Categoriearchief: boeken

Gelezen

Gelezen: 2 boeken over geestelijke gezondheidszorg

Tot mijn grote spijt kleeft op veel wat met psychische gezondheid te maken een groot taboe. Het zou ‘tussen je oren’ zitten en ‘een kwestie van wilskracht’ zijn. Als er boeken uitkomen die het begrip voor psychisch lijden en geestelijke gezondheidszorg willen vergroten, dan stel ik die graag voor. Er wordt dikwijls heldhaftig geschreven over somatische ziektes, psychisch lijden wordt meestal weggemoffeld en men weet er op z’n best niet goed weg mee.
Ik stel hier 2 boeken voor uit de praktijk.

Margo Van Landeghem: durven kijken naar trauma

Margo Van Landeghem, psychologe; vertelt ronduit over haar ervaringen in het pyschiatrisch ziekenhuis waar ze werkt. In dit dunne boekje (139 blz.) komen 2 onderwerpen aan bod die best meer aandacht mochten hebben in de media (en het boek !)

mensen met trauma

Enerzijds heeft Van Landeghem het over de intense gevolgen die trauma voor mensen kunnen hebben. Er is een theorerische uiteenzetting over hoe trauma zich nestelt in het denken en handelen van de getraumatiseerde. Lichaam en geest verkeren veelal in staat van hyperalertheid en vertrouwen in anderen is absoluut niet evident. Trauma beperkt zich niet tot het extreem zichtbare zoals een tsunami, een aanslag of een schokkende gebeurtenis.

Durven kijken naar trauma

Schokkend kan ook betekenen dat je niets hebt gekregen, dat je fundamentele zorg, ondersteuning of veiligheid hebt gemist. (…) In al die jaren als psycholoog ontmoette ik zo verschrikkelijk veel mensen die als kind opgroeiden in een omgeving die langdurig bedreigend,onveilig, angstaanjagend en onvoorspelbaar is.

Wat de gevolgen voor trauma zijn, wordt geïllustreerd door getuigenissen van cliënten van haar.

In het tweede deel van het boek laat ze clienten aan het woord die getekend zijn door trauma en begeleid worden door een therapeut.
De verhalen én de theorie maken duidelijk dat trauma niet iets is waar je ‘na een tijdje toch wel overheen stapt’.

Werken in de geestelijke gezondheidszorg

Ik heb het niet nageteld, maar een bijna de andere helft (van dit al dunne boekje) gaat over het werken als zorgverlener in een psychiatrisch ziekenhuis. De zorg staat onder druk en al evenzeer de zorgverlener. Het personeel staat steeds meer onder druk door allerlei protocollen, efficiëntie waardoor de job steeds moeilijker en zwaarder wordt. Daarbij worden de ambten steeds meer uitgehold. Zoals ze zelf schrijft: het lijkt wel alsof een psycholoog, met in zijn functieomschrijving ‘luistert actief naar de beslommernissen’ zo’n beetje een als een kapper is. (dixit de minister van volksgezondheid). Het is duidelijk dat Van Landeghem het moeilijk heeft met de huidige stand van zaken in de gezondheidszorg. Efficiëntie en lage kosten staan dikwijls voorop.
Door al deze maatregelen zijn zowel cliënten als zorgverleners de dupe en wordtdiemand er echt beter van.

Ingrid Nelis: Gekleurde Tranen

Gekleurde tranen

In ‘Gekleurde Tranen’ lezen we het (gedeeltelijke) levensverhaal van Ingrid Nelis. Een conflict op het werk kreeg zo’n proporties dat het haar leven op de helling zette en uitmondde in een proces. Dit werd zo zwaar dat ze intensieve therapie volgde. Later volgde de diagnose eierstokkanker, wat het allemaal nog moeilijker maakte.

In het boek lees je over hoe een conflict op het werk compleet ontspoort en hoe dit gigantische gevolgen heeft voor het leven van Ingrid. Als lezer is het echter moeilijk om je echt voor te stellen wat er nu echt gebeurd is. Ik veronderstel dat Ingrid Nelis om juridische en privacy reden niet echt diep op het verhaal ingaat, al is ze anders wel heel concreet in sommige zaken.

De lezer van dit boek blijft dikwijls verweesd achter: er wordt iets gezegd, iets aangeraakt en voor de rest heb je er het raden naar. Er is weinig uitdieping, ook niet wat haar eigen visie betreft. Ik had het daar best moeilijk mee.

Kritiek: Welk verhaal wil je brengen ?

Wat wil je nu eigenlijk vertellen, zou ik beide auteurs willen vragen.
Aan Margo Van Landeghem: gaat je boek over trauma of over de zorgverlening in de psychiatrie en hoe de job daar alsmaar moeilijker wordt gemaakt ?
Dat zijn twee totaal andere insteken. Ik geloof best dat Van Landeghem over beide onderwerpen méér had kunnen vertellen en er misschien stof voor 2 boeken was, maar spijtig genoeg heeft ze beide onderwerpen in 1 dun boekje gepropt waardoor de lezer behoorlijk op zijn honger blijft zitten.

Bij Ingrid Nelis had ik hetzelfde gevoel. Het is overduidelijk dat er heel veel verdriet en woede is om wat het conflict op haar werk heeft teweeggebracht. De kwaadheid is voelbaar, de roep naar gerechtigheid luid en haar geduld voor een uitspraak door de rechtbank wordt behoorlijk op de proef gesteld. Die uitspraak is er immers nog altijd niet.
Ze schuwt geen namen en in alle eerlijkheid, ik werd er soms bijna ongemakkelijk van.

Anderzijds gaat het boek over haar omgaan met lijden en wat ze leert over zichzelf gedurende psychotherapie. Haar lange weg hier leidde uiteindelijk tot een job als ervaringsdeskundige waarbij ze mensen met psychische kwetsbaarheid helpt.

Gemiste kansen

Bij beide boeken had ik het gevoel dat ze te snel geschreven zijn en er te weinig gewaakt werd over de coherentie van het boek. Toen ik de boeken in handen kreeg dacht ik ‘hip hip hoera voor een uitgeverij die dit aandurft’. Nu en dan zag ik een aanzet naar iets wat heel goed had kunnen zijn.

Moeilijke onderwerpen zijn hier uiteindelijk wel aangebracht en beide boeken zullen de lezers hopelijk tot meer begrip brengen ten aanzien van mensen met psychisch lijden. Maar toch blijf ik op mijn honger: de uitgeverij liet hier kansen liggen.

Praktisch:

Gelezen: Heida – Seinunn Sigurdardottir

Gelezen

Terug naar de natuur

Heida

Ik was onmiddellijk enthousiast toen ik over dit boek hoorde. De IJslandse Heida laat een modellencarrière in New York voor wat ze is en gaat als alleenstaande vrouw een boerderij runnen in het woeste IJsland. Haar leven staat sindsdien zo goed als geheel in het teken van de honderden schapen. Ze moeten worden gevoed, verzameld, beschermd. Het lammerenseizoen moet de toekomst waarborgen.

Soms vrees ik dat we als mens onze band met de natuur wat vergeten zijn. Verwarmde en verlichte huizen, werk dat we op alle mogelijke momenten kunnen (en moeten !) doen, contacten over de hele wereld zonder dat je je huis uit moet. We zijn meesters van onze tijd en planning (of slaven).

Lees het boek van Heida en er rolt zich een leven voor je uit dat gedicteerd wordt door seizoenen, de dreiging van een vulkaan en de oprukkende energiecentrales die het landschap voor altijd willen veranderen.

Dagboek

Het boek leest als een dagboek en is daar behoorlijk onduidelijk in. Enerzijds staat op de cover ‘Steinunn Sigurdardottir‘ als auteur van het boek. Op de achterflap staat de auteursfoto. Maar in het boek staan foto’s van Heida. De dagboekstijl verraadt geen grote literaire ambities. Misschien gewoonweg een copywriter ? Superduidelijk is het niet, maar dat doet geenszins het leesplezier teniet.

Ik wil geen keukentafelmens zijn

In het eerste deel van het boek leren we Heida kennen als een ware tegenstander van de plannen om een energiecentrale in haar gebied neer te planten. De plantage zou het landschap en de waterlopen drastisch veranderen. Heida is allesbehalve een manager achter een bureau maar haar idealisme leidt toch tot een actieve politieke inzet.

Ik ben echt heel boos over hoe er met mensen wordt omgegaan in heel die zaak rond de energiecentrale. Dat gedrag moet ophouden. Het is mijn doel om daar invloed op te hebben en aandacht te vragen voor dit soort machtswellust en geweld.

Er is nog iets dat mij sterk drijft en dat is dat ik een grote hekel heb aan mensen die aan de keukentafel zitten en overal tegen zijn en alles beter weten maar niet bereid zijn om de volgende stap te zetten en te proberen invloed uit te oefenen. Ik wil geen keukentafelmens zijn.

Schapen drijven

In de herfst moeten alle schapen bijeengedreven worden. De boeren doen dat samen, het gaat om zo’n vijf- tot zesduizend schapen. Nadien worden ze gescheiden naar eigenaar en volgt er een gigantisch feest.

Het heerlijke weer bleef duren tot vrijdag. heerlijk om met zoveel zon en warmte vrienden en bekenden te ontmoeten die je niet vaak ziet. (…)

Er bleven wel twintig man eten ‘s avonds, toen de schapen eenmaal beneden waren, maar nog niet verdeeld. Er was genoeg voor iedereen. (…)

Iedereen verheugt zich om de Grafarétt de volgende dag en het feest in Tungusel. Twee nachten lang wordt er hier in de boerderij in elk hoekje geslapen, op bedden, in slaapzakken op de grond, in de kamer, onder de keukentafel. Overal.

Heida: “Boer zijn heeft voordelen”

Natuurlijk moet je een positieve instelling hebben en kunnen inspelen op wat er zich voordoet op het gebeid van weerstomstandigheden en natuurgeweld. Sommige jaren is het schapen houden moeilijk wegens kou en natheid. (…)

Je hebt ook het voordeel dat je een gezonde en volledige maaltijd kunt eten waarvan je weet waar hij vandaan komt. Je staat op eigen benen en hebt alleen met jezelf te maken. Dat is onbetaalbaar

Gemeenschap

Behalve de ongelooflijke verbondenheid met de natuur, was ik evengoed verrast over de verbondenheid onder de boeren en de veelzijdigheid van het beroep. Zo gaat Hilda bij vele boeren ongeboren schapen tellen, met een machine controleert ze de zwangere ooi en telt ze te werpen lammeren. Die telling is belangrijk omdat ze mede bepaalt hoe de ooi gevoed moet worden en wat de perspectieven zijn. Zo’n opdracht vraagt specifieke kennis en kan niet door 1 iemand alleen gedaan worden. Hilda slaapt dan verschillende dagen bij de boer in, het hele ‘tellen’ gebeurt bijna in bandwerk, waarbij iedereen van de boerderij meewerkt.

Hetzelfde geldt bij het hooien of het verzamelen van de schapen in de herfst. Dat red je niet in je eentje. Het is een gemeenschapszin die ik hier niet echt ken. Wij staan nogal op onze zelfstandigheid hier en de aard van ons werk laat dat ook toe. Of het zijn meteen betaalde collega’s die je meehelpen.

Heida of een ander perspectief

Ik heb vanaf de eerste bladzijde van het boek genoten. Literair geen hoogstandje, maar wel een compleet andere wereld. Maakte ik mij zorgen over deadlines en vergaderingen, dan is de dreiging van een wakkere vulkaan wel iets anders. Of een storm waarbij je vreest dat de schapenstal het niet zal houden. De stal waar je werk en leven in zit.

Het relativeerde mijn zorgen onmiddellijk !

Praktisch

Steinunn Sigurdardottir, Heida, schaapherder aan de rand van de wereld; 286 blz., uitgegeven door Harper Collins, 2019. Te koop bij o.a. Bol.com voor €19,99 (paperback) of €13,99 (ebook)

Bo Van Spilbeeck

Gelezen: Bo – Eindelijk vrouw – Bo Van Spilbeeck

Gelezen

Aarzeling bij dit boek

‘Ik kan je het boek van Bo Van Spilbeeck bezorgen, interesse ?’ Ik wist waarover het boek ging en aarzelde. Transgenders behoren niet tot mijn leefwereld. Ik had de ‘outing’ van journalist Bo Van Spilbeeck op TV gezien en dat was een beetje aan mij voorbij gegaan. Moest het zo uitgebreid op TV komen ? Behoort dat niet tot de privéwereld ? Is dat eigenlijk nieuws ?
Gemengde gevoelens dus. Ik lees echter zoveel en leer graag bij. Dus oké, geef maar hier dat boek. Naderhand ben ik blij dat het boek mij zo toevallig in handen is gekomen. Misschien zou ik het anders niet gelezen hebben en dat zou jammer geweest zijn.

Jezelf niet mogen zijn

Ik nam mij voor om het hele VTM-gebeuren en de beelden te vergeten en het boek te laten spreken. Bo/Boudewijn Van Spilbeeck vertelt hoe hij zijn hele leven in onmin leeft met zijn lichaam. Hoe hij liever een vrouw wil zijn (en manieren zoekt om zich zo te kleden) maar dit altijd in het geheime, obscure moet doen.

Ik was daar behoorlijk van onder de indruk. Een volwassen man met een carrière en aanzien die zichzelf niet kan zijn. Een man met geheimen die hij met niemand kan delen. Een ongekende eenzaamheid. Vragen waar hij geen antwoord op heeft, vragen die hij nauwelijks durft te stellen. Je voordoen als iemand die je eigenlijk niet bent. Dat moet pijnlijk zijn. Eenzaam.

Wie ben ik ?

Soms duurt het heel lang voor een mens ontdekt wie hij werkelijk is en de beslissing durft te nemen om ook volledig in lijn met zijn identiteit te leven. Bo Van Spilbeeck is eind vijftig wanneer ze die beslissling neemt. Daarvoor is het een jongleren met mogelijkheden en beperkingen, met vragen en twijfels. Getuige dit citaat dat terug gaat naar de tijd nét voor zijn huwelijk met Marianne. Hij kijkt samen met haar naar een uitzending op NCRV over travestieten en transseksuelen.

Het besef dat ik een transgender ben, komt niet. Het woord transgender zal ook pas in de jaren negentig gebruikt worden. Tot dan gaat het over travestieten, transseksuelen of crossdressers, die zich allemaal om andere redenen als vrouw kleden of vrouw voelen. Wat mij dat maakt, weet ik niet (p.59)

Leven zoals je bent: outing

Ik vertelde dat ik me al sinds mijn puberteit als meisje kleedde, dat ik al vijfentwintig jaar als vrouw buiten kwam, en dat ik nu eindelijk heb besloten om te worden wie ik al altijd geweest ben; een vrouw. (p. 103)

We zijn een dikke honderd bladzijden ver en vanaf dan gaan het snel. Zowel in het boek als in het leven van Van Spilbeeck. De eerste 100 bladzijden vertellen over de twijfels, de vragen en het onbehagen, de volgende kleine 200 over de transitie, de onomkeerbare overgang om volledig als vrouw te leven.

De grote rol van VTM

Eenmaal de beslissing genomen, gaat het hard. VTM steunt de transitie en zal er voor zorgen dat zijn outing nationaal en zelfs internationaal wordt opgepikt. Omringd door visagistes, kappers en stylisten krijgt Bo tal van tips om haar nieuwe leven als vrouw gestalte te geven. Ik heb de indruk dat de steun van de VTM collega’s nauwelijks te onderschatten is, zowel voor Bo persoonlijk als voor vele transgenders in Vlaanderen en daarbuiten.

Medische weg

Via het boek leer ik wat de medische kant van het verhaal is. Het is alvast geen beslissing die van vandaag op morgen kan genomen worden. Er zijn filters en gesprekken met een psychiater, hormonen worden geblokt en andere verhoogd. Er volgt logopedie om de stem te verhogen en gezichtschirugie. De laatste grote medische stap is de geslachtsverandering.

Van Spilbeeck schrijft op een serene manier en weet daar goed het evenwicht te behouden. Geen sensatie, maar ze gaat moeilijke onderwerpen ook niet uit de weg. Net zomin als de grote emoties van verwachting en uitzien naar. Tussendoor ook iedere keer de bezorgdheid om haar gezin, beseffende dat haar beslissing ook hen treft.

The pursuit of happiness

Toen het boek hier thuis op de salontafel slingerde, was het nu en dan een topic aan tafel. De meest gestelde vraag was ‘wat denk jij daar eigenlijk van ?

Los van het feit dat het er niet toe doet, stelde ik mezelf ook die vraag. Als het gaat over het boek, dan ben ik blij dat ik het gelezen heb. Bo Van Spilbeeck geeft ons met haar boek een kijk in het hoofd en hart van een transgender. Ik ben blij dat ik het gelezen heb.

Maar alles begrijpen doe ik niet. Ik geef toe dat ik mij niet kan voorstellen wat het betekent om als man vrouw te willen zijn. Maar dat doet er niet toe. Uiteindelijk weten we nooit wat ten diepste in een ander leeft. We hebben soms al zoveel moeite om onszelf te verstaan. Ik hoef daar niets over te denken. Iedereen heeft recht op nastreven van zijn of haar geluk, dat echt op the pursuit of happiness staat zelfs in de onafhankelijksheidverklaring van de VS, zo fundamenteel is het.

Dat streven naar geluk, het mogen zijn wie ze is, is overigens de leiddraad van het boek. Het is wat het is, mentaal als vrouw geboren worden in het lichaam van een man. Niet meer en niet minder.

Van Spilbeeck wil bovenal gelukkig zijn en dat kan niet anders dan wanneer ze zichzelf mag zijn. Voluit.

De vrouw en kinderen van Van Spilbeeck

Het is evident dat zo’n beslissing vooral de naasten treft. Die kunnen er niet omheen. Hun vader wordt een vrouw, haar echtgenoot wordt een vrouw.

Van Spilbeeck schrijft met ontzettend veel respect en begrip voor zijn vrouw en kinderen. Hij beseft héél goed dat zijn beslissing gevolgen heeft voor zijn gezin. Omgekeerd lees je tussen de lijnen door dat de liefde niet stopt, dat ze best wel wat verdragen kan.

Het boek eindigt met brieven van beide kinderen en Marianne, de vrouw van Bo Van Spilbeeck. Uit de drie brieven blijkt liefde, liefde en nog eens liefde.

Over de weg die Bo ging schrijft Marianne

Het was vreemd, het was nieuw. En het was vooral iets wat moeilijk te vatten was en nog steeds is, als je niet middenin zit.

en verder:

Als ik mij goed herinner op wie ik ooit verliefd ben geworden, weet ik nu ook heel goed met wie ik nog steeds samen ben; met iemand voor wie ik bewondering kan tonen, die doorzettingsvermogen heeft en die me soms voor uitdagingen stelt. Iemand met wie ik het goed heb en die vooral voor geluk gaat. En ik wil niets liever dan daarin meegaan.

Praktisch

Bo Van Spilbeeck, Eindelijk vrouw, 286 blz. is uitgegeven bij Horizon (2019). Het is te koop bij o.a. Bol.com voor € 22,99 (paperback) of als e-book voor € 9,99

Gelezen

Gelezen: 100 dagen kanker – Rachel Franse

Rachel Franse 100 dagen kanker

Ieder verhaal is anders en toch herkenbaar

Ik geef toe dat ik het aanvankelijk een uitdaging vond: een boek over kanker lezen. Bladzijde na bladzijde meestappen in de voetsporen van iemand die het verdict ‘kanker’ te horen krijgt en je vervolgens dag na dag meeneemt naar ziekenhuizen en emoties.

Uit ervaring weet ik dat ieder verhaal anders is en o zo persoonlijk. Heeft iemand wel iets aan een gedeeld verhaal ? Laat staan het verhaal van een complete vreemdeling ?

Het boek van Rachel Franse verraste me. Er waren zoveel verschillen: geschreven en ondergaan door een vrouw, een Nederlandse dan nog wel, een ander zorgsysteem, maar bovenal ook gelijkenissen. Kanker laat niemand onberoerd.

100 dagen kanker

Met dit boek weet je meteen waaraan je toe bent. 100 dagen kanker. That’s it. Niet meer en niet minder. Roze koeken met stippen die borsten moeten voorstellen. De koeken waarmee met een kwinkslag werd getrakteerd toen de 100 dagen voorbij waren en overduidelijk is: dit is goed afgelopen. Dit was een kanker van het goede soort. Al moet ik dat corrigeren. Want goede kankers bestaan natuurlijk niet. Ze hebben alleen een verschillend verloop. Het ene al (merkelijk) beter dan het andere.

Hollandse nuchterheid ?

Rachel Franse werkt als freelancer voor televisie. De manier waarop ze over haar kanker vertelt lijkt bijna op een documentaire. Alles behalve saai, maar to the point, eerlijk en gebalanceerd. De volle honderd dagen door laat ze haar ‘gewone’ leven zo goed als niet los.

Ook die twee laatste zware weken, ook wanneer er pas een parkeerplek vrij is op de vierde verdieping van de parkeerflat, ook dan weiger ik met de lift te gaan. Op mijn kankerlaarsjes zoef ik de betonnen trappen af. Ik wil er uitzien alsof ik een geliefde ga bezoeken. Niet als een patiënt. Want ik wil bij de gezonden horen.”

Dat was voor mij uiterst herkenbaar. Het lief nam meer dan ooit de trap in plaats van de lift. Hij zorgde ervoor dat de uiterlijke tekenen (zoals het dragen van de 46-uur chemo) voor de buitenwereld niet zichtbaar waren.

Aan Rachel Franse wordt gezegd dat ze wel bijzonder sterk moet zijn, dat ze op die manier met haar kanker omgaat. Waarop ze denkt:

Maar hoe sterk ben je eigenlijk als je niet gewoon ziek durft te zijn ?

Het hele proces en niets anders

Rachel Franse neemt je dag na dag mee naar de verschillende ziekenhuizen en behandelingen. Het eerste ziekenhuis raadt haar een borstamputatie aan. Het tweede ziekenhuis meent dat een borstsparende operatie de beste optie is.

Dat dat verwarrend is, twee ziekenhuizen op dertig kilometer van elkaar komen tot een verschillend besluit, besluiten die geweldig veel invloed hebben op levenskwaliteit. Daar wordt een mens echt niet vrolijk van.

Uiteindelijk wordt het voor Rachel Franse een borstsparende operatie met nadien radiotherapie Geen chemo.

Franse beschrijft stap voor stap wat er gebeurt, hoe de onderzoeken verlopen, hoe de machines eruit zien en hoe ze op een slechte dag compleet over de rooie gaat in een wachtzaal omdat het lijkt alsof men haar domweg vergeten is. Dingen die je er niet meer bij kan hebben. Of net wel. Zoals die keer toen ze terug naar de parking ging en een briefje vond waarop stond dat het portier van een andere auto haar auto had gescheurd. Het stormde zo hard dat dit gewoon was gaan vliegen. Op therapiedag 13 dan nog wel. En er de humor van inzien. Kanker relativeert.

Kanker als tijdelijk ongemak

Zo omschrijft Franse uiteindelijk haar kanker. 100 dagen. Allesbehalve makkelijk. Maar toch te overzien. Met mooie gevolgen. Met een mooi stel borsten op het einde van de rit. ‘Kanker light’, zegt ze zelf.

Ieder mens is uniek, elke tumor ook

Dat is de eerst zin uit het boek. De titel en deze eerste zin hebben de teneur gezet: verhalend. Het is geen emotieloos boek, maar een boek over een vrouw die stap voor stap, dag na dag verder gaat vol goede moed zonder dat haar leven compleet overhoop wordt gehaald. Misschien kon dat omdat het om 100 dagen ging. Misschien moest dat omdat ze als freelancer weinig anders kon. Misschien, en dat is het meest aannemelijke, is dat omdat ze Rachel Franse is. Daarom niet heldhaftiger dan een ander. Maar gewoon, zoals ze is.

Samenvatting

Ik vond het een mooi boek. Het leest enorm vlot en Franse schuwt de humor niet. Ze kan er om lachen en evengoed om huilen. Voor wie voor eenzelfde traject staat of vriend of geliefde is van iemand die voor zo’n traject staat, is het zeker een aanrader. Al is het maar omdat ze ook de (soms behoorlijk belastende) onderzoeken haarfijn beschrijft.

Ook al heb ik via mijn partner niet hetzelfde traject meegemaakt, er was veel herkenbaar.

Praktisch

Rachel Franse, 100 dagen kanker, 2018, 192 blz. Een uitgave van uitgeverij Q. Te koop bij o.a. Bol.com voor € 16,99