Tagarchief: school

onderwijspraat

Daar is het (Kerst-)rapport ! Over de relativiteit van cijfers

rapport

Het kerstrapport

In vele huizen gebeurt het deze week: het ontvangen van het rapport. Zijn de verwachtingen ingelost, zijn de uitdagingen aangegaan of valt het toch minder mee dan verwacht. Wat er ook van zij, weinig mensen, zowel leerlingen als ouders zijn ongevoelig voor dat rapport. Staan daar ‘goede’ cijfers op, dan is het verhaal dikwijls kort. Een behoorlijke schouderklop en op naar de vakantie. Maar soms loopt het ook niet zo goed. Staan er cijfers onderlijnd of is de feedback van leraars onverwacht. Dat kan nogal eens tegenvallen.

Cijfers zeggen niets over wie je bent

Ik zie het al jaren en het gaat er niet uit: de identificatie van jongeren met hun cijfer. Vooral als dat cijfer zogezegd laag ligt. Dan kijken ze mij aan alsof ze zelf maar een zesje zijn. Alsof ze in de groep de zwakste zijn. Met pijn in het hart zie ik het aan. Zeker als leerlingen diep ontgoocheld zijn in zichzelf. Wat zeggen cijfers ? Ze zeggen iets over de mate waarin je een beperkte hoeveelheid leerstof beheerst. Misschien iets over je inzet, maar niet noodzakelijk over je talent. Iedereen kent het verhaal van de leerling die een overschot aan talent heeft maar niet presteert als het op punten aankomt. Dat cijfer zegt dat misschien vooral iets over inzet en motivatie, of over de leefwereld waarin een jongere leeft. Volwassen worden is bij tijden best heftig en niet elke jongere walst daar doorheen. Dus nee, je cijfer zegt niets over wie je bent.

Rapporten zijn er om vooruit te kijken, niet achteruit

In de onderwijswereld wordt het woord ‘toetsen’ meestal vervangen door evaluaties. Ik vind dat zelf veel beter klinken als een toets. Toetsen doen onmiddellijk denken aan punten en scoren. Evaluaties kijken eerder achterom om vervolgens gesterkt aan de toekomst te denken. Wat ging goed ? Wat niet ? Waarom ging het niet naar verwachtingen ? Waar moet worden bijgesteld ? Waar ben ik sterk in ? Waarom lukt het ene me zonder problemen en het andere niet ? Zijn er zaken waar ik teveel energie in steek en in andere te weinig ?

Het zijn vragen die dikwijls niet gesteld worden omdat rapporten veelal worden gezien als een blik in het verleden terwijl ze net een opstapje zouden moeten zijn naar de toekomst. Uit rapporten zou je moeten leren zodat je kan groeien en evolueren naar wat jouw talent is.

Wat als het rapport tegenvalt

Misschien beperkt het gesprek zich tot ‘Goed gedaan’ en die schouderklop. Geweldig is dat. Maar het is niet evident. De ontgoocheling zit soms diep. Ook voor wie hard gewerkt heeft en alles op alles heeft gezet. Dat kan hard aankomen. Werk dat niet lijkt te lonen. Dan is zo’n gesprek over de non-identificatie met cijfers bijzonder belangrijk. Wat een rapport evalueert is maar heel weinig van alle mogelijke talenten.

Zelden of nooit staan er cijfers op voor een geest van samenwerking, nauwgezetheid. Hoe kan je creatief denken omzetten in cijfers ? Kreeg ooit een leerling een goed cijfer omdat hij in een klasgroep diegene is die bij ruzies de kalmerende factor is ? Of de organisator van leuke dingen ? Kreeg iemand ooit een cijfer omdat hij zorgzaam was voor zijn medeleerlingen ? Omdat hij uitblonk in verantwoordelijkheidszin ? Toch allemaal talenten die heel belangrijk zijn ! Zit je kind echt in de put omwille van dit rapport, dan is het belangrijk om het op deze manier toch eens letterlijk te relativeren : in perspectief te zetten.

Soms lukt het niet in die studierichting

Soms lukt het niet. Ondanks de inzet en ondersteuning blijven de verwachte cijfers uit. Het is dan een kwestie van niet bij de pakken te blijven zitten, want laveert zo’n jongere van teleurstelling naar teleurstelling. Meestal wordt dan onmiddellijk gedacht op het hebben van talent voor een of andere studierichting, maar het kan evengoed om de aard van het beestje gaan. Er zijn jongeren voor wie 6 uur op een stoel zitten er over is. Die worden daar regelrecht gek van. Er zijn jongeren die zichzelf niet gemotiveerd krijgen om na al die uren stoel zitten ook nog eens terug de bureau op te zoeken om te studeren.

Het zijn mannen en vrouwen van de actie, van het overleg, van het experimenteren, van trial and error. Spijtig genoeg is ons onderwijs daar nog niet echt op voorzien op dit type jongeren en is de focus toch het verwerken van kennis door studie (lees: achter boeken en computers zitten) terwijl er natuurlijk tig manieren zijn om dingen te leren.  

De band met je zoon/dochter versterken

Wat er ook van zij, zo’n kerstrapport is het moment om eens een goede babbel te hebben met je zoon of dochter. Zodat hij of zijn zijn eigen traject in handen kan nemen, samen met jou kan bepalen wat belangrijk is en wat niet, waar aan gewerkt kan worden en waar het een kwestie is van nodeloze energie pompen. De band met je zoon/dochter kan er alleen beter op worden !

1000 vragen over mezelf

1000 vragen #66 Op welk nummer kan je lekker dansen ?

Over die keer dat ik helemaal uit de bol ging met honderden leerlingen rond mij (die niet dansten !) Ook dat.

Geef mij maar de hele dansvloer

Ik dans ontzettend graag.  Het liefst in een lege sportzaal zonder zweetgeur en met een klein groepje vrienden. Geloof het of niet, maar ik kan echt wel de hele dansvloer aka de ruimte van een sportzaal benutten. Of de helft toch. Ik kan helemaal uit mijn bol gaan. Dat heb ik trouwens bewezen.

Helemaal los op de keukenvloer

Het lief en ik dansen geweldig graag en we spreken van geluk dat onze keuken groot genoeg is. Het lief is al even gek als ik. Horen we plots iets op de radio, dan gooien we echt helemaal los. Lang houden we het nooit vol, want we dansen beiden zo intens dat het kan tellen als een crossfit workout ! 

Elektriciteit – verdwijnen

Wanneer ik dans dan ervaar ik hetzelfde als Billy Elliot. Hij verwoordde het zo toen hem gevraagd werd wat hij voelde bij het dansen :

 Don’t know. Sorta feels good. Sorta stiff and that, but once I get going… then I like, forget everything. And… sorta disappear. Sorta disappear. Like I feel a change in my whole body. And I’ve got this fire in my body. I’m just there. Flyin’ like a bird. Like electricity. Yeah, like electricity.

Dansen op het werk

Een tijd geleden was er op onze school een free podium en het nummer ‘Happy’ werd gezongen. Het lief en ik stonden helemaal achteraan in de zaal. Honderden leerlingen voor ons keken allemaal richting podium. Het lief en ik hadden als taak te surveilleren. We stonden elk aan een kant en hadden echt niets afgesproken, maar begonnen plots te dansen. We gingen er helemaal in op. We dachten – omdat we toch helemaal achteraan stonden – dat de leerlingen er niets van zouden merken.

Maar een dansend lerarenkoppel dat plots vollen bak danst, dat is voor leerlingen best bijzonder. Zo bijzonder dat het hele publiek zich draaide en wij een heel nummer ten beste gaven. We kregen de hele ‘turnzaal’ voor ons. Geweldig was dat.

Bekaf waren we nadien. Dat ook.

Maar het blijft één van de mooiste herinneringen ooit op het werk. Het lief en ik, ‘in functie’, zomaar dansend op ‘Happy’. Zalig !

Hebben jullie ook zo één lied dat eruit schiet ? 

“1000 vragen aan mezelf”  gaat terug op een boekje dat een tijd geleden bij Flow zat. Het is een klein boekje en er is geen plaats voorzien om te antwoorden, daarom dacht ik : waarom niet op de blog ? Voor het pure plezier van het schrijven ? Het verzamelen van herinneringen, wat volgens Gretchen Rubin, bijdraagt tot geluk ? Vandaar een nieuwe rubriek : 1000 vragen over mezelf.
Niets weerhoudt je om mee te doen !
Snapshot diary

Snapshot diary week #36/2017 Terug naar school !

Dit overzicht is precies een ‘onderwijs’babbel geworden. Het begin van het schooljaar zit daar natuurlijk voor alles tussen !

De leerlingen vielen net niet in slaap

Het echte lesgeven begon voor mij pas op maandag. Nou ja, voor vele van mijn collega’s. Niet dat de leerlingen er vrijdag niet waren, maar er werd nog niet vollen bak les gegeven. Dit jaar heb ik allemaal nieuwe leerlingen en was het vooral een kwestie van wederzijdse kennismaking. Ze waren enthousiast en vol energie. Althans op maandag. Dinsdag waren ze nog altijd enthousiast, maar ik zag de vermoeidheid in hun lijf. De ijdele hoop om echt geconcentreerd te zijn. Even dacht ik : we trekken naar het LO-lokaal en leggen ons daar neer op de matten. In een kring. Met kussentjes. Ik lees wel een goed verhaal.
Dat heb ik nog nooit gedaan. Dat lijkt mij iets van de lagere school. Toch had ik echt medelijden met hen. Sommigen waren op van 6 uur. Dat is toch niet min.
Sommige leerlingen zijn maandag begonnen aan het opbouwen van hun slaaptekort. Een gigantisch onderschat probleem.

Die vakantie lijkt al weer eeuwen geleden

Dat is natuurlijk overdreven. Héél erg. Want ik doe het regelmatig. Mijn ogen sluiten en ik ben weer in Pollinkhove, waar het lief en ik het hoogtepunt van onze vakantie beleefden. Toch viel het mij op hoe snel we beiden weer in de routine zaten. Naar verluidt duurt het positieve effect van vakantie maar 1 week.  Dat geloof ik best. Anderzijds geloof ik enorm in de kracht van (positieve) herinneringen en ook wel van het uitzien naar iets. Er zijn al nieuwe (kleine) vakanties gepland. Dat maakt al de rest heel draagbaar.  Oké, nu is het druk, maar er komt weer iets moois. Het is geen eindeloze routine. Er zit ritme in het verhaal.

Ook in de leraarskamer leek niets te zijn veranderd in vergelijking met 3 maanden geleden. We eten weer uit brooddozen en snacken weer massaal om 10 uur.  We zeulen met flesjes water en kijken nog snel onze lessen na.  Niets lijkt veranderd.

 

Nieuwe routines

Een nieuw schooljaar betekent ook nieuwe routines. Mijn opdracht is behoorlijk minder zwaar dan vorig jaar dus heb ik meer tijd over.  Tijd die ik nog in schema wil brengen. Tijd om te sporten, tijd om met ‘opa’ te wandelen. Gek genoeg (of juist niet) ook tijd om méér bezig te zijn met de lessen die ik geef. Zodat ik ze dieper kan evalueren. Ik kan daar best van genieten.

Het lief als de bewaker van kwaliteit

Het lief is zo’n beetje de bewaker van mijn ritme. Ik zou àltijd achter mijn bureau zitten. Er is altijd iets te doen en het is nooit genoeg in mijn ogen. Ik zal dàn wel eten. Als alles af is, zal ik wel ontspannen. Alleen is dat natuurlijk een illusie. Het werk is nooit af. Het huis toont nog altijd alle sporen van de werkmannen die hier hevig te keer gingen. In mijn hoofd heb ik allerlei dromen over dat huis.

Gelukkig zegt het lief dan: kom, we gaan wandelen. Kom, we gaan uit eten. Laten we eens naar Hasselt gaan.

Waarom, zeg ik dan, heb je kleren nodig of zo ? Om bij jou te zijn, zegt hij. Want ook dat zou ik vergeten.

Een geweldig lief heb ik !

 

 

Terug aan het werk : 10 zaken waar ik gigantisch moet aan wennen !

Terug aan het werk en het lijkt wel alsof ik op een andere planeet terecht gekomen ben met andere gewoontes en een andere cultuur. Oké, dat is overdreven natuurlijk, maar dat van die cultuur die ànders is geenzins ! Lees maar mee !

1 Nadenken over welke kleren ik aandoe

Kijk, in de vakantie stak het niet zo nauw. Ik liep in shorts, droeg Birkenstocks en durfde al iets zonder mouwtjes te draag. Allemaal voorbij.

2 Nadenken over tijd

Ook in de vakantie maakte ik een planning over wat er op die dag te gebeuren stond. Maar of ik er nu een uur later of vroeger aan begon maakte niets uit. Het was zelfs helemaal niet erg als het een hele dag vooruitgeschoven werd omdat vrienden langskwamen. Onverwachte bezoekjes en zomaar zonder klok leven is passé.

3 Laat dat West-Vlaams maar achterwege ! 

Iedere zomervakantie praat ik meer West-Vlaams. Hoe relaxter, hoe meer West-Vlaams. Dat heeft natuurlijk te maken met het verhoogde contact met West-Vlaanderen en mijn familie aldaar. Eenmaal terug op het werk was het weer ‘Standaard Nederlands’

4 Zoveel volk op de wereld ! 

Deze week zat ik plots over vergaderingen waar meer dan 100 man aanwezig waren. Nou ja, eerder infosessies. Dat ben ik niet meer gewoon. Het klinkt nog al zoemende bijen rond mijn hoofd. Al dat volk ! Al die collega’s (en weet ik nog wel alle namen !). Tijdens mijn lessen zelf zit er constant 24 man voor mij. 24 ! help !

5 Ik maak weer deel uit van de file

Deze week mocht ik dat opnieuw ervaren. 100 minuten per dag. Behalve de tijd vind ik het filerijden best stresserend. Openbaar vervoer is geen alternatief. Met de elektrische fiets doe ik er nog langer over.  Maar ik overweeg het toch opnieuw. Omdat het toch wel stresslozer is. Algemeen is terug aan het werk toch ook wel terug naar meer stress.

6 Ik word weer aangesproken met ‘Mevrouw’

Toen ik de eerste dagen terug op het werk was, had ik niet eens door dat het over mij ging.
Mijn naam op het werk is blijkbaar ‘Mevrouw’.

7 Het moet allemaal héél juist zijn

Wat ik doe, wat ik ‘verkondig’, het moet allemaal helemaal juist zijn. Nauwkeurig. Dubble-checked. Kan mij niet herinneren dan ik in de vakantie ooit iets twee keer controleerde. Of het moesten de openingsuren van het zwembad zijn !

8 Sport en vrije tijd moeten worden gepland

Ik heb best veel gesport in de zomervakantie. Aangezien ik tijd genoeg had gebeurde dat bijna organisch. Ik hoefde mezelf niet eens extra te motiveren. Nu ik terug aan het werk ben loop ik het risico dat er van sporten niets in huis komt. Niet alleen van sporten, maar ook van echte ontspanning. Ik ben gevoelig aan werkverslaving. Het kan altijd beter en ik wil het ook echt goed.

9 Ik moet daadwerkelijk het eten organiseren

In onze vakantie planden we niets. Soms werd er gekookt en dan stapten we gewoon naar de winkel in ons dorp. Nog veel meer werd er niet gekookt en vonden we prima adresjes waar we verwend werden op lekker eten. We waren grote klanten van AH waarin we alle slaatjes hebben uitgeprobeerd. Nu moet dat eten georganiseerd worden of ik leef op snacks. Of erger nog: ik neem er gewoonweg de tijd niet voor.

10 de dagen worden korter

Dat vind ik misschien nog het allerergste. Het eind van de zomervakantie betekent ook het eind van de lange zomerdagen. Het vele licht buiten. Dat zal ik nog het meeste missen.

Welke grote veranderingen bracht het nieuwe werkjaar voor jullie mee ? Ik ben benieuwd !