Categoriearchief: Geen categorie

De slimste vogelgids

Wie is die vogel? Vind hem in de Slimste Vogelgids!

In de Slimste Vogelgids van Jan Rodts vind je vogels uit de Benelux, gerangschikt volgens grootte. Via de specifieke kenmerken leer je elke vogel herkennen en sta je te popelen om naar buiten te gaan!

Er is altijd een vogel in de buurt

Ik heb een gigantische bewondering voor mensen die zomaar vogels herkennen. Nou ja, zomaar is dat nooit. Het zijn geoefende luisteraars en ik vermoed dat ze goede vogelgidsen hebben. Ik heb thuis best wel wat natuurgidsen en over de meeste vallen goede dingen te zeggen. De slimste Vogelgids brengt zo’n beetje het beste samen. Ik vertel u meteen waarom!

mus
Deze mus (foto niet uit het boek) ken ik vooral uit mijn kindertijd. De vogel is kwetsbaar geworden in Vlaanderen. Dankzij de Slimste Vogelgids krijg ik nu ook oog voor detail. Zie je dat beige wenkbrauwstreepje, blijkbaar zo eigen aan de mus?
Alleen daarom al vind ik het boek zo fijn! Details die ik vroeger niet zag.

Voordelen aan de Slimste Vogelgids

Voor een wandelaar als ik die tenslotte de meeste kilometers in de Benelux wandelt ben ik gelukkig met een beperking. Zoals in ‘broedvogels van België en Nederland’. Dat zijn uiteraard de vogels bij uitstek die je zal spotten. 192 vogels, ik geef toe dat het toch al een hele hap is, maar toch niet zoveel als in de gids van mijn vader zaliger die er ook nog eens de vogels van Noord-Afrika en het Midden-Oosten bijnam.

Bovendien zijn het foto’s en geen tekeningen. Ik vind tekeningen heel erg mooi, maar om een vogel te herkennen heb ik toch liever the real thing.

De vogels zijn gerangschikt op lichaamsgrootte, van snavel tot staart en niet op basis van spanwijdte. Lichaamsgrootte is iets wat je snel ziet. Als totale beginneling heb ik nog altijd het meeste succes met bomen op takken of ergens ‘zittend’. Op een of andere manier ben ik nog altijd te traag om ze in de lucht te spotten, of het moeten al behoorlijke (grote) roofvogels zijn. Natuurlijk kan je geen hele reeks van 195 vogels exact volgens grootte rangschikken. Daarom hield Jan Rodts het bij een onderverdeling die een beetje neerkomt op XS tot XL, alleen noemt hij het anders.
Elk hoofdstuk heeft een andere groene tint als bovenrand, zelf had ik had liever wat duidelijker gehad, ik heb er maar meteen van die handige kleefbare bladwijzers ingepakt. Het is tenslotte een werkboek!
Het nadeel van die volgorde is dat alle soorten vogels door elkaar staan. Dus niet alle meesjes bij elkaar, alle ganzen en eenden. Dat is best even wennen.

vink
Deze vink (foto niet uit het boek) valt onder het hoofdstuk ‘small’ ofwel deel 2 wat lichaamsgrootte betreft.

Kijken, kijken, kijken!

Oftwel oefening baart kunst. Maar ondanks de Slimste Vogelgids blijf ik het moeilijk vinden. Kijk je eerst naar de vogel en zoek je hem dan op in het boek, of doe je het omgekeerd? Ik merk dat ik het meeste succes heb door véél in het boek te kijken. Ik memoriseer zo visueel de vogel in mijn hoofd en onthou de bijzondere kenmerken.

Bijzondere kenmerken

De slimste vogelgids
De kaft vertelt meteen wat je kan verwachten.

Zo zitten er volgens mij tal van mezen rond ons huis, maar welke? Is het een koolmees of een pimpelmees? Beide zijn immers gelig en hebben een zwarte buikstreep. Hoe weet ik zeker dat het de ene is en niet de andere? Bij iedere vogelfoto staan de bijzondere fysieke kenmerken. Oef! Ik durf het nog altijd niet met 100% zekerheid beweren, maar ik geloof dat het pimpelmezen zijn. Ze staan best hun mannetje !

Identiteitskaart

Vervolgens staat bij ieder vogel een soort identiteitskaart en ik geef toe, die leidde al tot menig frustratie over mijn beperkte vogelkennis. Ha! Dacht ik daar een vogel te herkennen en blijk ik er helemaal naast te zitten! Gelukkig staat bij iedere identiteitskaart ‘niet te verwarren met …..’ zodat ik meestal toch nog bij de juiste vogel uitkom.
Noot: er staat evengoed dat de pimpelmees niét te verwarren is, haha, die Jan Rodts kent duidelijk geen superbeginnelingen zoals ik.

30 jaar ervaring samengebundeld

(Vlaamse) Gaai
Deze vogel (geen foto uit het boek) kende ik al. Ik blijf ‘Vlaamse Gaai’ zeggen, al is het tegenwoordig gewoon ‘Gaai’. Superleuk om te lezen in de Slimste Vogelgids is dat ‘Vlaamse’ waarschijnlijk van het Franse Flambant komt. Hij verwijst naar ‘vlammend’, maar de meeste Vlamingen zullen wellicht aan flambayant denken. Geef toe, zo ziet hij er toch helemaal uit?

Jan Rods is een professionele vogelbeschermer en is daar al meer dan 30 jaar mee bezig. Dat kan maar 2 dingen betekenen: dat hij in 30 jaar immens veel kennis heeft vergaard én dat ik niet hoef te zuchten als mijn vogelkennis zich beperkt tot zo’n vogel of 30 (met vergissingen en het geluk dat watervogels ook vogels zijn!).

Het boek mag dan lijvig zijn, het heeft wel een handzaam formaat. Het past in de rugzak en heeft een buigzame kaft. Ik weet nu al dat dat boek zal afzien hier, er zullen wel wat kreukjes komen maar bovenal hoop ik dat ik nu en dan een vogel als ‘gezien’ kan afvinken, want ook dat is voorzien. Ik schrijf er wel nog lekker de datum op.

Absoluut niet enkel voor de beginner

Dit boek is absoluut geen boek dat enkel een beginnende vogelspotter zal bekoren. Hield ik het hierboven bij de ‘basics’, dan vertelt Jan Rodts nog hele wat meer over iedere vogels, zoals

  • Naam van de vogel in het Latijn, Frans, Engels en Duits
  • Lengte, spanwijdte en lichaamsgewicht
  • Verschil in geslacht mét een foto van beide
  • Een algemene omschrijving
  • Habitatvoorkeur
  • Voedsel
  • Nest en nestplaatskeuze
  • Broedsel
  • Trek- of standvogel
  • Mogelijk te verwarren met: daarbij staat ook waarom het verwarrend is en op welke verschillen je precies moet letten.

In het boek zijn achteraan verschillende registers opgenomen, dus eerlijk: wat meer kan je nog willen weten?

Praktisch

Jan Rodts, De slimste vogelgids, alle 192 broedvogels van België en Nederland telt 448 bladzijden en is een uitgave van Houtekiet. Te koop bij o.a. Bol.com voor 29,99 euro.

Kakkerlakjes:geef eens een miniboek cadeau!

Wat een zalig concept!

Kakkerlakjes – nou niet de meest aantrekkelijke naam, maar het blijft wel in je oor hangen ! – zijn miniboekjes in het formaat van een postkaart. Ze zijn gigantisch mooi uitgegeven en inhoudelijk top. Gedichten van Rutger Kopland of Herman De Coninck, een boekje vol soeprecepten (want soep helpt altijd!) of voor de fan van bubbeldrankjes een heel receptenboekje. Ook aan kinderen is gedacht!

Waar je iemand ook wil voor bedanken of in de bloemetjes zetten, er is wel een boekje dat precies past. Je kan ze opsturen, op z’n bureau leggen of, zoals ik doe: er zelf mateloos van genieten. Zoals de boekjes vol poëzie bijvoorbeeld.

kakkerlakjes

Dat ik er een beetje gretig van word

Aanvankelijk was ik van plan om mijn Kakkerlakjes weg te geven, maar ik merk dat ik ze koester als kleine juweeltjes. Het is balanceren tussen verzameldrang en minimalisme bij mij, want ja, ze zijn toch héél mooi! Of ik koop ze gewoon dubbel, eentje om te houden en eentje om weg te geven. Is mijn geweten meteen ook gesust!

kakkerlakjes
Mijn favoriet is ‘Hoe het licht wandelt’. Wellicht geen verrassing!

Waar zijn de kakkerlakjes te koop?

Zo’n kakkerlakje kost €6,99, wat nauwelijks meer is dan een mooie postkaart, enveloppe inclusief. Je frankeert ze als gewone post.

kakkerlakjes molen

Via Bol.com kan je ze in doosjes kopen, dan koop je bv. 6 boekjes vol poëzie en heb je een voorraadje cadeau’s, maar ik verkies toch individuele boekjes. Het kiezen alleen al is een waar plezier.
Gelukkig ziet De Standaard Boekhandel het helemaal zitten om de boekjes apart te verkopen! Hip hip hoera!
Ik voorzie dat ze in steeds meer boekhandels te koop zullen zijn, maar van deze winkels weet ik het alvast zeker:

Straks bij de tijdschriften?

Een fijn concept vind ik het, die kakkerlakjes en ik zou al willen dat ze ook gewoon als tijdschrift te koop waren. Iedere maand eentje, bijvoorbeeld. Dat zou pure verwennerij zijn. Meteen een hint aan de uitgeverij!

Gelezen: bij ons in het dorp

In het boek ‘Bij ons in het dorp’ ontdek je 50 prachtige dorpen met karakter. Inclusief horecatips, logeeradresjes en wandelroutes. Ik maakte een filmpje waarin ik het boek doorblader, zo kan je meteen in het boek duiken.

Bij ons in het dorp: ieder dorp zijn verhaal

Ik ben van nature bovenal een natuurwandelaar, maar de combinatie van natuur én een dorp vind ik nog altijd het leukste. Elke keer kan ik verwonderd zijn over hoe anders een dorp eruit ziet. Er zullen in Vlaanderen wel dorpen zijn die onder de noemer dertien in een dozijn vallen, maar gelukkig zijn er ook tal van dorpen die dat niét zijn. Ze hebben karakter en je ziet bij het binnenkomen al dat men fier is op het dorp. Hetzij omdat ze bier brouwen, omdat ze een bloemendorp zijn, bekend om hun streekgerecht of de lokale legendes in ere houden.

Het boek “Bij ons in het dorp” stelt 50 dorpen voor, elk met een eigen karakter en verspreid over heel Vlaanderen. Dat er veel te vertellen valt over al die dorpen valt niet te ontkennen: het boek is met zijn meer dan 400 bladzijden wel een zeer lijvig boek geworden ! Kijk maar mee!

Bij ons in het drop – voorstelling boek

Een natje en een droogje

Na een goede wandeling kan ik het echt waarderen als ik terecht kan op een goed terrasje of de eerste opkomende honger kan stillen. In het boek staan adressen van ‘speciallekes’, horeca zaken die net iets anders zijn. Ik zie dat als een soort beloning voor mijn sportieve prestaties: met een goede kop koffie (en wat zoets), bekomen van al die kilometers, mijmerend over hoe goed het weer was. In mijn rugzak zit standaard iets tegen de kleine honger en ‘s winters zelfs een thermos thee, maar als ik al op voorhand wéét dat er een goede drankgelegenheid is, dan verkies ik toch de verse koffie.

Wandelingen met kaart

In ‘Bij ons in het dorp‘ staat bij tal van dorpen een kaart met wandeling. Nog minder werk! Hoef ik niet zelf iets uit te stippelen. Fijn als het eens makkelijk gaat. Het hele boek neem ik niet mee (te dik), ik neem gewoon een foto van de kaart. Lukt prima!

Stille hoop

Ik ben blij met het boek en ik koester de stille hoop dat het dorpsleven alleen maar sterker wordt. Dorpen zijn gemeenschappen waar Jan Piet nog kent, waar mensen samen dingen doen. De lokale fanfare, de supportersclub, zelfs de majoretten, de chiro, de KVLV, mijn eigen dorp heeft het allemaal. Ik moet echter toegeven: de 50 besproken dorpen in het boek hebben nog een pak meer: verhalen, tradities en vooral, een dorpskern die goed bewaard is. Dat we daar maar goed zorg voor maken (en niet ten prooi geven aan ‘staatsbanen’ die het hart in twee snijden, zoals in mijn dorp!).

En voor de rest: drink maar eens zo’n lokaal biertje, ‘t hoeft niet altijd koffie te zijn !

Praktisch: Bij ons in het dorp

Bij ons in het dorp

Sophie Allegaert & Gert Corremans, Bij ons in het dorp, een uitgave van Lannoo (2019), telt 424 (!) bladzijden. Het is te koop bij o.a. Bol.com voor €34,99 (paperback).

World mental health day: lessons learned

Mental health day

Dat onze gezondheid met lichaam en geest te maken heeft, mag voor veel mensen dan wel een evidentie zijn, praten over psychische problemen is dat niet. Dat merk ik vooral aan de schaamte die mensen hebben als ze thuis zijn omwille van psychische redenen, het schuldgevoel en de verantwoordingsdrang. Ooit iemand geweten die zich schaamde, schuldig voelde, omdat hij thuis met een gebroken been zat? Het is duidelijk: zo’n mental health day verdient echt wel z’n plaats.

In dit artikel som ik lessen op die ik leerde in het onderhouden van mentale gezondheid. Lees maar meteen dat het altijd met vallen en opstaan gebeurt. Een recept voor continu geluk bestaat wellicht niet.

1. Those Who Mind Don’t Matter, and Those Who Matter Don’t Mind

Dit citaat heeft me al dikwijls recht gehouden toen ik weer eens worstelde met onbegrip allerhande. Het hoeft overigens niet over psychische zaken te gaan, maar evengoed over de beslissingen die je neemt of de dingen die je doet.
Altijd zullen er wel mensen zijn die vinden dat je fout bezig bent, dat je dat niet zou moeten doen. Mensen met hopen advies waar je niets aan hebt en die je alleen nog ellendiger laten voelen.
Maar wie zijn die mensen? Mijn ervaring leert dat het meestal mensen zijn die me niet goed kennen die niet zo betekenisvol zijn in mijn leven. Als puntje bij paaltje komt, maakt het hen ook niet zoveel uit.

Belangrijker zijn de mensen die van betekenis zijn in mijn leven (those who matter), uiteindelijk zijn die bekommerd om mij. Ze zullen evengoed hun ongezouten mening geven en zitten er meestal recht op.
De rest is niet van tel.

2. Lichaam en geest zijn één

Ik geloof niet dat alle fysieke problemen een psychische grondslag hebben of omgekeerd, maar ik weet wel dat je fysieke lichaam een bondgenoot kan zijn.
Zo kreeg ik gisteren een alarmerende telefoon van het werk. Niet leuk is wel het minste dat ik kan zeggen. Ik voelde zo de spanning in mijn lichaam stijgen, alsof ik regelrecht onder hoogspanning stond. Ik pakte mijn loopschoenen en ging lopen. Het was een half jaar geleden, sedert de chemokuur van mijn man. Maar ik weet dat als ik loop, ik de onrust uit mijn lijf krijg, de kwaadheid, de frustratie. Mocht je denken: ho, dat kan ik niet: ik liep de eerste training van Start to run opnieuw en hijgde mij te pletter. Maar het hielp.

Sporten heeft me al heel veel een reddende boei bezorgd. Dat klinkt hoogdravend, maar voor mij is het bewegen. Of dat nu een ritje op de fiets is, een wandeling door het bos, als ik mijn hartslag maar even omhoog krijg, buiten ga. De natuur is voor mij een geweldige heler en daarvoor heb ik aan mijn eigen dorp al genoeg.

3. Goed is goed genoeg – f*ck perfectionism

Dat vind ik een hele moeilijke. Ergens in onze wereld is perfectionisme als een sluipend gif overal binnengedrongen. Tenminste, zo ervaar ik het. Het gebeurde dat ik zaken niet afkreeg omdat ik over 3 details viel die niet ‘100%’ naar mijn zin waren. Ik durfde het niet af te werken, wat overigens veel frustratie bracht, want ik kon het niet loslaten, het was immers niet af. Ik ben jaren aan een stuk gefrustreerd geweest omdat ik bij een lange duurloop geen 10 km per uur liep, terwijl het leek alsof dat voor anderen een slakkentempo was. Maar wie maakt het wat uit aan welke snelheid ik loop?

Wanneer mensen kritiek hadden op wat ik deed begon ik van vooraf helemaal opnieuw. Omdat ik in een alles of niets mentaliteit werkte.

Het is iets wat mij nog altijd achtervolgt. Ik wil de dingen helder in mijn hoofd, ik wil alles ‘af’, ik wil niet teleurstellen. Wie ik dan teleur zou stellen is mij niet eens latijd duidelijk.

Er zit een lijst van dingen die mensen van mij verwachten in mijn hoofd. Ik ken die mensen niet.

Geen idee van waar die lijst komt, maar in voel de druk. Druk die ik mezelf opleg?

4. Mindfulness to the rescue

Ik ben zo’n twee maanden bezig met dagelijkse meditatie. Soms zelfs een paar keer op een dag. Het principe van mindfulness ken ik al jaren en ik heb er behoorlijk veel over gelezen.

Ik omarmde het idee, niet de praktijk.

Meditatie is zoiets als sporten of gezond eten. Je verandert, bijna onzichtbaar. De meditaties beginnen met een bewustzijn van je lichaam. Meestal merk ik snel op dat ik nogal ondiep adem, wat niet zo goed is. Of ik merk dat mijn lichaam in spanning staat, alsof er overal gevaar lonkt (de essentie van stress, de reactie op gevaar). Ook al is het doel enkel bewustwording en niet zozeer verandering, ik merk dat het mij goed doet.

Maar het belangrijkste dat ik leerde was toch wel het temmen van die monkeymind.

Ik ben een denker in de letterlijke zin, er gaan continu gedachten door mij heen. Oordelen (dat is niet goed, dat moet anders, zou ik niet zus of zo?). Eindeloze gedachten die van het een naar het andere springen. Ik zie iets en hup: ik denk er iets bij. Mijn geest is zelden rustig en erger nog, zelden bij het moment.
Via meditatie leer ik die gedachten aan mij voorbij gaan. Dag gedachte, ik heb je gezien, maar ik ga niet op je in. Ik ben hier. Ik ben hier en nu.

world mental health day

5. Het schriftje

Daartegenover staat het schriftje. Ik neem iedere dag de tijd om mijn brein te ‘dumpen’. Dan kan het wel van het ene onderwerp naar het andere gaan. Of ik wil mijn gedachten rond iets ordenen. Morning pages, een dagboek, een notaboekje, het is maar zoals je het wil noemen.
Censureer ik mezelf? In zekere zin wel. Vroeger kon ik de moeilijke gedachten nog zwaarder maken door erover te schrijven. Nu hou ik me altijd voor om mild te zijn in mijn schrijven. Mildheid tegenover mezelf maar evengoed tegenover anderen.

Het gebeurt dat ik schrijf over iets wat ik gelezen heb en dat mij trof. Ik probeer mij te voeden met helpende gedachten. Woede en boosheid helpen niet. Die kan ik beter gewoon ‘aflopen’.

6. Goede boeken

Boeken laten soms een diepe indruk op mij na. Digital minimalism van Cal Newport is één van de boeken die ik onlangs las en waar ik zo goed als dagelijks aan denk. Het gaat over het omgaan met technologie en sociale media, maar bovenal over focus. Je aandacht en tijd bewust aan 1 ding geven en dan nog eens bewust kiezen voor dàtgene waar je je aandacht wil aan geven. Wat past bij je waarden en je levensdoelen. Bewust omgaan met tijd en aandacht heeft voor mij alles te maken met mindfulness en het ‘temmen van die monkeymind’, oftewel die rusteloze geest.
Misschien moet ik hier eens een lijstje met boeken plaatsen die mij een stuk verder gebracht hebben.

7. De psycholoog, arts

Spijtig dat daar nog zo’n taboe over heerst, terwijl het de normaalste zaak van de wereld zou moeten zijn. Niemand vindt het raar dat je naar een diëtist gaat omdat je voor een gezondere levensstijl wil gaan. Je loopt al lang rond met een zeurende hoofdpijn en gaat langs bij de huisarts.

Goede psychologen houden je een spiegel voor, ontdekken patronen in je denken en handelen en gaan met jou op zoek naar alternatieven. Een klein uur lang (meestal 45 minuten) krijg je de volledige vrijheid in alle vertrouwen je angsten, twijfels, frustraties neer te leggen. Met hoeveel mensen kan je dat? We leven in een maatschappij van probleemoplossers en we zijn er goed in. Komt het daardoor dat mensen zich zo ongemakkelijk voelen als ze geen antwoord kunnen bieden, geen oplossing kunnen geven? Als er gewoon rauwe pijn is? Verwarring? De onmacht om om te gaan met pijn en machteloosheid?

Psychologen hebben geen kant-en-klare oplossingen. Door de gesprekken worden zaken echter duidelijker. De jungle wordt een bos. Met bomen en struiken en dieren. Na verloop van tijd blijken er toch verschillende paden te zijn. Je krijgt zicht.

8. De obsessie met geluk

Ik ben fan van de basisfilosofie van Dirk De Wachter. Dat ongelukkig zijn bij het leven hoort, dat we niet in een constante van geluk kunnen leven. Was ons leven zonder tegenslag dan wisten we niet wat geluk was, las ik ergens.

‘Ik denk dat we te veel geobsedeerd zijn met geluk.
We zijn te zeer bezig met gelukkig zijn.
We willen zo nodig dat alles altijd leuk, leuk,
leuk is en dat lijkt me een vergissing.’

Dirk De Wachter

Ik vind niet dat we in een barmhartige maatschappij leven. Het oordeel is snel geveld (lees maar de commentaren op Facebook) en Instagram staat vol met picture perfects. Maar soms regent het. Kreeg je de hele dag niets voor elkaar. Zagende collega’s (en je deed zelf flink mee). Saaie dagen. Onbegrip. Iemand slaat de bal compleet mis en brengt je volledig van de kaart. Het gebeurt.
Maar het gaat ook over.
In deze dagen helpt voor mij opnieuw het mediteren, maar ook de oefening in dankbaarheid. Het lief kookte weer maar eens, ik hoefde daar niet voor te zorgen. Ik kom thuis in een huis vol liefde (daar ben ik ontzettend dankbaar voor), ik hoef mij geen zorgen te maken over het betalen van de energiefactuur (er zijn er andere).

9. Spiritualiteit

Ik denk dat we dat missen, spiritualiteit. Levensfilosofie. Iets dat ons uitdaagt om na te denken over ons leven en onze relatie met anderen. Mijn overleden schoonvader was een overtuigd christen. Hij bezocht zieken en stelde zich daar geen vragen bij. Hij engageerde zich voor mensen die het moeilijk hadden. Zijn vrouw zorgde jarenlang voor hem toen hij dementerend was en haar nauwelijks herkende. Hij was zo zorgbehoevend dat hij nooit alleen kon zijn. Ik heb daar nooit veel theorie over gehoord. Geen klachten, maar ook geen preken. Ze deden het gewoon.

Ik ben opgevoed op een klassieke nonnenschool en ben vrij goed met de christelijke bronnen. Ze blijven mij uitdagen. Wat betekent vergeven? Hoeveel kansen geef je iemand anders? Hoe reageer ik op iemand als ik zie dat het niet goed met hem of haar gaat? Wat betekent geld voor mij? Ben ik snel in mijn veroordelen van iemand anders?
Waar ligt mijn hart? Als ik er één ding uit leer dat werkelijk te maken heeft met geestelijke gezondheid dan is het dit:

We zijn afhankelijk van elkaar.
We hebben elkaar nodig, al zijn we zo fier op onze zelfstandigheid en individualiteit.

10. Kunnen we elkaars therapeut zijn ?

Het zou mooi zijn mochten onze vragen over geluk, liefde, ons leven, onze worstelingen niet zo’n taboe zijn. Niemand ontkent dat het leven zijn ups and downs kent en toch is er veel ongemakkelijkheid als het over die ‘downs’ gaat. Alsof er schaamte moet zijn voor iets dat werkelijk tot ieders leven behoort.

De Wachter ziet een probleem in de ikkigheid van onze wereld. “We zetten zoveel in op autonomie, op alleen succesvol bereiken en dan dreigt de teloorgang van het verbondene”, legt De Wachter uit. En daarin ziet hij wel een gevaar. “Nabijheid en tijd zijn cruciaal in onze tijden, onze maatschappij gaat daar slordig mee om. Gebruik sociale media om af te spreken en elkaar in de ogen te kijken. Er zijn overal wachtlijsten voor mensen die met hun verdriet tegen betaling naar een therapeut willen of moeten. Zou het geen oplossing zijn als we elkaars therapeut wat kunnen zijn?” (Dirk De Wachter, VRT)