Categorie archief: stress

1000 vragen over mezelf

1000 vragen #58 Hoe mild ben je in je oordeel ?

Wie antwoordt hier dat hij niet mild is ?

Ik had deze vraag al een paar weken op voorhand gezien en ik twijfelde of ik er wel een antwoord zou op geven. Zeg nou zelf, vindt iedereen niet van zichzelf dat hij mild is in zijn oordeel ? Maar de vraag bleef hangen in mijn hoofd. Zo lang ik over ‘anderen’ dacht (die volgens mij allemaal zouden schrijven dat ze mild zijn) dacht ik dat alles afhing van wat je begrijpt onder mild. Je kan mild zijn in je daden en vriendelijk tegenover mensen, maar je hoofd kan iets heel anders zeggen. En toen vroeg ik mij af of ik wel nog zo mild was.

Kortgerokt of alles verhullend

Ik dénk – maar durf dat niet zomaar te schrijven, vandaar straks meer – dat ik best mild ben. Zo kan ik bijvoorbeeld nooit echt kwaad zijn en al helemaal niet lang. Dat vind ik zo’n verspilling van (eigen) energie dat ik het niet doe. Wellicht ook niet kan. Energie steken in iets wat zinloos is. Dan maar aanvaarden zoals het is.

Wat diversiteit betreft (in àlle betekenissen van het woord, dus niet alleen wat bevolkingsgroepen betreft) denk ik heel mild te zijn.  Een mens moet doen wat hij denkt dat goed is (ethisch) of mooi is (esthetisch). Zolang hij de andere daarmee niet stoort. Zo vind ik het helemaal oké als mensen naar een naturistenkamp willen gaan (maar ik no way), maar buiten zo’n kamp wil ik het wel liever aangekleed. Kortgerokt of alles verhullend, dat maakt me verder niets uit. Ik zal daar wel een idee over hebben, maar het raakt mij niet. Zolang niemand mij verplicht tot dezelfde smaak of daden als hij/zij en ik evengoed niet geoordeeld word op wat ik mooi vin of in ethisch opzicht beter. Opnieuw: voor zover niemand anders daar onder lijdt. Geldt dus ook voor mij !

Ergernis

extreem mild zonder oordeel

Toen ik verder nadacht over mildheid stelde ik mij in gedachten iemand voor die werkelijk geen enkel oordeel zou hebben. Iemand die dus extreem mild is. Toen ik verder dacht, kwam ik op ergernis. Zo iemand ergert zich wellicht nergens aan. Omdat hij oordeelloos is.
Toen kwam het inzicht. Ik erger mij best wel aan dingen (waar anderen zich duidelijk niet in ergeren), dus moet ik toegeven dat ik onmogelijk kan antwoorden dat ik in alles mild ben.

8 zaken waarin ik mij erger

  1. inefficiëntie: als ik moet samenwerken met mensen waarvan het tempo beduidend lager ligt of waarbij oeverloos ‘geleuterd’ (mijn woord !) wordt en het ontbreekt aan daadkracht dan is dit een beproeving van mijn mildheid.
    Je kan mij gek krijgen met zoiets.
  2. beledigingen en pesten: je zou denken dat het in een wereld van volwassenen niet voorkomt, maar spijtig genoeg wel. Ook bij jongeren. Wanneer ik geconfronteerd wordt met sexting onder leerlingen ben ik alles behalve mild. Ik wéét beroepshalve dat je inderdaad niet mild mag zijn voor de dààd maar juist wel voor de persoon achter de daad… maar toch. Jaren nadien weet ik het nog wie het was. Het slachtoffer evengoed.
  3. gebrek aan besluitvaardigheid: ik kan best goed werk uitvoeren als dat moet. Ik hoef het zelfs niet eens te zijn met de manier waarop het gedaan wordt (als het maar efficiënt is) of zelfs het doel.  Ik snap dat mijn zienswijze maar één is en anderen evengoed een (betere) inbreng hebben. Maar zeg me wel duidelijk wat je wil en verander geen tien keer van gedacht !
  4. sluikstorten: misschien verwondert je dat omdat ik mezelf niet als heel groen beschouw. Maar als ik ga lopen/wandelen en ik merk dat er hele zakken vuilnis in de gracht zijn gedumpt, dan erger ik mij blauw. Geen mildheid voor sluikstorters.ergernis
  5. Evengoed geen mildheid voor snelheidsduivels. Dat begrijp ik niet en weiger ik te begrijpen. Er is geen excuus om gevaarlijk te zijn op de weg ook al denk je dat de weg van jou is.
  6. afspraken niet nakomen of te laat komen. Yep. Geen vergiffenis hier !
  7. onduidelijk communiceren. Ik besef dat het makkelijk is voor mij om dit hier te schrijven, de meeste mensen vinden hun eigen communicatie wél duidelijk. Misschien ligt het aan mij en heb ik meer nood aan duidelijke communicatie nodig. Het is misschien een trekje van mij. Ik hoor mezelf dikwijls tegen anderen zeggen ‘maar wat wil je nu uiteindelijk zeggen ?’ en dat is in het beste geval. Het slechtste geval is wanneer mensen denken dat ze iets gecommuniceerd hebben omdat ik het door de lijnen heen zou moeten gemerkt hebben. Ik heb zoveel fantasie dat ik dat niet (meer) doe. Tussen die lijnen zitten tal van mogelijkheden dus doe ik het niet.
    Nou ja, geen echte ergernis hier, eerder een dringende vraag.
  8. Loze argumenten. Veralgemeningen (van het particuliere naar het algemene), generaliseringen, bouwen op ‘maar dat is toch zo’ of ‘iedereen weet dat toch’, maar geen grond voor het argument hebben.

Tja, het is me wat.

Biecht

Met zo’n biecht maak ik mezelf zeker niet sympathiek. Ik merk wel dat ik milder word met ouder worden.  Dat de wereld niet maakbaar is en je heel weinig onder controle hebt is iets wat ik met vallen en opstaan heb moeten leren (en nog altijd leer).

Ik hoop milder te worden. Behalve ten aanzien van de sluikstorters en de snelheidsduivels dan !

Hebben jullie ook zo’n zaken waarin jullie je heel erg ergeren ? 

“1000 vragen aan mezelf”  gaat terug op een boekje dat een tijd geleden bij Flow zat. Het is een klein boekje en er is geen plaats voorzien om te antwoorden, daarom dacht ik : waarom niet op de blog ? Voor het pure plezier van het schrijven ? Het verzamelen van herinneringen, wat volgens Gretchen Rubin, bijdraagt tot geluk ? Vandaar een nieuwe rubriek : 1000 vragen over mezelf.
Niets weerhoudt je om mee te doen !

vakantiestress : ik zal deze tijd toch goed benutten ?

Vakantiestress : Er moet van alles gebeuren !

De vakantie is voor ons begonnen en het ongeduld is niet geminderd.  Je zou denken dat een mens rustig wordt van vakantie, maar ook in deze zeeën van tijd schreeuwt de productiviteitsduivel. Er moet gelezen worden ! Kasten uitgeruimd ! Meer sporten ! Meer wandelen, musea bezoeken, kortom : die tijd mag niet verloren gaan.

Plannen

Dus zit ik met rechts van mij met een stapeltje brochures en bijeen gespaarde knipsels met allerlei zaken die ik toch wel wil bezoeken, lezen, meemaken. Eerste planning : de data op de agenda zetten. Een wandelvierdaagse staat op data, je kan die niet verplaatsen. Als we ieder jaar zo gelukkig zijn tijdens de Vierdaagse van de IJzer, waarom dan niet ook nog een Vierdaagse in Nederland ? Het lief wil schaken. Waarom geen schaakvakantie ? En we ‘moeten’ toch ook nog eens ‘gewoon’ op vakantie ?

Daarbuiten lonkt alles

Onlangs kreeg ik een brochure in handen waarin het Eifelgebergte als prachtig wandelgebied werd voorgesteld. ‘Zouden we niet ?’, zei ik, maar het lief zei dat hij het al druk genoeg vond.  Hij is een huisduif pur sang. Al verleid ik hem wel om nu en dan het nest te verlaten.

Ik zie daarentegen tal van mogelijkheden, nieuwe avonturen. Maar in mijn hart ben ik evenzeer een huisduif. Boekje in de hand en onder een dekentje. Lekker eten bij de hand. Koel wijntje. ‘Lummelen in huis’, zoals het lief het zegt. Op een regenachtige middag binnen naar een film zien.  Hangen in de hangmat. Nog maar eens ontdekken dat wij en een BBQ-stel een slechte combinatie zijn.

De vakantiestress van het organiseren

Bij het begin van deze vakantie ben ik dus wel een beetje (luxeprobleem !) verscheurd door keuzestress. De angst om nà die vakantie te denken ‘Had ik maar ….’. De angst dat, eenmaal het werkjaar begonnen, een heel aantal zaken gewoon niet meer mogelijk zijn. De angst aan gebrek aan herinneringen, want echt wel – zo’n vakanties laden de batterijen op.

De onverbiddelijke heimwee

Gelukkig kunnen wij het ‘huis’ gewoon meenemen. Achterop. Slapen in ons donsdeken, onze eigen frigo met ‘onze’ wijn. Maar toch. Het blijft moeilijk kiezen. Als ik te lang op ‘een ander’ ben slaat de heimwee onverbiddelijk toe. Dan idealiseer ik weer het eigen bakstenen huis, onze straat en dorp waar alles rustig is. Tot de onrust mij daar weer overvalt en ik weer weg wil.

Ik wil thuisblijven. Maar ik wil ook weggaan.
Ik kan niet kiezen.

 

Thuis of toch weg ? Gelukkig hoeven de meeste mensen niet of/of te kiezen. Maar toch, ben ik de enige die het daar soms moeilijk mee heeft ? 

 

 

 

Snapshot diary

Snapshot diary week #12/2017 – stay positive !

Een nieuw ritme

Examens op school en dat betekent een nieuw ritme van surveilleren en gaan op momenten dat je anders niet moet gaan en omgekeerd. Zo had ik de maandag vrij in plaats van de vrijdag.  Als ik op vrijdag geen vergaderingen heb (wat teveel voorvalt naar mijn zin) dan is dat de allerbeste dag van de week : een dat zonder verplichtingen die helemaal open ligt. Ik besloot om van de maandag een vrijdag te maken en ging op pad richting Zelem. Goed voor een flinke wandeling, hier en daar sporen van de lente, maar toch nog donker. Helemaal niet zoals de dagen die zouden volgen.

Niet zo gezond

Hoe zeer ik het ook probeer te ontkennen en onderdrukken. Met die gezondheid wil het maar niet lukken. Sedert mijn bezoek op Spoed in Gasthuisberg blijf ik op de sukkel. De medicatie die eerst een wondermiddel leek, maakt geen enkel verschil meer. Misschien zelfs in tegendeel. Opnieuw : 4 tot maximum 5 uur slaap per nacht. Oorsuizingen om gek van te worden en nu en dan de wereld om mee heen zien tollen. Hoofdpijn met bakken. Ik put zowat alle mogelijke reserves uit en leef op wilskracht. Dat dat niet blijft duren is geen hogere wiskunde.  De arts zag donderdag de wanhoop in mijn ogen en zei : we blijven zoeken, en proberen. En als het ene niet lukt, dan zoeken we iets anders. Ik heb mij zelden zo afhankelijk gevoeld.

Stay positive

Dat is het motto ! Ik zie hierin niet het omkeren van de realiteit (want dat is toch maar jezelf iets wijsmaken en zijn er echt mensen die zich zo erg kunnen bedotten ?) maar het waarderen van wat mooi is en het uitbenen van de mooie momenten. Zo kan ik echt diep dankbaar zijn om sommige collega’s. Die er gewoonweg zijn. Die al een lange weg met mij gaan en het zelfs aanvaarden dat ik nog altijd durf te leven in ontkenning.

Er zijn dagen dat het helemaal niet gaat. Prachtige lentedagen dat ik denk : dit is nou mijn dag. Ik ben net twee uur op school geweest, de rit op en neer en that’s it. Meer zal er niet van komen. Of toch :  de hangmat. Bladeren door een tijdschrift. Een koffie bij de Zuid-Afrikaanse buur. Doen alsof ik creatief ben. (Niet dus).

Bijna vakantie

Nog een week te gaan (met daarintussen bezoeken aan specialisten en artsen) en dan is het vakantie. Er is nog niets geboekt (hoeft niet echt met een caravan tijdens de paasvakantie) maar de nood om iets te hebben om naar uit te zien wordt wel heel groot. De geplande reis naar de Opaalkust wordt het wellicht niet. Al bij al te ver mocht er niets gebeuren en gezien ik het gebied niet ken misschien ook wel overmoedig.

Dan maar Zeeland denk ik. Zeeland is altijd goed.

Ik durfde niet te zeggen dat ik leraar was

Leerlingen zouden mij een strever noemen

Onlangs schreef ik mij in voor een cursus.  Ik leer graag bij. Meer nog, ik studeer zelfs graag. laat maar komen die kennis ! Laat die hersenen maar eens op volle toeren draaien ! Ik vrees dat ik het type student ben dat vooraan in de klas wil zetten. Wil ik trouwens echt als het kan. Zo zie je maar wat 6 jaar internaat bij nonnen doet.

Goed, het klaslokaal was al goed gevuld en meteen merkte ik dat er geen bankje meer vrij was. Enkel een paar stoelen. Ik zocht naar de cursus (wellicht overijverig, ik weet het) en kreeg te horen dat die er niet was. Kleine paniek al. Maar goed, ik drukte op de knop ‘open de hersenen’ en keek vol spanning naar de slides … die niet kwamen.

En dan ben je ook nog leraar

Vier mensen uit de groep stelden zich voor als leraar, waarbij eentje al onmiddellijk zei ‘en ja ik heb veel vakantie’. Ik hield het netjes bij mijn naam en woonplaats en maakte een kleine uitweiding naar mijn mogelijks West-Vlaams accent. Kwestie van er toch nog een persoonlijke noot aan toe te voegen. Dat ik leraar ben laat ik al lang achterwege. Meestal komt er altijd een vervolg bij de anderen. Welk vak ik geef (dan zet ik de deur pas helemààl open) en wat in het onderwijs goed of slecht loopt en in vele gevallen inderdaad een verwijzing naar de vakantiedagen. Ik ben er dus zo één. Soms gebeurt het ook dat ik – als het ‘uitkomt’ – steunbetuigingen krijg. “Knap van je dat je nog (!)  in het onderwijs staat, ik zou het niet kunnen, met dat jong volk”. En natuurlijk is dat geweldig goed bedoeld, maar het duidt op hetzelfde probleem. Voelen mensen ook de neiging om te zeggen ‘knap dat je je iedere dag over die facturen buigt en de boekhouding doet’. 

Mocht er nog twijfel zijn

Op mijn blog heb ik er nooit een geheim van gemaakt. Ik geef les in een middelbare school. (En nu komt hier geen enkele verantwoording of whatsoever achter !) Voilà, moest je het nog niet weten.