Tagarchief: keuzes

Challenges 2018 – haal ik de eindmeet ? #1 – 30 minuten sport per dag

30 minuten sport per dag

Ieder jaar schrijf ik voor mezelf een sportdoelstelling op. Vorig jaar eindigde ik op iets meer dan een gemiddelde van 30 minuten sport per dag, of omgerekend 3,5 uur sport per week.
Dit jaar stelde ik mijn doelstelling met enige gemakzucht bij. Ik ging gewoon voor 30 minuten per week.  Als ik het vorig jaar kon, dan ook dit jaar.
Met nog 2 maand te gaan zal ik toch een tandje moeten bijsteken.

Zie hier:

De blauwe lijn is wat het zou moeten zijn, de rode lijn is wat er effectief gepresteerd is. En dan plots een behoorlijk horizontale lijn, met andere woorden dat er niet gesport is. Niets, nul, nada. Dat is zo mezelf-oneigen. Maar toen gebeurde dit. Zo zie je maar dat grote gebeurtenissen overal sporen nalaten.

Ik geef mezelf wat respijt hiervoor. Had ik die weken ook maar de helft gedaan van wat ik zou moeten doen, dan stond ik er nu een stuk beter voor.

Pieken en weinig regelmaat

sport per week week na week

Bovenstaande grafiek zegt hoeveel ik op gevoel sport en hoe weinig ‘gepland’. Of ik plan wel, maar ik doe het dan toch niet. Dat ik er al bij al toch nog redelijk goed uitkom, heeft alles te maken met pieken en niet met regelmaat. Het positieve is wel dat er zo goed als alle weken gesport is. (op die uitzondering na). Meteen zie je dat ik na weken niet sporten, plots héél hevig was, alsof ik iets goed te maken had. Na het diepe dal komt meteen ook de hoogste piek met meer dan 5 uur sporten op een week.

Kan ik het nog halen ?

Ik sta momenteel zo’n 11 uur achter op schema. Met nog 8 weken te gaan betekent dat ik van 3,5 uur sporten per week naar 4,5  uur moet gaan. Zo zou ik nog aan 30 minuten sport per week kunnen geraken.  Ik betwijfel op het gaat lukken.
Mezelf serieuze druk opleggen ga ik niet doen. Het moet plezant blijven. Maar ik wil behoorlijk beter eindigen dan waar ik nu zit (2 uur 45 min/ week).

Ik ben benieuwd wat het wordt.

1000 vragen

1000 vragen #126 Wat koop je met je laatste 10 euro ?

Het lijstje

Ik wist eigenlijk onmiddellijk (gesteld zijnde dat aan alle fysieke behoeften werd voldaan en ik dus een dak boven mijn hoofd had, kleren aan mijn lijf en eten in mijn maag) wat ik zou kopen. Alleen… viel dat even tegen ! 10 euro is echt niet veel. Zo had ik véél liever gebonden notitieblok gehad, maar zelfs met de goedkoopste van de Hema raakte ik er niet.

Dit is mijn lijstje:

Ik veronderstel dat het een beetje weergeeft wat mijn grote passies zijn: lezen en schrijven. Het boek Karamazov heb ik al gelezen maar ik zou er best wel mijn laatste ‘groot’ geld aan willen geven.

Ik vond het best wel een leuke oefeningen. Het lijkt simpel, maar tien euro is niet veel en wat betekent dat: ‘je laatste 10 euro’. Wellicht dat het de laatste keer is dat je zelf dingen mag kiezen om te kopen, helemaal uit de bol mag gaan.

Wel, dit was het dus.

Ik ben best wel benieuwd wat andere mensen zouden kopen. Van het lief kan ik het al raden: een goed biertje en een zak chips x 2, want ik denk dat hij met € 5 anders wel toekomt. Ons dochter zou wellicht haar laatste € 10 aan een maand Spotify besteden, gek als ze is van goede muziek. Ik verdenk (!) onze zoon ervan dat hij dat – verstandig en rationeel als hij is – zou beleggen. Hij denk dat hij zou zien waar zijn geld kan opbrengen. (Verstandige jongen, ja, ik zou dat dus niét doen).

En jij ?

 

1000 vragen

1000 vragen #123 Zeg je altijd wat je denkt ? Nog altijd teveel

Ik babbel teveel

Althans, tegen het lief. Het lief is de stilte zelf. Eén en al gehoor. Altijd een luisterend oor, een glimlach, een flinke vleug humor als aan dat babbelen van mij geen einde komt. Het is namelijk zo: ik wil het liefste zoveel mogelijk delen met het lief. Het lief is mijn toetssteen, mijn ‘even checken’, mijn intellectuele uitdaging en dikwijls ook mijn kompas. Allerlei gedachten en redeneringen rollen door mijn hoofd en dan wil ik dat toch maar het liefste met hem delen, weten wat hij er van denkt. Géén goedkeuring, maar wel een soort negenproef. Of het wel allemaal steek houdt wat ik denk.

Het lief zegt weinig, maar zit er altijd recht op. Hij vindt de rode draad in het kluwen van mijn denken, als ik vastzit in ideeën en overtuigingen, dan stelt hij net dié vraag waardoor ik weer verder kan.

Dus ja, wat het lief betreft zeg ik, wellicht meer dan hem lief is, wat ik allemaal denk. En dat is véél, heel véél.

Er is altijd een andere kant die ik niet ken

Maar voor de rest merk ik dat ik steeds minder zeg wat ik denk. Ik vrees (ja, vrees !) dat het een kenmerk van ouder worden is. Wanneer ik sommige commentaren op Facebook lees schrik ik dikwijls van de heftigheid. Ja, daar wordt gezegd wat er gedacht wordt. Mensen met een heel duidelijke mening.

Ik heb dikwijls niet echt één mening. Ik dénk wel van alles, maar meteen stel ik mijn eigen denken in vraag. Want dan bekijk ik het weer van een andere kant en denk ik: tja, dat is ook wel waar en na verloop van tijd wordt er zo geschaafd aan mijn mening en zoveel aan toegevoegd dat die mening één complex verhaal wordt, waarvan ik weer twijfel of ik toch wel alles heb gezien.

Hoe heviger andere mensen een mening over iets hebben, hoe meer ik zwijg. Wellicht omdat sterke meningen mij onzeker maken. Zeker als het gaat over sterke negatieve meningen, die toch grotendeels de meerderheid vormen. De anderen hebben het niet goed gedaan, de anderen zijn verkeerd, de anderen moeten dit of dat …

Wat mezelf betreft zou ik liever nog stiller worden, méér nadenken voor ik iets zeg. Eenmaal iets op tafel kan het immers alle kanten op. Ook de verkeerde kant. Dan moet er soms uitleg volgen, is het niet duidelijk, wordt het verkeerd begrepen.

Dus ja, liever wat stilte hier. Stilte van mijn kant.
Of bewijst deze blog weer net het omgekeerde ?

 

Snapshot diary week 39/2018 – zo gaat het niet meer – Valkenburg to the rescue !

Valkenburg

samengevat: er kwam veel slecht nieuws binnen deze week, al was dat niet voor ons persoonlijk. Ik zag het echt niet meer zitten. Zelfs op het werk liep het fout, geen internet. Tot ik dacht ‘zo gaat het niet meer’ en er op het eind van de week toch nog licht was. 

Mag ik deze bladzijde snel omslaan ?

Als ik het écht over deze week zou hebben, dan zou ik vertellen dat de woorden ziekte (niet alleen bij ons), palliatieve, terminaal en hopen verdriet veel gevallen zijn. Het lijkt even met onze hele omgeving echt niet goed te gaan. Ik verloor ook wel wat de moed hier. De dokter had nog iets gezegd over ‘laatste loodjes’, maar hé, met eind december als eindmeet kan je begin oktober bezwaarlijk ‘laatste loodjes’ noemen.

Vier maanden en een half zijn we nu al ver. Het beeld dat ik krijg van het lief is het lief in de zetel. Soms in de ‘rode’ zetel, dan weer in de TV-kamer. Soms zittend, soms liggend. Maar dat is het wel zo’n beetje. Hij wordt stiller (er gebeurt ook niet veel) en ik weet het soms ook niet meer.

Ik dacht: zo gaat het niet meer

Ik voelde hoe wij weggleden in duisternis en inactiviteit. Het lief is stoïcijns: één en al aanvaarding. Dat kan misschien wel heldhaftig zijn (en ik bewonder hem er wel een beetje voor), het ligt zeker niet in mijn aard. Ik wil altijd de grenzen opzoeken. Zien waar de rek is. Misschien kan er toch meer. Ik ben niet het ‘we leggen er ons bij neer’-type.

Dus zeg ik tegen het lief (die een verlaagde chemokuur heeft sedert vorige therapie): ik ga weg met u. Naar Nederland. En als we om de kilometer moeten stoppen omdat je naar het toilet moet, dan zij het zo. Als we buiten zijn en je wil zitten: ik heb zelfs een stoeltje bij. Of we gaan gewoon van terras naar terras, drinken desnoods ons drankje niet uit, maar we gaan naar buiten ! Naar buiten ! Deze vier muren maken ons gek en straks ben jij een deel van het behangpapier!

Het lief was niet enthousiast. Dat het toch lastig zou zijn. En dan nog meteen een uur rijden van hier. Maar ik wou weg. En ik was wanhopig. Eerlijk waar.  Ik wou iets met hem meemaken dat leuk was, dat ons deed glimlachen. En echt waar:  ik zou zorg voor hem dragen. Héél erg. Eén kick en we pasten onze plannen aan. Het hoefde helemaal niet ‘actief’ (mijn ding) te zijn. Nee, ik zou rustig mee zitten en mee rusten !

Het werd een heerlijke dag

Het lief sjokte uiteindelijk toch mee en ja, nu en dan zaten we op een trap, een bankje, een terrasje. Hij genoot van die buitenwereld en glunderde toen bleek dat er ondertussen al Hugo-ijs bestaat ! We aten ontzettend licht en genoten met volle overgave van de zon. Het lief zag in de Hema filmrolletjes liggen (van die oude) en begon te dromen van opnieuw analoog fotograferen. Voorzichtig vroeg ik: en wil je dan graag zo’n analoog fototoestel ? Ik weet hier wel een kringloopwinkel.

Hij glunderde. Voor amper 10 euro had hij een analoog toestel in handen en was bezig met filmrolletjes en foto’s nemen. Herinneringen uit zijn jeugdjaren, de camera van zijn vader.

Valkenburg

Ik wist precies wat ik deed toen ik naar Valkenburg reed. Twee jaar geleden had ik er in de buurt gekampeerd. Het stadje is klein en toeristisch, er zijn vele banken en terrasjes. Het centrum is autovrij en je kan makkelijk dichtbij parkeren. Bovendien ligt in Valkenberg de beroemde Cauberg, iets waar het lief maar niet uitgepraat over geraakt wegens ‘zwaar onderdeel van de Amstel Gold Race’. En laat dat lief behoorlijk gek zijn van alles wat met wielrennen te maken heeft.

Klein en toeristisch, met strakblauwe hemel boven ons, dat geeft hoe dan ook een instant vakantiegevoel.

De blik naar buiten gericht

Deze dag waren we beiden kankervrij. Eenmaal in Nederland hebben we het er nooit over gehad. Onze blik was naar buiten gericht. Flanerende mensen, kinderen op klein fietsjes, dat Zuid-Limburgse dialect waar we niets van begrepen, genietend van een zalig ijsje op de trappen in de zon.

En gewoon dankbaar. Om wat is. En vergeten wat niet is.