Tagarchief: dementie

Gelezen

Gelezen: Wij zijn ons brein – Dick Swaab

Wij zijn ons brein

Wij zijn ons brein en daar valt niet veel aan te veranderen (zegt Swaab)

Tenminste dat is de conclusie die ik overhoud aan het eind van dit boek. Dat gedetermineerd-zijn door ons brein wordt behoorlijk geargumenteerd. Je zal dus maar wensen dat je een schitterend brein hebt met een gezond brein.

Wij komen ter wereld met hersenen die door een combinatie van onze genetische achtergrond en de programmering gedurende de ontwikkeling in de baarmoeder uniek zijn geworden en waar onze karaktereigenschappen, talenten en beperkingen al voor een belangrijk deel in zijn vastgelegd. Dit geldt niet alleen voor het IQ, het ochtend- of avondmens-zijn, de mate van spiritualiteit, neurotisch, psychotisch, agressief, anti-sociaal en non-conformistisch gedrag, maar ook voor de kans die we lopen op hersenziekten zoals schizofrenie, autisme, depressie en verslaving. Zijn wij eenmaal volwassen, dan zijn er grote beperkingen aan de modificeerbaarheid van onze hersenen, en liggen onze eigenschappen vast. De bouw van onze hersenen die zo tot stand is gekomen bepaalt hun functie: wij zijn ons brein.

Ik beschik over te weinig kennis om dit te weerleggen, maar soms had ik de indruk dat Swaab al te veel in een biologische setting bleef zitten. Zegt hij trouwens zelf niet dat er nog heel wat te ontdekken is als het over hersenwetenschap gaat ?

Ik ben trouwens niet alleen in mijn argwaan over zijn stelling dat de hersenen zowat alles bepalen. lees hier maar een reactie van Jan Derksen, professor aan de VUBrussel.

Een schitterend boek voor wie meer wil weten over onze hersenen

Hersenen, het blijft toch voor veel onbekend gebied. Vraag aan eender welke (goede) student uit het secundair onderwijs hoe de bloedsomloop werkt, de spijsvertering of het zenuwstelsel, en je krijgt in grote lijnen wel een goed beeld. Maar de werking van de hersenen ? Dat is toch nog vaak grijze materie. Trouw noemt het boek van Swaab “Het standaardboek over het brein” en ik kan hen geen ongelijk geven. Los van zijn eigen bedenkingen en filosofieën legt hij haarfijn de werking van de hersenen uit. Het boek is zo vlot geschreven dat je het leest als een verzameling columns, die trouwens ook de basis van dit boek vormen.

Van baarmoeder tot alzheimer

De ondertitel van het boek klopt. Swaab legt uit hoe nog voor de geboorte van een kind de hersenen worden gevormd en welke invloed de moeder (en haar omgeving) heeft op de ontwikkeling van de hersenen van de kind. Wie dit boek leest zal voor eens en altijd overtuigd zijn van een alcoholloze zwangerschap en zal des te kritischer zijn ten aanzien van medicatie tijdens de zwangerschap. Want ja, er kan veel mislopen. Het lijkt al bijna een wonder dat het meestal wél goed afloopt.

Het brein als kern van ons bestaan

Swaab wijt in ‘Wij zijn ons brein’ verschillende hoofdstukken aan alle mogelijke voorvallen tijdens ons leven en wat de relatie hiervan is met ons brein. Wat is de relatie tussen ons brein en depressie, autisme, ADHD, stress, dementie ? Wat maakt een mens tot een empathisch wezen en verschilt hij hierin met andere zoogdieren ? Wat is  het effect van sporten op het brein ? Je ziet het van hier: een buitengewoon interessant boek. Gelukkig is er achteraan het boek een trefwoordenregister te vinden, mocht je later graag nog iets opnieuw lezen over een onderwerp.

Samengevat

 

Ik geef het boek 4 sterren: nergens lees je een toegankelijker boek over de werking van de hersenen. Het boek is bijzonder vlot geschreven en heel toegankelijk zonder te simplificeren. Anderzijds gaat Swaab nu en dan uit de bocht. Dit gebeurt zeker als hij het over collega’s heeft waar hij het niet mee eens is. Daar zit behoorlijk wat overdrijving in.

Praktisch

Dick Swaab, wij zijn ons brein, uitgeverij Atlas Contact, 480 blz, maart 2012.
Te koop bij bol.com voor € 8,99 (paperback).

Ik las de Nederlandsdtalige Kindleversie voor $ 10,94.

 

1000 vragen over mezelf

1000 vragen #16 Hou oud hoop je te worden ?

oud

Oud worden lijkt een probleem te zijn

Laat dit toch wel iets zijn waar ik behoorlijk mee bezig ben. We worden van ‘s morgens tot ‘s avonds met verontrustende berichten. Ze gaan over vergrijzing en het tekort aan pensioen. Oud worden lijkt een probleem te zijn. Een probleem voor de gezondheidszorg, een probleem voor de sociale zekerheid. Oudere werknemers worden geweerd.
Een mens zou al niet meer durven antwoorden dat hij oud wil worden.

Hoeveel jaar wil ik worden ?

Deze week las ik nog dat het aantal jaren dat je te leven hebt toch al ingeschreven is in je innerlijke programmatiecode. Alsof er zo’n klok is die aftelt. Nog zoveel jaar te gaan, al lijkt 122 jaar toch het absolute maximum te zijn. Maar hoe oud wil ik worden ?

In alle eerlijkheid (maar dat lijkt een beetje taboe) : ik zou toch graag nog wat gezonde pensioenjaren over hebben.  Ik zie ex-collega’s van mij die de tijd van hun leven hebben nu ze in pensioen zijn. Ze zijn gezond en zetten zich voor allerlei projecten. Wat hun passie in het werk was, is nu hun passie in hun vrije tijd, alleen is het volledig naar hun wensen en creativiteit. Ik betwijfel zelfs of ze minder werken. Wat mij opvalt is dat ze er bijzonder gezond uitzien en dat heeft volgens mij alles te maken met het leven op het eigen ritme. Dus ja, zoiets wil ik echt ook wel.

Het leven gebeurt nu

Ik heb lang de verkeerde gedachte gehad van alle grote dromen op te schuiven naar ‘ooit’ en ‘als ik veel tijd heb’ en ‘als ik in pensioen ben’. Daar ben ik ondertussen al helemaal van afgestapt. Binnen 20 jaar ben ik helemaal dezelfde niet meer en ben ik in het ergste geval gefrustreerd omdat ik dromen heb uitgesteld. Dromen die binnen 20 jaar niet meer aan de orde zijn wegens allerlei omstandigheden of omdat ze gewoon niet meer passen bij de levensstijl van iemand die 20 jaar ouder is.

Wat wil ik zeker nog meemaken in mijn leven ?

Er zijn weinig zaken waarvoor ik nog ‘wachtend’ ben. Maar wat ik écht nog wil meemaken en zien (en wat niet te forceren is) : is met eigen ogen zien dat onze kinderen het goed stellen eens ze op eigen benen staan. Dat ze een warm nest vinden met of zonder partner/kinderen  en dat ze hun plaats in de wereld vinden. Dat ze het gevoel hebben een zinvol en warm leven te hebben. Ik veronderstel dat ik daarmee compleet voldoe aan het clichébeeld van verwachtingen die ouders over hun kinderen hebben.

En vervolgend ooit eens op pensioen en liefst gezond. Misschien leid ik dan een leven als Hendrik, dat zou mij wel bevallen. Of toch niet, want bovenal wil ik toch zo lang mogelijk leven met mijn liefste.

Denk jij soms na over je oude dag ? 

 

 

Snapshot diary

week in beelden – snapshot diary – week 19

2016 05 week 19 L

Tussen waken en slapen

Weinig foto’s deze week en in mijn herinnering lijk ik al ver te moeten zoeken. Na een zalige minivakantie in Nederland was het wennen om opnieuw de routine van het dagelijkse werk op te nemen. Die routine kost me trouwens nog altijd zoveel energie dat er na het werk niet veel gebeurt. Een doktersbezoek zou misschien wat opleveren, maar ik vrees dat het méér dan een pilletje en een gesprek van 20 minuten kost. (oké, dat is géén excuus !)

Intellectuele voeding

Dinsdag werd de routine doorbroken door een vormingsdag. Ik genoot er met volle teugen van en was toch wel even verbaasd toen mijn collega zei dat ‘dit toch veel vermoeiender was’.  Al dat nieuwe, die hersenen die uitgedaagd werden om mee te denken, om goed te volgen, goed te concentreren, daar lustte ik wel pap van. Het leek alsof ze zeiden : “geef hier die intellectuele voeding ” en ik voelde me prompt energieker.
De dag was nochtans vroeg begonnen, want ik had zo’n vrees om te laat te komen dat ik maar liefst anderhalf uur voor tijd op post was. Dik overdreven natuurlijk, maar ze hadden de vormingsdag uitzonderlijk een uur later gezet én ik durfde geen risico’s nemen met het openbaar vervoer. Ik trakteerde mezelf dan maar op een Starbucks. Sterk overroepen, ja, maar toch altijd met een gevoel van luxe !

Het lange weekend – studeren de kinderen thuis

Het lange weekend, dat voor mij op donderdagavond begint, zette ik in richting West-Vlaanderen. Het was maar liefst een klein half jaar geleden dat ik mijn broer en zus nog had gezien !  Gelukkig horen we elkaar via de digitale media of ik zou ze niet meer herkennen ! Ik zat een kleine twee uur in de trein en genoot van de rust en de tijd om te lezen.

Op zaterdag gingen het lief en ik wandelen (geen foto’s genomen, spijtig !) en op zondag aten onze twee studenten hier nog eens netjes bij ons. Dat wordt toch langzaamaan een klein feestje : met z’n allen samen aan tafel en tijd maken om bij te praten. We kregen een (wellicht gecensureerde) versie van hun studentenleven in Leuven en we genoten van hun avonturen. Proffen werden geëvalueerd en kregen onvoldoende tot onderscheiding, toekomstperspectieven van eigen resultaten gingen van ‘het zal wel lukken’ tot ‘je weet het nooit zeker’. De zoon had het over zijn koeien en de dochter over de Nieuwste Tijd.

Omgaan met dementie

Op zondag ging ik wandelen met mijn schoonvader. Soms gaat het goed, soms helemaal niet. De man die ik mijn hele leven als ‘sportman’ heb gekend kan niet meer stappen. De man die thuis was in boeken en zijn hele leven les heeft gegeven aan jongeren begrijpt de artikels in de krant niet meer en heeft moeite om ons nog te herkennen. Soms begrijpen ook wij hem niet, weten we niet echt wat hij bedoelt of wat er scheelt.
Zondag was echter een mooie dag. We wandelden en ik zag hem genieten van de rust van de natuur : de wind die door de bomen ritselde, de koeien op de weide, de vele vogels die energiek op en neer sprongen. Een universele taal die blijkbaar verstaanbaar blijft én deugd doet.

Dat hij nog thuis is met zijn vrouw die hem liefheeft als nooit te voren : ik kan er heel stil van worden want de ‘opdracht’ is niet min. Hoe lang het nog duren kan weet niemand, hoe zal hij evolueren, hoe zal zij – ook al een tachtiger – evolueren ? Wat is de draagkracht ?  Soms lig ik er wel wakker van.

Maar als ik hem dan zie genieten van dat ‘ritje’ (wat niet altijd het geval is) en daarmee zijn vrouw een uurlang mentale rust geef, dan denk ik : het is het allemaal waard.
Nu kan het nog en laat het aub goed weer blijven zodat hij nog veel kan genieten  van even buiten zijn.

Kleine dingen kunnen heel groots zijn.

 

Alvast een fijne nieuwe werkweek toegewenst !

 

 

Dementie als continu afscheid nemen

opa 1

Wat ooit zonder nadenken ging, is nu een heuse opdracht

“Ik doe mijn best”, “Het spijt me”, zei hij, en ik hoorde de wanhoop in zijn stem en hoe de tranen in zijn ogen opwelden. “Ik versta dat allemaal niet meer”.

Het ging hier niet over hogere wiskunde maar simpelweg over het overbruggen van zo’n 3 meter en vervolgens gaan zitten aan tafel. Ik keek naar hem, mijn meer-dan-80-jarige schoonvader. Ik zag hoe hij moeite deed om te begrijpen wat van hem gevraagd werd en hoe de woorden ‘knieën strekken’, ‘stap naar voor’, veel te moeilijke instructies waren.
Instructies gegeven door zijn ook-al-meer-dan-80-jarige vrouw. Zij hield hem vast, instrueerde hem met engelengeduld, zoekend naar het eigen evenwicht.

Straks vallen ze beiden, dacht ik, maar ik zweeg en kwam niet tussenbeide, want hij had alle concentratie nodig – van de kast naar de stoel – en een derde persoon zou voor hem de zaak alleen maar ingewikkelder maken. Dan zou hij de stoel helemaal niet meer halen.

In de steek gelaten

Zijn hersenen laten hem in de steek. De man die ooit Noors leerde, liefde had voor de bijbel in het Gotisch, de man met een universitair diploma die hield van boeken en fietsen. Het lezen lukt niet meer : hij ziet het verband tussen de woorden niet meer. Wanneer we wandelen gaan (het eufemisme voor een tocht met de rolstoel), leest hij met fierheid de namen van de straten. Eenduidig. Eén woord. Dat lukt. “Het vin”, “De Zoot”. Hij leest het hardop en probeert zich te herinneren waar hij is. Het dorp waar hij zijn hele leven gewoond heeft.

“Ik herken niets”, zegt hij. Soms twijfelt hij als hij het gezicht van zijn vrouw ziet. “Ben jij dat ?”. Of hij zit bang in de zetel, omdat er een vreemde man in huis is, een vreemde die zijn genen draagt.
“Zal ik ooit beter worden ?” vraagt hij als we alleen zijn, weg van drukte en andere afleidingen. Ik slik en weet niet wat te antwoorden. Dan weer zegt hij vol overtuiging – de man die niet kan stappen – dat hij terug gaat fietsen, als het goed weer is, kilometers ver.
Ja, zeg ik, dat is een goed idee, als het weer zomer wordt !  Ik heb het hart niet om de waarheid te zeggen.

Zorgen voor wie dement is : werken de klok rond

Zijn vrouw zorgt voor hem, de man waar ze ooit mee trouwde en die ze als haar gelijke zag, de man die ze nu verzorgt, klokrond. De man waar ze niet meer bij terecht kan. Ze doet dat met volle overgave en een geduld dat dagelijks op de proef wordt gesteld. Ik snap niet hoe ze het doet. Hij is totaal afhankelijk en beseft dat ook, in hem is er enkel rust als zijn geliefde zichtbaar in de buurt is. Ze is aan hem gekluisterd. Door zijn gebrek aan tijdsbesef lijkt haar  ‘even in de keuken werken’ een eeuwigheid lang te duren, waardoor hij opnieuw angstig en onrustig wordt.

Ik ken die mens niet

Het sociale contact wordt minder. Beiden waren ooit heel erg actief in verenigingsleven en lokale politiek en kenden zowat het hele dorp. Wanneer ik met hem wandel (rolstoelrit) in het dorp, dan groeten de mensen hem. “Dag Fons”, en ik geloof dat hij daar wat blij om wordt, maar eenmaal het gesprek begint met zelfs een simpele vraag als “Hoe gaat het”, blokkeert opnieuw alles, want er is de paniek van niet-herkenning, van het niet kunnen plaatsen van de persoon in de herinnering.

Verbonden

opa 2

Er gaat geen dag voorbij of ik denk aan mijn schoonvader. Het heeft altijd goed geklikt tussen ons. Misschien komt het omdat mijn eigen vader overleden is, en ik mijn moeder ook al voortijdig aan dementie heb verloren, ik voel mij heel erg met mijn schoonouders verbonden.

Zou er iemand bij hen op bezoek zijn geweest, vraag ik mij ‘s avonds af. Ik probeer zoveel mogelijk te gaan maar tijdens werkweken ben ik blij als ik drie dagen per week kan gaan. Dagen waarbij ik een rolstoelrit probeer in te plannen, want het moet vreselijk zijn om dag na dag tussen vier muren te zitten, gewoon omdat je niet meer mobiel bent. Tussen vier muren met niets om handen, want lezen lukt niet, het volgen van televisieprogramma’s is veel te ingewikkeld, het leven in huis lijkt wel het leven op een andere planeet waar niets herkenbaar is. Buiten gaan met de rolstoel lukt mijn schoonmoeder niet. Trapjes zijn onneembare obstakels met het gevaar dat ze zelf valt.

Soms vraag ik mij af wat ik in hemelsnaam op mijn werk doe, of ik niet gewoon het roer moet omgooien en gaan waar de nood het hoogste is, waar kwaliteit van leven op het spel staat, waar ik iets kan doen wat niet eender wie kan doen. Ik voel mij bij tijden schuldig bij dit gebrek aan moed.

Hulp vragen – ‘de familiale helpster’

Al een paar jaar insinueren we dat er externe hulp moet komen. Financiëel kunnen ze dat aan, maar de drempel is groot. Het is zoveel als zeggen dat ze het zelf niet meer aankunnen. Het is, weeral afscheid nemen, afscheid van autonomie en ook een beetje afscheid van elkaar. Er komen derden en die derden zijn vreemd. Die derden worden betaald.

Toen er vorige week dan eindelijk een sociale helpster kwam, waren manlief en ik beiden superzenuwachtig. Het zou ‘erop’ of ‘eronder’ worden. Een vreemde in huis. Om dingen te doen die je zelf meent (te moeten) kunnen. Zou hij het aanvaarden dat er een vreemde kwam of zou de angst omslaan in paniek ? In het zich nog minder thuisvoelen ? In nog meer desoriëntatie ?  Zou mogelijke frustratie omslaan in boosheid ?

Ze viel mee. Blijkbaar had ze ergens – bij beiden – de juiste toon gevonden. Ze gingen wandelen, met z’n drieën. Hij genoot, zoals altijd van de wandeling, van het buiten zijn. Een half uurtje, want ook voor mijn schoonmoeder wegen de kilometers te voet. Nog 3,5 uur te vullen, dacht mijn schoonmoeder, wat moest ze met deze nieuwe persoon in huis ? Je kan toch geen vier uur gaan wandelen ? Maar de ‘verzorgster’ kende haar wereld en stelde meteen zelf van alles voor. “Ik kan best wat strijken en als je wil ga ik straks nog een half uurtje met de rolstoel naar buiten”.

De klik was gebeurd. Ja, het was lang en het is aanpassen zo’n vier uur lang, maar ze mocht terugkomen.

Wij – het lief en ik – waren dolgelukkig. Het leven wordt daar weer iets lichter, en dat in een wereld waarin die vreselijke ziekte die dementie heet, alleen maar duisternis brengt.

Er is niets schoons aan dementie.

 

Geen reageerknop te zien ? 
Zie eens onder de titel.