Categoriearchief: literatuur : gelezen boeken

Reading foto literatuur L

Gelezen: Macht der gewoonte/Power of habit -Charles Duhigg

“All our life, so far as it has definite form,
is but a mass of habits”

William James, 1892

We zijn gewoontedieren

Wanneer je een doordeweekse dag overloopt, dan merk je dat de uitspraak van William James ook voor jou geldt. Wellicht heb je een bepaalde routine bij het opstaan. Dat begint al bij het uit het bed stappen, badkamer, het wekken van gezinsleden tot het maken van het ontbijt. Zo’n routines of gewoonten maken het ons makkelijk, want we hoeven niet meer na te denken over iedere beslissing. We leven op automatisch piloot en dat spaart energie en zorgen.

Gewoontes zijn sterk. Heel sterk.

Gewoontes mogen dan wel veel energie uitsparen en bijzonder sterk zijn, ze zijn ook neutraal. Ze kunnen goed zijn en je dichter bij je doel brengen of net slecht waardoor je inspanningen nutteloos lijken. Gewoontes zijn diepgeworteld, zowel de goede als de slechte. Omgekeerd geldt dat het absoluut niet meevalt om een gewoonte af te leren. Het is maar de vraag of je uberhaupt een gewoonte kan afleren.

Een boek over gewoontes – The power of habit

Charles Duhigg (onderzoeksjournalist, winnaar van o.a. de Pulitzerprijs) schreef een boek over de macht van gewoontes. Hij deed onderzoek naar wat een gewoonte precies is en waarom het zo moeilijk is om ze te veranderen. Hij zag het mechanisme en vond meteen een manier om slechte gewoontes toch om te buigen. Ja, ombuigen of veranderen, want een gewoonte afleren is bijzonder moeilijk.

When a habit emerges, the brain stops fully participating in decision making. It stops working so hard, or diverts focus to other tasks. So unless you deliberately fight a habit— unless you find new routines— the pattern will unfold automatically.

Charles Duhigg

Alles in onze wereld is een verzameling van gewoonten. Ook onze samenleving hangt samen door allerlei gewoontes. Bedrijven stoelen om (al dan niet goede) gewoontes. Ik had vooral belangstelling in de formule van de gewoonte en hoe je ze kan omkeren.

De kracht van gewoontes

De kracht van een gewoonte zit erin dat je je er geen vragen meer bij stelt. Het kost je geen wilskracht en nauwelijks groot bewustzijn. Ik mag nog zo moe zijn, als ik ‘s avonds de trap opga, dan passeer ik altijd langs de badkamer. Bijna automatisch neem ik mijn tandenborstel. Ik leg mijn kleren steevast op dezelfde plaats, stap naar bed, controleer de wekker en doe dan pas mijn schoenen uit. Misschien klinkt dat een beetje overdreven, maar denk maar eens na over jezelf. Grote kans dat jij ook een avondroutine hebt en dat je modus op automatische piloot staat.

Maar evengoed loop ik op automatische piloot naar de snoepkast als ik ‘s avonds voor TV zit.

Dat wou ik niet meer dus pastte ik het recept van Duhigg toe. En ja, het lukte !

De structuur van een gewoonte

Volgens Duhigg bestaat een gewoonte uit 3 componenten: een trigger, de gewoonte zelf en de beloning.

Voor mij was dat ‘avond en relax voor TV’ -> iets lekkers uit de keuken halen -> genieten van het lekkere.

Duhigg zegt dat je zo iedere gewoonte kan ontleden. Wil je je gewoonte veranderen, dan moet je iets met deze formule doen.

Het veranderen van een gewoonte

Eerst het slecht nieuws: je krijgt die 3 componenten moeilijk uit je systeem, al helemaal niet als de trigger blijft en de beloning. Wat kan je dan wel doen ?

Volgens Dugigg gaat het erom dat je begin en einde blijft houden. In mijn geval bleef de trigger (ik kijk ‘s avonds nog altijd nu en dan TV) en ik blijf evengoed genieten van iets lekkers. Tegenwoordig is dat 1 pakje crackers en een potje humus. De 3 componenten blijven, de trigger blijft, net zo goed als de gewoonte.

Toch is het niet altijd zo simpel en duidelijk. Duhigg geeft zelf een prima voorbeeld. Hij merkte om dat hij rond 15 uur een hongertje kreeg, naar de cafetaria ging om een koffiekoek, een beetje bleef babbelen en mooi tegen 15.15 terug aan zijn bureau zat.

Het eerste wat hij onderzocht was de trigger. Dit was zijn conclusie: rond 15 uur had hij last van een dipje. Hij verveelde zich wat en was minder geconcentreerd rond dat uur. Honger ? Verveling ? Vermoeidheid ? Was de beloning het verzadigd gevoel, de suikerboost of was het iets anders ? Dit was zijn gewoonte in componenten verdeeld:

  • Trigger: middagdipje (nood om de benen te strekken, minder concentratie)
  • Routine: wandelen tot aan de cafétaria
  • Wat is de beloning ? Suikerboost/stillen van honger/sociaal contact met collega’s

Na allerlei experimentjes (niet gaan naar de cafetaria, een koek op bureau eten, een wandelingetje doen ipv een koek te kopen), koffie drinken etc. kwam hij tot het besef dat de werkelijke ‘beloning’ sociaal contact was. Zijn echte behoefte was even te ontsnappen aan het werk waaraan hij bezig was en fysiek als geestelijk even de benen te strekken.

Gevolg: rond een uur of drie gaat hij naar een collega, neemt een appel mee en doet een praatje. Tegen 15:15 uur zit hij weer prima (en content !) achter zijn bureau. Dat brengt ons naar de nieuwe routine:

  • Trigger: middagdipje (nood om de benen te strekken, minder concentratie)
  • Routine : wandelen tot bij collega, appel eten
  • Beloning: sociaal contact, beweging

Nieuwe gewoontes aanleren

Een gewoonte veranderen is nog iets anders dan een nieuwe gewoonte aanleren. Bij het eerste heb je immers al 2 van de 3 elementen goed. Een nieuwe gewoonte aanleren is iets anders. Hoe worden gewoontes aangeleerd? Simpelweg, door verlangens te cultiveren. Je hebt zin in iets, je bent onrustig, je hebt de indruk dat je persé dit of dat moet… Uiteindelijk zal je bij de trigger met je geest al helemaal bij de beloning zijn, waardoor het nog moeilijk is om het niet te doen.

This is how new habits are created: by putting together a cue, a routine, and a reward, and then cultivating a craving that drives the loop.

Ik herken dat enigszins. In tijden waarin ik veel loop kan ik onrustig zitten op mijn stoel omdat mijn lichaam snakt naar die adrenalineboost (beloning). Ik anticipeer bijgevolg al aan iets wat nog moet komen. Het is zo sterk dat het werkt als een magneet.

Loop ik echter een lange tijd niet, dan is de betovering verbroken. Wanneer ik vervolgens aan lopen denk, denk ik vooral aan veel inspanning en ongemak. De loop is kapot.

Een vierde component ?

Is het dan – theoretisch althans – zo makkelijk (althans theoretisch) om een gewoonte te veranderen? Uit onderzoek bleek dat er nog een cruciale (en nogal evidente) factor was: geloof.

Uit onderzoek bij groepen alcoholisten (iedere verslaving is in zekere zin een slechte gewoonte), bleek dat het wijzigen van de gewoonte meer kans tot slagen had wanneer de deelnemer geloofde. In God ? Nee, maar wel dat hij geloofde dat het veranderen van de gewoonte hem/haar tot iets beters zou brengen.

However, those alcoholics who believed, like John in Brooklyn, that some higher power had entered their lives were more likely to make it through the stressful periods with their sobriety intact. It wasn’t God that mattered, the researchers figured out. It was belief itself that made a difference. Once people learned how to believe in something, that skill started spilling over to other parts of their lives, until they started believing they could change. Belief was the ingredient that made a reworked habit loop into a permanent behavior.

Ik denk dat wij dat simpelweg de kracht van de motivatie zouden noemen. Wanneer ik naar mijn gewoontes bekijk en die wil veranderen, merk ik soms wel dat er iets ontbreekt aan de motivatie, zeker als de beloning minder of anders is. Gelukkig kan je ook daaraan werken, maar dat is dan weer een ander boek!

Een echte eye-opener

Dit boek was voor mij een ongelooflijke eye-opener, al hoefde ik al lang niet meer overtuigd te zijn van de kracht van gewoontes. Overal zag ik gewoontes. Ik merkte op dat beleefdheid een gewoonte is. Veel mensen zeggen ‘bedankt’ of ‘dankjewel’ zonder er nog bij na te denken, maar ik ken evengoed kinderen die het niet doen. Zijn die kinderen an sich onbeleefder? Eigenlijk niet, die gewoonte is hen gewoon niet aangeleerd.

De marketingwereld – Duhigg wijt er hele hoofdstukken aan – staat vol van het creëren van gewoontes. Ze proberen een verlangen in jou te wekken (reclame van pizza ‘s avonds) waardoor je de handelt (doos pizza uit de oven) en beloond wordt met gezelligheid (volgens de reclame) of toch op z’n minst het genieten van lekker eten. Ik leerde dat tandpasta helemaal niet hoeft te schuimen maar dat dat een marketingtruc is. Anders hebben mensen het gevoel niet dat ze hun tanden goed gepoetst hebben (beloning).

Maar ook in mijn eigen leven zag ik tal van gewoontes en zag ik al snel welke mij werkelijk vooruit hielpen en welke net niet.

Wat werkt voor mij?

  • Het visualiseren van het doel (beloning)
  • Het ‘s morgens lezen van de doelen (SMART goals)
  • Het vermijden van de trigger (geen chocolade in huis = geen chocolade eten)
  • Het niet breken van de keten. Een simpel systeem, je zet kruisjes per dag er iets gelukt is. Ik was verwonderd van de kracht ervan toen ik in januari een no spend maand organiseerde.
  • Het zoeken naar alternatieven (zoals Charles Duhigg). Ik heb wel degelijk echt honger rond 10 uur. Dus kan ik maar beter iets gezonds bijhebben. (Al blijft al dat snoep in de leraarskamer hoog aaantrekkelijk, gelukkig is er ook soep op het werk!).
  • De meest gekende (en succesvolle) methode blijft ook voor mij het koppelen van een nieuwe gewoonte aan een oude. Bv. De zogenaamde 5′ avondopruim voor het slapengaan. Dat ziet er dan zo uit: naar boven willen gaan/eind van de dag (trigger), kookwekker op 5 minuten zetten en gedurende die 5 minuten wat opruimen, naar boven gaan. De beloning lijkt mij nogal evident (opgeruimder) al is de beloning hier evengoed a) dat het maar 5 minuten duurt, dus het afgaan van de wekker is ook een beloning ! en b) dat ik ‘s morgens niet meer de glaasjes op de salontafel zie staan !

Praktisch

Charles Duhigg, Macht der gewoonte, uitg. Ambo/Anthos 2015, 384 blz, te koop bij o.a. Bol.com voor €20,99.
Ik las de Engelse (originele) uitgave, The power of Habit, uitg. Cornerstone 2013, 400 blz., te koop bij o.a. Bol.com voor € 9,89.

Gelezen: De Columbus – Wim Lybaert & Laurens Verbeke

Wil niet iedereen een Columbus?

Ik ben fan van het eerste uur van het TV-programma De Columbus. In mijn wildste dromen haal ik een C-rijbewijs en rijd ik net als Wim Lybaert met een pracht van een Columbus doorheen heel Europa. Eerlijk waar, ik zou er zelfs een behoorlijke cursus techniek voor over hebben om aan zo’n avontuur te beginnen.

De Columbus
Credits De Liefhebbers

Anderzijds is wat Wim Lybaert in De Columbus doet, me ook niet helemaal vreemd, misschien moet ik gewoon wat meer leren loslaten.

Columbussen als werkwoord, state of mind

Toen ik het boek kocht, dacht ik dat het een verslag zou zijn van de avonturen die Wim Lybaert met zijn gasten in zijn bus beleefd had. Uitgebreider, uitgeschreven gesprekken, routekaartjes en lijstjes met mooie plekjes.

Dat is het boek echter helemaal niet. De boodschap van het boek is: “Iedereen kan Columbussen” en zelfs zonder C-rijbewijs (sic!) of Columbus. Columbussen is een state of mind. Het hoeft ook niets te kosten, het enige wat je moet doen is er gewoonweg voor gaan.

Zeven wegwijzers om te columbussen

Het boek is opgebouwd in 14 kleine hoofdstukken. Zeven wegwijzers wijden je in in de kunst van het columbussen. Laurens Verbeke (televisiemaker De Columbus) nam ze voor zijn rekening. Vervolgens schrijft Wim Lybaert over zijn ervaringen met 7 wegwijzers. Wim blijkt van nature helemaal geen Columbusman te zijn, maar eerder iemand van de planning en de controle. Iemand die de lat heel hoog legt en het liefst weinig aan toeval over laat. Heel soms zie je dat tijdens een aflevering van De Columbus. Dan is er heel lichte paniek, een bezorgdheid over de plaats waar ze zullen slapen. Ook voor hem is het Columbussen een confrontatie en leerschool.

Hoe realistisch zijn de 7 wegwijzers ?

Eerlijk gezegd (en toch met al wat ervaring) vind ik de wegwijzers best wel realistisch. Mijn ouders waren in wellicht Columbussers avant la lettre, maar ik denk dat dat voor wel meer mensen van hun generatie geldt. Een goede voorbereiding bestond erin dat de auto technisch nagezien werd, de ‘landkaarten’ (nationale ! niet eens regionale) in de auto waren en ‘ vreemd geld’, zoals mijn vader dat noemde. Euro’s waren er niet.

Ze maakten nooit reserveringen voor een camping en we sliepen meermaals in de caravan tijdens een doorreis op de marktplaats van een Frans klein dorp. Toen kon dat nog allemaal. Wim Lybaert doet het mijn zijn bus nog altijd, maar dan niet op een marktplaats, maar ergens in the middle of nowhere.

(1) Vertrekken zonder plan en je (2) laten leiden door het toeval zit me dus al van jongsaf in het bloed. De snelweg vermijden (3) is de allerbeste tip en ja ((4) het volgen van de bochten is best realistisch.

Het moeilijkste lijkt mij altijd het (5) loslaten van de tijd. Niet dat ik continu op mijn uurwerk kijk maar zelfs op vakantie zit er soms een lijstje in mijn hoofd te zeuren. Ik wil dat en dat en dat gezien hebben. Zoals hij zelf schrijft ‘afvinken als een to do lijstje‘.

Het volgen van je verbeelding (6) is iets wat je moet oefenen en in de aankomst het begin vinden (7) is zoveel al de weg is het doel. Dus ja, de wegwijzers zijn best realistisch.

Voor wie is dit boek ?

De Columbus

Ik denk dat het een misvatting zou zijn als enkel mensen die graag willen reizen of kamperen iets aan dit boek zouden hebben. De filosofie is veel groter dan ‘de manier waarop’. Ik vind er zelfs regelrechte levenslessen in: durf je soms gewoon eens gooien in iets. Zonder plan. Met verbeelding. Laat de tijd los.

Uit alles in het boek, en al helemaal tijdens de serie blijkt een geweldige waardering voor het gewone. Een zonsopgang, een oud kerkhof, kletterende regen, vliegeren met de wind op kop. Het zijn doodgewone dingen die bijna betoverend zijn in de serie.

Dat je er geen Columbus moet voor hebben, nee. Dat je morgen simpelweg, tijdens de lunchpauze op je werk, je boterhammen kan meenemen naar een stukje natuur en zien: hé, zo kan het ook, al is het in een park en heb je maar 60 minuten. Voor je het weet zit er een onbekende bij je op de bank en ben je aan het columbussen.

Praktisch

Wim Lybaert & Laurens Verbeke, De Columbus, het is beter om te reizen dan om aan te komen, uitgeverij Angéle/Standaard Uitgeverij, te koop bij o.a. Bol.com voor €22,50.

Koop bij bol.com

Diep Werk

Gelezen: Diep Work – Cal Newport

Een boek met behoorlijk wat impact

Wanneer een boek je ertoe aanzet om je leven te veranderen, dan heeft het impact! Diep Werk van Cal Newport is zo’n boek voor mij.
Vertrekkend vanuit de vaststelling dat we leven en werken in een wereld waarin afleiding ons continu bedreigt en effectief meeneemt, houdt hij een pleidooi voor ‘diep werk’. Of anders geformuleerd: hoe je je aandacht best houdt bij wat er werkelijk toe doet. Het resultaat is werk van hogere kwaliteit en méér rust.

Tijdsregistratie – Laura Vanderkam

Ik kwam bij dit boek via een omweg. Laura vanderkam onderzocht de tijdsbesteding van honderden mensen en ze vergelijk de perceptie van drukte met het effectieve echte werken. De resultaten waren verbluffend. Veel mensen hadden de indruk veel meer te werken dan ze effectief deden. Ik vermoedde dat het bij mij niet anders was. Hoe kwam het dat ik zo weinig gedaan kreeg, terwijl ik toch de indruk had vele uren te werken?

Net als in het boek van Laura ging ik aan tijdregistratie doen. De resultaten waren gelijklopend met haar onderzoek. Dat ik geen vruchten plukte van mijn werk was (in mijn geval) vooral te wijten aan teveel afleiding. Die afleiding betekende helemaal niet dat ik doelloos bezig was of zelfs niet aan het werk. Alleen stak ik veel tijd in dingen (werk) die er niet zo toe deden. Ik stak (steek !) veel tijd in dringende niet belangrijke zaken (Cal Newport noemt dit oppervlakkig werk) en laat de belangrijke, niet dringende dikwijls op het tweede plan staan. Gelukkig ben ik al wat minder verslaafd aan verleiding.

Grote projecten vragen diep werk

Ik sta er te weinig bij stil, maar grote werken vragen grote blokken aaneen gesloten tijd. Hier en daar een beetje werken (al is het in termen van uren) brengt weinig diep werk, laat staan creatief werk; tot stand. Nu en dan een paar uurtjes hier en een paar uurtjes daar werken geeft wel resultaat, maar is zelden diep of vernieuwend. Mijn ervaring leert me dat hier en daar tussendoor een uur of enkele uren werken hetzelfde is als ‘onderhoud’, het zorgt ervoor dat alles loopt, maar ook niets meer.

Regels voor diep werk

In het tweede deel van zijn boek somt Cal Newport de regels voor diep werk op. Hij komt heel dikwijls terug op het ritualiseren van werk. Gewoontes zorgen er immers voor dat je minder wilskracht nodig hebt en dat je daar alvast geen energie hoeft in te steken. Voor mij betekent het bijvoorbeeld dat ik zowel tijdens de week als in het weekend vroeg opsta. Dat geeft mij niet enkel tijdwinst, het maakt alles ook een stuk makkelijker. Uiteraard lukt dat niet zonder evengoed op een relatief vast tijdstip te gaan slapen!

Voor wie alle regels wil kennen, raad ik het boek aan, maar dit zijn alvast dingen die ik wil onthouden en toepassen.

Ritualiseren

Wat je ‘gewoon’ bent kost minder energie en maakt het je een stuk makkelijker. Voor mij betekent ritualiseren steeds meer dat ik blokken van ongeveer 4 uur vast zet in de week om bepaalde dingen te doen. Het loont mij veel meer om in blokken van 4 uur mijn lessen voor te bereiden, dan wel in 4 springuren. Eerlijk: Volgens Calport is een blok van 4 uur niet voldoende om echt diep werk te doen, maar hé, ik moet ergens beginnen.

Werk zoals een bedrijf

Hier verwijst hij naar de 4 disciplines van Covey. Concreet betekent het dat je (a) focust op je doel. Voor mij is dat heel belangrijk. Wat wil ik nu doen en wat wil ik bereiken met deze 4 uur ? Wanneer ik het over afleiding had die ook werk was, ging het meestal hier fout. Ik zag een mailtje van een collega en ging er vervolgens op in en van het één kwam het ander. Je houdt (b) Je meet gedrag en doel. Dat klinkt veel harder dan het is, je houdt gewoon bij wat je effectief gedaan hebt en wat je met je tijd hebt gedaan. Soms besluit ik dat ik mij toch weer heb laten gaan aan allerlei ‘verleiding’. Dit sluit helemaal aan bij Vanderkams tijdsregistratie. Ik heb daar nog een hele weg in te gaan. Als ik zie wat ik effectief gedaan heb (half uur na half uur) dan valt dat soms nogal tegen. Werk aan de winkel ! (c) Hou een motiverend scoreboek bij. Van 4 klassen toetsen verbeterd! 2 books ahead in de Goodreadschallenge! Loopschema afgevinkt ! Het laatste principe is dat van (d) de verantwoording. Ik ‘verantwoord’ mijn werk niet aan anderen, maar ik evalueer mijn werk wel. Waarom heb ik niet gedaan wat ik van plan was? Wat waren de hindernissen? Hoe kan ik het voorkomen? Verantwoording is in mijn geval eerder evaluatie van de prestaties.

Omarm verveling

Ik kan dit vrij eenvoudig samenvatten: werk lang en met volle concentratie. Stop vervolgens. En werk dan totaal niet meer. Laat het allemaal los.
Beide vragen discipline, zowel het loslaten van het werk (ja hoor !) als het geconcentreerd werken. Maar wie dit kan, komt tot de mooiste productiviteit, in het nietsdoen en niet ‘bepaald’ bezig zijn verwerken je hersenen allerlei informatie en indrukken en kunnen ze compleet out of the box nieuwe dingen én oplossingen bedenken. Wanneer je met je neus continu op je werk zit, valt dit soms dik tegen.

Pas het pareto-principe toe

Ik ken dit principe al lang. Ondertussen herken ik de 80/20 regel gelukkig al heel snel. Vroeger zou ik altijd voor de 100 gegaan zijn, maar dat is niet altijd even zinvol. Om het even simpel samen te vatten: ik merk(te) dat ik ontzettend veel tijd kon steken in iets wat het product maar een klein beetje beter maakte. Ik zeg niet dat ik 80% van de tijd in een voordeel van 20% stak, maar wel dat ik voor de laatste 10% dikwijls 50% (tijds-)investering deed. Dat is niet lang niet altijd wijs. Nu vraag ik mij dikwijls af of die verhouding wel te verantwoorden is. (Goed is soms gewoon goed).

Newport zegt in dit verband overigens iets over de valkuil van het voordeel. Wanneer we ergens een voordeel inzien, dan zijn we snel bereid om ervoor te gaan. Hij raadt aan om het voordeel over lange tijd te zien en te kijken of het uiteindelijk wel een voordeel is. Ook voordelen ‘kosten’. Als voorbeeld haalt hij het uitbesteden van werk aan. Dat kan je meer kosten (geld) maar omdat je zelf niet over voldoende competenties beschikt en ondertussen niet aan je eigen werk bezig kan zijn, is het op lange termijn misschien toch beter om dingen uit te besteden.

Omgaan met mail

Ik had en heb duidelijk nog veel te leren als het over email gaat. Meer en meer ‘leer’ ik dat ik niet altijd hoef te antwoorden. Ik krijg behoorlijk veel mails om samen te werken voor deze blog. Vroeger stak ik daar behoorlijk veel tijd in om iedere keer netjes te antwoorden en werd het een heen en weer gemail. Tegenwoordig antwoord ik veelal niet. Dat ik dat niet doe heeft alles te maken met de wet van voordelen: het mag dan wel een voordeel(tje) hebben, ik wil het meestal niet omdat ik liever mijn tijd aan iets anders besteed.

Ik werk al een hele tijd met standaardmails en merk dat dit goed en efficient werkt. In die standaardmails hoef ik maar enkele details aan te passen en geen hele zinnen meer te typen. Ze zijn zo opgesteld dat de informatie overzichtelijk is en ik niets vergeet.
Vervolgens plan ik dergelijke standaardmails in zodat ik ze op 1 dag allemaal kan doen. Er zijn heel wat mails die overigens geen onmiddellijk antwoord vragen. Antwoorden binnen de week is prima, zeker als de andere partij iets van je wil. (Klinkt dat aanmatigend ?)

Laat de mailer voor je werken
Dit advies van Newport vind ik geweldig goed, maar ik durf het nog te weinig in praktijk brengen. We nodigen je graag uit om te brainstormen over… Er is een vergadering gepland over ….., ik wil graag eens met je spreken over…….(werkgerelateerd). Dat is zo vaag dat het om tijdsverlies vraagt. Cal Newport raadt je aan om de mailer te laten werken. ‘Som op wat je concreet van mij verwacht’. ‘Wat wil je concreet op de vergadering bespreken en welke input wil je van mij ?’

Eerlijk gezegd, ik durf dat nog niet goed, maar ik krijg toch steeds meer last met mails waarop staat ‘we nodigen je uit om eens samen te zitten rond …’.
Tja, dat zit je samen rond een onderwerp en duurt het nog een uur voor we weten welke kant het op moet gaan.

Samengevat

Diep werk van Cal Newport is een boeiend, maar ook behoorlijk confronterend boek. Het belooft niets, integendeel, het is een schop onder je kont. Wie alle adviezen kan volgen komt zeker tot groot werk, maar niet iedereen kan geheel en al meester zijn van zijn tijd. Als je baas nu en dan langskomt voor een praatje kan je moeilijk vragen dat hij dat niet doet omdat jij geconcentreerd wil werken. Idem met kinderen als je thuis werkt.
Enkele dagen ver van gezin en alles op een berg werken is wel één van de suggesties die hij doet, maar voor de meeste mensen wellicht absoluut niet haalbaar.

Dat betekent echter niet dat er veel is dat je wél kan doen. Ik kan wél in de bibliotheek enkele uren werken. Telefoon in de auto en wifi af. De bewustwording van tijd (Vanderkam) en van wat je effectief doet versus wat je denkt te doen, zal je zeker overtuigen van de noodzaak van diep werk. Tenslotte betekent diep werk ook dat je meer stressvrije tijd hebt om die dingen te doen die je echt of ook wil doen.

Cal Newport, Diep werk, werken in een wereld vol afleiding. Een uitgave van Business Contact, 4de druk 2019, 272 blz. Te koop bij o.a. Bol.com voor € 15.

Gelezen

Gelezen: 2 boeken over geestelijke gezondheidszorg

Tot mijn grote spijt kleeft op veel wat met psychische gezondheid te maken een groot taboe. Het zou ‘tussen je oren’ zitten en ‘een kwestie van wilskracht’ zijn. Als er boeken uitkomen die het begrip voor psychisch lijden en geestelijke gezondheidszorg willen vergroten, dan stel ik die graag voor. Er wordt dikwijls heldhaftig geschreven over somatische ziektes, psychisch lijden wordt meestal weggemoffeld en men weet er op z’n best niet goed weg mee.
Ik stel hier 2 boeken voor uit de praktijk.

Margo Van Landeghem: durven kijken naar trauma

Margo Van Landeghem, psychologe; vertelt ronduit over haar ervaringen in het pyschiatrisch ziekenhuis waar ze werkt. In dit dunne boekje (139 blz.) komen 2 onderwerpen aan bod die best meer aandacht mochten hebben in de media (en het boek !)

mensen met trauma

Enerzijds heeft Van Landeghem het over de intense gevolgen die trauma voor mensen kunnen hebben. Er is een theorerische uiteenzetting over hoe trauma zich nestelt in het denken en handelen van de getraumatiseerde. Lichaam en geest verkeren veelal in staat van hyperalertheid en vertrouwen in anderen is absoluut niet evident. Trauma beperkt zich niet tot het extreem zichtbare zoals een tsunami, een aanslag of een schokkende gebeurtenis.

Durven kijken naar trauma

Schokkend kan ook betekenen dat je niets hebt gekregen, dat je fundamentele zorg, ondersteuning of veiligheid hebt gemist. (…) In al die jaren als psycholoog ontmoette ik zo verschrikkelijk veel mensen die als kind opgroeiden in een omgeving die langdurig bedreigend,onveilig, angstaanjagend en onvoorspelbaar is.

Wat de gevolgen voor trauma zijn, wordt geïllustreerd door getuigenissen van cliënten van haar.

In het tweede deel van het boek laat ze clienten aan het woord die getekend zijn door trauma en begeleid worden door een therapeut.
De verhalen én de theorie maken duidelijk dat trauma niet iets is waar je ‘na een tijdje toch wel overheen stapt’.

Werken in de geestelijke gezondheidszorg

Ik heb het niet nageteld, maar een bijna de andere helft (van dit al dunne boekje) gaat over het werken als zorgverlener in een psychiatrisch ziekenhuis. De zorg staat onder druk en al evenzeer de zorgverlener. Het personeel staat steeds meer onder druk door allerlei protocollen, efficiëntie waardoor de job steeds moeilijker en zwaarder wordt. Daarbij worden de ambten steeds meer uitgehold. Zoals ze zelf schrijft: het lijkt wel alsof een psycholoog, met in zijn functieomschrijving ‘luistert actief naar de beslommernissen’ zo’n beetje een als een kapper is. (dixit de minister van volksgezondheid). Het is duidelijk dat Van Landeghem het moeilijk heeft met de huidige stand van zaken in de gezondheidszorg. Efficiëntie en lage kosten staan dikwijls voorop.
Door al deze maatregelen zijn zowel cliënten als zorgverleners de dupe en wordtdiemand er echt beter van.

Ingrid Nelis: Gekleurde Tranen

Gekleurde tranen

In ‘Gekleurde Tranen’ lezen we het (gedeeltelijke) levensverhaal van Ingrid Nelis. Een conflict op het werk kreeg zo’n proporties dat het haar leven op de helling zette en uitmondde in een proces. Dit werd zo zwaar dat ze intensieve therapie volgde. Later volgde de diagnose eierstokkanker, wat het allemaal nog moeilijker maakte.

In het boek lees je over hoe een conflict op het werk compleet ontspoort en hoe dit gigantische gevolgen heeft voor het leven van Ingrid. Als lezer is het echter moeilijk om je echt voor te stellen wat er nu echt gebeurd is. Ik veronderstel dat Ingrid Nelis om juridische en privacy reden niet echt diep op het verhaal ingaat, al is ze anders wel heel concreet in sommige zaken.

De lezer van dit boek blijft dikwijls verweesd achter: er wordt iets gezegd, iets aangeraakt en voor de rest heb je er het raden naar. Er is weinig uitdieping, ook niet wat haar eigen visie betreft. Ik had het daar best moeilijk mee.

Kritiek: Welk verhaal wil je brengen ?

Wat wil je nu eigenlijk vertellen, zou ik beide auteurs willen vragen.
Aan Margo Van Landeghem: gaat je boek over trauma of over de zorgverlening in de psychiatrie en hoe de job daar alsmaar moeilijker wordt gemaakt ?
Dat zijn twee totaal andere insteken. Ik geloof best dat Van Landeghem over beide onderwerpen méér had kunnen vertellen en er misschien stof voor 2 boeken was, maar spijtig genoeg heeft ze beide onderwerpen in 1 dun boekje gepropt waardoor de lezer behoorlijk op zijn honger blijft zitten.

Bij Ingrid Nelis had ik hetzelfde gevoel. Het is overduidelijk dat er heel veel verdriet en woede is om wat het conflict op haar werk heeft teweeggebracht. De kwaadheid is voelbaar, de roep naar gerechtigheid luid en haar geduld voor een uitspraak door de rechtbank wordt behoorlijk op de proef gesteld. Die uitspraak is er immers nog altijd niet.
Ze schuwt geen namen en in alle eerlijkheid, ik werd er soms bijna ongemakkelijk van.

Anderzijds gaat het boek over haar omgaan met lijden en wat ze leert over zichzelf gedurende psychotherapie. Haar lange weg hier leidde uiteindelijk tot een job als ervaringsdeskundige waarbij ze mensen met psychische kwetsbaarheid helpt.

Gemiste kansen

Bij beide boeken had ik het gevoel dat ze te snel geschreven zijn en er te weinig gewaakt werd over de coherentie van het boek. Toen ik de boeken in handen kreeg dacht ik ‘hip hip hoera voor een uitgeverij die dit aandurft’. Nu en dan zag ik een aanzet naar iets wat heel goed had kunnen zijn.

Moeilijke onderwerpen zijn hier uiteindelijk wel aangebracht en beide boeken zullen de lezers hopelijk tot meer begrip brengen ten aanzien van mensen met psychisch lijden. Maar toch blijf ik op mijn honger: de uitgeverij liet hier kansen liggen.

Praktisch: