Tagarchief: boek

Gelezen

Gelezen: Leven zonder filter – Fleur van Groningen

Leven zonder filter: een persoonlijk verhaal

Na het lezen van Elke Van Hoofs boek over hoogsensiviteit was ik heel benieuwd naar het boek van Fleur van Groningen. De boeken zijn behoorlijk complementair. Vind je bij Van Hoof veel referenties naar onderzoek, feiten en cijfers, dan krijg je bij van Groningen een persoonlijk verhaal.

Van Groningen lijkt zich in dit boek helemaal bloot te geven en dat is (voor de hoogsensitieve lezer) best wel hevig. Misbruik in de kinderjaren, met gezinsleden lid zijn van een sekte, relaties met met wat van Groningen ‘overtreders’ noemt, depressie en een heuse identiteitscrisis. Het zijn hoofdstukken die met felle en strijdbare pen zijn geschreven. De emoties zitten nog zo tussen de bladzijden.

Groter dan een boek over hoogsensiviteit

Nu en dan stelde ik mij de vraag of het boek wel echt over hoogsensitiveit ging. Het boek gaat immers evengoed over het vinden van grenzen, het detecteren van valkuilen en het omgaan met ‘overtreders’.  Dit zijn ervaringen die niet exclusief  zijn voor hoogsensitieve personen. Anderzijds kan je het hoogsensitief zijn niet ‘apart’ zetten. Tenslotte is iemand hoogsensitief in zijn hele wezen en speelt dit in àlles een grote rol.

Op zoek naar zichzelf

Fleur van Groningen neemt je met dit boek mee in haar zoektocht naar zichzelf en een leven waarin ze zichzelf mag zijn en zich goed voelt. Ze zoekt hevig naar verklaringen en verbanden. Kan het dat zij, door haar hoogsensiviteit, mensen aantrekt die haar uiteindelijk geen goed doen ? Hoe komt het dat er zoveel narcistische persoonlijkheden haar leven hebben gekruist en op negatieve manier hebben beïnvloed ? Hoe komt het dat ze soms lang in verkeerde relaties is blijven hangen ? Waarom liepen sommige zaken zo verkeerd ?

“Bij anderen zocht ik onbewust de toelating om mezelf te mogen zijn, om eigenschappen en emoties te mogen hebben die me als kind waren afgeleerd en waarvan de herkomst me nog onbekend was. Die toelating kwam er natuurlijk niet. De mensen naar wie ik opkeek en die daarvan genoten, waren te zeer met zichzelf bezig om zich in mijn noden en onzekerheden te verdiepen, laat staan er rekening mee te houden. (…). Ik zag niet in dat deze mensen mij kleineerden om zichzelf tijdelijk wat groter te voelen”.

Jezelf aanvaarden

Ik kan best begrijpen dat vele mensen zich in het boek herkennen. Het zoeken en stellen van grenzen is een opgave waar iedereen voor staat. Voor wie hoogsensitief is kan het proces moeilijker lopen. In ieder mens schuilt de behoefte zichzelf te  aanvaarden. Wanneer je je ‘anders’ voelt dan anderen kan dit moeilijk zijn.

“Inmiddels heb ik ontdekt dat ik vaak huil omdat ik mijn emoties onbewust veroordeel. Vlak tussen het voelen van een emotie en het huilen in denk ik immers razendsnel: dit mag ik helemaal niet voelen, dit is slecht. Die zelfkritiek doet me dus pijn en dat brengt me veelal aan het huilen, niet de emotie zelf. Het heeft lang geduurd voor ik mijn emoties durfde te accepteren”.

Je eigen handleiding

Maar kan je met dit boek iets aan als je hoogsensitief bent maar een heel ander levensverhaal hebt ? Best wel. Zo onderlijnt van Groningen dat het voor haar belangrijk is om herstelmomenten in te bouwen. Zo weet ze voor zichzelf dat 2 afspraken per week zo wat het maximum zijn, geliefden niet meegerekend. Onbekende mensen zorgen voor veel extra prikkels en de weg naar overprikkeling is snel ingezet.

In haar zoektocht beseft ze heel goed dat het dikwijls balanceren is op een slappe koord. Zo geniet ze van de rust in haar comfortzone en merkt ze terecht op dat er best wel ‘magie’ gebeurt binnen die comfortzone.

“Die zone mag echter niet te klein worden. Want als ik me uit angst voor overprikkeling voortdurend terugtrek in mijn eigen wereldje word ik alsmaar angstiger. En hoe kleiner dat wereldtje, hoe onbekender alles wordt, en hoe meer angst het onbekende oproept.”

Samengevat

In dit boek schrijft Fleur van Groningen ongecensureerd over haar zoektocht naar een leven dat helemaal bij haar hoort. Zelfrespect en gewaardeerd worden om wie ze is, vormt hier de leidraad. Omdat dit zo’n universeel thema is, hoef je helemaal niet hoogsensitief te zijn om iets aan het boek te hebben. Van Groningen nodigt je uit om op zoek te gaan naar wie je écht bent en wat je echt wil.
Er zijn vele ‘uitstappen’ naar andere thema’s. Zo komt het thema hechtingsstijlen behoorlijk aan bod en er wordt ook flink wat geschreven over (het omgaan met) narcistische persoonlijkheden. Het boek is zeer persoonlijk en bij momenten best hevig. Ook in die zin doet van Groningen de titel van haar boek eer aan. Ze windt er geen doekjes om. Zonder filter dus.

Praktisch

Gelezen

Gelezen: Hoogsensitief – Elke Van Hoof

hoogsensiviteit

Hoogsensitiviteit in de pers

Het boek ‘leven zonder filter’ van Fleur van Groningen zorgde ervoor dat het begrip hoogsensiviteit de voorbije weken behoorlijk in de media kwam. Ik hoorde Dirk De Wachter op de radio, voor wie de populariteit van het boek geen verrassing was. De krant De Standaard vroeg zich af of hoogsensiviteit een epidemie was of wel iets anders.  Ook bij aanvang van het nieuwe schooljaar viel het begrip. Het begrip was mij niet vreemd. In onze bibliotheek staan 2 boeken van Elaine Aron,  maar die zijn ondertussen wellicht al 10 jaar oud. Tijd om een recenter boek te lezen. (Nog) niet dat van Fleur van Groningen, maar wel eentje van Elke Van Hoof, professor aan de Vrije Universiteit van Brussel.

Uit de academische wereld

Dat ik het boek van Van Hoof eerst wou lezen had goede redenen. Over hoogsensiviteit wordt veel verteld en ik wou een goede omschrijving van wat het wel en niet is. De ondertitel van het boek is “Wat je moet weten” en dat vond ik een goede insteek. Ik wou het vanuit de kant van de onderzoeker horen. Van Hoof is echter geen onderzoeker die enkel met vragenlijsten en statistieken werkt, als klinisch psycholoog gaat ze ook in gesprek met mensen en hoort en ervaart ze hoe mensen met hoogsensiviteit dit werkelijk aanvoelen. Een mooie combinatie dacht ik.

Hoogsensiviteit is niet nieuw

Een groot deel van het boek is gewijd aan de onderzoeken die gebeurd zijn rond hoogsensitviteit. Aron mag dan wel de meest genoemde naam zijn, de omschrijving van dit persoonlijkheidskenmerk gebeurde al eerder. Sinds de eerste boeken van Aron is het begrip verfijnd. Wie het boek van Van Hoof leest merkt dat er nog veel werk aan de winkel is. Het detecteren van hoogsensiviteit staat niet gelijk aan het controleren van de waarde van je witte bloedcellen.
Wie dit boek leest zet zich best wat schrap voor wat ‘droge wetenschappelijke’ kost. Droog, maar mijn inziens toch niet overbodig en geweldig verhelderend !

Persoonlijkheidskenmerk – vloek of zegen

Van Hoof spreekt van hoogsensiviteit als een persoonlijkheidskenmerk. Het is geen stoornis. Het staat niet in de DSM,  zeg maar de encylopedie van mentale stoornissen. Je kan er geen medicatie voor krijgen en het is geen beperking. Van Hoof onderlijnt meermaals de positieve kanten aan hoogsensiviteit, maar geeft grif toe dat het door velen als vloek wordt ervaren. Wie hoogsensitief is, behoort tot een minderheidsgroep en minderheidsgroepen hebben het àltijd moeilijker.  Ik denk dat je het kunt vergelijken met het spreken van een andere taal. Er is niets ‘mis’ met het spreken van Spaans in een omgeving waar de meerderheid Nederlands spreekt. Het is gewoon ‘moeilijker’. Keer het om – een niet HSP in een groep HSP – en dan heeft die andere het moeilijker.

Dat er voordelen zijn aan het hoogsensitief zijn, haalt Van Hoof meer dan eens aan. Maar het blijven voordelen in een wereld die allesbehalve ingericht is op mensen met HSP. Mensen met HSP hebben het echt wel moeilijker, al staat daar ook veel positiefs tegenover.

Hoogsensitiviteit onderscheiden

Hoogsensiviteit mag dan al geen stoornis zijn, toch zijn er kenmerken die bij een aantal ontwikkelings- en persoonlijkheidsstoornissen overlappen. Zo bespreekt ze de overlappingen met ASS, AD(H)D, borderline en hoogbegaafdheid. Die overlappingen zijn echter dikwijls enkel de buitenkant. Het gedrag en de reactie kan in sommige gevallen hetzelfde zijn, maar de oorzaak is dat niet. Ik vond dit hoofdstuk bijzonder verhelderend.

Omgaan met hoogsensiviteit

Al goed en wel. Het hoeft geen vloek te zijn, maar hoe kan je er op die wijze mee omgaan zodat het eerder zegen dan wel vloek wordt ? In het derde deel geeft Van Hoof tips voor het omgaan met hoogsensiviteit op school en op de werkvloer. Ik kan mij voorstellen dat veel mensen juist dit deel belangrijk vinden. . Dit zijn de tips die ze geeft aan werknemers en hun werkgevers:

  1. Ruimte geven om het pauze en check systeem toe te passen. Het gaat hier over tijd geven om te reageren. Het opnemen en ‘processen’ van informatie vraagt voor een HSP-er meer tijd en energie.
  2. Inzetten op co-creatie : werknemers meenemen in beslissingen in dialoog
  3. Hersteltijd bewaken, een vorm van mentale recuperatie
  4. Inzetten op zelfontplooiing, taken geven die intellectueel uitdagend en haalbaar zijn
  5. Prioriteit geven aan procedurele en relationele rechtvaardigheid
  6. Gericht coachen

Prima tips, maar ik kan mij niet van de indruk ontdoen dat dit geldt voor àlle werknemers. Misschien hebben HSP-ers er méér nood aan, maar in mijn ogen zou dit sowieso in een beleid moeten worden opgenomen. HSP-ers in dienst of niet.

Dit deel had volgens mij wat lijviger mogen zijn, maar naar verluidt is er een volgend boek in de maak dat hier specifiek over gaat.

Samengevat

Voor wie op zoek is naar een verfijnde en vanuit de pyschologie correcte omschrijving van wat hoogsensiviteit is (en wat het niet is), geeft dit boek prima antwoorden.
Ik zou het bijzonder willen aanbevelen voor wie in de zorgsector of het onderwijs staat of voor wie een leidinggevende functie geeft en bezorgd is om het welzijn van zijn werknemers. (Iedere leidinggevende hoop ik ?).

Praktisch

Gelezen

Gelezen: leven in het Land van Genoeg – Courtney Carver

Wat maakt mij gelukkig ? Wat niet ?

Het boek gaat niet over ‘met zo weinig mogelijk leven’. Het gaat over gevoel krijgen over wat voor jou genoeg is. Zodat je spullen je gelukkig maken in plaats van fysieke en mentale ruimte in te nemen. Ben je iemand die graag veel kleren heeft en dikwijls van outfit verandert ? Laat ze dan vooral hangen ! Ben je een boekenworm die geniet van een eigen bibliotheek ? Geniet ervan !

Het leeghalen van ons halve huis omwille van de renovatiewerken vond ik heel confronterend. Het werk bleef maar duren. Kasten vol spullen en nog eens spullen. Van sommige wist ik amper dat ik ze had en andere had ik in een beschamend veelvoud. Ik zou kunnen zeggen dat het komt omdat ik niet gemakkelijk iets wegdoe. Maar dat is een nepexcuus. Al die zaken moeten immers mijn huis ook binnengekomen zijn ! Ik voelde al die spullen aan als ballast, een sprankle, om het met de woorden van Kondi te zeggen, was er zeker niet bij.

Ik besef heel goed dat ik al die spullen niet nodig heb. Maar op de een of andere manier komen ze toch het huis binnen. Daarom las ik nog maar een keer een boek over ‘minder spullen’. Of hoe het is om te leven in het land van genoeg.

 

Tips uit het land van genoeg

1. schrijf op wat je wil kopen / stel uit

Then, keep a list of purchases you would have made if you were using your credit card, or if you were shopping for sport, and take note of the money that you didn’t spend.

Deze tip heb ik gedurende heel de maand juli ‘onderhouden’. Eender wat ik wou kopen, hetzij in store of online, schreef ik op. Uitzonderingen waren huishoudwaren/etenswaren die op waren, maar géén andere zaken. Ik schreef alles  op in de verwachting en overtuiging dat ik ze op het eind van de maand ook zou kopen. Het was dus in mijn hoofd een kwestie van geduld en discipline. Op het eind van de maand juli bleek dat maar liefst 90% zijn ‘betovering’ had verloren. Ik vond het niet meer zo interessant of niet meer zo dringend. Het hoefde niet echt meer naar mijn gevoel. Ik spaarde geld – ook al was dat niet de bedoeling – maar een hoop spullen hebben vooral mijn huis niet bereikt !

Do not buy to feel. If shopping gives you a rush, you are missing something else. Every dollar you spend supports someone or something. By supporting what you care about, every dollar gets a vote.

2. Definieer hoeveel genoeg is

Test driving the move to the Land of Enough for a few days or weeks is one thing, but to ensure permanent change, you need to define what is enough. While each of us will have a different version of enough, and that definition will change throughout our lives, some of the basics will be universal.

Toen ik ons huis leeghaalde merkte ik dat ik veel zaken in veelvoud had. Zo had ik maar liefst 8 zomerhoedjes, die er dan nog redelijk hetzelfde uitzagen. Ik verbrand snel, dus een zomerhoedje is echt wel ‘nodig’, maar 8 ? Ik merkte bovendien dat ik er geen enkel bovenmatig mooi vond. Hoeveel kopjes hebben we nodig ? Hoeveel zomerbroeken en winterjassen ? Ik kan het behoorlijk moeilijk vinden om ook te handelen (= wegdoen) naar het antwoord dat ik geef. Op de een of andere manier – en ik zal daarin niet de enige zijn – geven spullen mij een vals gevoel van veiligheid. Terwijl ze omgekeerd ook veel investering vragen: geld en vooral tijd. Ook wel frustratie trouwens, want tenslotte heb ik bovenop al die spullen wel graag een opgeruimd huis.

3. Hoeveel geld heb je nodig ?

Ik heb gelukkig nog nooit het gevoel gehad dat ik te weinig geld had. Niet dat er hier ergens een verborgen geldkraantje is, maar op de een of andere manier ben ik altijd (maar niet met evenveel overschot – soms zelfs geen overschot) rondgekomen. Ik kan best rondkomen met weinig geld. Vooral in de eerste jaren na mijn studententijd was het soms een leuke sport. Alleen liggen die jaren nu al lang achter mij en is mijn loon niet meer te vergelijken met wat ik toen verdiende.

 There are 3 important things you can do with your money. You can save it, spend it or give it away.

Geld sparen. Ja, ik spaar, maar eigenlijk is dat bedrag er redelijk arbitrair gekomen. Uitgeven: ik weet hoeveel ik uitgeef per maand, maar echt stilstaan bij de vraag of al dat uitgeven ook nodig is of zelfs bijdraagt tot mijn geluk, is een opdracht die ik mij in de toekomst wil geven. Opnieuw: niet omdat ik er een sport wil van maken om zo weinig mogelijk uit te geven. Wel omdat er grenzen zijn aan ‘genoeg’ en ‘meer’ mij niet noodzakelijk  gelukkig maakt. Tenslotte zit ook dit in mijn hoofd: met ‘minder uitgeven’ kan ik misschien ook ‘minder werken’. En meer leven ? Ook dat laatste zal voor iedereen anders zijn.

When you can get anything you want, anytime of day, you become unsatisfied, uninspired and kind of lazy.

4. Steek je tijd in wat jou van waarde is

Toen ik aan het stuk over televisie en sociale media begon en las dat de auteur het wegdoen van de televisie het beste idee ooit vond, dacht ik: daar gaan we weer. Een anti-TV pleidooi en een anti-sociale mediapleidooi. Toch ging het helemaal niet die kant op. Net zoals bij omgaan met materiële spullen en geld is de vraag hier: wat is genoeg voor mij ? Tot welke grens draagt het bij aan mijn geluk ?

Dit vond ik best een uitdagende vraag:

At the end of the day, am I grateful for the day, or just grateful that it’s over?

Laat anderen niet je prioriteiten bepalen

Natuurlijk zullen er altijd vervelende zaken zijn die je moét doen. Maar zelfs dié kunnen je een gevoel van voldoening geven (Eindelijk ! Ik ben er van af !). Deze vond ik dan weer ronduit wijs:

 If you are checking your email more than 3 times a day, you are losing time. I know you want to be responsive and I know you are curious to see who sent what, but it can wait. If you aren’t ready to reduce  your email time to 2 or 3 times a day, at the very least, don’t check your email first thing in the morning. This is a tough habit to break, but unless you want to spend your day doing everyone else’s most important tasks, do yours before checking email.

Het is zeker iets wat ik wil onthouden. Ik ben ook geneigd om onmiddellijk mijn berichtenbox (van het werk) te openen en onmiddellijk te antwoorden. Dat geeft mij wel een kort gevoel van geluk (gedaan !), maar meestal komen er dan weer nieuwe mails als antwoord, wat betekent dat het begin van mijn dag al helemaal bepaald wordt door anderen. Terwijl het in de meeste gevallen niet eens zo dringend is. Ik zou evengoed in de loop van de dag kunnen antwoorden.

Disconnect

De auteur houdt een sterk pleidooi om tijd te plannen waarin je ‘disconnected’ bent. Dat zijn heel creatieve en productieve tijden ! Ik bouw vrij veel tijd in waarin ik ‘disconnected’ ben. Soms gebruik is de app Freedom (ook op pc) als ik een zetje nodig heb.

Tijden waarin ik digitaal disconnected ben :

  • Wanneer ik een boek lees. Ik zet er zelfs meestal een klokje op. Nu ga ik een half uur ononderbroken lezen. Telefoon wordt afgezet.
  • Wandelen. Geen internet dan. Ik neem mijn smartphone mee maar zet ‘m zelfs op ‘stil’ zodat ik de SMSjes niet hoor en zelf niet het bellen. Ik ben de president niet. Een paar uur later ben ik weer ‘beschikbaar’.
  • Sociale gelegenheden: ik begrijp niet dat mensen op alle mogelijke momenten hun telefoon checken en opnemen. Ik ben er graag voor mijn vrienden. Gelukkig zijn mijn vrienden van hetzelfde gedacht. Als iemand een (belangrijk) telefoontje verwacht, zegt hij dat gewoon. Geen probleem.
  • Eten: wij hebben hier lang de telefoon verboden bij onze kinderen en dat is lang gelukt. Ondertussen is onze oudste afgestudeerd en … lukt het hem niet om te eten zonder berichtjes van hier en daar. Ik vind dat spijtig. Maar volwassen kinderen moet je loslaten. (Hij zal het wel leren, denk ik).

Over het boek

Het is een ontzettend dun boekje dat je in geen tijd uit hebt. Goed opgebouwd en confronterend, absoluut niet zweverig en zeer praktisch. Ik was vooral blij met het uitgangspunt. Wat is het genoeg dat je gelukkig maakt ? Wanneer wordt meer dan genoeg een hinder en ballast ? Het was dus géén boek dat je allerlei schuldgevoelens aanpraat omdat je kast volgepropt is met CD’s. Dat kon ik heel erg smaken.

Carver Cortney, Living in The land of Enough, Kindleboek,
En hier komt het slechte nieuws: het is voorlopig niet meer te koop.  Ik hoop je met deze post wel de belangrijkste inzichten te hebben meegegeven. Het boekje was tenslotte maar 32 bladzijden lang.

 

Gelezen

Gelezen: Autoriteit – Paul Verhaeghe

autoriteit

De identiteitscrisis van autoriteit

Heeft de klassieke autoriteit aan kracht ingeboet ? Wellicht. ‘Jongeren vallen politie aan‘, ‘1 op 9 leraren gepest‘,  het ‘klassieke’ gezag is ondermijnd. Toch is de ‘opstand’ tegen heersende autoriteit niet nieuw.  Is iedere revolutie niet het niet langer accepteren van een autoriteit ? Om in de meeste gevallen te worden ingewisseld door een nieuwe autoriteit ?
Hebben we überhaupt autoriteit nodig ?

Wanneer autoriteit enkel haar bestaansreden vindt in het ‘autoritair zijn’ (= macht om de macht) dan is zij inderdaad weinig zinvol. Vele denkers, zoals o.a. Jean-Jacques Rousseau hebben gedacht dat autoriteit niet nodig was. Laat iedereen vrij, het is de maatschappij (met haar regels, normen en waarden) die een mens slecht maakt.

Autoriteit op zich is verwerpelijk en moet weg. Er is een – achteraf bekeken – heel naïef idee ontstaan dat de mens beter zonder kan, dat een gemeenschap zonder autoriteit zichzelf spontaan zal organiseren op een wijze die voor iedereen goed is.

De roep naar autoriteit

Autoriteit mag dan wel in een identiteitscrisis zitten, er blijft een verlangen naar terugkeer van de ‘oude’ autoriteit. Een verlangen dat alles behalve ongevaarlijk is.

“De populariteit daarvan blijkt bij elke verkiezing. Zodra een politieke partij law & order belooft, stijgt ze in de opiniepeilingen”.

Beloftes in overvloed, gepaard met ‘men moet zijn verantwoordelijkheid nemen’ en ‘Er is geen alternatief’ en ‘schoon schip maken’.

“Merk op dat in deze oplossing autoriteit altijd van bovenaf moet komen: God de Vader, de vader des vaderlands en hun vertegenwoordigers. U en ik worden niet geacht onszelf te kunnen bedwingen. Wij zijn slecht en zwak, we moeten opgevoed worden”.

Het woord populisme is hier niet gevallen, maar de link is duidelijk.

Of dan maar helemaal geen autoriteit ?

In sommige politieke middens mag de roep om autoriteit dan wel hard klinken, in andere gebieden wordt ze compleet in vraag gesteld. Paul Verhaeghe waarschuwt voor een opvoeding waarin géén autoriteit is.

Autoriteit, (…) installeert de veiligheid waarin het kind autonomie kan verwerven en in alle rust de buitenwereld kan verkennen.

Door de confrontatie met grenzen (allerhande) ontdekt een kind zijn grenzen. Een voortdurende applauscultuur leert een kind niets over zichzelf. Hoe kan je nu weten waar je  goed in bent als je voor alles applaus krijgt ? Ooit ontdekt dat kind dat het helemaal niet zo goed is in alles, wat alleen maar tot veel frustratie leidt.

Wat is autoriteit ?

Autoriteit mag niet verward worden met macht. Macht is macht. Als ik je gehoorzaam omdat je een pistool tegen mijn hoofd houdt, dan is dat niet omdat ik in jou gezag erken. Ik zie alleen macht.

Autoriteit is een keuze, al heeft het met macht te maken.

“Autoriteit berust dus op ongelijkheid en maakt dat iemand een vanzelfsprekende macht uitoefent over iemand anders, die zich daar  min of meer vrijwillig aan onderwerpt”.

Ik volg het advies van mijn arts omdat hij meer weet over de werking van het lichaam en medische problemen. Ik aanvaard zijn gezag. Dat is de meest simplistische uitleg, maar wel de basis. Uiteraard komt daar nog vertrouwen bij, referenties van andere mensen, eigen kennis en ervaring etc. Maar ten diepste is het wel het aanvaarden van gezag. Als ik dat in vraag stel kan ik niets meer met die arts (en hij met mij).

Onderwijs en de zorgsector

Verhaeghe wijdt enkele hoofstukken aan de problematiek van het onderwijs, de zorgsector en de politiek. Wanneer het gezag van het onderwijs en/of de zorgsector voortdurend in vraag wordt gesteld, wordt het heel moeilijk werken. Als het onderwijs in crisis is, dan is dit ook een crisis van autoriteit.

“Onze verwachtingen van opvoeding zijn zeer dubbelzinnig. Steeds meer stemmen pleiten voor een terugkeer naar een strenge aanpak, want ‘de jeugd’ maakt het inmiddels te bont. Ouders en scholen verwijten elkaar laksheid. Maar wie streng is, krijgt bakken verwijten over zich heen. De vroege autoriteit willen we niet meer, maar een nieuwe hebben we nog niet.”

Over de huidige organisatie van politiek heeft hij nauwelijks een positief woord.

Er is geen belangstelling meer voor de traditionele politiek, behalve in de vorm van verontwaardiging.(…) De mislukking van de traditionele politiek heeft niets te maken met de populaire opvatting dat er geen grote staatsmannen meer zouden zijn. De verklaring gaat veel verder : de structuur zelf is geraakt, de politieke piramide is als een soufflé in elkaar gezakt omdat ze geen grond meer heeft. Ons huidige politieke bestel verkeert in diepe crisis.

De nieuwe autoriteit is horizontaal

In geen geval pleit Verhaeghe voor de ‘oude’ autoriteit. Autoriteit die gevestigd is in angst (je komt in de hel) of traditie (het is nu eenmaal zo). Angst is daarbij dikwijls de funderende kracht. Men aanvaardt de autoriteit uit angst. Omdat de andere ‘machtiger’ is. Van vrijwillige onderwerping is hier geen sprake.

Verhaeghe spreekt vervolgens over ‘autoriteit van een collectief’.  In dat collectief gaat het niet over een structuur die gebaseerd is op macht. Hij geeft het voorbeeld van een  groep volwassenen die kinderen opvoedt. Ouders zijn al lange tijd niet meer de enige opvoeders. Kinderen worden opgevoed door de mensen in de crèche, de school, de grootouders etc. Deze vormen een (niet afgesproken) collectief.

Hoewel Verhaeghe’s vaststelling correct is, vraag ik mij evenwel af hoe het zit met zo’n collectief.  Over welke autoriteit beschikt zo’n collectief als een jongere van ouders bv. mag roken, van de school niet en de buschauffeur (ook opvoeder volgens Verhaeghe) zijn ogen sluit ? Dat die groep autoriteit hééft betwist is geenszins. Je hoeft geen tienerkinderen te hebben om te merken hoe sterk de ‘druk’ van de groep is.

Gedeelde kennis

‘De groep’ wordt wellicht inderdaad de nieuwe autoriteit. Producenten zijn gevoelig aan ‘ratings’ en ‘reviews’.  De kracht van sociale media valt nauwelijks te onderschatten. ‘Schandalen’ die vroeger onder de mat werden geveegd hebben menig machtig man/vrouw al ten val gebracht.

Verhaeghe ziet uit naar autoriteit van de toekomst die niet gebouwd is op macht. De structuur is geen piramide maar is horizontaal. Transparantie, kennis, overleg, gemeenschappelijke verantwoordelijkheid staan centraal. Hij heeft hierbij enkele concrete voorbeelden waar dit al werkt. Maar of dit echt de autoriteit van de toekomst wordt, valt zeer te betwijfelen. De ‘groep’ kan evengoed misleid worden (cfr. fake news) en ook in groepen van gelijken ontstaan zeer snel (informele) machtstructuren.

Besluit

Paul Verhaeghe mag dan wel hoogleraar klinische psychologie zijn, hij is ook een filosoof. Hij ziet de maatschappij en stelt zich vragen bij het functioneren. Wat hij in zijn praktijk hoort aan psychische problemen, linkt hij aan de tijdsgeest. Hij kijkt met een kritische, maar hoopvolle blik naar onze wereld.

Het boek leest vlot en staat vol beschouwingen. Verhaeghe legt heel goed ‘de geschiedenis van autoriteit’ uit en hoe het komt dat de klassieke autoriteit ter discussie staat. Hij reikt een nieuw model aan – dat hij zelf bij anderen vond – maar is daarin volgens mij nog niet echt overtuigend.

Paul Verhaeghe, Autoriteit, De Bezige Bij, 2016, 272 blz.
Paperback te koop bij Bol.com € 19,99

Ik las ook zijn vorig boek, Identiteit, dat ik net iets beter vond.