Tagarchief: dementie

1000 vragen over mezelf

1000 vragen #16 Hou oud hoop je te worden ?

oud

Oud worden lijkt een probleem te zijn

Laat dit toch wel iets zijn waar ik behoorlijk mee bezig ben. We worden van ’s morgens tot ’s avonds met verontrustende berichten. Ze gaan over vergrijzing en het tekort aan pensioen. Oud worden lijkt een probleem te zijn. Een probleem voor de gezondheidszorg, een probleem voor de sociale zekerheid. Oudere werknemers worden geweerd.
Een mens zou al niet meer durven antwoorden dat hij oud wil worden.

Hoeveel jaar wil ik worden ?

Deze week las ik nog dat het aantal jaren dat je te leven hebt toch al ingeschreven is in je innerlijke programmatiecode. Alsof er zo’n klok is die aftelt. Nog zoveel jaar te gaan, al lijkt 122 jaar toch het absolute maximum te zijn. Maar hoe oud wil ik worden ?

In alle eerlijkheid (maar dat lijkt een beetje taboe) : ik zou toch graag nog wat gezonde pensioenjaren over hebben.  Ik zie ex-collega’s van mij die de tijd van hun leven hebben nu ze in pensioen zijn. Ze zijn gezond en zetten zich voor allerlei projecten. Wat hun passie in het werk was, is nu hun passie in hun vrije tijd, alleen is het volledig naar hun wensen en creativiteit. Ik betwijfel zelfs of ze minder werken. Wat mij opvalt is dat ze er bijzonder gezond uitzien en dat heeft volgens mij alles te maken met het leven op het eigen ritme. Dus ja, zoiets wil ik echt ook wel.

Het leven gebeurt nu

Ik heb lang de verkeerde gedachte gehad van alle grote dromen op te schuiven naar ‘ooit’ en ‘als ik veel tijd heb’ en ‘als ik in pensioen ben’. Daar ben ik ondertussen al helemaal van afgestapt. Binnen 20 jaar ben ik helemaal dezelfde niet meer en ben ik in het ergste geval gefrustreerd omdat ik dromen heb uitgesteld. Dromen die binnen 20 jaar niet meer aan de orde zijn wegens allerlei omstandigheden of omdat ze gewoon niet meer passen bij de levensstijl van iemand die 20 jaar ouder is.

Wat wil ik zeker nog meemaken in mijn leven ?

Er zijn weinig zaken waarvoor ik nog ‘wachtend’ ben. Maar wat ik écht nog wil meemaken en zien (en wat niet te forceren is) : is met eigen ogen zien dat onze kinderen het goed stellen eens ze op eigen benen staan. Dat ze een warm nest vinden met of zonder partner/kinderen  en dat ze hun plaats in de wereld vinden. Dat ze het gevoel hebben een zinvol en warm leven te hebben. Ik veronderstel dat ik daarmee compleet voldoe aan het clichébeeld van verwachtingen die ouders over hun kinderen hebben.

En vervolgend ooit eens op pensioen en liefst gezond. Misschien leid ik dan een leven als Hendrik, dat zou mij wel bevallen. Of toch niet, want bovenal wil ik toch zo lang mogelijk leven met mijn liefste.

Denk jij soms na over je oude dag ? 

 

 

Snapshot diary

week in beelden – snapshot diary – week 19

2016 05 week 19 L

Tussen waken en slapen

Weinig foto’s deze week en in mijn herinnering lijk ik al ver te moeten zoeken. Na een zalige minivakantie in Nederland was het wennen om opnieuw de routine van het dagelijkse werk op te nemen. Die routine kost me trouwens nog altijd zoveel energie dat er na het werk niet veel gebeurt. Een doktersbezoek zou misschien wat opleveren, maar ik vrees dat het méér dan een pilletje en een gesprek van 20 minuten kost. (oké, dat is géén excuus !)

Intellectuele voeding

Dinsdag werd de routine doorbroken door een vormingsdag. Ik genoot er met volle teugen van en was toch wel even verbaasd toen mijn collega zei dat ‘dit toch veel vermoeiender was’.  Al dat nieuwe, die hersenen die uitgedaagd werden om mee te denken, om goed te volgen, goed te concentreren, daar lustte ik wel pap van. Het leek alsof ze zeiden : “geef hier die intellectuele voeding ” en ik voelde me prompt energieker.
De dag was nochtans vroeg begonnen, want ik had zo’n vrees om te laat te komen dat ik maar liefst anderhalf uur voor tijd op post was. Dik overdreven natuurlijk, maar ze hadden de vormingsdag uitzonderlijk een uur later gezet én ik durfde geen risico’s nemen met het openbaar vervoer. Ik trakteerde mezelf dan maar op een Starbucks. Sterk overroepen, ja, maar toch altijd met een gevoel van luxe !

Het lange weekend – studeren de kinderen thuis

Het lange weekend, dat voor mij op donderdagavond begint, zette ik in richting West-Vlaanderen. Het was maar liefst een klein half jaar geleden dat ik mijn broer en zus nog had gezien !  Gelukkig horen we elkaar via de digitale media of ik zou ze niet meer herkennen ! Ik zat een kleine twee uur in de trein en genoot van de rust en de tijd om te lezen.

Op zaterdag gingen het lief en ik wandelen (geen foto’s genomen, spijtig !) en op zondag aten onze twee studenten hier nog eens netjes bij ons. Dat wordt toch langzaamaan een klein feestje : met z’n allen samen aan tafel en tijd maken om bij te praten. We kregen een (wellicht gecensureerde) versie van hun studentenleven in Leuven en we genoten van hun avonturen. Proffen werden geëvalueerd en kregen onvoldoende tot onderscheiding, toekomstperspectieven van eigen resultaten gingen van ‘het zal wel lukken’ tot ‘je weet het nooit zeker’. De zoon had het over zijn koeien en de dochter over de Nieuwste Tijd.

Omgaan met dementie

Op zondag ging ik wandelen met mijn schoonvader. Soms gaat het goed, soms helemaal niet. De man die ik mijn hele leven als ‘sportman’ heb gekend kan niet meer stappen. De man die thuis was in boeken en zijn hele leven les heeft gegeven aan jongeren begrijpt de artikels in de krant niet meer en heeft moeite om ons nog te herkennen. Soms begrijpen ook wij hem niet, weten we niet echt wat hij bedoelt of wat er scheelt.
Zondag was echter een mooie dag. We wandelden en ik zag hem genieten van de rust van de natuur : de wind die door de bomen ritselde, de koeien op de weide, de vele vogels die energiek op en neer sprongen. Een universele taal die blijkbaar verstaanbaar blijft én deugd doet.

Dat hij nog thuis is met zijn vrouw die hem liefheeft als nooit te voren : ik kan er heel stil van worden want de ‘opdracht’ is niet min. Hoe lang het nog duren kan weet niemand, hoe zal hij evolueren, hoe zal zij – ook al een tachtiger – evolueren ? Wat is de draagkracht ?  Soms lig ik er wel wakker van.

Maar als ik hem dan zie genieten van dat ‘ritje’ (wat niet altijd het geval is) en daarmee zijn vrouw een uurlang mentale rust geef, dan denk ik : het is het allemaal waard.
Nu kan het nog en laat het aub goed weer blijven zodat hij nog veel kan genieten  van even buiten zijn.

Kleine dingen kunnen heel groots zijn.

 

Alvast een fijne nieuwe werkweek toegewenst !

 

 

Dementie als continu afscheid nemen

opa 1

Wat ooit zonder nadenken ging, is nu een heuse opdracht

“Ik doe mijn best”, “Het spijt me”, zei hij, en ik hoorde de wanhoop in zijn stem en hoe de tranen in zijn ogen opwelden. “Ik versta dat allemaal niet meer”.

Het ging hier niet over hogere wiskunde maar simpelweg over het overbruggen van zo’n 3 meter en vervolgens gaan zitten aan tafel. Ik keek naar hem, mijn meer-dan-80-jarige schoonvader. Ik zag hoe hij moeite deed om te begrijpen wat van hem gevraagd werd en hoe de woorden ‘knieën strekken’, ‘stap naar voor’, veel te moeilijke instructies waren.
Instructies gegeven door zijn ook-al-meer-dan-80-jarige vrouw. Zij hield hem vast, instrueerde hem met engelengeduld, zoekend naar het eigen evenwicht.

Straks vallen ze beiden, dacht ik, maar ik zweeg en kwam niet tussenbeide, want hij had alle concentratie nodig – van de kast naar de stoel – en een derde persoon zou voor hem de zaak alleen maar ingewikkelder maken. Dan zou hij de stoel helemaal niet meer halen.

In de steek gelaten

Zijn hersenen laten hem in de steek. De man die ooit Noors leerde, liefde had voor de bijbel in het Gotisch, de man met een universitair diploma die hield van boeken en fietsen. Het lezen lukt niet meer : hij ziet het verband tussen de woorden niet meer. Wanneer we wandelen gaan (het eufemisme voor een tocht met de rolstoel), leest hij met fierheid de namen van de straten. Eenduidig. Eén woord. Dat lukt. “Het vin”, “De Zoot”. Hij leest het hardop en probeert zich te herinneren waar hij is. Het dorp waar hij zijn hele leven gewoond heeft.

“Ik herken niets”, zegt hij. Soms twijfelt hij als hij het gezicht van zijn vrouw ziet. “Ben jij dat ?”. Of hij zit bang in de zetel, omdat er een vreemde man in huis is, een vreemde die zijn genen draagt.
“Zal ik ooit beter worden ?” vraagt hij als we alleen zijn, weg van drukte en andere afleidingen. Ik slik en weet niet wat te antwoorden. Dan weer zegt hij vol overtuiging – de man die niet kan stappen – dat hij terug gaat fietsen, als het goed weer is, kilometers ver.
Ja, zeg ik, dat is een goed idee, als het weer zomer wordt !  Ik heb het hart niet om de waarheid te zeggen.

Zorgen voor wie dement is : werken de klok rond

Zijn vrouw zorgt voor hem, de man waar ze ooit mee trouwde en die ze als haar gelijke zag, de man die ze nu verzorgt, klokrond. De man waar ze niet meer bij terecht kan. Ze doet dat met volle overgave en een geduld dat dagelijks op de proef wordt gesteld. Ik snap niet hoe ze het doet. Hij is totaal afhankelijk en beseft dat ook, in hem is er enkel rust als zijn geliefde zichtbaar in de buurt is. Ze is aan hem gekluisterd. Door zijn gebrek aan tijdsbesef lijkt haar  ‘even in de keuken werken’ een eeuwigheid lang te duren, waardoor hij opnieuw angstig en onrustig wordt.

Ik ken die mens niet

Het sociale contact wordt minder. Beiden waren ooit heel erg actief in verenigingsleven en lokale politiek en kenden zowat het hele dorp. Wanneer ik met hem wandel (rolstoelrit) in het dorp, dan groeten de mensen hem. “Dag Fons”, en ik geloof dat hij daar wat blij om wordt, maar eenmaal het gesprek begint met zelfs een simpele vraag als “Hoe gaat het”, blokkeert opnieuw alles, want er is de paniek van niet-herkenning, van het niet kunnen plaatsen van de persoon in de herinnering.

Verbonden

opa 2

Er gaat geen dag voorbij of ik denk aan mijn schoonvader. Het heeft altijd goed geklikt tussen ons. Misschien komt het omdat mijn eigen vader overleden is, en ik mijn moeder ook al voortijdig aan dementie heb verloren, ik voel mij heel erg met mijn schoonouders verbonden.

Zou er iemand bij hen op bezoek zijn geweest, vraag ik mij ’s avonds af. Ik probeer zoveel mogelijk te gaan maar tijdens werkweken ben ik blij als ik drie dagen per week kan gaan. Dagen waarbij ik een rolstoelrit probeer in te plannen, want het moet vreselijk zijn om dag na dag tussen vier muren te zitten, gewoon omdat je niet meer mobiel bent. Tussen vier muren met niets om handen, want lezen lukt niet, het volgen van televisieprogramma’s is veel te ingewikkeld, het leven in huis lijkt wel het leven op een andere planeet waar niets herkenbaar is. Buiten gaan met de rolstoel lukt mijn schoonmoeder niet. Trapjes zijn onneembare obstakels met het gevaar dat ze zelf valt.

Soms vraag ik mij af wat ik in hemelsnaam op mijn werk doe, of ik niet gewoon het roer moet omgooien en gaan waar de nood het hoogste is, waar kwaliteit van leven op het spel staat, waar ik iets kan doen wat niet eender wie kan doen. Ik voel mij bij tijden schuldig bij dit gebrek aan moed.

Hulp vragen – ‘de familiale helpster’

Al een paar jaar insinueren we dat er externe hulp moet komen. Financiëel kunnen ze dat aan, maar de drempel is groot. Het is zoveel als zeggen dat ze het zelf niet meer aankunnen. Het is, weeral afscheid nemen, afscheid van autonomie en ook een beetje afscheid van elkaar. Er komen derden en die derden zijn vreemd. Die derden worden betaald.

Toen er vorige week dan eindelijk een sociale helpster kwam, waren manlief en ik beiden superzenuwachtig. Het zou ‘erop’ of ‘eronder’ worden. Een vreemde in huis. Om dingen te doen die je zelf meent (te moeten) kunnen. Zou hij het aanvaarden dat er een vreemde kwam of zou de angst omslaan in paniek ? In het zich nog minder thuisvoelen ? In nog meer desoriëntatie ?  Zou mogelijke frustratie omslaan in boosheid ?

Ze viel mee. Blijkbaar had ze ergens – bij beiden – de juiste toon gevonden. Ze gingen wandelen, met z’n drieën. Hij genoot, zoals altijd van de wandeling, van het buiten zijn. Een half uurtje, want ook voor mijn schoonmoeder wegen de kilometers te voet. Nog 3,5 uur te vullen, dacht mijn schoonmoeder, wat moest ze met deze nieuwe persoon in huis ? Je kan toch geen vier uur gaan wandelen ? Maar de ‘verzorgster’ kende haar wereld en stelde meteen zelf van alles voor. “Ik kan best wat strijken en als je wil ga ik straks nog een half uurtje met de rolstoel naar buiten”.

De klik was gebeurd. Ja, het was lang en het is aanpassen zo’n vier uur lang, maar ze mocht terugkomen.

Wij – het lief en ik – waren dolgelukkig. Het leven wordt daar weer iets lichter, en dat in een wereld waarin die vreselijke ziekte die dementie heet, alleen maar duisternis brengt.

Er is niets schoons aan dementie.

 

Geen reageerknop te zien ? 
Zie eens onder de titel.

 

Week in beelden – snapshot diary – week 36

snapshotdiary week 36

Back to school

 

2019-09-06 school

Het zal jullie niet ontgaan zijn, maar het schooljaar is alweer begonnen ! Het krijgen van het uurooster (maandag !)  is altijd één van de grote verrassingen, want het bepaalt meteen het ritme van je week. Uurroosters zijn gevoelige zaken op scholen, maar gelukkig doet onze school grote inspanningen om dat zo goed mogelijk te maken. Alleluia !
De schoolpoort was nog maar net open of we werden al getrakteerd op een fotosessie. Ik had medelijden met de fotograaf, zo’n kleine duizend kiekjes, en dan nog met het uitdrukkelijke verbod te lachen of met de tanden bloot op de foto te gaan !

 

Tol van de eerste dag : fysiek en mentaal uitgeput ! Van de rust van een klein gezin en een dorp, naar de (gezellige) drukte van honderden leerlingen en een stad. Eigenlijk is er maar één opdracht op zo’n dag : de leerlingen zo warm mogelijk ontvangen en de jongste nieuwelingen geruststellen.

Sport

2015-09-06 wandelingHad ik in de vakantie een hele dag waarin ik mijn sporten kon inplannen, nu is het zoeken naar tijd en een haalbare routine. De eerste schooldacht zocht ik ’s avonds onze zolderfitness op en deed me daar tegoed aan de crosstrainer, de roeimachine en de hometrainer. Ik werkte me in het zweet en keek wezenloos naar een aflevering van Ripper Street. Lopen deed ik niet, wegens ergens in mijn onbewuste een stemmetje dat zegt dat er een serieuze blessure is, maar voorlopig negeer ik toch nog dat stemmetje in de hoop dat het allemaal over gaat. (Illusie, illusie !). Dat stemmetje was ik trouwens tegen het weekend weer helemaal vergeten, toen ging ik flink lopen en gooide er ook nog een behoorlijke Aktiviawandeling tegenaan.

Opa

2015-09-06 hand opa kaderNu het werkjaar weer begonnen is blijft er nog weinig tijd over voor de zorg voor mijn dementerende schoonvader. Hij vertelt met dikwijls dat hij ook terug naar school wil, om terug les te geven, om terug onder het volk te zijn. Want, zo zegt hij, ‘”ik ziet hier altijd in huis’. Dat zijn laatste les al bijna 30 jaar geleden is en hij richting 90 gaat, zijn bijzaken. Een dag, een jaar, het zijn begrippen die hij niet meer vat, net zoals hij moeite heeft met gesprekken en niet meer mobiel is.
Toch praat hij met mij alsof we collega’s zijn en morgen samen richting werk vertrekken.
Ik wéét dat hij zo erg uitziet naar het ritje op in de rolstoel, naar de wind die hem herinnert aan de vele fietstochten die hij vroeger deed, al herkent hij geen straten meer en is hij een vreemde in zijn eigen dorp.

Vluchtelingen

Onze school geeft al lang les aan vluchtelingen in de zogenaamde Onthaalklas voor Anderstalige Nieuwkomers.  Het is meestal een bonte mengeling van kleuren en culturen. Aan de nationaliteiten kan gewoon de actualiteit aflezen. Zo groeit ons aantal leerlingen uit Griekenland en Syrië. Van een echte toestroom is er momenteel nog geen sprake, maar we verwachten ze wel, en hopen dat ze zich even welkom voelen als de jonge eerstejaars die we dinsdag hebben verwelkomd.

De eerste week zit erop en ik ben er niet treurig om. Dat weekend doet deugd, al is het maar om alle indrukken te verwerken en eindelijk te weten wie het nieuwe jonge volkje dit jaar is !