Categoriearchief: Geen categorie

Gelezen: bij ons in het dorp

In het boek ‘Bij ons in het dorp’ ontdek je 50 prachtige dorpen met karakter. Inclusief horecatips, logeeradresjes en wandelroutes. Ik maakte een filmpje waarin ik het boek doorblader, zo kan je meteen in het boek duiken.

Bij ons in het dorp: ieder dorp zijn verhaal

Ik ben van nature bovenal een natuurwandelaar, maar de combinatie van natuur én een dorp vind ik nog altijd het leukste. Elke keer kan ik verwonderd zijn over hoe anders een dorp eruit ziet. Er zullen in Vlaanderen wel dorpen zijn die onder de noemer dertien in een dozijn vallen, maar gelukkig zijn er ook tal van dorpen die dat niét zijn. Ze hebben karakter en je ziet bij het binnenkomen al dat men fier is op het dorp. Hetzij omdat ze bier brouwen, omdat ze een bloemendorp zijn, bekend om hun streekgerecht of de lokale legendes in ere houden.

Het boek “Bij ons in het dorp” stelt 50 dorpen voor, elk met een eigen karakter en verspreid over heel Vlaanderen. Dat er veel te vertellen valt over al die dorpen valt niet te ontkennen: het boek is met zijn meer dan 400 bladzijden wel een zeer lijvig boek geworden ! Kijk maar mee!

Bij ons in het drop – voorstelling boek

Een natje en een droogje

Na een goede wandeling kan ik het echt waarderen als ik terecht kan op een goed terrasje of de eerste opkomende honger kan stillen. In het boek staan adressen van ‘speciallekes’, horeca zaken die net iets anders zijn. Ik zie dat als een soort beloning voor mijn sportieve prestaties: met een goede kop koffie (en wat zoets), bekomen van al die kilometers, mijmerend over hoe goed het weer was. In mijn rugzak zit standaard iets tegen de kleine honger en ‘s winters zelfs een thermos thee, maar als ik al op voorhand wéét dat er een goede drankgelegenheid is, dan verkies ik toch de verse koffie.

Wandelingen met kaart

In ‘Bij ons in het dorp‘ staat bij tal van dorpen een kaart met wandeling. Nog minder werk! Hoef ik niet zelf iets uit te stippelen. Fijn als het eens makkelijk gaat. Het hele boek neem ik niet mee (te dik), ik neem gewoon een foto van de kaart. Lukt prima!

Stille hoop

Ik ben blij met het boek en ik koester de stille hoop dat het dorpsleven alleen maar sterker wordt. Dorpen zijn gemeenschappen waar Jan Piet nog kent, waar mensen samen dingen doen. De lokale fanfare, de supportersclub, zelfs de majoretten, de chiro, de KVLV, mijn eigen dorp heeft het allemaal. Ik moet echter toegeven: de 50 besproken dorpen in het boek hebben nog een pak meer: verhalen, tradities en vooral, een dorpskern die goed bewaard is. Dat we daar maar goed zorg voor maken (en niet ten prooi geven aan ‘staatsbanen’ die het hart in twee snijden, zoals in mijn dorp!).

En voor de rest: drink maar eens zo’n lokaal biertje, ‘t hoeft niet altijd koffie te zijn !

Praktisch: Bij ons in het dorp

Bij ons in het dorp

Sophie Allegaert & Gert Corremans, Bij ons in het dorp, een uitgave van Lannoo (2019), telt 424 (!) bladzijden. Het is te koop bij o.a. Bol.com voor €34,99 (paperback).

World mental health day: lessons learned

Mental health day

Dat onze gezondheid met lichaam en geest te maken heeft, mag voor veel mensen dan wel een evidentie zijn, praten over psychische problemen is dat niet. Dat merk ik vooral aan de schaamte die mensen hebben als ze thuis zijn omwille van psychische redenen, het schuldgevoel en de verantwoordingsdrang. Ooit iemand geweten die zich schaamde, schuldig voelde, omdat hij thuis met een gebroken been zat? Het is duidelijk: zo’n mental health day verdient echt wel z’n plaats.

In dit artikel som ik lessen op die ik leerde in het onderhouden van mentale gezondheid. Lees maar meteen dat het altijd met vallen en opstaan gebeurt. Een recept voor continu geluk bestaat wellicht niet.

1. Those Who Mind Don’t Matter, and Those Who Matter Don’t Mind

Dit citaat heeft me al dikwijls recht gehouden toen ik weer eens worstelde met onbegrip allerhande. Het hoeft overigens niet over psychische zaken te gaan, maar evengoed over de beslissingen die je neemt of de dingen die je doet.
Altijd zullen er wel mensen zijn die vinden dat je fout bezig bent, dat je dat niet zou moeten doen. Mensen met hopen advies waar je niets aan hebt en die je alleen nog ellendiger laten voelen.
Maar wie zijn die mensen? Mijn ervaring leert dat het meestal mensen zijn die me niet goed kennen die niet zo betekenisvol zijn in mijn leven. Als puntje bij paaltje komt, maakt het hen ook niet zoveel uit.

Belangrijker zijn de mensen die van betekenis zijn in mijn leven (those who matter), uiteindelijk zijn die bekommerd om mij. Ze zullen evengoed hun ongezouten mening geven en zitten er meestal recht op.
De rest is niet van tel.

2. Lichaam en geest zijn één

Ik geloof niet dat alle fysieke problemen een psychische grondslag hebben of omgekeerd, maar ik weet wel dat je fysieke lichaam een bondgenoot kan zijn.
Zo kreeg ik gisteren een alarmerende telefoon van het werk. Niet leuk is wel het minste dat ik kan zeggen. Ik voelde zo de spanning in mijn lichaam stijgen, alsof ik regelrecht onder hoogspanning stond. Ik pakte mijn loopschoenen en ging lopen. Het was een half jaar geleden, sedert de chemokuur van mijn man. Maar ik weet dat als ik loop, ik de onrust uit mijn lijf krijg, de kwaadheid, de frustratie. Mocht je denken: ho, dat kan ik niet: ik liep de eerste training van Start to run opnieuw en hijgde mij te pletter. Maar het hielp.

Sporten heeft me al heel veel een reddende boei bezorgd. Dat klinkt hoogdravend, maar voor mij is het bewegen. Of dat nu een ritje op de fiets is, een wandeling door het bos, als ik mijn hartslag maar even omhoog krijg, buiten ga. De natuur is voor mij een geweldige heler en daarvoor heb ik aan mijn eigen dorp al genoeg.

3. Goed is goed genoeg – f*ck perfectionism

Dat vind ik een hele moeilijke. Ergens in onze wereld is perfectionisme als een sluipend gif overal binnengedrongen. Tenminste, zo ervaar ik het. Het gebeurde dat ik zaken niet afkreeg omdat ik over 3 details viel die niet ‘100%’ naar mijn zin waren. Ik durfde het niet af te werken, wat overigens veel frustratie bracht, want ik kon het niet loslaten, het was immers niet af. Ik ben jaren aan een stuk gefrustreerd geweest omdat ik bij een lange duurloop geen 10 km per uur liep, terwijl het leek alsof dat voor anderen een slakkentempo was. Maar wie maakt het wat uit aan welke snelheid ik loop?

Wanneer mensen kritiek hadden op wat ik deed begon ik van vooraf helemaal opnieuw. Omdat ik in een alles of niets mentaliteit werkte.

Het is iets wat mij nog altijd achtervolgt. Ik wil de dingen helder in mijn hoofd, ik wil alles ‘af’, ik wil niet teleurstellen. Wie ik dan teleur zou stellen is mij niet eens latijd duidelijk.

Er zit een lijst van dingen die mensen van mij verwachten in mijn hoofd. Ik ken die mensen niet.

Geen idee van waar die lijst komt, maar in voel de druk. Druk die ik mezelf opleg?

4. Mindfulness to the rescue

Ik ben zo’n twee maanden bezig met dagelijkse meditatie. Soms zelfs een paar keer op een dag. Het principe van mindfulness ken ik al jaren en ik heb er behoorlijk veel over gelezen.

Ik omarmde het idee, niet de praktijk.

Meditatie is zoiets als sporten of gezond eten. Je verandert, bijna onzichtbaar. De meditaties beginnen met een bewustzijn van je lichaam. Meestal merk ik snel op dat ik nogal ondiep adem, wat niet zo goed is. Of ik merk dat mijn lichaam in spanning staat, alsof er overal gevaar lonkt (de essentie van stress, de reactie op gevaar). Ook al is het doel enkel bewustwording en niet zozeer verandering, ik merk dat het mij goed doet.

Maar het belangrijkste dat ik leerde was toch wel het temmen van die monkeymind.

Ik ben een denker in de letterlijke zin, er gaan continu gedachten door mij heen. Oordelen (dat is niet goed, dat moet anders, zou ik niet zus of zo?). Eindeloze gedachten die van het een naar het andere springen. Ik zie iets en hup: ik denk er iets bij. Mijn geest is zelden rustig en erger nog, zelden bij het moment.
Via meditatie leer ik die gedachten aan mij voorbij gaan. Dag gedachte, ik heb je gezien, maar ik ga niet op je in. Ik ben hier. Ik ben hier en nu.

world mental health day

5. Het schriftje

Daartegenover staat het schriftje. Ik neem iedere dag de tijd om mijn brein te ‘dumpen’. Dan kan het wel van het ene onderwerp naar het andere gaan. Of ik wil mijn gedachten rond iets ordenen. Morning pages, een dagboek, een notaboekje, het is maar zoals je het wil noemen.
Censureer ik mezelf? In zekere zin wel. Vroeger kon ik de moeilijke gedachten nog zwaarder maken door erover te schrijven. Nu hou ik me altijd voor om mild te zijn in mijn schrijven. Mildheid tegenover mezelf maar evengoed tegenover anderen.

Het gebeurt dat ik schrijf over iets wat ik gelezen heb en dat mij trof. Ik probeer mij te voeden met helpende gedachten. Woede en boosheid helpen niet. Die kan ik beter gewoon ‘aflopen’.

6. Goede boeken

Boeken laten soms een diepe indruk op mij na. Digital minimalism van Cal Newport is één van de boeken die ik onlangs las en waar ik zo goed als dagelijks aan denk. Het gaat over het omgaan met technologie en sociale media, maar bovenal over focus. Je aandacht en tijd bewust aan 1 ding geven en dan nog eens bewust kiezen voor dàtgene waar je je aandacht wil aan geven. Wat past bij je waarden en je levensdoelen. Bewust omgaan met tijd en aandacht heeft voor mij alles te maken met mindfulness en het ‘temmen van die monkeymind’, oftewel die rusteloze geest.
Misschien moet ik hier eens een lijstje met boeken plaatsen die mij een stuk verder gebracht hebben.

7. De psycholoog, arts

Spijtig dat daar nog zo’n taboe over heerst, terwijl het de normaalste zaak van de wereld zou moeten zijn. Niemand vindt het raar dat je naar een diëtist gaat omdat je voor een gezondere levensstijl wil gaan. Je loopt al lang rond met een zeurende hoofdpijn en gaat langs bij de huisarts.

Goede psychologen houden je een spiegel voor, ontdekken patronen in je denken en handelen en gaan met jou op zoek naar alternatieven. Een klein uur lang (meestal 45 minuten) krijg je de volledige vrijheid in alle vertrouwen je angsten, twijfels, frustraties neer te leggen. Met hoeveel mensen kan je dat? We leven in een maatschappij van probleemoplossers en we zijn er goed in. Komt het daardoor dat mensen zich zo ongemakkelijk voelen als ze geen antwoord kunnen bieden, geen oplossing kunnen geven? Als er gewoon rauwe pijn is? Verwarring? De onmacht om om te gaan met pijn en machteloosheid?

Psychologen hebben geen kant-en-klare oplossingen. Door de gesprekken worden zaken echter duidelijker. De jungle wordt een bos. Met bomen en struiken en dieren. Na verloop van tijd blijken er toch verschillende paden te zijn. Je krijgt zicht.

8. De obsessie met geluk

Ik ben fan van de basisfilosofie van Dirk De Wachter. Dat ongelukkig zijn bij het leven hoort, dat we niet in een constante van geluk kunnen leven. Was ons leven zonder tegenslag dan wisten we niet wat geluk was, las ik ergens.

‘Ik denk dat we te veel geobsedeerd zijn met geluk.
We zijn te zeer bezig met gelukkig zijn.
We willen zo nodig dat alles altijd leuk, leuk,
leuk is en dat lijkt me een vergissing.’

Dirk De Wachter

Ik vind niet dat we in een barmhartige maatschappij leven. Het oordeel is snel geveld (lees maar de commentaren op Facebook) en Instagram staat vol met picture perfects. Maar soms regent het. Kreeg je de hele dag niets voor elkaar. Zagende collega’s (en je deed zelf flink mee). Saaie dagen. Onbegrip. Iemand slaat de bal compleet mis en brengt je volledig van de kaart. Het gebeurt.
Maar het gaat ook over.
In deze dagen helpt voor mij opnieuw het mediteren, maar ook de oefening in dankbaarheid. Het lief kookte weer maar eens, ik hoefde daar niet voor te zorgen. Ik kom thuis in een huis vol liefde (daar ben ik ontzettend dankbaar voor), ik hoef mij geen zorgen te maken over het betalen van de energiefactuur (er zijn er andere).

9. Spiritualiteit

Ik denk dat we dat missen, spiritualiteit. Levensfilosofie. Iets dat ons uitdaagt om na te denken over ons leven en onze relatie met anderen. Mijn overleden schoonvader was een overtuigd christen. Hij bezocht zieken en stelde zich daar geen vragen bij. Hij engageerde zich voor mensen die het moeilijk hadden. Zijn vrouw zorgde jarenlang voor hem toen hij dementerend was en haar nauwelijks herkende. Hij was zo zorgbehoevend dat hij nooit alleen kon zijn. Ik heb daar nooit veel theorie over gehoord. Geen klachten, maar ook geen preken. Ze deden het gewoon.

Ik ben opgevoed op een klassieke nonnenschool en ben vrij goed met de christelijke bronnen. Ze blijven mij uitdagen. Wat betekent vergeven? Hoeveel kansen geef je iemand anders? Hoe reageer ik op iemand als ik zie dat het niet goed met hem of haar gaat? Wat betekent geld voor mij? Ben ik snel in mijn veroordelen van iemand anders?
Waar ligt mijn hart? Als ik er één ding uit leer dat werkelijk te maken heeft met geestelijke gezondheid dan is het dit:

We zijn afhankelijk van elkaar.
We hebben elkaar nodig, al zijn we zo fier op onze zelfstandigheid en individualiteit.

10. Kunnen we elkaars therapeut zijn ?

Het zou mooi zijn mochten onze vragen over geluk, liefde, ons leven, onze worstelingen niet zo’n taboe zijn. Niemand ontkent dat het leven zijn ups and downs kent en toch is er veel ongemakkelijkheid als het over die ‘downs’ gaat. Alsof er schaamte moet zijn voor iets dat werkelijk tot ieders leven behoort.

De Wachter ziet een probleem in de ikkigheid van onze wereld. “We zetten zoveel in op autonomie, op alleen succesvol bereiken en dan dreigt de teloorgang van het verbondene”, legt De Wachter uit. En daarin ziet hij wel een gevaar. “Nabijheid en tijd zijn cruciaal in onze tijden, onze maatschappij gaat daar slordig mee om. Gebruik sociale media om af te spreken en elkaar in de ogen te kijken. Er zijn overal wachtlijsten voor mensen die met hun verdriet tegen betaling naar een therapeut willen of moeten. Zou het geen oplossing zijn als we elkaars therapeut wat kunnen zijn?” (Dirk De Wachter, VRT)

Wat is goede regenkledij ?

Goede regenkledij want: 
There is no such thing as bad weather, only inappropriate clothing.

Goede regenkledij : begin met je schoenen

Ik kan mij voorstellen dat veel mensen regen als een behoorlijk obstakel zien, toch hoeft dat niet zo te zijn. Het weer houdt me zelden tegen om te wandelen, het klopt immers wat Ranulf Fiennes hierboven schrijft: alles staat en valt met goede regenkledij, en vergeet daarbij vooral niet dat je schoenen waterdicht moeten zijn. Zijn ze dat niet, dan is het risico op blaren écht groot en dat wil je – bovenop de regen – écht niet.
Ik draag al jarenlang deze (goedkope) schoenen. Ze zitten goed en als ze versleten zijn koop ik gewoon opnieuw dezelfde.

Goede regenkledij, het recept

Ik draag al jaren dezelfde regenkledij. Dat kan alleen maar betekenen dat het doet wat het moet doen (mij comfortabel droog houden zonder mij te pletter te zweten) én dat het kwalitatief goed is. Zij het zomer of winter, het recept is altijd hetzelfde.
Heb je stukken van dit artikel al gelezen op DeWereldvanKaat? Dat kan, want uiteindelijk draag ik al jaren hetzelfde!

Het dillema: zweten en droog of niet zweten en nat ?

Wie wandelt krijgt het warm. Maar dat wil niet zeggen dat je zin hebt om doorweekt te worden omdat je geen jas wil dragen. Kies je echter een klassieke regenjas, dan zweet je je te pletter. Het maakt dan eigenlijk niet veel meer uit dat je kleren misschien niet nat worden, ondertussen loopt het zweet van je lijf. Als ik echt moét kiezen, dan ben ik liever gewoon nat. Daarom draag ik ook dikwijls gewoon een regenhoed. Ik moet dan wel zeker zijn dat ik nergens meer binnen hoef. Want met een regenspoor achter mij ben zelfs ik gegeneerd in een café.

Voor (korte) buien : de poncho

In de zomer heb ik bijna altijd een poncho bij. De regenbuien zijn meestal van korte duur en zo’n poncho heb je zo over je kleren én rugzak. Bovendien is het meestal te warm om continu met een regenjas te wandelen. Tijdens de Vierdaagse van de IJzer gebruikte ik ‘m behoorlijk veel. Toen was het werkelijk een kat- en muisspel van regen en zon.
Voordelen aan zo’n poncho: je trekt ‘m heel snel aan en uit omdat hij over je rugzak gaat. Je blijft een behoorlijke bewegingsvrijheid hebben. Hij is licht.
Nadelen: in een klassieke regenponcho zweet je je snel te pletter. Daarom gebruik ik gebruik al lange tijd deze poncho van Decathon. Er zijn goedkopere versies en je zal me zeker niet horen zeggen dat die ook niet de job klaren, maar er is wel een reden voor het prijsverschil. Lees maar hieronder !

Hoe regendicht is mijn jas/poncho ? Voert hij voldoende zweet af ?

Ga je voor eender welke regenkledij, kijk dan naar het cijfer dat de regenbestendigheid aangeeft. Deze poncho heeft een regenbestendigheid van 2000mm.
Dat cijfer verwijst naar de waterdichtheid. 2000 mm is prima zo lang je geen uren aan een stuk door de regen wandelt. Bij deze poncho staat ook ‘RET II’ . Dat verwijst dan weer naar de mate waarin de stof zweet afvoert. RET staat voor Resistance Evaporative Transfert.  Hoe lager het cijfer, hoe meer ademend vermogen. Die poncho van mij schoort dus behoorlijk goed.

Een RET score

  • tussen 0 en 6  staat voor uitstekend
  • tussen 6 en 13 is goed
  • hoger dan 13 : gemiddeld

Prijsverschil in regenmateriaal heeft meestal te maken met deze twee cijfers. Je krijgt waarvoor je betaalt.

De allround regenjas

Ideaal zou natuurlijk zijn als je een regenjas had waarop je blindelings kon vertrouwen. Een jas die heel wat regen aankan maar waarin je ook niet zweet. Als zo’n jas ook nog eens praktisch is én mooi, dan zit je helemaal goed.

Mijn jas krijgt goede punten !

Ik heb mijn hart verloren aan de Forclaz 500. De cijfertjes bewijzen het dat het een goede jas is, want hij heeft een regenbestendigheid van maar liefst 20 000 mm tot 25 000 m, dat is dus een veel hogere score dan mijn poncho. Het mag al wat meer zijn dan een regenbuitje. Al heb ik dat natuurlijk liever niet !
Wat ademend vermogen betreft heeft hij een score <9.
Opgelet: regenbestendigheid en ademend vermogen verminderen na het aantal keren wassen. Je kan dit wel verhelpen door de jas te behandelen. 

Praktisch

Er zijn maar liefst 4 zakken vooraan en allemaal met ritsen. Ik ben nogal van het freakerige type wat ritsen betreft. De GSM wil ik graag (vooral als fototoestel) binnen handbereik, maar ik wil ‘m ook niet verliezen als ik ergens een steile helling opklim of door een bos stap. In de voorste zakken steek ik soms gewoon mijn zakdoek of een plannetje. Binnen handbereik en het wordt niet nat.
Binnenin zitten er ook nog heel wat zakken. Er is er zelfs eentje voorzien voor je GSM/Ipod met een gaatje voor het kabeltje van je oortjes. Tijdens het echte wandelen gebruik ik dat niet, maar soms wil ik s’ avonds nog een wandeling door ons dorp ter ontspanning en dan is dat prima.
Iedereen die wandelt en een rugzak draagt (en zelfs zonder rugzak) weet dat het onder je armen snel druk en zweterig wordt. Gelukkig heeft deze jas verluchtingsritsen. Ik voel mij altijd een beetje belachelijk als ik die ‘open’ zet, maar geen kat die dat merkt. Tenzij je natuurlijk met je armen omhoog in de lucht gaat wandelen. Het vermijdt wel een pak vieze geurtjes !

De jas is licht en dat is wel noodzakelijk als je lange tochten maakt, het maakt veel uit voor je bewegingsvrijheid, zeker met een rugzak erbij. Mocht de zon haar toch van haar beste kant tonen, dan steek ik ‘m gewoon in mijn rugzak.

Een rugzak die tegen een flinke bui kan

Een goede rugzak maakt je tocht geweldig. Niet alleen omdat je er geen last van hebt (uiteraard het belangrijkste!) maar ook omdat je niet bij iedere gram aan ‘nog meer ongemak’ moet denken’. 

Dit zijn de voorwaarden waaraan een dagtrekrugzak voor mij moet voldoen.  

  1. De evidentie zelf: hij moet goed zitten
    Het beste pas je de rugzak mét gewicht. In Decathlon hebben ze zo’n zakken met dood gewicht om dat te testen. Ik loop daar echt mee rond, zelfs niet een paar minuutjes. Met borstriem en al ! 
    Soms vrees ik dat ik een Michelinventje word omdat ik zowel de heupriem als de borstriem aanspan, maar het is echt een verschil als ik die bovenste riem niet heb.
  2. Er zit een verluchtingscompartiment in
    Je moet het ervaren voor je het gelooft, maar in principe is het simpel. Ik wil geen rugzak die tegen mijn rug hangt.  Als ik een andere gebruik die geen verluchtingscompartiment heeft, dan gaat ik snel zweten door de constante wrijving op mijn rug. Bovendien is er dan geen ventilatie mogelijk. Klassieke rugzakken zitten als het ware aan je rug geplakt.
  3. Er zitten zijzakjes in waarin je een fles kwijt kan
    Ik heb geen zin om iedere keer mijn rugzak af te zetten om een fles te zoeken. Klinkt geweldig lui voor iemand die op wandel is, maar ik wil mijn cadans van het wandelen niet breken. Ik ben ondertussen zo handig geworden dat ik de fles er in en uit krijg zonder te stoppen of de rugzak uit te doen !
  4. Er zit een ingewerkte regenhoes bij
    Vroeger had ik een rugzak waar de regenhoes ingewerkt was. Eerlijk? Dat is toch het beste, want ik durf wel eens vergeten om zo’n hoes mee te nemen. Je zal zien, net dan gaat het flink regenen. Tegenwoordig lijken minder rugzakken een ingebouwde regenhoes te hebben. Gelukkig is zo’n hoesje compact, ik hang die er tegenwoordig standaard aan met een musketonhaak.  Eerlijk gezegd toch liever de ingewerkte regenhoes. 
  5. Het lief wil soms mijn rugzak dragen
    Oké, dat heeft niets te maken met de rugzak. Maar het levert toch een mooi plaatje op.

Dit is nog een foto van mijn vorige, oude rugzak. Gelukkig doet het lief hetzelfde met de nieuwe rugzak! 

Ik heb heimwee naar mijn oude rugzak (versleten!) maar deze nieuwe voldoet aan de voorwaarden zoals hierboven omschreven.  Bovendien heeft hij zo’n riempjes waardoor je je regenjas makkelijk kwijt kan.  Nog een voordeel : er zit een zijrits in, waardoor je zo makkelijk ook aan spullen kan die helemaal onderaan zitten. Tenslotte kan ik het verschuifbaar GSM-zakje aan de heupriem echt wel waarderen, want dat weet ik nooit goed kwijt, zeker in  meer zomerse tijden waar je géén regenjas met zakken aanhebt. 
Dus ja, misschien hou ik ooit evenzeer van deze rugzak als mijn ‘oude paarse’ !

Mijn liefde om erop uit te trekken is groot

Regen is voor mij echt geen bezwaar (meer) om te gaan wandelen, zelfs niet een dag lang. Ik geef toe dat ik daarin veranderd ben. Een paar jaar geleden zou de regen een reden geweest zijn om niet te wandelen. Maar ondertussen weet ik drie dingen :

  1. Mijn liefde om erop uit te trekken is groter dan mijn bezwaar tegen regen
  2. Het regent zelden een hele dag aan een stuk
  3. Je kan je prima beschermen tegen de regen.

Moraal van het verhaal? Laat regen je niet weerhouden om te genieten van een flinke dosis natuur en rust ! 

Breinbody dieet

Gelezen: Het brein-body dieet – Sara Gottfried

Als er één ding is dat ik geleerd heb uit het breinbody dieet, dan is het wel dat wonderdiëten niet bestaan en dat wat voor jou werkt, niet noodzakelijk voor mij werkt. Sara Gottfried, afgestudeerd aan Havard als gezondheidsexpert, brengt in haar boek ontzettend veel inzicht bij elkaar, zodat je een pak wetenschappelijker naar eten gaat kijken. Geen eenvoudig boek, geen toverformule, wel het aanpakken van oorzaken bij een verstoring van de balans body/brein.

Ieder pondje gaat door het mondje. Alsof het daar eindigt.

Met deze volkswijsheid ben ik groot gebracht en er valt ook niets tegenin te brengen. Wat je niet eet kan je niet dikker maken, maar ook niet gezonder. Bovendien, als we het over afvallen hebben, stelt de realiteit teleur. Bij de ene plakt de chocotoff eraan als een kilo, de andere merkt nauwelijks verschil. Kortom: het is allemaal wel wat complexer dan dat. Hormonen, leeftijd, geslacht, slaap, beweging, stress, het heeft allemaal invloed op onze brein/bodybalans.

De beschadigde 7

Sara Gottfried somt in het breinbody dieet 7 invloeden op die ze ‘de beschadigde zeven noemt’. Stuk voor stuk zijn ze mee verantwoordelijk voor het niet meer afvallen (plateaus) of gewichtstoename. Als er iets op deze domeinen foutloopt, voel je sowieso niet 100% goed in je vel.

  • Toxinen: Deze hebben een invloed op onze stemming en onze stemming doet ons (bepaalde dingen) eten.
  • Lichaamsgewicht- setpoint: over de rol van hormonen en het verbranden van lichaamsvet
  • Breinmist: hoe werk je je breinmist weg en kom je tot heldere gedachten?
  • Verslavingen: hoe ga je om met de innerlijke chaos?
  • Angsten: hoe kalmeer je je overactiver brein?
  • Depressies: klim uit het dal, zodat je geen pillen nodig hebt
  • Geheugen: hoe voorkom je dat je met ouder worden, een minder sterk geheugen krijgt ?

De link is duidelijk: hoe je dénkt, hoe je je voélt (zenuwachtig, afwezig, depressief), alles wat ‘uit het brein’ komt, vertaalt zich naar het lichaam, vandaar het breinbody dieet om alles in balans te krijgen.

Reset je brein in 40 dagen. Echt?

De ondertitel van het breinbody dieet is ‘Reset je brein in 40 dagen’. Toen ik het boek voor het eerst in handen had, dacht ik er een projectje van 40 dagen van te maken. Dat voornemen moest ik echter snel opbergen. Ten eerste is het breinbody dieetboek een kanjer van een boek met zoveel informatie dat je dit niet even in een paar dagen leest, laat staan toepast. In the long run is dat een compliment voor het boek, hier geen toverformules van ‘wat meer dit en wat minder dat’. Sara Gottfried schrijft genuanceerd.

Bovendien draai je het roer van zowat alles in je leven om. De eerste stap – en dat is de kracht van het boek – is bewustwording. Je moet al een behoorlijke superheld zijn om je leven te onderzoeken en vervolgens nog eens alle adviezen in 40 dagen te volgen. Maar misschien bedoelt ze dit wel: dat je best 40 dagen uittrekt om al die informatie goed te laten doordringen.

Maar o wat zet dit boek aan tot denken!

Ik heb het Breinbody dieet in ‘brokjes’ gelezen en nog blader ik dikwijls terug. Het boek is niet opgevat als een werkboek, maar het is een boek waarmee je concreet aan de slag moet. Het is confronterend en het daagt je uit om niet alleen te kijken naar ‘wat’ je eet, maar ook ‘waarom’ je bepaalde zaken eet en op welke manier je dat doet.

breinbody dieet

Praktisch

Sara Gottfried, Het breinbodydieet. Reset je brein in 40 dagen. Word blijvend slanker, gelukkiger en gezonder, uitgeverij Harper Collins (2019), 464 blz. is te koop bij o.a. Bol.com voor € 19,99 (paperback).