wachtzaal

Ik had haar aan de lijn en ze huilde. Iemand had mij al verwittigd dat ze in paniek was : een brief had haar helemaal van streek gemaakt. Ik zei haar : maar je geen zorgen, je hoeft helemaal niet naar de dokter. Toen ik het drie keer gezegd had klaarde haar gemoed als een klein kind, er is weer voor gezorgd : grote dochter zegt dat het niet hoeft.

Alzheimer : die ontzettende onzekerheid, het continue gevoel dat je het in deze wereld niet meer redt als er niet heel wat mensen voor je zorgen en je ook emotioneel ondersteunen.

Als kleuter hoorde ik in de school verhaaltjes over boze rijke kinderen die hun moeder in een bejaardenflat lieten. Nooit een verhaal gehoord over de moed van die kinderen om dat te beslissen. Ook in mijn omgeving, waar praten over ernstige zaken wel degelijk mag, hoor ik bij niemand verhalen in deze zin. Alle moeders en vaders van de hele wereld lijken kerngezond, actief, genietend van hun pensioen.

Meestal is mijn moeder helder. Eenzaam wellicht, maar toch helder. Ze pluist de krant uit van a tot z en ze ziet uit naar de hoogtepunten van haar dag : de dame die haar de warme maaltijd komt brengen, de krant, de soaps ‘Familie’ en ‘Wittekerke’ en als afsluiter van de dag : De Laatste show. Haar voorverwarmde bed.

Maar nu en dan loopt het dus fout, is de paniek groot, en is ze totaal reddeloos.

Een bejaardenflat ziet ze niet zitten. Het is voor haar als een wachtzaal op de dood, een gevangenis met goede catering, een eindeloze dag.

Wie zal zeggen wie gelijk heeft ?

Dit vind je misschien ook leuk...

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Follow on Feedly