Categorie archief: relatie

1000 vragen over mezelf

1000 vragen #61 Geloof je in leven na de dood ?

Leven na de dood is zo oneindig

Eindigheid en oneindigheid.  Het zijn twee concepten waar ik het moeilijk mee heb. Eindigheid confronteert me met grenzen. Ongenadig tikt de tijd verder weg. Kansen komen maar nog meer kansen lijken voorgoed verloren. Ik word ouder. Sommige deadlines zijn ‘once in a lifetime’. Geen herkansing.

Eindigheid geeft zin aan alles

Anderzijds is het juist de grens die zin geeft.  Zelfs een vakantie zonder einde lijkt me minder waardevol dan eentje die eindigt.  Geen zomer zonder winter. You get my drift.
Allemaal goed en wel als dit op gezette tijden gebeurt, zoals de seizoenen elkaar afwisselen, werktijden en vakantie, drukke tijden en rustige tijden. Zo blijft alles in balans. Kinderen die geboren worden, mensen die heel oud worden en uiteindelijk sterven. Met die eindigheid kan ik heel goed leven. Dat is prima.

Uit balans

Maar soms is die balans ver te zoeken. Sterven jonge mensen. Worden jonge mensen bedreigd door ziekte. Sterven mensen door toedoen van anderen. Dan is diezelfde eindigheid die zoveel zin geeft de grote dwarsbomer. Het zou mooi zijn mocht er na dat abrupt einde een leven na de dood zijn.

Over het leven na de dood weten we niets – of toch wel iets

Ik ben een romanticus. Zo kan ik niet geloven dat liefde tussen mensen eindigt. Ook niet na de dood. Op het gedachtenisprentje van mijn overleden moeder stond een dergeljk gedicht. Zo lang we haar naam herinneren is ze niet gestorven.  Ik leef al heel lang met ‘doden’ om mij heen. Mijn man die stierf toen hij 27 was en die ik blijf herinneren. Soms in de zin van ‘wat als’, maar ook ‘Hoe zou hij geworden zijn ?’.  Mijn ouders, van wie ik mij dikwijls vraag wat ze zouden denken van mijn doen en laten. Soms gebeurt er iets in mijn leven waarvan ik zeker weet dat ze fier zouden zijn. Andere dingen zouden ze niet begrijpen. Het hele worstelen van balans werk en leven bijvoorbeeld.

Geloof ik na leven in de dood ?

Het is maar zoals je het ziet.  Ik praat nog dikwijls met ‘de doden’, met één van mijn beste vrienden, en ik denk dat hij dat prima zou vinden. Of vindt. Ik weet het niet.

“1000 vragen aan mezelf”  gaat terug op een boekje dat een tijd geleden bij Flow zat. Het is een klein boekje en er is geen plaats voorzien om te antwoorden, daarom dacht ik : waarom niet op de blog ? Voor het pure plezier van het schrijven ? Het verzamelen van herinneringen, wat volgens Gretchen Rubin, bijdraagt tot geluk ? Vandaar een nieuwe rubriek : 1000 vragen over mezelf.
Niets weerhoudt je om mee te doen !

 

 

1000 vragen over mezelf

1000 vragen #58 Hoe mild ben je in je oordeel ?

Wie antwoordt hier dat hij niet mild is ?

Ik had deze vraag al een paar weken op voorhand gezien en ik twijfelde of ik er wel een antwoord zou op geven. Zeg nou zelf, vindt iedereen niet van zichzelf dat hij mild is in zijn oordeel ? Maar de vraag bleef hangen in mijn hoofd. Zo lang ik over ‘anderen’ dacht (die volgens mij allemaal zouden schrijven dat ze mild zijn) dacht ik dat alles afhing van wat je begrijpt onder mild. Je kan mild zijn in je daden en vriendelijk tegenover mensen, maar je hoofd kan iets heel anders zeggen. En toen vroeg ik mij af of ik wel nog zo mild was.

Kortgerokt of alles verhullend

Ik dénk – maar durf dat niet zomaar te schrijven, vandaar straks meer – dat ik best mild ben. Zo kan ik bijvoorbeeld nooit echt kwaad zijn en al helemaal niet lang. Dat vind ik zo’n verspilling van (eigen) energie dat ik het niet doe. Wellicht ook niet kan. Energie steken in iets wat zinloos is. Dan maar aanvaarden zoals het is.

Wat diversiteit betreft (in àlle betekenissen van het woord, dus niet alleen wat bevolkingsgroepen betreft) denk ik heel mild te zijn.  Een mens moet doen wat hij denkt dat goed is (ethisch) of mooi is (esthetisch). Zolang hij de andere daarmee niet stoort. Zo vind ik het helemaal oké als mensen naar een naturistenkamp willen gaan (maar ik no way), maar buiten zo’n kamp wil ik het wel liever aangekleed. Kortgerokt of alles verhullend, dat maakt me verder niets uit. Ik zal daar wel een idee over hebben, maar het raakt mij niet. Zolang niemand mij verplicht tot dezelfde smaak of daden als hij/zij en ik evengoed niet geoordeeld word op wat ik mooi vin of in ethisch opzicht beter. Opnieuw: voor zover niemand anders daar onder lijdt. Geldt dus ook voor mij !

Ergernis

extreem mild zonder oordeel

Toen ik verder nadacht over mildheid stelde ik mij in gedachten iemand voor die werkelijk geen enkel oordeel zou hebben. Iemand die dus extreem mild is. Toen ik verder dacht, kwam ik op ergernis. Zo iemand ergert zich wellicht nergens aan. Omdat hij oordeelloos is.
Toen kwam het inzicht. Ik erger mij best wel aan dingen (waar anderen zich duidelijk niet in ergeren), dus moet ik toegeven dat ik onmogelijk kan antwoorden dat ik in alles mild ben.

8 zaken waarin ik mij erger

  1. inefficiëntie: als ik moet samenwerken met mensen waarvan het tempo beduidend lager ligt of waarbij oeverloos ‘geleuterd’ (mijn woord !) wordt en het ontbreekt aan daadkracht dan is dit een beproeving van mijn mildheid.
    Je kan mij gek krijgen met zoiets.
  2. beledigingen en pesten: je zou denken dat het in een wereld van volwassenen niet voorkomt, maar spijtig genoeg wel. Ook bij jongeren. Wanneer ik geconfronteerd wordt met sexting onder leerlingen ben ik alles behalve mild. Ik wéét beroepshalve dat je inderdaad niet mild mag zijn voor de dààd maar juist wel voor de persoon achter de daad… maar toch. Jaren nadien weet ik het nog wie het was. Het slachtoffer evengoed.
  3. gebrek aan besluitvaardigheid: ik kan best goed werk uitvoeren als dat moet. Ik hoef het zelfs niet eens te zijn met de manier waarop het gedaan wordt (als het maar efficiënt is) of zelfs het doel.  Ik snap dat mijn zienswijze maar één is en anderen evengoed een (betere) inbreng hebben. Maar zeg me wel duidelijk wat je wil en verander geen tien keer van gedacht !
  4. sluikstorten: misschien verwondert je dat omdat ik mezelf niet als heel groen beschouw. Maar als ik ga lopen/wandelen en ik merk dat er hele zakken vuilnis in de gracht zijn gedumpt, dan erger ik mij blauw. Geen mildheid voor sluikstorters.ergernis
  5. Evengoed geen mildheid voor snelheidsduivels. Dat begrijp ik niet en weiger ik te begrijpen. Er is geen excuus om gevaarlijk te zijn op de weg ook al denk je dat de weg van jou is.
  6. afspraken niet nakomen of te laat komen. Yep. Geen vergiffenis hier !
  7. onduidelijk communiceren. Ik besef dat het makkelijk is voor mij om dit hier te schrijven, de meeste mensen vinden hun eigen communicatie wél duidelijk. Misschien ligt het aan mij en heb ik meer nood aan duidelijke communicatie nodig. Het is misschien een trekje van mij. Ik hoor mezelf dikwijls tegen anderen zeggen ‘maar wat wil je nu uiteindelijk zeggen ?’ en dat is in het beste geval. Het slechtste geval is wanneer mensen denken dat ze iets gecommuniceerd hebben omdat ik het door de lijnen heen zou moeten gemerkt hebben. Ik heb zoveel fantasie dat ik dat niet (meer) doe. Tussen die lijnen zitten tal van mogelijkheden dus doe ik het niet.
    Nou ja, geen echte ergernis hier, eerder een dringende vraag.
  8. Loze argumenten. Veralgemeningen (van het particuliere naar het algemene), generaliseringen, bouwen op ‘maar dat is toch zo’ of ‘iedereen weet dat toch’, maar geen grond voor het argument hebben.

Tja, het is me wat.

Biecht

Met zo’n biecht maak ik mezelf zeker niet sympathiek. Ik merk wel dat ik milder word met ouder worden.  Dat de wereld niet maakbaar is en je heel weinig onder controle hebt is iets wat ik met vallen en opstaan heb moeten leren (en nog altijd leer).

Ik hoop milder te worden. Behalve ten aanzien van de sluikstorters en de snelheidsduivels dan !

Hebben jullie ook zo’n zaken waarin jullie je heel erg ergeren ? 

“1000 vragen aan mezelf”  gaat terug op een boekje dat een tijd geleden bij Flow zat. Het is een klein boekje en er is geen plaats voorzien om te antwoorden, daarom dacht ik : waarom niet op de blog ? Voor het pure plezier van het schrijven ? Het verzamelen van herinneringen, wat volgens Gretchen Rubin, bijdraagt tot geluk ? Vandaar een nieuwe rubriek : 1000 vragen over mezelf.
Niets weerhoudt je om mee te doen !
Gelezen

Gelezen: Us – David Nicholls

“Wij” van David Nicholls : het huwelijk is geen plateau

in “Wij” vertelt David Nicholls  het verhaal van een gezin dat uit elkaar valt. Een rondreis als laatste redmiddel en veel flasbacks geeft de lezer een beeld over een huwelijk tussen twee mensen vol goede wil en veel onvermogen.  Het verhaal is geschreven vanuit het perspectief van Douglas, de echtgenoot.

Well I can tell you now that married life is not a plateau, not at all. There are ravines and great jagged peaks and hidden crevasses that send the both of you scrabbling into darkness. Then there are dull, parched stretches that you feel will never end, and much of the journey is in fraught silence, and sometimes you can’t see the other person at all, sometimes they drift off very far away from you, quite out of sight, and the journey is hard. It is just very, very, very hard.

Het verhaal

Douglas, van opleiding wetenschapper, heeft een duidelijk beeld over hoe de wereld in elkaar zit.  Hij is zo’n  20 jaar getrouwd met Connie, die een opleiding kust volgde en zich tot haar huwelijk met gelijkgezinden omringde. Lees: een leven waarin vandaag belangrijker is dan morgen.

Ik geloof dat hier al mijn huiver begon. Het cliché van de (would-be ?) kunstenaar en de heftige relaties. Of het andere cliché: de wetenschapper voor wie alles methodisch moet zijn. Nicholls heeft er een handje van weg !

Connie en Douglas kunnen niet meer verschillend zijn maar slagen er toch in om een gelukkig huwelijk uit te bouwen. Verdriet blijft hen niet bespaard. Hun eerste dochter overlijdt en jaren later zegt Connie dat in deze periode Douglas haar enige houvast was. Een tweede kind (Albie) wordt geboren en vanaf het begin loopt er iets mis in de relatie vader en zoon. Albie wil bij zijn moeder gaan en lijkt Douglas resoluut af te wijzen.

Rondreis Europa

Wat volgt is een beschouwing over meer dan 20 jaar huwelijk. Connie geeft aan Douglas te willen verlaten. Ze gaan nog een laatste keer op reis (De Grote Rondreis) met z’n drieën in Europa. Douglas hoopt dat deze reis hen opnieuw zal samenbrengen. Albie is ondertussen 17. De lezer volgt het gezin doorheen Europa en wordt getrakteerd op knappe sfeerbeelden van de verschillende steden. Ook hier had ik gemengde gevoelens. Hij mag dan wel de steden als toerist bezoeken, de indrukken waren mij te cliché.  Amsterdam: grachten, Rijksmuseum, coffeeshops en prostitutie. Madrid: Prado, Guernica.  Wat is dat toch met Nicholls en cliché’s ?

Botsende levensvisies

Uiteindelijk gaan Douglas en Connie uit elkaar. De relatie tussen Albie en Douglas, die op de rondreis een dieptepunt kent, krijgt even een kentering maar wordt niet echt goed. Waarom dat zo is, wordt niet echt uitgediept. Albie heeft het gevoel dat zijn vader ontgoocheld is in hem. Het is duidelijk dat Douglas verwachtingen heeft over Albie die niet kan of wil inlossen. Die verwachtingen zijn echter niet bijzonder hoog of uitzonderlijk. Omgekeerd lijkt Albie alles te doen om zijn vader te dwarsbomen. Albie gaat hierin wel heel ver.

In Albie vinden Douglas en Connie geen verbondenheid. Hun visie op opvoeding staat diametraal tegenover elkaar. Het levert evenwel mooie dialogen op. Dit denken beide ouders over Douglas’ toekomstplannen om fotograaf te worden:

‘Photographer!’ said Connie. ‘He’s going to be a photographer.’ We were pacing around the kitchen, furiously tidying up, by which I mean tidying up, furious. Wine had been drunk and it was late, the end of a long, fraught argument that, as was his way, Albie had provoked then fled from. ‘Don’t you see?’ said Connie, hurling cutlery at the drawer. ‘Even if it’s hard, he has to try! If he loves it, we have to let him try. Why must you always have to stomp on his dreams?’ ‘I’ve got nothing against his dreams as long as they’re attainable.’ ‘But if they’re attainable then they’re not dreams!’

‘And that’s why it’s a waste of time!’ I said. ‘The problem with telling people that they can do anything they want to do is that it is objectively, factually inaccurate. Otherwise the whole world would just be ballet dancers and pop stars.’ ‘He doesn’t want to be a pop star, he wants to take photographs.’ ‘My point still stands. It is simply not true that you can achieve anything if you love it enough – it just isn’t. Life has limitations and the sooner he faces up to this fact then the better off he’ll be!’

Hier botsten twee verschillende levensvisies. Vervang fotograaf door een andere studierichting niet blaakt van jobmogelijkheden en je vindt dit gesprek in tal van gezinnen terug. Ook wij hadden ooit, zij het niet zo extreem, zo’n gesprek hier thuis.

Hoe heeft dit huwelijk zoveel jaren overleefd ?

Uit ongeveer alles blijkt dat Connie en Douglas compleet anders in het leven staan. Douglas lijkt in een bubble te leven:  hij heeft zo’n beeld van hoe de wereld en het leven moet zijn volgens hem, dat hij mist wat er onder zijn ogen gebeurt. Het is een man die vasthoudt aan zijn overtuigingen, ook al botst hij keer op keer tegen weerstand. Enkel in Barcelona (de laatste stad) laat hij zijn zoon even los. Het lijkt alsof Douglas een bril op heeft die hem weerhoudt om bepaalde dingen te zien.  Toch doet hij alles om het huwelijk te redden. Connie van haar kant blijft van Douglas houden en ziet ook waar het fout loopt, maar de onmacht tussen beiden is zo groot dat ze elkaar niet (meer) vinden.

Samenvatting

 

Twee sterren, niet veel. De clichés waren er mij teveel aan. Het verhaal kon mij niet boeien. Ik heb mij lang afgevraagd waarom dat zo is. Soms heb je geen click met een verhaal of personages. Dat was hier het zeker het geval. Ik had het eertijds ook met “A little life” van Hanya Yanagihara.  

  • Taal  : Ik las het boek in het Engels, vlot geschreven maar niet uitmuntend in taal
  • Inhoud :  Een koppel gaat met hun 17 jarige zoon op rondreis in Europa in de hoop (vader) dat dit het huwelijk kan redden
  • Emotie : donker, maar ook humor. Je wordt er echt niet vrolijk van, misschien net omdat het bij tijden heel realistisch is.
  • Themata : gebroken relatie, zeer beschadigde relatie vader-zoon
  • Genre : fictie
  • Personages :  Douglas (vader), Connie (moeder), Albie (17 jarige zoon)
  • Tempo : traag
  • Context : Groot Brittannië (thuisland), verschillende Europese steden (rondreis), 21ste eeuw

Praktisch

David Nicholls, Wij, uitgeverij Boekerij, 415 blz., januari 2015

Te koop via Bol.com voor € 19,99 paperback. Kijk even na, ik heb het boek hier en daar al goedkoper gezien ! Vlot verkrijgbaar in de meeste bibliotheken.

Ik las de Engelse versie in Kindle Editie, $ 6,24

1000 vragen over mezelf

1000 vragen #55 Welke juwelen draag je dagelijks ?

juwelen

Juwelen die alles aankunnen

Ik heb best wel wat sieraden. Allerhande, geërfd, gekregen, duur, goedkoop. Maar ik draag ze niet. Dat heeft alles te maken met mijn grote drang naar ‘gemak’ en functionaliteit. Als ik er extra zorg moet voor dragen, dan kost dat tijd en misschien zelfs stress. Ook al verlies ik zelden iets, ik zou toch bang zijn om het te verliezen indien het echt duur of uniek was.

Waterproof, zweetproef, sportproof en slaapproof

Voor mijn juwelen geldt bijgevolg dat ik ze het liefst nooit wil uitdoen. Of met andere woorden: ze moeten tegen allerlei omstandigheden kunnen en ze mogen mij nooit hinderen. Vandaar dat ik met mijn (weinige) juwelen ga zwemmen en er evengoed mee slaap. Ik sta er mee onder de douche en ik sport ermee. Ik weet amper dat ik ze aanheb, al zou ik het onmiddellijk merken mochten ze verloren gaan. Maar dat doen ze niet.

Verwijzingen naar het allerbelangrijkste in mijn leven

Mijn ‘beide’ juwelen verwijzen naar het belangrijkste in mijn leven. Mijn trouwring (foto 1) is eenvoudig. Hij is van titanium, een materiaal dat ook in de ruimtevaart wordt gebruikt omdat het zo sterk is. Hij is niet eens gegraveerd en was in principe onze ‘verlovingsring’, al zijn wij nooit officieel verloofd. We kochten de ringen op een romantisch moment toen we dachten: dat zit hier toch heel goed tussen ons. Nog geen denken aan trouwen.  Maar toen die gedachte kwam hebben we niet eens andere ringen gekocht. Waarom zouden we ? Het zat (en zit !) tenslotte nog altijd héél goed.  Veel hebben we er niet over nagedacht. Niet over het design en ook niet over het materiaal. Alleen: dat hij zo sterk was en dat we dat wel apprecieerden.

De halsketting is nog niet zo oud. Ik kreeg ‘m van het lief tijdens onze vorige zomervakantie en nu al zegt hij dat hij mij deze vakantie een juweeltje wil geven. Ik zie er ons ‘vier’ in, ons hele gezin. Hij is van zilver en vraagt geen onderhoudt, maar hij herinnert me aan zowel een zalige vakantie als aan het geluk van met ons vier te zijn.

Verraad

Ik draag ze dus dagelijks en doe ze moeilijk af. Meteen betekent het ook dat ik zelden iets anders draag, ook al heb ik het wel. Want dan zou ik de ketting uit Normandië moeten uitdoen. Ik weet dat het niet waar is, maar het zou een beetje als verraad voelen.

Noem me gerust ouderwets of hopeloos romantisch, maar dit is voor mij genoeg.

Hebben jullie bijzondere juwelen ? Of draag je alles door elkaar ? Ik voel wel wat voor beide, maar ik krijg het niet over mijn hart ! 

 

“1000 vragen aan mezelf”  gaat terug op een boekje dat een tijd geleden bij Flow zat. Het is een klein boekje en er is geen plaats voorzien om te antwoorden, daarom dacht ik : waarom niet op de blog ? Voor het pure plezier van het schrijven ? Het verzamelen van herinneringen, wat volgens Gretchen Rubin, bijdraagt tot geluk ? Vandaar een nieuwe rubriek : 1000 vragen over mezelf.
Niets weerhoudt je om mee te doen !