Tagarchief: onderwijs

onderwijspraat

Onderwijspraat: sober, sec, zonder toeters en bellen – rust in de klas

Als de rust in de klas (voorgoed) verdwenen is

“Ik geef anders les: sober, sec, zonder toeters en bellen”. Dit citaat komt niet van mij. Ook niet van een nabije collega. Aan het woord is een onderwijzeres uit het basisonderwijs. Haar school werd geconfronteerd met wat in de wandelgangen ‘een onhandelbare klas’ wordt genoemd. Een klas waar je nauwelijks of niet aan lesgeven toekomt omdat het gedrag voortdurend moet worden bijgestuurd. Een klas op stelten, volgens het artikel.

Een zeer diverse klasgroep

Volgens het artikel ging het om een “heel dynamische, diverse klasgroep: licht ontvlambare karakters, kinderen met leerstoornissen, anderstalige nieuwkomers”. Ik denk dat je al ver zal moeten zoeken om een klasgroep te vinden die een homogene culturele achtergrond heeft of waar géén kinderen met leer- of gedragsstoornissen zitten. De klasgroepen worden alsmaar diverser en de zorgvragen alsmaar groter. Spijtig genoeg ook de klassen, en dat is zeker niet bevorderlijk voor de rust van de klas.

Rust in de klas met tegendraads lesgeven

Wat mij het meest verwonderde in het artikel was de manier waarop de onderwijzers dit hebben aangepakt. Voor velen zal het lijken alsof ze een paar decennia terug zijn gegaan in de onderwijswereld. Vaste plaatsen. Vaste momenten. Een sobere klasinrichting. Wie het artikel leest kan zich moeilijk ontdoen van de indruk dat er duidelijke regels en afspraken zijn, dat het voor sommige leerlingen wat ‘streng’ kan overkomen.

Monkeymind

 

Er wordt wel eens gezegd dat jongeren moeite hebben met concentratie. (Brein-)deskundigen als Theo Compernolle verwijzen meermaals naar klik/switchcultuur van internet. Je hersenen krijgen bij iedere klik een shot dopamine. Verslavend werkt het, dus wie een lange tekst moet doornemen is gauw verveeld. Liever snel ‘kliksgewijs’ informatie verwerken. Informatie die trouwens niet al te lang blijft hangen. Als een aapje van het ene naar het andere springen. Het lijjkt mij absoluut niet bevordelijk voor de rust in de klas.

Angst voor grote gehelen, volledige zinnen

Laat dit nu (het continu switchen) net zijn wat in het onderwijs vaak wordt aangereikt. Kleines stukjes tekst. Woordjes invullen in plaats van zinnen te schrijven. Youtube fragmenten. Van het ene naar het andere. Door het continu schakelen van de aandacht “breekt” je aandacht. Geen verdeelde aandacht, maar een gebroken aandacht, dixit Compernolle.

Een vicieuze cirkel

Ik heb best wel mijn bedenkingen bij veel onderwijsmethoden en zeker diegene die het lezen van een langere tekst schuwen, methodes waarbij men continu goochelt met nieuwe input en nieuwe werkvormen. Ervan uitgaand dat kinderen toch niet rustig geconcentreerd kunnen zijn. Is het verwonderlijk dat kinderen onrustig zijn dan ? In een lesgebeuren dat continu, op allerlei manieren schreeuwt om aandacht ? Wordt hier niet gewerkt aan een vicieuze cirkel ?

Heimwee naar vroeger

De aangehaalde leraren hebben voor rust gekozen. Voorspelbaarheid als tegenhanger van ‘spannend en klick/switch’.  Uit ervaring weet ik dat het werkt. Soms schreeuwen leerlingen om rust. Het hele opzet van het uurrooster in het middelbaar is al voorzien op ‘schakelen’.  Concentreer je je 45 minuten op een verhaal uit een Franse roman, dan moet je brein weer omschakelen naar wiskunde. Versnippering zit in het onderwijs ingebakken.
Vele handboeken zijn gericht op het zo versnijden van informatie dat het dan misschien wel hapklaar is maar nog nauwelijks smaakt. Laat staan dat het blijft hangen.

Soms – en misschien wordt het mij kwalijk genomen – heb ik heimwee naar de ‘oude’ manier van lesgeven. Het werd ‘toegestaan’ dat je gewoon luisterde. Je kon zelfs dagdromen als je wou. Nu moet je actief meewerken, al is dat helemaal niet je aard. Je moet continu sociaal zijn.

Ik begrijp best dat leerlingen doodmoe zijn. Of onrustig. We moeten niet terug naar de leraar waar iedereen schrik voor had (was dat echt zo ?) en je amper mocht bewegen. Toch denk ik dat we momenteel het kind met het badwater weggooien….

 

1000 vragen over mezelf

1000 vragen #66 Op welk nummer kan je lekker dansen ?

Over die keer dat ik helemaal uit de bol ging met honderden leerlingen rond mij (die niet dansten !) Ook dat.

Geef mij maar de hele dansvloer

Ik dans ontzettend graag.  Het liefst in een lege sportzaal zonder zweetgeur en met een klein groepje vrienden. Geloof het of niet, maar ik kan echt wel de hele dansvloer aka de ruimte van een sportzaal benutten. Of de helft toch. Ik kan helemaal uit mijn bol gaan. Dat heb ik trouwens bewezen.

Helemaal los op de keukenvloer

Het lief en ik dansen geweldig graag en we spreken van geluk dat onze keuken groot genoeg is. Het lief is al even gek als ik. Horen we plots iets op de radio, dan gooien we echt helemaal los. Lang houden we het nooit vol, want we dansen beiden zo intens dat het kan tellen als een crossfit workout ! 

Elektriciteit – verdwijnen

Wanneer ik dans dan ervaar ik hetzelfde als Billy Elliot. Hij verwoordde het zo toen hem gevraagd werd wat hij voelde bij het dansen :

 Don’t know. Sorta feels good. Sorta stiff and that, but once I get going… then I like, forget everything. And… sorta disappear. Sorta disappear. Like I feel a change in my whole body. And I’ve got this fire in my body. I’m just there. Flyin’ like a bird. Like electricity. Yeah, like electricity.

Dansen op het werk

Een tijd geleden was er op onze school een free podium en het nummer ‘Happy’ werd gezongen. Het lief en ik stonden helemaal achteraan in de zaal. Honderden leerlingen voor ons keken allemaal richting podium. Het lief en ik hadden als taak te surveilleren. We stonden elk aan een kant en hadden echt niets afgesproken, maar begonnen plots te dansen. We gingen er helemaal in op. We dachten – omdat we toch helemaal achteraan stonden – dat de leerlingen er niets van zouden merken.

Maar een dansend lerarenkoppel dat plots vollen bak danst, dat is voor leerlingen best bijzonder. Zo bijzonder dat het hele publiek zich draaide en wij een heel nummer ten beste gaven. We kregen de hele ‘turnzaal’ voor ons. Geweldig was dat.

Bekaf waren we nadien. Dat ook.

Maar het blijft één van de mooiste herinneringen ooit op het werk. Het lief en ik, ‘in functie’, zomaar dansend op ‘Happy’. Zalig !

Hebben jullie ook zo één lied dat eruit schiet ? 

“1000 vragen aan mezelf”  gaat terug op een boekje dat een tijd geleden bij Flow zat. Het is een klein boekje en er is geen plaats voorzien om te antwoorden, daarom dacht ik : waarom niet op de blog ? Voor het pure plezier van het schrijven ? Het verzamelen van herinneringen, wat volgens Gretchen Rubin, bijdraagt tot geluk ? Vandaar een nieuwe rubriek : 1000 vragen over mezelf.
Niets weerhoudt je om mee te doen !
Snapshot diary

Snapshot diary week #36/2017 Terug naar school !

Dit overzicht is precies een ‘onderwijs’babbel geworden. Het begin van het schooljaar zit daar natuurlijk voor alles tussen !

De leerlingen vielen net niet in slaap

Het echte lesgeven begon voor mij pas op maandag. Nou ja, voor vele van mijn collega’s. Niet dat de leerlingen er vrijdag niet waren, maar er werd nog niet vollen bak les gegeven. Dit jaar heb ik allemaal nieuwe leerlingen en was het vooral een kwestie van wederzijdse kennismaking. Ze waren enthousiast en vol energie. Althans op maandag. Dinsdag waren ze nog altijd enthousiast, maar ik zag de vermoeidheid in hun lijf. De ijdele hoop om echt geconcentreerd te zijn. Even dacht ik : we trekken naar het LO-lokaal en leggen ons daar neer op de matten. In een kring. Met kussentjes. Ik lees wel een goed verhaal.
Dat heb ik nog nooit gedaan. Dat lijkt mij iets van de lagere school. Toch had ik echt medelijden met hen. Sommigen waren op van 6 uur. Dat is toch niet min.
Sommige leerlingen zijn maandag begonnen aan het opbouwen van hun slaaptekort. Een gigantisch onderschat probleem.

Die vakantie lijkt al weer eeuwen geleden

Dat is natuurlijk overdreven. Héél erg. Want ik doe het regelmatig. Mijn ogen sluiten en ik ben weer in Pollinkhove, waar het lief en ik het hoogtepunt van onze vakantie beleefden. Toch viel het mij op hoe snel we beiden weer in de routine zaten. Naar verluidt duurt het positieve effect van vakantie maar 1 week.  Dat geloof ik best. Anderzijds geloof ik enorm in de kracht van (positieve) herinneringen en ook wel van het uitzien naar iets. Er zijn al nieuwe (kleine) vakanties gepland. Dat maakt al de rest heel draagbaar.  Oké, nu is het druk, maar er komt weer iets moois. Het is geen eindeloze routine. Er zit ritme in het verhaal.

Ook in de leraarskamer leek niets te zijn veranderd in vergelijking met 3 maanden geleden. We eten weer uit brooddozen en snacken weer massaal om 10 uur.  We zeulen met flesjes water en kijken nog snel onze lessen na.  Niets lijkt veranderd.

 

Nieuwe routines

Een nieuw schooljaar betekent ook nieuwe routines. Mijn opdracht is behoorlijk minder zwaar dan vorig jaar dus heb ik meer tijd over.  Tijd die ik nog in schema wil brengen. Tijd om te sporten, tijd om met ‘opa’ te wandelen. Gek genoeg (of juist niet) ook tijd om méér bezig te zijn met de lessen die ik geef. Zodat ik ze dieper kan evalueren. Ik kan daar best van genieten.

Het lief als de bewaker van kwaliteit

Het lief is zo’n beetje de bewaker van mijn ritme. Ik zou àltijd achter mijn bureau zitten. Er is altijd iets te doen en het is nooit genoeg in mijn ogen. Ik zal dàn wel eten. Als alles af is, zal ik wel ontspannen. Alleen is dat natuurlijk een illusie. Het werk is nooit af. Het huis toont nog altijd alle sporen van de werkmannen die hier hevig te keer gingen. In mijn hoofd heb ik allerlei dromen over dat huis.

Gelukkig zegt het lief dan: kom, we gaan wandelen. Kom, we gaan uit eten. Laten we eens naar Hasselt gaan.

Waarom, zeg ik dan, heb je kleren nodig of zo ? Om bij jou te zijn, zegt hij. Want ook dat zou ik vergeten.

Een geweldig lief heb ik !

 

 

1000 vragen over mezelf

1000 vragen #65 Ben je geworden wat je vroeger wilde worden ?

Nog niet eens afgestudeerd en … ‘raak’ !

Ik werd gerekruteerd toen ik nog studeerde. Dat klinkt alsof ik een bijzonder talent heb, maar het was van beide kanten (werkgever en mezelf) de logica zelve. Sedert mijn 16de werkte ik freelance voor een aantal tijdschriften die onder hetzelfde uitgevershuis woonden, een contract voor onbepaalde duur leek het logische gevolg.
Schrijven, research, persconferenties, ik had er echt wel mijn ding. Dit was mijn droom en hij werd mij op een plaatje geserveerd.

Zo jong, (zo mooi ?) en zo alleen

Ik kwam terecht in een team van mensen die allemaal stukken ouder waren dan ik. Daar kwam bij dat ze minder verdienden. Niet dat ik ooit over mijn loon heb onderhandeld. Ik had werkelijk geen idee. Alles leek mij ‘veel geld’ in vergelijking met mijn studententoelage. Maar het geen goede start. Ik kwam in een team terecht dat goed draaide en geweldig geroutineerd was en van mij werd ‘het verse bloed’ verwacht. Er was geen coaching en ik kreeg alle vrijheid die ik wilde. Maar ik was te jong. ‘Nieuwe ideeën’ werden onmiddellijk van de tafel geveegd als ‘we hebben dat al geprobeerd’. Men hield me niet tegen en ik werd alsmaar eenzamer. De verkoopcijfers gingen niet spectaculair naar omhoog en dat werd ook wel verwacht.

Ik nam ontslag en zou gaan studeren

Dit zou het dus niet worden.  Mijn man zou aan zijn (betaalde) doctoraat beginnen en ik zou terug gaan studeren. Filosofie.  De eerste jaren was ik broodwinner voor hem – hij studeerde nog – nu werden de rollen omgekeerd. Mijn werkgever was netjes, betaalde me door tot mijn studie in oktober zou beginnen. Er wachtte ons een zomervakantie van 3 maand. Hij afgestudeerd, ik uitziend naar een volgende studie.

Het liep helemaal mis

Het loopt niet altijd zoals we willen en in wat drie zalige zomermaanden moesten worden, werd ik weduwe, waardoor het de donkerste maanden van mijn leven werden. Het betekende ook ‘einde droom studie filosofie’ want er moest brood op de plank komen. Ik nam een interim aan in het onderwijs en van het één kwam het ander. Lees : meer dan een kwarteeuw onderwijs.

Is dit wat ik wilde ?

Een kwarteeuw onderwijs dus. Meer zelfs. Zou ik het opnieuw doen ? Nee. Zeker niet. Doe ik het tegen mijn zin, gelukkig ook niet. Die jonge mensen maken véél goed. Heel veel. Ik zie mezelf als een enthousiaste leraar. Mijn leerlingen liggen me héél na aan het hart. Ik geef met hart en ziel les. Toch begrijp ik dat het beroep van leraar niet aantrekkelijk is. Voor wie denkt dat het om het loonbriefje gaat, dat is bij mij zeker niet het geval. Er zijn andere redenen waarom ik niet meer in het onderwijs zou gaan.

Taboe onder leraren

Misschien moet ik daar eens een apart blogje over schrijven. Het taboe onder leraren is echter zeer groot. Deze leraren krijg snel het etiket lui te zijn en snel te klagen. Er wordt snel met cliché’s gegooid: zoveel vakantie ! Dat ze eens op een ander werken ! Dat op zich is soms echt vermoeiend. Al die meningen over het onderwijs. Ik heb nooit zoveel meningen gehoord over het beroep van slager. Of van postbode. Metsers komen zelden of nooit in het nieuws. Over het beroep van leraar is er een grote publieke opinie.  Dat het niet goed gaat met het beroep verwondert me niets.

Noot : geheel onafhankelijk schreef Elke vandaag iets in dezelfde trant. Specifieker, maar ik kon het evengoed zelf geschreven hebben.

“1000 vragen aan mezelf”  gaat terug op een boekje dat een tijd geleden bij Flow zat. Het is een klein boekje en er is geen plaats voorzien om te antwoorden, daarom dacht ik : waarom niet op de blog ? Voor het pure plezier van het schrijven ? Het verzamelen van herinneringen, wat volgens Gretchen Rubin, bijdraagt tot geluk ? Vandaar een nieuwe rubriek : 1000 vragen over mezelf.
Niets weerhoudt je om mee te doen !