Tagarchief: stress

1000 vragen

10 000 vragen #93 zeg je vaker ja of nee ?

ja zeggen

Nee is de comfortzone

Dus zeg ik daarom bijna steevast ja. Ik ken mensen die bij voorbaat nee zeggen en ik snap hun redenering, maar zelf denk ik ‘wie weet welke kansen je hebt laten liggen’. Nee is de comfortzone, nee is niet groeien. Maar nee is evengoed zelfbehoud. En daarom niet per definitie negatief. Ja is misschien wel de weg naar teveel, chaos, stress en het verliezen van perspectief.

Tegenover iedere ja staat ook een nee

Ik zei deze week ‘nee’ tegen een prachtaanbod waar alle variabelen goed zaten : uitdagend, innoverend, prima collega’s, geweldige voorwaarden, kortom, er zat werkelijk niets fout aan. Bijna to good to be true.  Ik werkte mee aan het proefproject en merkte dat het mijn leven behoorlijk begon te overheersen. Het was fun, ja hoor, ik leerde bij, ik groeide maar lag evengoed ’s nachts nog wakker. Ik geloofde zo in het project dat ik er voortdurende mee bezig was. Alles wat ik zag, las, linkte ik aan het project. Kortom: het slorpte me volledig op. Nu is zoiets niet erg omdat het zo’n positief project was, maar iedere ja komt met een nee. Mijn hoofd was altijd bezet. Ik kon niet meer genieten van vrije tijd. De zomervakantie die mij zo heilig was, stond op de helling. Ik zag hoe ik steeds minder op bezoek ging bij mijn zorgbehoevende schoonvader.

Waarom zeg je ja ?

Tot ik mezelf de vraag stelde of het dit allemaal waard was. Ik vroeg me ook af wat mij motiveerde. De motivatievraag is een goede toetssteen. Als ik verder was gegaan met het project dan had ik dat gedaan omdat ik het moeilijk had om nee te zeggen.

Jammer dat er meestal alleen maar  ja of nee bestaat

Er zijn mensen in mijn omgeving die op iedere vraag ‘nee’ zeggen. Ze zijn drukbezet en bewaken hun grenzen. Ze krijgen mijn bewondering. Anderzijds ontneem je je zelf misschien ook wel behoorlijk wat kansen door altijd nee te zeggen.  Sommige ‘ja’s worden heel absoluut geïnterpreteerd. Als je één keer ja zegt kijkt men je raar aan als je volgende keer ‘nee’ zegt. (Diegene die altijd nee zegt wordt dikwijls ontzien, want daar wordt niets van verwacht). Soms is de vraag zo vaag ‘Zie je het zitten om … ‘ en verwacht men een ja of nee antwoord terwijl de vraag niet eens omlijnd is.

Regels bij het antwoorden van ja of nee

Ik heb zelf een aantal regels over het al dan niet ja zeggen op vragen.

  1. Antwoord altijd met ‘daar zal ik over nadenken’
  2. Vraag wat er concreet verwacht wordt
  3. Maak duidelijk wat je engagement wel en niet is
  4. Verontschuldig je niet omwille van je nee, tenzij de taak deel uit maakt van je job
  5. Maak de nee niet persoonlijk

Wie denkt dat ik altijd mijn eigen regels volg zit er goed naast. Maar het gaat toch altijd maar beter. De eerste tip is sowieso de belangrijkste. Omdat het dikwijls wel persoonlijk wordt gezien koop je even tijd en wordt het antwoord minder persoonlijk. Beter een volle ja dan eentje waarop je moet afbieden.

Naar verluidt hebben vooral vrouwen het moeilijk met nee zeggen. Zou het echt ?

“1000 vragen aan mezelf”  gaat terug op een boekje dat een tijd geleden bij Flow zat. Het is een klein boekje en er is geen plaats voorzien om te antwoorden, daarom dacht ik : waarom niet op de blog ? Voor het pure plezier van het schrijven ? Het verzamelen van herinneringen, wat volgens Gretchen Rubin, bijdraagt tot geluk ? Vandaar een nieuwe rubriek : 1000 vragen over mezelf.
Niets weerhoudt je om mee te doen !

zelf-sabotage. En dat ik daar goed in ben.

zelf sabbotageBig fail. Schaamte en boosheid

De 40dagen fit challenge is een big fail geworden. Zelfs terwijl ik dit aan het schrijven ben overvalt mij niet alleen het gevoel van falen maar ook van schaamte en zelfs boosheid. Boosheid op mezelf. Omdat ik geen zinnig excuus kan bedenken. Of jawel, ik heb er wel, maar ik aanvaard ze niet.

Dat stemmetje in mijn hoofd

Woensdag besloot ik dat het niets zou worden, die uitdaging. Ik zat zo achterop dat het met geen mogelijkheid meer goed te krijgen was. Drie weekends op rij ziek en tussendoor gaan werken om na het werk compleet uitgeput in de zetel te landen. (Wat ik dus niet als excuus aanvaard). Bevrijd van de uitdaging of opgelucht ging ik woensdag eindelijk lopen. Lopen ! Dat was een eeuwigheid geleden ! En toen gebeurde het. Het gebeurt best veel, maar nu stond ik er zelf van te kijken. De stemmetjes in mijn hoofd.

  • Wat goed van mij dat ik aan het lopen ben, doet vreselijk deugd ! Ik geef dan wel de challenge op, maar ik ben nu toch goed bezig. Ik voel mij compleet in mijn nopjes. Fier op mezelf ! Eindelijk weer buiten om te lopen ! Zalig, zalig, zalig !  (Dat was bij de eerste kilometer)
  • Bij kilometer twee : Man, da’s toch wel lastig. Misschien ben ik te snel begonnen. Even gas terugnemen. Ho, mijn conditie is toch ook niet veel. Gezucht en gepuf.
  • En toen was ik aan kilometer drie : hoe snel loop ik eigenlijk ? Zou ik eens checken ? OMG ! Ik loop gelijk een tachtigjarige ! Dat is niet lopen, dat is strompelen ! Dat moet hier een serieus stuk sneller gaan ! 
  • Mijn longen liggen hier zowat uit mijn lijf. Ik ben kapot maar nee, ik geef niet op ! Ik haat dat toch lopen. Wat voor een onnozel wicht ben ik ! Ik weeg teveel ! Als ik 10 kg minder zou wegen zou ik veel sneller lopen. Had ik niet opgehouden met lopen, zou ik nu niet zo traag lopen. Heeft het zin dat ik weer herbegonnen ben ? Aan zo’n slakkentempo ? 

Soit, in die 5 km was ik van euforie en fierheid gegaan naar haat tegenover het lopen en een zelfwaardegevoel dat onder nul zat. Hoe was dat in hemelsnaam gebeurd ?

Ik bak er niets van

Onlangs hoorde ik van een opdrachtgever dat ik mezelf (te)veel druk op leg. Het was dezelfde man die mij in zak en as had gezien toen ik terloops van mijn eigen werk zei dat ik vond dat ik er niets van bakte. Ik kreeg terstond een mail dat ik niet aan mezelf moest twijfelen. Ik probeerde naar mijn werk te kijken en te zien wat ik anders kon doen en vooral te bepalen wanneer ik het goed zou vinden. Tot mijn grote verbazing (?) kwam ik tot de conclusie dat ik die grens niet vond. Met andere woorden ik kon mij niet voorstellen dat ik het ooit überhaupt goed zou vinden.
Toen kreeg ik van mijn begeleider de opdracht om naar mijn werk te kijken als naar dat van een collega. Wat zou ik van dit werk vinden als mijn collega het zou hebben gemaakt ? Weerom tot mijn grote verbazing had ik een ander en veel milder oordeel. Ik vond het niet zo slecht. Ik vond het zeker voldoende en er zaten goede stukken in. Waarop de begeleider zei: waarom vind je dat dat niet over je eigen werk ?

Behandel jezelf als een ander

Het is een advies dat ik ter harte moet nemen. Wat zou ik tegen mezelf zeggen als ik mezelf niet was ? Ik hoef, wat dat lopen betreft, niet ver te zoeken, wat dit zei het lief :

‘Ferm, dat je onmiddellijk zo’n stuk kunt lopen nadat je maanden niet gelopen hebt. Je lichaam zal zich snel aanpassen, dat zal dag na dag wel beter gaan’. 

Ik denk dat ik aan een ander hetzelfde zou zeggen. Meer nog, ik zou gezegd hebben dat het wel heel knap is om in de gietende regen (want dat was het !) te gaan lopen. Maar waarom kan ik dat niet tegen mezelf zeggen ?

Het antwoord weet ik niet, het zal wel een kluwen van factoren zijn. Eentje daarvan is het niet vinden van mijn eigen norm. Of anders gezegd: de hoogte waarop de lat voor mij moet liggen. Waarom laat ik mij uit het lood slaan door cijfertjes op mijn sporthorloge terwijl het mij uiteindelijk (echt waar !) om het plezier van het lopen gaat ?

Ik vond dat loopje best confronterend. Ondertussen ben ik nog gaan lopen en heb mezelf voorgenomen om sowieso niet meer naar de cijfertjes van mijn Garmin te kijken. En wat die stemmetjes betreft, ik loop weer met muziek. Wanneer één van die stemmetjes weer begint te zaniken, verplicht ik mezelf om, althans innerlijk mee te zingen met het nummer. 1 – 1 voorlopig !

 

 

1000 vragen

10 000 vragen #90 Hoe pep je jezelf op na een rotdag ? – mijn noodplan

noodplan

De ene rotdag is de andere niet

Ik heb een noodplan voor rotdagen. Klinkt drastisch, maar omdat ik nogal stressgevoelig ben en zelfzorg veel problemen kan vermijden heb ik voor mezelf een noodplan gemaakt in tijden van grote stress of rotdagen. Wat dat laatste betreft, even dit: de ene rotdag is de andere niet. Soms loopt het van geen meter en weet je dat het gewoon je dag niet was, Murphy had een hoogdag. Dit zijn rotdagen maar ik kan ze relativeren. De dag erop gaat het steevast beter. Anders is het als er echt problemen zijn waarbij geen oplossing in het zicht is of er veel weerstand is. Dagen waar je dag na dag tegen dezelfde problemen aan loopt. Dat is een ander soort rotdag.

Noodplan in tijden van (grote) stress

Regel 1:  Besef en goede communicatie

Ik ben geen goede babbelaar als het over problemen gaat. Maar ik heb wel geleerd dat goede communicatie veel oplost. Ik zeg nu zonder problemen tegen het lief of vrienden ‘Ik heb een slechte dag’, of ‘het gaat me niet af de laatste dagen’. Ik durf het evengoed tegen collega’s zeggen. Iedereen snapt dat. Nog nooit heeft iemand me raar aangekeken. Men weet dan onmiddellijk dat je niet op je vrolijkst zal zijn en dat je enthousiasme, dat er anders wel is, minder is. Door het te zeggen communiceer ik meteen ook dat ze zich geen zorgen hoeven te maken. Het heeft niet met hén te maken, het is geen reactie op wat er gebeurde. Ik zeg zoveel als ‘laat me nu even gerust’.

Oppeppen na een rotdag: do’s and don’ts

Don’t

  • Er over piekeren en het in mijn hoofd keer op keer herhalen hoe erg het wel is (of het dat nu werkelijk is of niet, het piekeren erover of het keer op keer opnieuw malen helpt me geen stap vooruit)
  • Idem wat het spreken (denk vooral ‘zagen’) met een ander betreft. Als het ‘roeren in de pot van frustratie’ is, dan verpest ik mijn en andermans humeur
  • Samenvallen met de emotie (ontgoocheling, boosheid, frustratie). Soms is die emotie er wel, maar ik mag er niet mee samenvallen. Die emotie vertelt me iets, maar dat is maar een stuk van het verhaal
  • Vervallen in non-actie (of het nu te maken heeft met de dag of totaal iets anders is, niets doen en stilvallen is geen goed idee). Denk aan: in je zeteltje kruipen en zielig wezen.

Do’s

  • Aanvaarden dat de dag rot was of de problemen er zijn en durven besluiten dat je momenteel (op de rotdag dus) niet tot echt goede oplossingen zal komen.
  • Je geliefden op de hoogte brengen. Dat het niet het moment is om moeilijke kwesties ten berde te brengen. Morgen gaat het beter !
  • Geen energie steken in het ‘verzet’ tegen de situatie. Het is wat het is. Niet boos zijn omdat dit of dat gebeurd is (verleden) maar vertrekken ‘vanaf hier’. Gegeven situatie x, wat kan ik doen ?
  • Tijdelijk loslaten en positieve dingen doen. (Actie !)
    • als ik fysiek uitgeput ben actief zoeken naar een goede serie/film op Netflix en er voor gaan. Dus niet: zappen of na 5 minuten weer een andere serie opzetten.
    • veel beter: een wandeling in ons dorp. Al is het maar een kilometer. Als mijn hoofd echt niet rustig te krijgen is luisteren naar een podcast
    • Zweten. Sporten ! Als in goed zweten. Beste oplossing bij serieuze frustratie, zeker als die in je lichaam geslopen is. De beste manier van ‘afreageren’. Als ik fysiek heel onrustig ben is dit de beste oplossing. (Wandelen of fietsen helpt ook, hoe groter de frustratie, hoe actiever ik het beste ben).
    • Een goed boek. Bij de eerste bladzijden heb ik het soms moeilijk om mijn gedachtestroom stil te leggen, ik verplicht mezelf om verder te lezen. Ook al betekent dit soms dat ik het eerste blad 3 keer opnieuw moet lezen.
    • Naar de bibliotheek gaan (als er tijd is). Brengt me altijd op andere gedachten en is inspirerend. Wat een effect de bibliotheek kan hebben !

Strijken als troostmiddel

Ik vind niet dat ik veel rotdagen heb. Maar ik heb wel soms echt zware dagen. Als er veel vergaderingen zijn, als er veel problemen zijn (die simpelweg opgelost moeten worden, geen frustraties). Dan benoem ik ze ook simpelweg als ‘zware dagen’. Dan bouw ik sowieso rustmomenten in (weekplanning). Ik weet dat ik na 4 uur vergaderen van mezelf geen supercreativiteit moet verwachten. Dan plan ik ‘werk’ waarvan het moet gedaan worden maar dat in kader van de timing bijna een verrukking is. Strijken bijvoorbeeld. De badkamer onder handen nemen. Dweilen. Zaken waar ik niet sta voor de springen maar op dat moment grote winst betekenen: ze verzetten mijn gedachten en ze geven me nadien een gevoel van voldoening.
Winwin dus.

Benieuwd hoe jullie omgaan met rotdagen ! 

“1000 vragen aan mezelf”  gaat terug op een boekje dat een tijd geleden bij Flow zat. Het is een klein boekje en er is geen plaats voorzien om te antwoorden, daarom dacht ik : waarom niet op de blog ? Voor het pure plezier van het schrijven ? Het verzamelen van herinneringen, wat volgens Gretchen Rubin, bijdraagt tot geluk ? Vandaar een nieuwe rubriek : 1000 vragen over mezelf.
Niets weerhoudt je om mee te doen !
Snapshot diary

Snapshot Diary week #04/2018 Brussel & hip hop wandelclub !

Ik pendelde uitzonderlijk voor het werk richting Brussel, vond weer aansluiting bij de wandelclubs en keurde een ‘opwarmmaaltijd’ van Pascal Naessens. Rechtsboven één van de best veranderingen van 2018. Sedert begin dit jaar is mijn bureau altijd maagdelijk leeg voor en na het werk. Goed hé  ? 

Geen wonder dat blue monday in januari valt !

Er is iets met de januari-maand. Eén van mijn vroegere bazen noemde het de uitzichtloze maand. De voorbije zomer is te lang geleden en de komende is nog niet in zicht. We zitten wat vast dus. Januari. Ik snap dus helemaal waarom Blue Monday in januari valt. Schrik had ik er niet van, want ik had al een hele Blue Week achter de rug. Deze week kon alleen maar beter worden. En ja hoor, dat was ook zo !

Ik weet eindelijk wat positieve stress is !

Nooit gedacht dat ik dit ooit zou zeggen, al helemaal niet omdat ik doodsimpel niet van drukte hou. Geef mij maar overzicht en orde ! Toch was het deze week druk, maar wel op een goede manier. Ik vroeg mij af hoe dat nu mogelijk was, hoe kon ik drukte interessant vinden ? Zelfs energie gevend ? Wanneer ik terugkijk naar alle drukte van deze week, dan was er één component: stress + nieuwe dingen leren. Ik werd een paar keer behoorlijk uit mijn comfortzone getild maar evengoed zo uitgedaagd dat ik helemaal wakker werd van enthousiasme. Nieuwe ideeën, creativiteit. Allemaal positieve stress. Ik geloof dat ik het zo positief vind omdat ik er zelf controle over heb en het niet gaat om dingen die van hogerhand worden beslist ‘zo en niet anders’. Dat gebeurt in mijn werkveld maar al te vaak. Iemand heeft iets bedacht en dat wordt plots de nieuwe religie !

Terug naar mijn wandelroots: de wandelclub

Dat wandelen fijn is, heb ik ontdekt via de wandelclubs. Uitgepijlde wandelingen met bevoorradingsposten, hoe makkelijk kan het zijn ? Later kreeg ik een wandelgps en liet ik de clubwandelingen een beetje links liggen. Voortaan wandelde ik volledig op GPX-tracks.

Het heeft beide zijn charmes, maar het mag zonder twijfel worden gezegd GPX-wandelen meer voorbereiding vraagt en daar had ik deze week echt geen tijd voor. Ik voelde – net zoals wellicht half Vlaanderen – dat ik na al die regendagen dringend buiten moest, maar het moest wel zo snel mogelijk georganiseerd worden. En laat dat laatste nu net door wandelclubs overal in Vlaanderen gedaan worden. Je kiest je startplaats en je afstand en weg ben je. Tussendoor heb je sowieso een sanitaire stop met bevoorrading aan kleine prijsjes. Hoe makkelijk kan het zijn ? Op die manier sprokkelde ik toch nog 20 km bij elkaar. Niet slecht en vooral gigantisch deugddoend ! Mijn geest snakte gewoon naar buitenlucht !

Ik kan de week met opgeladen batterijen beginnen !