Tagarchief: gelezen

Diep Werk

Gelezen: Diep Work – Cal Newport

Een boek met behoorlijk wat impact

Wanneer een boek je ertoe aanzet om je leven te veranderen, dan heeft het impact! Diep Werk van Cal Newport is zo’n boek voor mij.
Vertrekkend vanuit de vaststelling dat we leven en werken in een wereld waarin afleiding ons continu bedreigt en effectief meeneemt, houdt hij een pleidooi voor ‘diep werk’. Of anders geformuleerd: hoe je je aandacht best houdt bij wat er werkelijk toe doet. Het resultaat is werk van hogere kwaliteit en méér rust.

Tijdsregistratie – Laura Vanderkam

Ik kwam bij dit boek via een omweg. Laura vanderkam onderzocht de tijdsbesteding van honderden mensen en ze vergelijk de perceptie van drukte met het effectieve echte werken. De resultaten waren verbluffend. Veel mensen hadden de indruk veel meer te werken dan ze effectief deden. Ik vermoedde dat het bij mij niet anders was. Hoe kwam het dat ik zo weinig gedaan kreeg, terwijl ik toch de indruk had vele uren te werken?

Net als in het boek van Laura ging ik aan tijdregistratie doen. De resultaten waren gelijklopend met haar onderzoek. Dat ik geen vruchten plukte van mijn werk was (in mijn geval) vooral te wijten aan teveel afleiding. Die afleiding betekende helemaal niet dat ik doelloos bezig was of zelfs niet aan het werk. Alleen stak ik veel tijd in dingen (werk) die er niet zo toe deden. Ik stak (steek !) veel tijd in dringende niet belangrijke zaken (Cal Newport noemt dit oppervlakkig werk) en laat de belangrijke, niet dringende dikwijls op het tweede plan staan. Gelukkig ben ik al wat minder verslaafd aan verleiding.

Grote projecten vragen diep werk

Ik sta er te weinig bij stil, maar grote werken vragen grote blokken aaneen gesloten tijd. Hier en daar een beetje werken (al is het in termen van uren) brengt weinig diep werk, laat staan creatief werk; tot stand. Nu en dan een paar uurtjes hier en een paar uurtjes daar werken geeft wel resultaat, maar is zelden diep of vernieuwend. Mijn ervaring leert me dat hier en daar tussendoor een uur of enkele uren werken hetzelfde is als ‘onderhoud’, het zorgt ervoor dat alles loopt, maar ook niets meer.

Regels voor diep werk

In het tweede deel van zijn boek somt Cal Newport de regels voor diep werk op. Hij komt heel dikwijls terug op het ritualiseren van werk. Gewoontes zorgen er immers voor dat je minder wilskracht nodig hebt en dat je daar alvast geen energie hoeft in te steken. Voor mij betekent het bijvoorbeeld dat ik zowel tijdens de week als in het weekend vroeg opsta. Dat geeft mij niet enkel tijdwinst, het maakt alles ook een stuk makkelijker. Uiteraard lukt dat niet zonder evengoed op een relatief vast tijdstip te gaan slapen!

Voor wie alle regels wil kennen, raad ik het boek aan, maar dit zijn alvast dingen die ik wil onthouden en toepassen.

Ritualiseren

Wat je ‘gewoon’ bent kost minder energie en maakt het je een stuk makkelijker. Voor mij betekent ritualiseren steeds meer dat ik blokken van ongeveer 4 uur vast zet in de week om bepaalde dingen te doen. Het loont mij veel meer om in blokken van 4 uur mijn lessen voor te bereiden, dan wel in 4 springuren. Eerlijk: Volgens Calport is een blok van 4 uur niet voldoende om echt diep werk te doen, maar hé, ik moet ergens beginnen.

Werk zoals een bedrijf

Hier verwijst hij naar de 4 disciplines van Covey. Concreet betekent het dat je (a) focust op je doel. Voor mij is dat heel belangrijk. Wat wil ik nu doen en wat wil ik bereiken met deze 4 uur ? Wanneer ik het over afleiding had die ook werk was, ging het meestal hier fout. Ik zag een mailtje van een collega en ging er vervolgens op in en van het één kwam het ander. Je houdt (b) Je meet gedrag en doel. Dat klinkt veel harder dan het is, je houdt gewoon bij wat je effectief gedaan hebt en wat je met je tijd hebt gedaan. Soms besluit ik dat ik mij toch weer heb laten gaan aan allerlei ‘verleiding’. Dit sluit helemaal aan bij Vanderkams tijdsregistratie. Ik heb daar nog een hele weg in te gaan. Als ik zie wat ik effectief gedaan heb (half uur na half uur) dan valt dat soms nogal tegen. Werk aan de winkel ! (c) Hou een motiverend scoreboek bij. Van 4 klassen toetsen verbeterd! 2 books ahead in de Goodreadschallenge! Loopschema afgevinkt ! Het laatste principe is dat van (d) de verantwoording. Ik ‘verantwoord’ mijn werk niet aan anderen, maar ik evalueer mijn werk wel. Waarom heb ik niet gedaan wat ik van plan was? Wat waren de hindernissen? Hoe kan ik het voorkomen? Verantwoording is in mijn geval eerder evaluatie van de prestaties.

Omarm verveling

Ik kan dit vrij eenvoudig samenvatten: werk lang en met volle concentratie. Stop vervolgens. En werk dan totaal niet meer. Laat het allemaal los.
Beide vragen discipline, zowel het loslaten van het werk (ja hoor !) als het geconcentreerd werken. Maar wie dit kan, komt tot de mooiste productiviteit, in het nietsdoen en niet ‘bepaald’ bezig zijn verwerken je hersenen allerlei informatie en indrukken en kunnen ze compleet out of the box nieuwe dingen én oplossingen bedenken. Wanneer je met je neus continu op je werk zit, valt dit soms dik tegen.

Pas het pareto-principe toe

Ik ken dit principe al lang. Ondertussen herken ik de 80/20 regel gelukkig al heel snel. Vroeger zou ik altijd voor de 100 gegaan zijn, maar dat is niet altijd even zinvol. Om het even simpel samen te vatten: ik merk(te) dat ik ontzettend veel tijd kon steken in iets wat het product maar een klein beetje beter maakte. Ik zeg niet dat ik 80% van de tijd in een voordeel van 20% stak, maar wel dat ik voor de laatste 10% dikwijls 50% (tijds-)investering deed. Dat is niet lang niet altijd wijs. Nu vraag ik mij dikwijls af of die verhouding wel te verantwoorden is. (Goed is soms gewoon goed).

Newport zegt in dit verband overigens iets over de valkuil van het voordeel. Wanneer we ergens een voordeel inzien, dan zijn we snel bereid om ervoor te gaan. Hij raadt aan om het voordeel over lange tijd te zien en te kijken of het uiteindelijk wel een voordeel is. Ook voordelen ‘kosten’. Als voorbeeld haalt hij het uitbesteden van werk aan. Dat kan je meer kosten (geld) maar omdat je zelf niet over voldoende competenties beschikt en ondertussen niet aan je eigen werk bezig kan zijn, is het op lange termijn misschien toch beter om dingen uit te besteden.

Omgaan met mail

Ik had en heb duidelijk nog veel te leren als het over email gaat. Meer en meer ‘leer’ ik dat ik niet altijd hoef te antwoorden. Ik krijg behoorlijk veel mails om samen te werken voor deze blog. Vroeger stak ik daar behoorlijk veel tijd in om iedere keer netjes te antwoorden en werd het een heen en weer gemail. Tegenwoordig antwoord ik veelal niet. Dat ik dat niet doe heeft alles te maken met de wet van voordelen: het mag dan wel een voordeel(tje) hebben, ik wil het meestal niet omdat ik liever mijn tijd aan iets anders besteed.

Ik werk al een hele tijd met standaardmails en merk dat dit goed en efficient werkt. In die standaardmails hoef ik maar enkele details aan te passen en geen hele zinnen meer te typen. Ze zijn zo opgesteld dat de informatie overzichtelijk is en ik niets vergeet.
Vervolgens plan ik dergelijke standaardmails in zodat ik ze op 1 dag allemaal kan doen. Er zijn heel wat mails die overigens geen onmiddellijk antwoord vragen. Antwoorden binnen de week is prima, zeker als de andere partij iets van je wil. (Klinkt dat aanmatigend ?)

Laat de mailer voor je werken
Dit advies van Newport vind ik geweldig goed, maar ik durf het nog te weinig in praktijk brengen. We nodigen je graag uit om te brainstormen over… Er is een vergadering gepland over ….., ik wil graag eens met je spreken over…….(werkgerelateerd). Dat is zo vaag dat het om tijdsverlies vraagt. Cal Newport raadt je aan om de mailer te laten werken. ‘Som op wat je concreet van mij verwacht’. ‘Wat wil je concreet op de vergadering bespreken en welke input wil je van mij ?’

Eerlijk gezegd, ik durf dat nog niet goed, maar ik krijg toch steeds meer last met mails waarop staat ‘we nodigen je uit om eens samen te zitten rond …’.
Tja, dat zit je samen rond een onderwerp en duurt het nog een uur voor we weten welke kant het op moet gaan.

Samengevat

Diep werk van Cal Newport is een boeiend, maar ook behoorlijk confronterend boek. Het belooft niets, integendeel, het is een schop onder je kont. Wie alle adviezen kan volgen komt zeker tot groot werk, maar niet iedereen kan geheel en al meester zijn van zijn tijd. Als je baas nu en dan langskomt voor een praatje kan je moeilijk vragen dat hij dat niet doet omdat jij geconcentreerd wil werken. Idem met kinderen als je thuis werkt.
Enkele dagen ver van gezin en alles op een berg werken is wel één van de suggesties die hij doet, maar voor de meeste mensen wellicht absoluut niet haalbaar.

Dat betekent echter niet dat er veel is dat je wél kan doen. Ik kan wél in de bibliotheek enkele uren werken. Telefoon in de auto en wifi af. De bewustwording van tijd (Vanderkam) en van wat je effectief doet versus wat je denkt te doen, zal je zeker overtuigen van de noodzaak van diep werk. Tenslotte betekent diep werk ook dat je meer stressvrije tijd hebt om die dingen te doen die je echt of ook wil doen.

Cal Newport, Diep werk, werken in een wereld vol afleiding. Een uitgave van Business Contact, 4de druk 2019, 272 blz. Te koop bij o.a. Bol.com voor € 15.

Gelezen

Gelezen: 2 boeken over geestelijke gezondheidszorg

Tot mijn grote spijt kleeft op veel wat met psychische gezondheid te maken een groot taboe. Het zou ‘tussen je oren’ zitten en ‘een kwestie van wilskracht’ zijn. Als er boeken uitkomen die het begrip voor psychisch lijden en geestelijke gezondheidszorg willen vergroten, dan stel ik die graag voor. Er wordt dikwijls heldhaftig geschreven over somatische ziektes, psychisch lijden wordt meestal weggemoffeld en men weet er op z’n best niet goed weg mee.
Ik stel hier 2 boeken voor uit de praktijk.

Margo Van Landeghem: durven kijken naar trauma

Margo Van Landeghem, psychologe; vertelt ronduit over haar ervaringen in het pyschiatrisch ziekenhuis waar ze werkt. In dit dunne boekje (139 blz.) komen 2 onderwerpen aan bod die best meer aandacht mochten hebben in de media (en het boek !)

mensen met trauma

Enerzijds heeft Van Landeghem het over de intense gevolgen die trauma voor mensen kunnen hebben. Er is een theorerische uiteenzetting over hoe trauma zich nestelt in het denken en handelen van de getraumatiseerde. Lichaam en geest verkeren veelal in staat van hyperalertheid en vertrouwen in anderen is absoluut niet evident. Trauma beperkt zich niet tot het extreem zichtbare zoals een tsunami, een aanslag of een schokkende gebeurtenis.

Durven kijken naar trauma

Schokkend kan ook betekenen dat je niets hebt gekregen, dat je fundamentele zorg, ondersteuning of veiligheid hebt gemist. (…) In al die jaren als psycholoog ontmoette ik zo verschrikkelijk veel mensen die als kind opgroeiden in een omgeving die langdurig bedreigend,onveilig, angstaanjagend en onvoorspelbaar is.

Wat de gevolgen voor trauma zijn, wordt geïllustreerd door getuigenissen van cliënten van haar.

In het tweede deel van het boek laat ze clienten aan het woord die getekend zijn door trauma en begeleid worden door een therapeut.
De verhalen én de theorie maken duidelijk dat trauma niet iets is waar je ‘na een tijdje toch wel overheen stapt’.

Werken in de geestelijke gezondheidszorg

Ik heb het niet nageteld, maar een bijna de andere helft (van dit al dunne boekje) gaat over het werken als zorgverlener in een psychiatrisch ziekenhuis. De zorg staat onder druk en al evenzeer de zorgverlener. Het personeel staat steeds meer onder druk door allerlei protocollen, efficiëntie waardoor de job steeds moeilijker en zwaarder wordt. Daarbij worden de ambten steeds meer uitgehold. Zoals ze zelf schrijft: het lijkt wel alsof een psycholoog, met in zijn functieomschrijving ‘luistert actief naar de beslommernissen’ zo’n beetje een als een kapper is. (dixit de minister van volksgezondheid). Het is duidelijk dat Van Landeghem het moeilijk heeft met de huidige stand van zaken in de gezondheidszorg. Efficiëntie en lage kosten staan dikwijls voorop.
Door al deze maatregelen zijn zowel cliënten als zorgverleners de dupe en wordtdiemand er echt beter van.

Ingrid Nelis: Gekleurde Tranen

Gekleurde tranen

In ‘Gekleurde Tranen’ lezen we het (gedeeltelijke) levensverhaal van Ingrid Nelis. Een conflict op het werk kreeg zo’n proporties dat het haar leven op de helling zette en uitmondde in een proces. Dit werd zo zwaar dat ze intensieve therapie volgde. Later volgde de diagnose eierstokkanker, wat het allemaal nog moeilijker maakte.

In het boek lees je over hoe een conflict op het werk compleet ontspoort en hoe dit gigantische gevolgen heeft voor het leven van Ingrid. Als lezer is het echter moeilijk om je echt voor te stellen wat er nu echt gebeurd is. Ik veronderstel dat Ingrid Nelis om juridische en privacy reden niet echt diep op het verhaal ingaat, al is ze anders wel heel concreet in sommige zaken.

De lezer van dit boek blijft dikwijls verweesd achter: er wordt iets gezegd, iets aangeraakt en voor de rest heb je er het raden naar. Er is weinig uitdieping, ook niet wat haar eigen visie betreft. Ik had het daar best moeilijk mee.

Kritiek: Welk verhaal wil je brengen ?

Wat wil je nu eigenlijk vertellen, zou ik beide auteurs willen vragen.
Aan Margo Van Landeghem: gaat je boek over trauma of over de zorgverlening in de psychiatrie en hoe de job daar alsmaar moeilijker wordt gemaakt ?
Dat zijn twee totaal andere insteken. Ik geloof best dat Van Landeghem over beide onderwerpen méér had kunnen vertellen en er misschien stof voor 2 boeken was, maar spijtig genoeg heeft ze beide onderwerpen in 1 dun boekje gepropt waardoor de lezer behoorlijk op zijn honger blijft zitten.

Bij Ingrid Nelis had ik hetzelfde gevoel. Het is overduidelijk dat er heel veel verdriet en woede is om wat het conflict op haar werk heeft teweeggebracht. De kwaadheid is voelbaar, de roep naar gerechtigheid luid en haar geduld voor een uitspraak door de rechtbank wordt behoorlijk op de proef gesteld. Die uitspraak is er immers nog altijd niet.
Ze schuwt geen namen en in alle eerlijkheid, ik werd er soms bijna ongemakkelijk van.

Anderzijds gaat het boek over haar omgaan met lijden en wat ze leert over zichzelf gedurende psychotherapie. Haar lange weg hier leidde uiteindelijk tot een job als ervaringsdeskundige waarbij ze mensen met psychische kwetsbaarheid helpt.

Gemiste kansen

Bij beide boeken had ik het gevoel dat ze te snel geschreven zijn en er te weinig gewaakt werd over de coherentie van het boek. Toen ik de boeken in handen kreeg dacht ik ‘hip hip hoera voor een uitgeverij die dit aandurft’. Nu en dan zag ik een aanzet naar iets wat heel goed had kunnen zijn.

Moeilijke onderwerpen zijn hier uiteindelijk wel aangebracht en beide boeken zullen de lezers hopelijk tot meer begrip brengen ten aanzien van mensen met psychisch lijden. Maar toch blijf ik op mijn honger: de uitgeverij liet hier kansen liggen.

Praktisch:

Gelezen: Maar je ziet er helemaal niet autistisch uit – Bianca Toeps

Gelezen

Een autist aan het woord

Ik twijfelde bij deze tussentitel. ‘Een autist’ ? Schrijf ik niet beter: ‘iemand met autisme’? Maar Bianca Toeps ziet het zelf niet zo. Ze is autist en het op die manier zeggen, daar iets niets mis mee vindt ze, integendeel, ze kiest er zeer bewust voor.

Haar visie op autisme

autisme

Bianco Toeps schreef dit boek als autist en daarmee is meteen de toon gezet. Het is een persoonlijk verhaal en dat lijkt soms behoorlijk dubbel. Enerzijds spiegelt ze zichzelf aan de definities van de DSM 5 (een soort naslagboek voor psychiaters waarin criteria voor diagnose worden opgesomd), anderzijds verzet ze zich evengoed tegen zowel de definitie in haar geheel als bepaalde gangbare wetenschappelijke theorieën over autisme.

Ik vond dat behoorlijk verwarrend omdat ze niet altijd die lijn van dat persoonlijke in het oog houdt. Enerzijds wil ze opkomen voor meer begrip en aanvaarding van autisten, anderzijds kon ik niet aan de indruk ontkomen dat ze ‘haar vorm’ van autisme nu en dan als normerend zag. Ik geloof niet dat ze dat echt meent, maar ze flirt wel dikwijls met die grens.

De missie van Bianca Toeps

In haar boek gaat Bianca Toeps in tegen heel wat stereotype beelden die mensen, en vooral de media over autisten hebben. Dat Bianca Toeps een missie heeft met dit boek (en haar blog), is duidelijk, en een betere beeldvorming over autisme is zeker één van haar doelstellingen.

Niet happy met de Theory of Mind

Zoals geschreven overloopt ze wel het lijstje van criteria in de DSM-5 maar ze gaat er niet geheel mee akkoord, net zomin als ze akkoord gaat met de Theory of Mind die stelt dat autisten moeite zouden hebben met het toeschrijven van gevoelens en intenties van anderen of het in staat zijn om zich in de gevoelswereld van anderen te verplaatsen.

Ze gaat in op deze theorie en verklaart waar die volgens haar ‘shit’ is. Best spijtig vind ik dat, omdat ik haar compleet kan volgen dat dit wellicht voor haar niet het geval is, maar wel omdat ze algemeen schrapt wat niet voor haar past. Het is iets wat voortdurend in het boek terugkomt. Ze heeft er dan ook geen problemen mee om bekende pyschiaters de grond in te boren met hun theorie.

The intense World Theory (Markram & Markram)

Bianca Toeps houdt het liever bij de intense World Theory die stelt dat

Volgens de Markrams worden in het autistische brein meer verbindingen gemaakt, en reageren hersencellen heftiger op elkaar. Prikkels komen sterker binnen, gedachten slaan sneller op hol. Kort gezegd: de wereld is voor autistische mensen bijzonder intens.

Wanneer je verder leest over deze theorie kan je niet anders dan aan hooggevoeligheid of hoogsensiviteit denken, maar het woord valt pas op het einde van het boek en het defensief is groot. Géén hsp ! Niet dat ik hier beweer dat het ene het andere is, maar zie naar het boek van prof. Elke Van Hoof over hoogsensiviteit waar ze het heeft over overlappingen, gedrag en reactie die hetzelfde zijn maar een andere oorzaak hebben. Spijtig dat ze – wat ze is best behoorlijk belezen – hier over gezien heeft.

Het levensverhaal van Bianca Toeps

Het boek deed mij heel erg denken aan het boek van Fleur van Groningen die over haar hoogsensiviteit schrijft. Niet omwille van de inhoud, van Groningen heeft het duidelijk over hsp en Toeps over autisme, maar wél omwille van het persoonlijke verhaal. Van Groningen slaagt er echter beter in dan Toeps om haar verhaal als een persoonlijk verhaal te presenteren en niet compleet te veralgemenen.

Defensief

Het boek van Toeps leest vlot maar is ook best heftig. Mij leek het soms alsof ze voortdurend boos was, boos omdat ze verkeerd begrepen werd, boos om de cliché-opvattingen over autisme, boos op de hele wereld en bovenal heel defensief. Ze eindigt haar boek dan ook met “8 dingen die we niet willen horen”. Daarmee countert ze alle mogelijke kritiek die er op haar boek zou kunnen zijn of op haar visie op autisme. Ik had het intellectueel eerlijker gevonden als ze had geschreven “8 dingen die ik niet wil horen”.

Gemiste kans

Bianca Toeps schrijft vlot en intelligent. Ze heeft heeft heel wat te zeggen over autisme en voor wie niet thuis is in de materie is het een prima boek om meer inzicht te krijgen in het brein van een autist en de opvattingen die er over autisme heersen. De gemiste kans is wel dat ze haar vorm van autisme veralgemeent.
Niet voor niets spreekt men over een autismespectrumstoornis.

Hier en daar zie je haar overigens toch wel worstelen, als haar vader bv. zegt dat ze haar autisme niet als excuus moet gebruiken. Uiteindelijk vindt ze daar voor zichzelf wel een uitleg voor, maar je merkt wel de aarzeling, iets wat verder zo goed als nooit aan de orde is aan het boek. Ze poneert zich (omwille van haar autisme) ook als iemand die zich weinig aantrekt van wat andere denken.

Ik heb er mijn twijfels over. Omwille van het defensieve.

Is het dan een slecht boek? Helemaal niet. Alleen moet je door dat defensieve heen kijken en beseffen: dit is haar verhaal, dit is Bianca Toeps met haar karakter en eigenaardigheden (niets mis mee) en misschien is dat defensieve gewoon eigen aan haar. Hier is iemand aan het woord die worstelt met haar identiteit als autist en hoe de maatschappij omgaat of ziet naar mensen met autisme. Iemand die overigens behoorlijk belezen is over het onderwerp.

Referenties

Bianca Toeps, Maar je ziet er helemaal niet autistisch uit, 224 blz. , april 2019, uitgave van Blossom Books. Te koop bij o.a. Bol.com voor €19,99 (paperback).

Gelezen: Nooit meer een zelfhulpboek – Dominique Haijtema

Gelezen

Hoezo, nooit meer een zelfhulpboek?

Wie nu en dan het magazine Happiness in handen neemt, heeft de naam misschien herkend. Haijtema schrijft blogs en artikels voor Hapiness. Van opleiding psycholoog en journalist schrijft ze voor diverse tijdschriften waarbij het accent dikwijls op de zoektocht naar een beter leven en werk ligt. Ik vroeg mij dan ook af of ‘Nooit meer een zelfhulpboek’ geen geweldige verkooptruc was, zoiets als: met dit boek zit je de rest van je leven goed en komt het allemaal in orde !

Een job tussen de grootste wijzen

Haijthema heeft in haar job als journalist tal van wijze mensen geïnterviewd. Haar boekenkast staat vol. Of het nu in Nederland, België of daarbuiten is, wie een beetje naam en faam heeft, ze sprak ermee. Dat moet toch tonnen wijsheid opbrengen? Een greep uit de lijst: Irvin Yalom (Amerikaans psychotherapeut en schrijver), Marianne Williamson (Amerikaans schrijfster), Anselm Grün (Duits monnik), Damiaan Denys (Belgisch psychiater en filosoof)… Het lijst je gaat verder.

Wat een rijkdom als je zo’n mensen mag interviewen! Maar meteen stak mijn wantrouwen weer de kop op: zou Haijtema met ‘nooit meer een zelfhulpboek‘ gewoon een samenvatting van al haar ontmoetingen maken? Een soort superwijsheid? Het beste van het beste?

Alles voor de wind en dan valt het stil

Dominique Haijtema schrijft over haar eigen leven. Ze komt over als een spring in ‘t veld, iemand vol energie die moeilijk kan stilzitten. Intelligent, gedreven, alles uit het leven persend. Iemand die er volop voor gaat. Surfend over de golven in Portugal tot ze uit de zee gered moet worden. Een hersenbloeding die haar leven plots op z’n kop zet.

Confrontatie

Het wordt een eerste confrontatie met het verplicht uit handen geven:

Het is een beproeving van de bovenste plank. ik moet precies dat doen waar ik niet goed in ben: afwachten, me rustig houden en afhankelijk van anderen zijn. Machteloosheid en woede wisselen elkaar in rap tempo af. Daar komt schaamte bij omdat ik weinig dankbaarheid voel omdat ik überhaupt nog leef en niet verlamd ben.

Rauwe eerlijkheid

Rauwe eerlijkheid is het, zoals ze het beschrijft. En nee, ze maakt niets mooier. Er komen geen wijsheden aan te pas. Geen boeken. Alleen ontzettend veel machteloosheid.

Ik mag dan een tweede kans hebben gekregen, binnen drie maand steek ik weer een middelvinger op als iemand mij klemrijdt. Maak ik mij druk om onbenulligheden. Koop ik spullen die ik niet nodig heb. Spreek ik af met mensen die ik niet wil zien om maar niet alleen te zijn.

De illusie van controle

Haar leven gaat verder. Zonder Grote Verlichting. Zonder grote wijsheden. Een schitterende job die ze later moet afgeven, een relatie die goed loopt maar het uiteindeiljk niet haalt. Er is geen beloning voor wie groot lijden zag. Geen compensatie. Wat sterft is de illusie dat we het leven onder controle hebben.

Bij iedere crisis sterft een stukje van ons ego: onze illusies dat wij alles onder controle hebben, alleen maar goed zijn, dat wij moeilijkheden uit de weg kunnen gaan of ons niets kan overkomen. (…) Alleen door pijn te mogen voelen over je middelmatige en vaak banale leven en afscheid nemen van je illusies over geluk kun je werkelijk geluk ervaren.

Anselm Grün, interview met Haijtema


De ene helft van Nederland adviseert de andere helft

Bij Haijtema wordt later ook epilepsie geconstateerd. Ze moet steeds meer uit handen geven: haar auto, maar ook haar vermogen tot concentratie. Ze gaat op zoek naar allerlei adviezen en hulpmiddelen. Die zijn er met hopen. Coaches, psychologen, het land lijkt er vol van te zijn. Ze komt tot de conclusie dat dit haar ‘leraren’ zijn:

De leraren die mij hielpen waren de leraren die in mij geloofden toen ik dat zelf niet deed. Die aanwezig waren. Die de helpende hand uitstaken maar mij nooit een kant op duwden. Die geen oplossingen boden, maar me leerden de juiste vragen te stellen.

Nooit meer een zelfhulpboek?

Ik noem zelfhulpboeken vaak intellectueel of spiritueel escapisme. Een mooie uitleg bevrijdt ons niet van wat gezien wil worden. Alles wat wij beleven is waardevol. Te vaak wordt gesuggereerd dat je de shit niet door hoeft. Maar je kunt niet om je eigen leven heen. (…) Onze kwestbaarheid is de waardevolle achillespees van de mens.

Acceptatie versus aanvaarding

Uiteindelijk komt Haijtema tot aanvaarding – niet dat dit het mooier maakt, net niet. Ik schreef er zelf – uit eigen ervaring – als eens iets over.

Er is een groot verschil tussen aanvaarden wat er is en accepteren wat er is. Accepteren betekent ermee doorgaan. Aanvaarden is, zoals de Engelsen het zo mooi zeggen, to face it, bereid zijn onder ogen te zien wat er is. Het is goed om rustig te kijken naar een situatie en wat het met je doet. Het heeft geen zin om je te verzetten, om te ontkennen of te bagatelliseren wat iemand of iets met je doet.

Samengevat

Nooit meer een zelfhulpboek

De titel van het boek zorgde ervoor dat ik het boek lang met veel argwaan heb gelezen. Ik vreesde dat ze het summum van wijsheid wou presenteren. Dat deed ze evenwel niet (of juist wel?). De hersenbloeding, de epilespie hebben haar leven compleet veranderd. De illusie dat het leven maakbaar is (als je maar het juiste doet) is doorprikt.

De hoofdstukken over haar leven worden afgewisseld met interviews en citaten met mensen met veel levenswijsheid. Het zijn beschouwingen over lijden en geluk, rouw en dood.

Nooit meer een zelfhulpboek slaat op de onmaakbaarheid van het leven en de opdracht om wat het leven ons ook brengt het in het gezicht te zien. Zonder vluchten maar met die tegenslagen toch weer op zoek naar wat echt geluk is. En nee, daar is geen recept voor.

Dominique Haijtema, Nooit meer een zelfhulpboek, 184 blz. , uitgegeven door Volt en te koop bij o.a. Bol.com voor €17,50 (hardcover) of 11,99 ebook.