had ik een al te idealistisch idee van mijn tijd. Vandaar dat het de eerste week ook zo goed lukte.
  • Ik had geen plan B terwijl dat eigenlijk voor de hand lag: kon ik niet sporten, dan kon ik voor de 10 000 stappen gaan of omgekeerd. Maar dat zat niet in mijn initeële plan.

Dit vond ik heel leuk

  • Ik deed van alles en dat was leuk. Ik zat niet vast aan een schema. Had ik zin in fietsen, dan deed ik dat. Steples ? Dan maar steppen. Op naar de gym ? Waarom niet. Anderzijds heeft dit ook wel een nadeel. Je ziet nergens echt vooruitgang in, behalve de wetenschap dat je fitter en gezonder wordt natuurlijk. Alles beter dan zetelatleet !  Volgend jaar wil ik het opnieuw doen en er een loopschema in verweven.
  • Het was verslavend, en wel in de letterlijke zin. Na een paar weken begon mijn lichaam zelf te ‘schreeuwen’ om beweging, dat helpt de motivatie enorm.
  • Ik heb er veel plezier aan gehad

Maar dit is nog het beste:

Door het plezier sport ik nu per week meer dan voor de uitdaging. De ‘kriebel’ is er nog altijd. Er is wel geen ‘moeten’ weer en er valt geen verantwoording af te leggen, toch probeer ik elke dag te bewegen/sporten.

En dat is misschien nog de grootste winst !

1000 vragen over mezelf

1000 vragen #45 Hoe laat sta je meestal op ?

opstaan

Opstaan in een ideale wereld

In een ideale wereld zou ik rond half acht opstaan. Dat is ook het uur dat ik prefereer in de vakanties en als er ooit zoiets komt als een lang en gezond pensioen, dan zou dit mijn uur zijn. Dit zou de rest van de dag worden :

  • 7u30 : opstaan
  • 8 uur : ontbijten met de krant. In mijn ideale wereld zou ik ik veel tijd besteden aan het (bereiden van) mijn ontbijt. Het blijft tenslotte mijn lievelingsmaaltijd. Dat kon je hier en daar al zien.
  • voormiddag : sporten en lezen
  • over de middag :  een lichte lunch
  • in de namiddag zou ik werken tot een uur of 6
  • vooravond : eten met vrienden
  • avond : lezen of verder werken

Maar dat ideale leven heb ik niet.

Reality-check : wanneer sta ik op ?

Toch verschilt het niet zo erg van de realiteit, tenminste het uur van opstaan. Ik sta meestal rond 6 uur 30 en dat vind ik dus echt een uur te vroeg. Ik heb het geluk een ochtendmens te zijn en geen last te hebben om uit bed te raken, maar het voelt niet synchroon met de natuur en de zon. Zeker al niet in alle seizoenen dat het géén zomer is !

Volgens mijn echtgenoot – die lekker langer slaapt – hoeft dat ‘vroeg opstaan’ niet. Maar ik heb het graag rustig ’s morgens. Zo vertrek ik al voor 7 uur naar het werk, terwijl de eerste lessen pas om 8.15 beginnen. Dat heeft alles te maken met de verkeerschaos en de files. Ofwel vertrek ik zo vroeg en rijd ik vrij fileloos naar het werk en dan ben ik tegen 7.30 uur op het werk. (Nog altijd 45 minuten te vroeg !). Of ik vertrek een kwartier later en dan ben ik tegen 8 uur op het werk. Het betekent gewoon langer in de auto zitten én meer kans om te laat te komen. Eenmaal ik regio Leuven binnenrijd ‘stropt’ het, en zelfs op mijn werk geraken (met riante inrijlaan) is een probleem, een echte bottle-neck waardoor mijn werk tijdelijk bijna onbereikbaar wordt.

Het fileprobleem

Dat ik er zo lang over doe om 25 km te overbruggen doet mij soms zuchten én verlangen naar een andere werkplaats. Vroeger lukte het me nog om tenminste in het terugkeren fileloos naar huis te rijden, maar ook dat is niet meer het geval.

Een rustig begin van de dag is het vroege opstaan waard

Toch heb ik veel over voor een rustig begin van de dag. Wanneer ik om 7u30 op school arriveer is er bijna nog niemand. Het is er bijzonder rustig en dankzij een prima kok staat de verse koffie al klaar. Tijd om rustig mijn dag te overlopen en de lessen die moeten gegeven worden. Tijd om een praatje te slaan met andere vroege collega’s. Daar kan ik wel van genieten. Dat ik daarvoor vroeger moet opstaan deert me niet. Die rust is me veel waard ! Liever dat dan opgejaagd en lang in de file !