Tagarchief: 1000 vragen

1000 vragen over mezelf

1000 vragen #70 Heb je veel vrienden ?

vrienden om mee te feesten

Nee, ik heb niet zoveel vrienden. Althans, zo zie ik het. In mijn vrienden- en kennissenkring zijn er mensen wiens hele leven rond vrienden draait. Dan gaan ze op weekend met vrienden, of op reis, ze organiseren feestjes, etentjes and so on. In vergelijking met hen ben ik geweldig a-sociaal en de muurbloem bij uitstek. En misschien ben ik dan ook wel. Een soort muurbloem. Een toeschouwer, zei iemand me onlangs. En nee, dat was niet negatief bedoeld.

 

Ik zie ze zo graag mijn vrienden. Eén voor één.

Toch heb ik vrienden en geniet ik van hen. Alleen zie ik ze het liefst één voor één. Of in een groepje van hooguit 3 tot 4. Kunnen de gesprekken de diepte ingaan. Kan er gelachen worden om humor die nooit te begrijpen is door een hele ‘groep’. Ik vind het heel fijn om met een vriend(in) op restaurant te gaan en gewoon even het leven te delen. De stand van zaken even bij te stellen. Hoe is het met je ? Alles goed ? Verder gaan dan de obligate antwoorden ‘Goed’. Ook ‘Het is wat minder’ durven zeggen of horen. Of zelfs ‘Het loopt  helemaal niet’. Zo’n dingen kan je kwijt aan mijn vrienden. Zonder dat ze in paniek schieten.

Niet veel woorden nodig

Men zegt dat men zijn vrienden kent in nood en dat is heel correct. Voor mij was dat een positieve openbaring. Wellicht bedoelt men in met het gezegde dat er veel vrienden wegvallen eens de feestvreugde voorbij, ik heb het al dikwijls anders ervaren. Dat mensen die ik anders niet veel zie er plots zijn. Zonder veel woorden. Maar ze zijn er met heel hun hart en al hun tijd. Ze zijn nooit verdwenen en nooit weggeweest. De verbondenheid is er altijd geweest. Ze zijn er altijd geweest. Die echte vrienden. Ik heb er meer dan ik vermoed.

Voor die vrienden dit liedje. Aangezien er flink wat  West-Vlamingen bij zijn, hoeft een vertaling niet !

Dikke merci !

 

“1000 vragen aan mezelf”  gaat terug op een boekje dat een tijd geleden bij Flow zat. Het is een klein boekje en er is geen plaats voorzien om te antwoorden, daarom dacht ik : waarom niet op de blog ? Voor het pure plezier van het schrijven ? Het verzamelen van herinneringen, wat volgens Gretchen Rubin, bijdraagt tot geluk ? Vandaar een nieuwe rubriek : 1000 vragen over mezelf.
Niets weerhoudt je om mee te doen !

 

 

1000 vragen over mezelf

1000 vragen #69 Geef je mensen een tweede kans?

Tweede kans hoeft niet, eentje is genoeg

Ik heb het geluk in een omgeving te leven waar alles nogal vlotjes verloopt. Mijn grenzen worden niet overschreden. Ik ervaar respect en warmte. Ik kan mij bijgevolg niet echt herinneren dat ik stilstond bij het geven van een tweede kans. Grote conflicten zijn mij gelukkig bespaard. Toch niet van dien aard dat relaties op het spel stonden.  Bijgevolg ben ik geen ervaringsdeskundige in het geven van tweede kansen. Wat mij op de vraag brengt of ik in staat zou zijn om een tweede kans te geven als het er echt om spant.

Liegen en bedriegen

Ik probeer mij voor te stellen in welke gevallen ik mensen geen tweede kans zou geven en dat is niet eens zo moeilijk. Als mensen mij continu iets voorliegen zou ik er al snel een streep onder zetten. Eerlijkheid staat hier hoog aangeschreven en ik kan best tal van kansen geven zolang iemand eerlijk is en er wil voor gaan. Maar continu liegen. Nee, ik denk niet dat ik veel geduld zou hebben.

Geweld

Geweld, dat is er ook zo eentje. Ik weet natuurlijk niet wat ik écht zou doen mocht iemand van wie ik houd geweldadig zijn, maar zoals het nu zit zeg ik ronduit nee. Geen tweede kans. Geweld is erover. Daar is geen excuus voor. Misschien zijn er verzachtende omstandigheden. Grote emoties gecombineerd met alcohol bijvoorbeeld. Ik verzin maar wat. Maar toch. Het geweld is een taaie. Die tweede kans zal zeker niet evident zijn. Goed dat alchol en geweld niet tot mijn leefwereld behoren, lucky me.

Pesterijen

Dit is ook een no-go. Ik heb geen begrip voor pesten. Ik lijk het niet eens tenvolle te begrijpen. Welk voordeel haalt iemand daaruit. Het leven van iemand anders wordt zomaar onderuit gehaald met een sluipend vergif. Maar pesten is een kwestie van herhaling. Tweede kans is hier niet aan de orde. Een pester is al vaak over de schreef geweest.

Wie geen tweede kans geeft blijft eenzaam over

Ik veronderstel dat het geven van tweede kansen altijd te maken heeft met het overschrijden van grenzen. Het bewaken en leren kennen van je grenzen is een levenstaak. Gevoel krijgen voor de grenzen van een ander is dat al evenzeer. Mensen zijn dikwijls gevoelig voor totaal andere zaken. Het is gebeurd voor je het weet. Gelukkig bestaan er inderdaad tweede kansen. Wanneer iemand aangeeft dat hij iets niet fijn vond of waardeerde. Wie niemand een tweede kans geeft blijft eenzaam over.
Sommige mensen zijn gul in het geven van tweede, derde, vierde en vijfde kansen. Dat is best knap. Al kan het best wel gevaarlijk zijn. Als het over echt belangrijke grenzen gaat, kan het eindeloos geven van tweede kansen je onderuit halen. Grenzen bepalen tenslotte onze identiteit.

  Welke grenzen mogen van jou niet overschreden worden ? 

 

1000 vragen over mezelf

1000 vragen #65 Ben je geworden wat je vroeger wilde worden ?

Nog niet eens afgestudeerd en … ‘raak’ !

Ik werd gerekruteerd toen ik nog studeerde. Dat klinkt alsof ik een bijzonder talent heb, maar het was van beide kanten (werkgever en mezelf) de logica zelve. Sedert mijn 16de werkte ik freelance voor een aantal tijdschriften die onder hetzelfde uitgevershuis woonden, een contract voor onbepaalde duur leek het logische gevolg.
Schrijven, research, persconferenties, ik had er echt wel mijn ding. Dit was mijn droom en hij werd mij op een plaatje geserveerd.

Zo jong, (zo mooi ?) en zo alleen

Ik kwam terecht in een team van mensen die allemaal stukken ouder waren dan ik. Daar kwam bij dat ze minder verdienden. Niet dat ik ooit over mijn loon heb onderhandeld. Ik had werkelijk geen idee. Alles leek mij ‘veel geld’ in vergelijking met mijn studententoelage. Maar het geen goede start. Ik kwam in een team terecht dat goed draaide en geweldig geroutineerd was en van mij werd ‘het verse bloed’ verwacht. Er was geen coaching en ik kreeg alle vrijheid die ik wilde. Maar ik was te jong. ‘Nieuwe ideeën’ werden onmiddellijk van de tafel geveegd als ‘we hebben dat al geprobeerd’. Men hield me niet tegen en ik werd alsmaar eenzamer. De verkoopcijfers gingen niet spectaculair naar omhoog en dat werd ook wel verwacht.

Ik nam ontslag en zou gaan studeren

Dit zou het dus niet worden.  Mijn man zou aan zijn (betaalde) doctoraat beginnen en ik zou terug gaan studeren. Filosofie.  De eerste jaren was ik broodwinner voor hem – hij studeerde nog – nu werden de rollen omgekeerd. Mijn werkgever was netjes, betaalde me door tot mijn studie in oktober zou beginnen. Er wachtte ons een zomervakantie van 3 maand. Hij afgestudeerd, ik uitziend naar een volgende studie.

Het liep helemaal mis

Het loopt niet altijd zoals we willen en in wat drie zalige zomermaanden moesten worden, werd ik weduwe, waardoor het de donkerste maanden van mijn leven werden. Het betekende ook ‘einde droom studie filosofie’ want er moest brood op de plank komen. Ik nam een interim aan in het onderwijs en van het één kwam het ander. Lees : meer dan een kwarteeuw onderwijs.

Is dit wat ik wilde ?

Een kwarteeuw onderwijs dus. Meer zelfs. Zou ik het opnieuw doen ? Nee. Zeker niet. Doe ik het tegen mijn zin, gelukkig ook niet. Die jonge mensen maken véél goed. Heel veel. Ik zie mezelf als een enthousiaste leraar. Mijn leerlingen liggen me héél na aan het hart. Ik geef met hart en ziel les. Toch begrijp ik dat het beroep van leraar niet aantrekkelijk is. Voor wie denkt dat het om het loonbriefje gaat, dat is bij mij zeker niet het geval. Er zijn andere redenen waarom ik niet meer in het onderwijs zou gaan.

Taboe onder leraren

Misschien moet ik daar eens een apart blogje over schrijven. Het taboe onder leraren is echter zeer groot. Deze leraren krijg snel het etiket lui te zijn en snel te klagen. Er wordt snel met cliché’s gegooid: zoveel vakantie ! Dat ze eens op een ander werken ! Dat op zich is soms echt vermoeiend. Al die meningen over het onderwijs. Ik heb nooit zoveel meningen gehoord over het beroep van slager. Of van postbode. Metsers komen zelden of nooit in het nieuws. Over het beroep van leraar is er een grote publieke opinie.  Dat het niet goed gaat met het beroep verwondert me niets.

Noot : geheel onafhankelijk schreef Elke vandaag iets in dezelfde trant. Specifieker, maar ik kon het evengoed zelf geschreven hebben.

“1000 vragen aan mezelf”  gaat terug op een boekje dat een tijd geleden bij Flow zat. Het is een klein boekje en er is geen plaats voorzien om te antwoorden, daarom dacht ik : waarom niet op de blog ? Voor het pure plezier van het schrijven ? Het verzamelen van herinneringen, wat volgens Gretchen Rubin, bijdraagt tot geluk ? Vandaar een nieuwe rubriek : 1000 vragen over mezelf.
Niets weerhoudt je om mee te doen !
1000 vragen over mezelf

1000 vragen #64 Wat heeft jou het meeste verdriet gedaan ?

Het achtervolgt me al een leven lang – of toch meer dan een half leven

De dood van mijn eerste man – we waren net een jaar getrouwd – kerfde een kras in mijn hart die nooit meer overging. Hij ging zomaar dood. Zoals je je vingers knipt. Zonder aanleiding. Zonder ziekte. Alsof iemand gewoon om een knopje duwde.

Ik had snel door dat het ergste niet zijn dood was, maar wel dat het leven verder ging. De dood had willekeurig gekozen. Hij zou nooit ouder worden dan 27, ik zou blijven leven.

Ik ging door met leven, oftewel overleven

In zekere zin hebben we geen andere keuze dan te leven. Of we willen of niet. Ik was gezond en er moest brood op de plank komen. Weerom: de onbarmhartigheid van het leven. Alles went, zegt men. Dat is ook zo. Ik leefde voortaan als weduwe. Vulde mijn leven met werken en veel, heel veel reizen. Ver weg buiten Europa.

Er komt nieuw leven

Ondertussen ben ik al jarenlang opnieuw getrouwd. Met een schat van een man. We hebben het goed samen. Heel goed. Zo goed zelfs dat ik mij soms afvraag of die dood zich schaamt en mij dubbeldik terug betaalt. Onzin natuurlijk. Maar ik ben er wel dankbaar om.

Het allergrootste verdriet

Toch is mijn vertrouwen in het leven behoorlijk aangetast. Het kan zo gedaan zijn. Hup, weg. Dat besef is nooit meer weg gegaan. Misschien is dat wel het allergrootste verdriet.

 

“1000 vragen aan mezelf”  gaat terug op een boekje dat een tijd geleden bij Flow zat. Het is een klein boekje en er is geen plaats voorzien om te antwoorden, daarom dacht ik : waarom niet op de blog ? Voor het pure plezier van het schrijven ? Het verzamelen van herinneringen, wat volgens Gretchen Rubin, bijdraagt tot geluk ? Vandaar een nieuwe rubriek : 1000 vragen over mezelf.
Niets weerhoudt je om mee te doen !