Tagarchief: geluk

1000 vragen

10 000 vragen #97 Wil je dat mensen je aardig vinden ?

aardig gevonden worden

Wie wil dat niet, aardig gevonden worden ?

Ik kan mij moeilijk voorstellen dat er mensen zijn die ronduit ‘nee’ antwoorden en nooit rekening houden met het de reacties van anderen. Het is natuurlijk maar de vraag wat je wil opofferen om aardig gevonden te worden, en daar wringt soms het schoentje, ook bij mij.

Wat anderen van je denken

Ervaring leert me dat er altijd mensen zullen zijn voor wie het niet goed is. Haters gonna hate, of neuters gonna neut. No matter whatHet valt mij op dat de mensen die het eerste commentaar hebben er inderdaad niet echt toe doen, zoals het citaat zegt. Die vinden je even aardig, wat je ook doet. Die staan als een paal achter je, ook al zijn je plannen gewaagd of excentriek. Die supporteren sowieso.

Onlangs nam ik een beslissing waarvan ik echt meende dat mensen – wiens mening is behoorlijk hoog acht – behoorlijk wat vraagtekens achter mijn beslissing zouden zetten. Het was zo ‘anders’ dan wat zij zouden doen en zeggen. Ik deelde het dan ook aarzelend, mij sterk houdend voor de lawine van kritiek die ik verwachtte. Maar de kritiek kwam niet. Er werd geluisterd en zelfs beaamd. Dat dit voor mij toch wel de beste beslissing was. Dat ze mijn redenering konden volgen. Mensen die mij kennen. Echt kennen. En bekommerd zijn.

Those who matter

De kwestie van ‘aardig gevonden worden’ stelt zich eigenlijk niet bij mensen die echt van betekenis zijn. Aardig gevonden worden is iets fijn, maar oppervlakkig. Vriendschap is iets anders. Dat is wederzijdse bezorgdheid en aanmoedigen. Kritiek komt altijd vanuit die bezorgdheid, aanmoediging altijd vanuit die vriendschap. Dat is het enige waarom het gaat. Om die vriendschap. Niet om het aardig gevonden worden. Gewoon om het zijn.

Aardig gevonden worden is leuk. Maar het is maar een dingetje.
Trouw aan jezelf is een fundament. Net als je vrienden.

 

“1000 vragen aan mezelf”  gaat terug op een boekje dat een tijd geleden bij Flow zat. Het is een klein boekje en er is geen plaats voorzien om te antwoorden, daarom dacht ik : waarom niet op de blog ? Voor het pure plezier van het schrijven ? Het verzamelen van herinneringen, wat volgens Gretchen Rubin, bijdraagt tot geluk ? Vandaar een nieuwe rubriek : 1000 vragen over mezelf.
Niets weerhoudt je om mee te doen !
1000 vragen

10 000 vragen #95 Wat zou je doen als je niet meer hoefde te werken ?

Ik zoek al lang evenwicht

Soms hoor ik wel eens van mensen dat ze totaal niet zouden weten wat te doen als ze niet meer zouden moeten werken. Voor mij zou dat geen probleem zijn, ik weet sowieso als dat ik tijd te kort zou hebben. Anderzijds impliceert de vraag wel een beetje dat werken niet zo positief is, dat het een ‘moeten’ is waar je liever vanaf zou zijn. Ik sukkel al mijn hele leven naar een balans tussen werk en leven, al heb ik ‘niet meer werken’ nooit als de ideale oplossing gezien. Soms fantaseerde ik wel eens als ik de lotto zou winnen, maar ‘geen werk’ leek mij toch ook niet ideaal. Anderzijds zie ik gepensioneerde collega’s die plots in de bloei van hun leven lijken te zijn. Ze zijn meer ontspannen en lijken tonnen gezonder. Ze zijn vol enthousiasme over hun hobby of het verder uitdiepen van ‘hun vak’, maar nu op hun voorwaarden.

Nu al minder gaan werken

Het was mijn lief die het in het begin van onze relatie zei: dat ik zoveel over dat pensioen praatte en dat je maar beter nu kan doen wat je echt wil doen. ‘Wie weet hoe je er trouwens later aan toen bent ?’. En nog veel overtuigender: ‘misschien wil je later helemaal niet meer de dingen doen die je nu uitstelt, daar ga je alleen maar spijt van hebben.’

Het lief is zwijgzaam, maar wijs.

Een van de eerste zaken waar het lief en ik het duidelijk over eens waren, was dat geen slaaf wilden worden van ons loon. Zo wonen we in een geheel gerenoveerd huis maar kozen altijd voor hoge eenvoudige kwaliteit. In ons interieur is nauwelijks geïnvesteerd. Toen we vorig jaar onze benedenverdieping en voortuin onder handen lieten nemen kozen we opnieuw voor eenvoud en gemakkelijk te onderhouden. Het viel mij toen wel op dat je met gemak een fortuin kwijt bent aan je huis. Niet alleen aan de aankoop, maar ook aan de simpelste renovatie.

We houden eraan om in ervaringen dan wel in spullen te investeren. Niet dat dat ons dat altijd lukt trouwens. Door deze keuzes hoeven we beiden niet voltijds te werken. Zo nemen we een voorschot op ‘nooit meer hoeven werken’.

Als ik dan toch niet meer zou moeten werken

Dan zou ik dezelfde dingen doen als nu, maar gewoon meer en langer. Zo zou ik nog meer gaan kamperen. De natuur, het buiten zijn, het eenvoudig leven op een camping doen me deugd. Ik zou meer lezen, vooral de krant, want dat lukt tegenwoordig niet zo goed. Wandelen en sporten, allerlei.

Het zou mij ook in staat stellen om meer tijd voor mensen te hebben. Daar is nood aan. Maar wie heeft nog tijd op overschot voor mensen ? Of voor kinderen ?

Dat je niet op de klok hoeft te kijken

Dat zou het allerleukste zijn, maar dat blijft moeilijk voor mij. Het blijft er diep in zitten, dat er toch wat moet ‘gedaan’ worden op een dag en dat je niet zomaar de tijd door je vingers mag laten glijden. Enerzijds is dat een kwaliteit, maar soms ook een vorm van stress. Ik schrijf dit blogje vanop een camping, in volle paasvakantie, en nog merk ik dat ik dagelijks mijn dagplanning maak en mij er behoorlijk aan hou.

Maar misschien leer ik het ooit wel. Vrij te zijn van de klok. Dat zou geweldig zijn !

Ik ben benieuwd wat jullie zouden doen als je niet meer hoefde te werken ! 

 

“1000 vragen aan mezelf” gaat terug op een boekje dat een tijd geleden bij Flow zat. Het is een klein boekje en er is geen plaats voorzien om te antwoorden, daarom dacht ik : waarom niet op de blog ? Voor het pure plezier van het schrijven ? Het verzamelen van herinneringen, wat volgens Gretchen Rubin, bijdraagt tot geluk ? Vandaar een nieuwe rubriek : 1000 vragen over mezelf.

Niets weerhoudt je om mee te doen !

zelf-sabotage. En dat ik daar goed in ben.

zelf sabbotageBig fail. Schaamte en boosheid

De 40dagen fit challenge is een big fail geworden. Zelfs terwijl ik dit aan het schrijven ben overvalt mij niet alleen het gevoel van falen maar ook van schaamte en zelfs boosheid. Boosheid op mezelf. Omdat ik geen zinnig excuus kan bedenken. Of jawel, ik heb er wel, maar ik aanvaard ze niet.

Dat stemmetje in mijn hoofd

Woensdag besloot ik dat het niets zou worden, die uitdaging. Ik zat zo achterop dat het met geen mogelijkheid meer goed te krijgen was. Drie weekends op rij ziek en tussendoor gaan werken om na het werk compleet uitgeput in de zetel te landen. (Wat ik dus niet als excuus aanvaard). Bevrijd van de uitdaging of opgelucht ging ik woensdag eindelijk lopen. Lopen ! Dat was een eeuwigheid geleden ! En toen gebeurde het. Het gebeurt best veel, maar nu stond ik er zelf van te kijken. De stemmetjes in mijn hoofd.

  • Wat goed van mij dat ik aan het lopen ben, doet vreselijk deugd ! Ik geef dan wel de challenge op, maar ik ben nu toch goed bezig. Ik voel mij compleet in mijn nopjes. Fier op mezelf ! Eindelijk weer buiten om te lopen ! Zalig, zalig, zalig !  (Dat was bij de eerste kilometer)
  • Bij kilometer twee : Man, da’s toch wel lastig. Misschien ben ik te snel begonnen. Even gas terugnemen. Ho, mijn conditie is toch ook niet veel. Gezucht en gepuf.
  • En toen was ik aan kilometer drie : hoe snel loop ik eigenlijk ? Zou ik eens checken ? OMG ! Ik loop gelijk een tachtigjarige ! Dat is niet lopen, dat is strompelen ! Dat moet hier een serieus stuk sneller gaan ! 
  • Mijn longen liggen hier zowat uit mijn lijf. Ik ben kapot maar nee, ik geef niet op ! Ik haat dat toch lopen. Wat voor een onnozel wicht ben ik ! Ik weeg teveel ! Als ik 10 kg minder zou wegen zou ik veel sneller lopen. Had ik niet opgehouden met lopen, zou ik nu niet zo traag lopen. Heeft het zin dat ik weer herbegonnen ben ? Aan zo’n slakkentempo ? 

Soit, in die 5 km was ik van euforie en fierheid gegaan naar haat tegenover het lopen en een zelfwaardegevoel dat onder nul zat. Hoe was dat in hemelsnaam gebeurd ?

Ik bak er niets van

Onlangs hoorde ik van een opdrachtgever dat ik mezelf (te)veel druk op leg. Het was dezelfde man die mij in zak en as had gezien toen ik terloops van mijn eigen werk zei dat ik vond dat ik er niets van bakte. Ik kreeg terstond een mail dat ik niet aan mezelf moest twijfelen. Ik probeerde naar mijn werk te kijken en te zien wat ik anders kon doen en vooral te bepalen wanneer ik het goed zou vinden. Tot mijn grote verbazing (?) kwam ik tot de conclusie dat ik die grens niet vond. Met andere woorden ik kon mij niet voorstellen dat ik het ooit überhaupt goed zou vinden.
Toen kreeg ik van mijn begeleider de opdracht om naar mijn werk te kijken als naar dat van een collega. Wat zou ik van dit werk vinden als mijn collega het zou hebben gemaakt ? Weerom tot mijn grote verbazing had ik een ander en veel milder oordeel. Ik vond het niet zo slecht. Ik vond het zeker voldoende en er zaten goede stukken in. Waarop de begeleider zei: waarom vind je dat dat niet over je eigen werk ?

Behandel jezelf als een ander

Het is een advies dat ik ter harte moet nemen. Wat zou ik tegen mezelf zeggen als ik mezelf niet was ? Ik hoef, wat dat lopen betreft, niet ver te zoeken, wat dit zei het lief :

‘Ferm, dat je onmiddellijk zo’n stuk kunt lopen nadat je maanden niet gelopen hebt. Je lichaam zal zich snel aanpassen, dat zal dag na dag wel beter gaan’. 

Ik denk dat ik aan een ander hetzelfde zou zeggen. Meer nog, ik zou gezegd hebben dat het wel heel knap is om in de gietende regen (want dat was het !) te gaan lopen. Maar waarom kan ik dat niet tegen mezelf zeggen ?

Het antwoord weet ik niet, het zal wel een kluwen van factoren zijn. Eentje daarvan is het niet vinden van mijn eigen norm. Of anders gezegd: de hoogte waarop de lat voor mij moet liggen. Waarom laat ik mij uit het lood slaan door cijfertjes op mijn sporthorloge terwijl het mij uiteindelijk (echt waar !) om het plezier van het lopen gaat ?

Ik vond dat loopje best confronterend. Ondertussen ben ik nog gaan lopen en heb mezelf voorgenomen om sowieso niet meer naar de cijfertjes van mijn Garmin te kijken. En wat die stemmetjes betreft, ik loop weer met muziek. Wanneer één van die stemmetjes weer begint te zaniken, verplicht ik mezelf om, althans innerlijk mee te zingen met het nummer. 1 – 1 voorlopig !

 

 

1000 vragen

10 000 vragen #85 Hoe geduldig ben je ?

geduld heb ik niet

Heel erg geduldig. Totaal niet.

Ik dacht te schrijven ‘dat valt wel mee’. Ik kan best wel geduldig zijn. Maar toen ik dacht wat het lief zou antwoorden, wat hij er van zou vinden, wist ik zo dat hij ‘helemaal niet’ zou zeggen. Of soms wel. Maar eerder niet dus.

Moedeloos word ik er van, geen geduld dus

Er zijn momenten dat ik meer geduld heb dan een gemiddelde Vlaming. Dat denk ik althans. Zo maak ik mij nooit druk over lange rijen aan een kassa. Files vind ik allesbehalve leuk, maar ik maak er mij niet druk in. Ongeveer iedere werkdag zijn er wel een paar waaghalzen die mij op weg naar het werk voorbij steken, ik hou mij dan netjes aan de voorgeschreven 70 km per uur. Ik veronderstel dat zij er het geduld niet voor hebben.

Evengoed scoor ik gigantisch laag  wat geduld betreft. Vergaderingen die niet vooruitgaan. Ik word er moedeloos van en hoop soms op een kortsluiting zodat de vergadering wel moet eindigen. Besluitloosheid. O ! M ! G ! Dan heb ik zin om op tafel te staan en met luidspreker te roepen ‘Besluit ! Eender wat ! Maar Maak Er Een Gedacht Van !’.  Ik heb meer moeite met besluitloosheid dan wel een besluit waar ik niet achter sta. Kan tellen wat mijn ongeduld betreft. Het adagio dat het vooruit moet gaan is hier een dogma.

Toonbeeld van geduld

Dat zal wel overdreven zijn, maar soms hou ik het gigantisch lang uit. Daar waar anderen ongeveer door het dak zouden gaan. Zo ga ik graag om met oude mensen – wiens tempo laag ligt. Of met de opa, zwaar dementerend, waarbij je onmogelijk kan rekenen op je eigen planning. Weg met ‘dat het vooruit moet gaan’, maar blijkbaar boort deze man een geduld in mij aan dat anders zelden tevoorschijn komt. Misschien omdat ik zo goed besef dat daar geen forceren aan is, het is wat het is.

Ik zou best wat meer geduld willen hebben

In dit alles vrees ik dat ik weinig geduld heb met mezelf. Het moet vooruit gaan en er moet gepresteerd worden. Ik wéét dat dat onhoudbaar als het altijd moet, dat het gewoonweg om problemen vraagt. Maar de drive is groot. Of het ongeduld. Of dit.

Ook voor mijn medemens zou ik bij tijden best wat warmer zijn als ik meer geduld had. Dan mag ik me in het verkeer wel netjes aan de snelheidslimiet houden, in het gewone leven raas ik voorbij en kan ik behoorlijk ongeduldig zijn tegenover hen die zachtjesaan verder tukken op een weg die ‘We Zien Wel’ heet. Ik raas liever op de weg van Actie. Niks van, ‘we zien wel’, maar ‘we doen !’.

Met dat geduld zit het voorlopig nog niet echt goed. Bij jullie ?

 

“1000 vragen aan mezelf”  gaat terug op een boekje dat een tijd geleden bij Flow zat. Het is een klein boekje en er is geen plaats voorzien om te antwoorden, daarom dacht ik : waarom niet op de blog ? Voor het pure plezier van het schrijven ? Het verzamelen van herinneringen, wat volgens Gretchen Rubin, bijdraagt tot geluk ? Vandaar een nieuwe rubriek : 1000 vragen over mezelf.
Niets weerhoudt je om mee te doen !