Tagarchief: 1000 vragen

1000 vragen

1000 vragen #121 Verkies je wel eens je werk boven de liefde ?

Werk en liefde, het is meestal een gespannen relatie

Ik vrees dat ik – zoals veel Vlamingen – ben opgevoed met een arbeidsethos dat zegt dat je zonder werken geen reden hebt van bestaan. Eerst werken en dan de rest. Alleen, er is altijd werk. Bovendien leert het leven ons met vallen en opstaan dat het omgekeerd is: zonder liefde geen reden van bestaan. De liefde is alles. Althans, dat geloof ik, maar het is niet dat ik er altijd naar handel.

Liefde vraagt tijd zonder deadline

Zonder tijd geen liefde. Hoeveel er ook wordt geschreven over kwaliteit versus kwantiteit, er zijn zaken die geen tijdsdruk verdragen. Het genieten van elkaar, het zomaar wandelen in een bos en vervolgens tot een diep gesprek komen. Dat kan je niet even doen in 1,2,3. Liefde vraagt tijd en is allergisch aan tijdsdruk. Maar waar vind je die tijd ? Door hem te maken natuurlijk, maar daar wringt (bij mij toch) dikwijls het schoentje.

Werken is gemakkelijk

Bovendien is werken soms the easy way out. Wanneer je werkt hoef je niet na te denken over je leven of je relatie. Werken geeft structuur en zekerheid. Op je werk kan je je ‘rol’ aannemen, de kwetsbaarheid is er stukken geringer en de verwachtingen zijn meestal goed omschreven. Je kan onderhandelen over wat je wil en niet wil, je werk organiseren zoals je wil.

Kies ik voor liefde of het werk ?

Natuurlijk is het geen of/of verhaal, laat staan een zwart/wit verhaal waarbij werken als een noodzakelijk kwaad wordt gezien en liefde als de grootste voldoening. Het is – wat had je gedacht – een kwestie van balans. Er zijn tijden dat die balans doorslaat bij mij. Meestal richting werk. Dan vlucht in in het werk, in de zekerheid ervan, in het sussende ervan. Dan hoef ik niet over moeilijke zaken na te denken. 

Of ik word helemaal opgeslorpt door die arbeidsethos die er van kindsbeen werd ingehamerd en zie niet meer wanneer de grens overschreden is, wanneer ik geen aandacht meer heb voor de mensen om mij heen en al helemaal niet voor mezelf.

Liefde en werk, ik vind het een moeilijke balans. Ook werk geeft voldoening. Liefde is ook meer dan de liefde tot de partner, de kinderen. Hoeveel tijd en energie is er nog voor familie en vrienden ?

Ik besef heel goed, dat als het er op aankomt, die liefde (voor partner, familie, vrienden, maar evengoed voor de natuur en deze aarde) mij veel meer kracht geeft dan welk werk ook. Dat dit het is wat mij leven maakt.

En dat ik dat soms vergeet. Heel veel zelfs.

1000 vragen

1000 vragen #119 Waar moet je vaker de tijd voor nemen ? Mijn 5 zaken

Tijd besteden

Er zijn heel wat zaken waar ik meer tijd zou moeten voor nemen. Ze zouden mijn leven een stuk beter maken. Een héél stuk. En nee, ik heb geen excuses, wat tenslotte is tijd prioriteit. Het is hier niet anders. Want al is dit een lang lijstje, het lijstje ‘zaken waar ik teveel tijd aan besteed’ is zeker dubbel zo lang.

 

  1. Dag plannen

    Ik doe het vaak, maar ik plan mijn dag nog niet vol.
    Met dat plannen bedoel ik geenszins dat ik het druk moet hebben of dat ik de hele dag door productief moet zijn. Juist niet !
    Ik zou mijn dagen beter moeten plannen zodat gezond eten, tijd met het lief en vrienden, regelmatig sporten etc. het niet met de ‘restjes’ moeten stellen of ‘als er nog tijd over is’. Want tijd over, dat is er nooit.

  2. Mij iedere dag herinneren aan wat ik belangrijk vind

    Dat ligt heel dicht bij het eerste. Sommige mensen noemen het meditatie. Iedere dag jezelf de vraag stellen wat nu echt belangrijk voor je is en wat totaal niet. Zodat ik mezelf niet verlies is zorgen die er niet toe doen (omdat ze niet belangrijk zijn of omdat ik er geen controle over heb) en effectief tijd besteed aan wat mij gelukkig maakt en er echt toe doet.

  3. Eten

    Ik ben een gigantisch slechte eter. Letterlijk: een slechte eter, geen moeilijke eter, want ik eet zowat alles. Alleen ben ik altijd zo in de weer dat ik er zelden de tijd voor neem waardoor ik er a) niet van geniet en b) te weinig eet. Dat leidt dan weer tot c) dat ik veel te veel snoep (waar ik ook al niet van geniet) omdat ik honger heb.

  4. Dagboek schrijven

    Ik doe het regelmatig en al sinds mijn 10e (ik heb die volgeschreven boeken nog !) en je hoeft mij niet te overtuigen van de voordelen. Er zijn vele manieren om in je dagboek te schrijven, over wat je schrijft, hoe je schrijft, etc. Het zorgt alvast voor een leger hoofd hier. Meer overzicht.

  5. Systematischer lezen

    Ik lees elke dag, dus daar scoor ik al redelijk goed in. Ik maak onderscheid tussen fictie en non-fictie. Ik heb een lijst van wat ik wil lezen maar die lijst wordt dikwijls toevallig aangesproken. In mijn beste tijden staat in mijn planning iedere dag minimaal 2 keer 30 minuten lezen. Dan hou ik het dagenlang vol: minimaal 30 minuten non-fictie (meestal lees ik langer) en minimaal 30 minuten non-fictie. Dat laatste valt er dikwijls af.

 

Van de 5 bovenstaande zaken lukt het redelijk goed. Er wordt hier behoorlijk gepland en ik heb al bij al niet zo’n moeite om een planning te volgen. De meeste fouten maak ik in de toegekende tijd. Ik ben dan langer met iets bezig dan echt nodig is, waardoor andere zogenaamde niet dringende maar belangrijke zaken (sporten, gezond eten, lezen) etc. in het gedrang komen. Daar beknibbel ik al te veel op.
Evengoed merk ik hoezeer Steven Covey mij heeft beïnvloed in mijn denken en dat nog altijd doet.

Maar nu ik het allemaal zo eerlijk heb opgeschreven, ben ik al weer vol goede moed, dat ik het vanaf morgen beter ga doen. Ja, vanaf morgen, want deze avond wordt de planning voor morgen opgemaakt !

Wellicht ziet jullie lijstje er compleet anders uit ?

1000 vragen

1000 vragen #118 Sta je graag in de spotlights ?

Geef mij maar de achtergrond

Geen idee hoe ik het omschrijven moet, maar ik hou ontzettend van ‘voorbereiden’, oftewel ‘de bal voor de goal plaatsen’, zodat ik het die ander zo kan maken dat hij/zij, in volle glorie het spel kan winnen of de actie tot een succes kan brengen. Zeg maar dat ik graag de vrouw ‘achter’ de man ben. (Of de vrouw achter een andere vrouw, why not).

Om zelf in de spotlights te gaan ben ik veel te gestresseerd. Ik kan daar niet van genieten en denk alleen maar ‘o god, laat dit aub aan mij voorbij gaan’. Anderen hebben daar veel meer talent voor. Ze kunnen het brengen. Ze hebben het stressvermogen, ze hebben de capaciteit om van een verhaal een hit te maken.

Observeren

Laat mij dus maar aanmoedigen, de dingen klaar zetten, mee na denken, maar laat een ander maar in de spotlights staan. Ik kan genieten van de prestatie van een ander, genieten van het observeren van mensen. Onzichtbaar zijn en dingen tot mij nemen. Patronen waarnemen, filosofisch mijmeren.

Maar de spotlights ? Nee, liever niet.

 

“1000 vragen aan mezelf”  gaat terug op een boekje dat een tijd geleden bij Flow zat. Het is een klein boekje en er is geen plaats voorzien om te antwoorden, daarom dacht ik : waarom niet op de blog ? Voor het pure plezier van het schrijven ? Het verzamelen van herinneringen, wat volgens Gretchen Rubin, bijdraagt tot geluk ? Vandaar een nieuwe rubriek : 1000 vragen over mezelf.
Niets weerhoudt je om mee te doen !
1000 vragen

1000 vragen #114 Waarom drink je (geen) alcohol ?

alcohol

Ik heb de smaak nooit echt goed te pakken gekregen

Toen ik een tiener was, was alcohol niet echt een issue. Ik herinner me niet dat wij lessen over alcohol hadden (ondanks het strenge internaat) en al helemaal niet dat mijn ouders mij verboden om alcohol te proeven. Als kind vond ik het zoals alle kinderen wellicht niet lekker en later proefde ik vooral van de wijn die thuis ‘ winters traditioneel bij de ‘kaasplank’ hoorde. Bij feestjes proefde ik wel eens Contreaux, maar meer dan proeven werd het niet. Ik vond het best wel lekker (zeker de Baileys) maar echt drinken deed ik niet.

Iedere nacht ladderzat

Toen ik op kot ging in Gent gingen we dikwijls op de lappen. Ik dronk nog altijd geen alcohol) en er was ook geen druk om dat te doen. Toen we allemaal terug naar ons kot wandelden, breide één van mijn vrienden daar altijd een vervolg aan. Die ging nog richting Overpoort (Gent) waar hij tot een gat in de nacht op café ging met totaal andere vrienden. Tegen de ochtend vond hij (of niet) zijn bed. Wij hadden pas tegen de middag les, dus het gebeurde meermaals dat ik er eentje uit zijn bed ging halen om zodat hij toch maar de les haalde. Hij zag er ziek uit, raapte zichzelf bijeen en volgde me moeite de lessen. Nu en dan had hij er dik spijt van, maar het herhaalde zich keer op keer. Het verwondert mij nu dat wij, ondanks dat wij echt heel goede vrienden waren, er heel weinig over spraken. Er was een woordenloze deal tussen ons: wij zorgden voor elkaar, maar met het stuk dat na middernacht gebeurde, wou ik niets te maken hebben. Hij beschermde me er zelf voor toen ik eens voorstelde om mee te stappen. ‘Ik wil niet dat je mee gaat’ zei hij, ‘dat is niets voor jou’.

Controlefreak

Ik zag van dichtbij wat alcohol deed en hoe ingewikkeld een verslaving is. Ik weet echt wel dat er tussen het drinken van alcohol en verslaving nog veel stappen zitten. Maar ik wist wat de eerste stap was. Evengoed als ik dat wist van roken. Op die leeftijd was ik bovendien uitermate gedisciplineerd en gigantisch doelgericht. Wat mij afleidde van mijn doel gebeurde niet. Ik zag dat die goede vriend van mij het moeilijk had om zijn ambities waar te maken, hoe hij zichzelf in de weg zat en ik besloot simpelweg om geen alcohol te drinken. Bovendien was ik, controlefreak als ik was, bang voor wat er zou gebeuren als ik een beetje van de wereld was.
Ik heb dan ook jaren geen alcohol aangeraakt. Toen werd ik het zo gewoon dat ik het gewoon niet meer deed. Dat bleef. Die discipline, die doelgerichtheid, ha, die is niet gebleven. Geen idee waar die heen gegaan is, wellicht ten onder gegaan toen ik in Leuven ging studeren !

Tourneé Minerale

Eén keer per jaar lees ik de berichten van mensen die tijdelijk of altijd alcohol willen afzweren. Ik denk dat ik onlangs nog in De Standaard las dat ook Flip Kowlier voor no alcohol gaat. Hier en daar lees ik dat dat niet zo makkelijk was, maar nog nooit las ik dat iemand er uiteindelijk spijt van had. Dat doet mij besluiten dat ik het gewoon laat bij wat het is. Geen alcohol. Wat bier betreft zou ik het moeten leren drinken, want ik heb het nooit lekker gevonden. Soms vind ik het jammer dat ik, wonend in een bierland, absoluut geen kennis heb over de geuren en kleuren van een blonde, een donkere of een Trappist of Duvel. Ik denk dat ik soms best wel wat mis. Zeker met een lief dat tot voor kort iedere avond kon uitzien naar zijn Duvel. Het ritueel, het glas, het heeft iets.

Maar ik lust het dus niet. Nog niet. En ik laat dit voorlopig ook maar zo.