Categoriearchief: gelezen

Gelezen: Macht der gewoonte/Power of habit -Charles Duhigg

“All our life, so far as it has definite form,
is but a mass of habits”

William James, 1892

We zijn gewoontedieren

Wanneer je een doordeweekse dag overloopt, dan merk je dat de uitspraak van William James ook voor jou geldt. Wellicht heb je een bepaalde routine bij het opstaan. Dat begint al bij het uit het bed stappen, badkamer, het wekken van gezinsleden tot het maken van het ontbijt. Zo’n routines of gewoonten maken het ons makkelijk, want we hoeven niet meer na te denken over iedere beslissing. We leven op automatisch piloot en dat spaart energie en zorgen.

Gewoontes zijn sterk. Heel sterk.

Gewoontes mogen dan wel veel energie uitsparen en bijzonder sterk zijn, ze zijn ook neutraal. Ze kunnen goed zijn en je dichter bij je doel brengen of net slecht waardoor je inspanningen nutteloos lijken. Gewoontes zijn diepgeworteld, zowel de goede als de slechte. Omgekeerd geldt dat het absoluut niet meevalt om een gewoonte af te leren. Het is maar de vraag of je uberhaupt een gewoonte kan afleren.

Een boek over gewoontes – The power of habit

Charles Duhigg (onderzoeksjournalist, winnaar van o.a. de Pulitzerprijs) schreef een boek over de macht van gewoontes. Hij deed onderzoek naar wat een gewoonte precies is en waarom het zo moeilijk is om ze te veranderen. Hij zag het mechanisme en vond meteen een manier om slechte gewoontes toch om te buigen. Ja, ombuigen of veranderen, want een gewoonte afleren is bijzonder moeilijk.

When a habit emerges, the brain stops fully participating in decision making. It stops working so hard, or diverts focus to other tasks. So unless you deliberately fight a habit— unless you find new routines— the pattern will unfold automatically.

Charles Duhigg

Alles in onze wereld is een verzameling van gewoonten. Ook onze samenleving hangt samen door allerlei gewoontes. Bedrijven stoelen om (al dan niet goede) gewoontes. Ik had vooral belangstelling in de formule van de gewoonte en hoe je ze kan omkeren.

De kracht van gewoontes

De kracht van een gewoonte zit erin dat je je er geen vragen meer bij stelt. Het kost je geen wilskracht en nauwelijks groot bewustzijn. Ik mag nog zo moe zijn, als ik ‘s avonds de trap opga, dan passeer ik altijd langs de badkamer. Bijna automatisch neem ik mijn tandenborstel. Ik leg mijn kleren steevast op dezelfde plaats, stap naar bed, controleer de wekker en doe dan pas mijn schoenen uit. Misschien klinkt dat een beetje overdreven, maar denk maar eens na over jezelf. Grote kans dat jij ook een avondroutine hebt en dat je modus op automatische piloot staat.

Maar evengoed loop ik op automatische piloot naar de snoepkast als ik ‘s avonds voor TV zit.

Dat wou ik niet meer dus pastte ik het recept van Duhigg toe. En ja, het lukte !

De structuur van een gewoonte

Volgens Duhigg bestaat een gewoonte uit 3 componenten: een trigger, de gewoonte zelf en de beloning.

Voor mij was dat ‘avond en relax voor TV’ -> iets lekkers uit de keuken halen -> genieten van het lekkere.

Duhigg zegt dat je zo iedere gewoonte kan ontleden. Wil je je gewoonte veranderen, dan moet je iets met deze formule doen.

Het veranderen van een gewoonte

Eerst het slecht nieuws: je krijgt die 3 componenten moeilijk uit je systeem, al helemaal niet als de trigger blijft en de beloning. Wat kan je dan wel doen ?

Volgens Dugigg gaat het erom dat je begin en einde blijft houden. In mijn geval bleef de trigger (ik kijk ‘s avonds nog altijd nu en dan TV) en ik blijf evengoed genieten van iets lekkers. Tegenwoordig is dat 1 pakje crackers en een potje humus. De 3 componenten blijven, de trigger blijft, net zo goed als de gewoonte.

Toch is het niet altijd zo simpel en duidelijk. Duhigg geeft zelf een prima voorbeeld. Hij merkte om dat hij rond 15 uur een hongertje kreeg, naar de cafetaria ging om een koffiekoek, een beetje bleef babbelen en mooi tegen 15.15 terug aan zijn bureau zat.

Het eerste wat hij onderzocht was de trigger. Dit was zijn conclusie: rond 15 uur had hij last van een dipje. Hij verveelde zich wat en was minder geconcentreerd rond dat uur. Honger ? Verveling ? Vermoeidheid ? Was de beloning het verzadigd gevoel, de suikerboost of was het iets anders ? Dit was zijn gewoonte in componenten verdeeld:

  • Trigger: middagdipje (nood om de benen te strekken, minder concentratie)
  • Routine: wandelen tot aan de cafétaria
  • Wat is de beloning ? Suikerboost/stillen van honger/sociaal contact met collega’s

Na allerlei experimentjes (niet gaan naar de cafetaria, een koek op bureau eten, een wandelingetje doen ipv een koek te kopen), koffie drinken etc. kwam hij tot het besef dat de werkelijke ‘beloning’ sociaal contact was. Zijn echte behoefte was even te ontsnappen aan het werk waaraan hij bezig was en fysiek als geestelijk even de benen te strekken.

Gevolg: rond een uur of drie gaat hij naar een collega, neemt een appel mee en doet een praatje. Tegen 15:15 uur zit hij weer prima (en content !) achter zijn bureau. Dat brengt ons naar de nieuwe routine:

  • Trigger: middagdipje (nood om de benen te strekken, minder concentratie)
  • Routine : wandelen tot bij collega, appel eten
  • Beloning: sociaal contact, beweging

Nieuwe gewoontes aanleren

Een gewoonte veranderen is nog iets anders dan een nieuwe gewoonte aanleren. Bij het eerste heb je immers al 2 van de 3 elementen goed. Een nieuwe gewoonte aanleren is iets anders. Hoe worden gewoontes aangeleerd? Simpelweg, door verlangens te cultiveren. Je hebt zin in iets, je bent onrustig, je hebt de indruk dat je persé dit of dat moet… Uiteindelijk zal je bij de trigger met je geest al helemaal bij de beloning zijn, waardoor het nog moeilijk is om het niet te doen.

This is how new habits are created: by putting together a cue, a routine, and a reward, and then cultivating a craving that drives the loop.

Ik herken dat enigszins. In tijden waarin ik veel loop kan ik onrustig zitten op mijn stoel omdat mijn lichaam snakt naar die adrenalineboost (beloning). Ik anticipeer bijgevolg al aan iets wat nog moet komen. Het is zo sterk dat het werkt als een magneet.

Loop ik echter een lange tijd niet, dan is de betovering verbroken. Wanneer ik vervolgens aan lopen denk, denk ik vooral aan veel inspanning en ongemak. De loop is kapot.

Een vierde component ?

Is het dan – theoretisch althans – zo makkelijk (althans theoretisch) om een gewoonte te veranderen? Uit onderzoek bleek dat er nog een cruciale (en nogal evidente) factor was: geloof.

Uit onderzoek bij groepen alcoholisten (iedere verslaving is in zekere zin een slechte gewoonte), bleek dat het wijzigen van de gewoonte meer kans tot slagen had wanneer de deelnemer geloofde. In God ? Nee, maar wel dat hij geloofde dat het veranderen van de gewoonte hem/haar tot iets beters zou brengen.

However, those alcoholics who believed, like John in Brooklyn, that some higher power had entered their lives were more likely to make it through the stressful periods with their sobriety intact. It wasn’t God that mattered, the researchers figured out. It was belief itself that made a difference. Once people learned how to believe in something, that skill started spilling over to other parts of their lives, until they started believing they could change. Belief was the ingredient that made a reworked habit loop into a permanent behavior.

Ik denk dat wij dat simpelweg de kracht van de motivatie zouden noemen. Wanneer ik naar mijn gewoontes bekijk en die wil veranderen, merk ik soms wel dat er iets ontbreekt aan de motivatie, zeker als de beloning minder of anders is. Gelukkig kan je ook daaraan werken, maar dat is dan weer een ander boek!

Een echte eye-opener

Dit boek was voor mij een ongelooflijke eye-opener, al hoefde ik al lang niet meer overtuigd te zijn van de kracht van gewoontes. Overal zag ik gewoontes. Ik merkte op dat beleefdheid een gewoonte is. Veel mensen zeggen ‘bedankt’ of ‘dankjewel’ zonder er nog bij na te denken, maar ik ken evengoed kinderen die het niet doen. Zijn die kinderen an sich onbeleefder? Eigenlijk niet, die gewoonte is hen gewoon niet aangeleerd.

De marketingwereld – Duhigg wijt er hele hoofdstukken aan – staat vol van het creëren van gewoontes. Ze proberen een verlangen in jou te wekken (reclame van pizza ‘s avonds) waardoor je de handelt (doos pizza uit de oven) en beloond wordt met gezelligheid (volgens de reclame) of toch op z’n minst het genieten van lekker eten. Ik leerde dat tandpasta helemaal niet hoeft te schuimen maar dat dat een marketingtruc is. Anders hebben mensen het gevoel niet dat ze hun tanden goed gepoetst hebben (beloning).

Maar ook in mijn eigen leven zag ik tal van gewoontes en zag ik al snel welke mij werkelijk vooruit hielpen en welke net niet.

Wat werkt voor mij?

  • Het visualiseren van het doel (beloning)
  • Het ‘s morgens lezen van de doelen (SMART goals)
  • Het vermijden van de trigger (geen chocolade in huis = geen chocolade eten)
  • Het niet breken van de keten. Een simpel systeem, je zet kruisjes per dag er iets gelukt is. Ik was verwonderd van de kracht ervan toen ik in januari een no spend maand organiseerde.
  • Het zoeken naar alternatieven (zoals Charles Duhigg). Ik heb wel degelijk echt honger rond 10 uur. Dus kan ik maar beter iets gezonds bijhebben. (Al blijft al dat snoep in de leraarskamer hoog aaantrekkelijk, gelukkig is er ook soep op het werk!).
  • De meest gekende (en succesvolle) methode blijft ook voor mij het koppelen van een nieuwe gewoonte aan een oude. Bv. De zogenaamde 5′ avondopruim voor het slapengaan. Dat ziet er dan zo uit: naar boven willen gaan/eind van de dag (trigger), kookwekker op 5 minuten zetten en gedurende die 5 minuten wat opruimen, naar boven gaan. De beloning lijkt mij nogal evident (opgeruimder) al is de beloning hier evengoed a) dat het maar 5 minuten duurt, dus het afgaan van de wekker is ook een beloning ! en b) dat ik ‘s morgens niet meer de glaasjes op de salontafel zie staan !

Praktisch

Charles Duhigg, Macht der gewoonte, uitg. Ambo/Anthos 2015, 384 blz, te koop bij o.a. Bol.com voor €20,99.
Ik las de Engelse (originele) uitgave, The power of Habit, uitg. Cornerstone 2013, 400 blz., te koop bij o.a. Bol.com voor € 9,89.

Gelezen

Gelezen: 2 boeken over geestelijke gezondheidszorg

Tot mijn grote spijt kleeft op veel wat met psychische gezondheid te maken een groot taboe. Het zou ‘tussen je oren’ zitten en ‘een kwestie van wilskracht’ zijn. Als er boeken uitkomen die het begrip voor psychisch lijden en geestelijke gezondheidszorg willen vergroten, dan stel ik die graag voor. Er wordt dikwijls heldhaftig geschreven over somatische ziektes, psychisch lijden wordt meestal weggemoffeld en men weet er op z’n best niet goed weg mee.
Ik stel hier 2 boeken voor uit de praktijk.

Margo Van Landeghem: durven kijken naar trauma

Margo Van Landeghem, psychologe; vertelt ronduit over haar ervaringen in het pyschiatrisch ziekenhuis waar ze werkt. In dit dunne boekje (139 blz.) komen 2 onderwerpen aan bod die best meer aandacht mochten hebben in de media (en het boek !)

mensen met trauma

Enerzijds heeft Van Landeghem het over de intense gevolgen die trauma voor mensen kunnen hebben. Er is een theorerische uiteenzetting over hoe trauma zich nestelt in het denken en handelen van de getraumatiseerde. Lichaam en geest verkeren veelal in staat van hyperalertheid en vertrouwen in anderen is absoluut niet evident. Trauma beperkt zich niet tot het extreem zichtbare zoals een tsunami, een aanslag of een schokkende gebeurtenis.

Durven kijken naar trauma

Schokkend kan ook betekenen dat je niets hebt gekregen, dat je fundamentele zorg, ondersteuning of veiligheid hebt gemist. (…) In al die jaren als psycholoog ontmoette ik zo verschrikkelijk veel mensen die als kind opgroeiden in een omgeving die langdurig bedreigend,onveilig, angstaanjagend en onvoorspelbaar is.

Wat de gevolgen voor trauma zijn, wordt geïllustreerd door getuigenissen van cliënten van haar.

In het tweede deel van het boek laat ze clienten aan het woord die getekend zijn door trauma en begeleid worden door een therapeut.
De verhalen én de theorie maken duidelijk dat trauma niet iets is waar je ‘na een tijdje toch wel overheen stapt’.

Werken in de geestelijke gezondheidszorg

Ik heb het niet nageteld, maar een bijna de andere helft (van dit al dunne boekje) gaat over het werken als zorgverlener in een psychiatrisch ziekenhuis. De zorg staat onder druk en al evenzeer de zorgverlener. Het personeel staat steeds meer onder druk door allerlei protocollen, efficiëntie waardoor de job steeds moeilijker en zwaarder wordt. Daarbij worden de ambten steeds meer uitgehold. Zoals ze zelf schrijft: het lijkt wel alsof een psycholoog, met in zijn functieomschrijving ‘luistert actief naar de beslommernissen’ zo’n beetje een als een kapper is. (dixit de minister van volksgezondheid). Het is duidelijk dat Van Landeghem het moeilijk heeft met de huidige stand van zaken in de gezondheidszorg. Efficiëntie en lage kosten staan dikwijls voorop.
Door al deze maatregelen zijn zowel cliënten als zorgverleners de dupe en wordtdiemand er echt beter van.

Ingrid Nelis: Gekleurde Tranen

Gekleurde tranen

In ‘Gekleurde Tranen’ lezen we het (gedeeltelijke) levensverhaal van Ingrid Nelis. Een conflict op het werk kreeg zo’n proporties dat het haar leven op de helling zette en uitmondde in een proces. Dit werd zo zwaar dat ze intensieve therapie volgde. Later volgde de diagnose eierstokkanker, wat het allemaal nog moeilijker maakte.

In het boek lees je over hoe een conflict op het werk compleet ontspoort en hoe dit gigantische gevolgen heeft voor het leven van Ingrid. Als lezer is het echter moeilijk om je echt voor te stellen wat er nu echt gebeurd is. Ik veronderstel dat Ingrid Nelis om juridische en privacy reden niet echt diep op het verhaal ingaat, al is ze anders wel heel concreet in sommige zaken.

De lezer van dit boek blijft dikwijls verweesd achter: er wordt iets gezegd, iets aangeraakt en voor de rest heb je er het raden naar. Er is weinig uitdieping, ook niet wat haar eigen visie betreft. Ik had het daar best moeilijk mee.

Kritiek: Welk verhaal wil je brengen ?

Wat wil je nu eigenlijk vertellen, zou ik beide auteurs willen vragen.
Aan Margo Van Landeghem: gaat je boek over trauma of over de zorgverlening in de psychiatrie en hoe de job daar alsmaar moeilijker wordt gemaakt ?
Dat zijn twee totaal andere insteken. Ik geloof best dat Van Landeghem over beide onderwerpen méér had kunnen vertellen en er misschien stof voor 2 boeken was, maar spijtig genoeg heeft ze beide onderwerpen in 1 dun boekje gepropt waardoor de lezer behoorlijk op zijn honger blijft zitten.

Bij Ingrid Nelis had ik hetzelfde gevoel. Het is overduidelijk dat er heel veel verdriet en woede is om wat het conflict op haar werk heeft teweeggebracht. De kwaadheid is voelbaar, de roep naar gerechtigheid luid en haar geduld voor een uitspraak door de rechtbank wordt behoorlijk op de proef gesteld. Die uitspraak is er immers nog altijd niet.
Ze schuwt geen namen en in alle eerlijkheid, ik werd er soms bijna ongemakkelijk van.

Anderzijds gaat het boek over haar omgaan met lijden en wat ze leert over zichzelf gedurende psychotherapie. Haar lange weg hier leidde uiteindelijk tot een job als ervaringsdeskundige waarbij ze mensen met psychische kwetsbaarheid helpt.

Gemiste kansen

Bij beide boeken had ik het gevoel dat ze te snel geschreven zijn en er te weinig gewaakt werd over de coherentie van het boek. Toen ik de boeken in handen kreeg dacht ik ‘hip hip hoera voor een uitgeverij die dit aandurft’. Nu en dan zag ik een aanzet naar iets wat heel goed had kunnen zijn.

Moeilijke onderwerpen zijn hier uiteindelijk wel aangebracht en beide boeken zullen de lezers hopelijk tot meer begrip brengen ten aanzien van mensen met psychisch lijden. Maar toch blijf ik op mijn honger: de uitgeverij liet hier kansen liggen.

Praktisch:

Gelezen: Maar je ziet er helemaal niet autistisch uit – Bianca Toeps

Gelezen

Een autist aan het woord

Ik twijfelde bij deze tussentitel. ‘Een autist’ ? Schrijf ik niet beter: ‘iemand met autisme’? Maar Bianca Toeps ziet het zelf niet zo. Ze is autist en het op die manier zeggen, daar iets niets mis mee vindt ze, integendeel, ze kiest er zeer bewust voor.

Haar visie op autisme

autisme

Bianco Toeps schreef dit boek als autist en daarmee is meteen de toon gezet. Het is een persoonlijk verhaal en dat lijkt soms behoorlijk dubbel. Enerzijds spiegelt ze zichzelf aan de definities van de DSM 5 (een soort naslagboek voor psychiaters waarin criteria voor diagnose worden opgesomd), anderzijds verzet ze zich evengoed tegen zowel de definitie in haar geheel als bepaalde gangbare wetenschappelijke theorieën over autisme.

Ik vond dat behoorlijk verwarrend omdat ze niet altijd die lijn van dat persoonlijke in het oog houdt. Enerzijds wil ze opkomen voor meer begrip en aanvaarding van autisten, anderzijds kon ik niet aan de indruk ontkomen dat ze ‘haar vorm’ van autisme nu en dan als normerend zag. Ik geloof niet dat ze dat echt meent, maar ze flirt wel dikwijls met die grens.

De missie van Bianca Toeps

In haar boek gaat Bianca Toeps in tegen heel wat stereotype beelden die mensen, en vooral de media over autisten hebben. Dat Bianca Toeps een missie heeft met dit boek (en haar blog), is duidelijk, en een betere beeldvorming over autisme is zeker één van haar doelstellingen.

Niet happy met de Theory of Mind

Zoals geschreven overloopt ze wel het lijstje van criteria in de DSM-5 maar ze gaat er niet geheel mee akkoord, net zomin als ze akkoord gaat met de Theory of Mind die stelt dat autisten moeite zouden hebben met het toeschrijven van gevoelens en intenties van anderen of het in staat zijn om zich in de gevoelswereld van anderen te verplaatsen.

Ze gaat in op deze theorie en verklaart waar die volgens haar ‘shit’ is. Best spijtig vind ik dat, omdat ik haar compleet kan volgen dat dit wellicht voor haar niet het geval is, maar wel omdat ze algemeen schrapt wat niet voor haar past. Het is iets wat voortdurend in het boek terugkomt. Ze heeft er dan ook geen problemen mee om bekende pyschiaters de grond in te boren met hun theorie.

The intense World Theory (Markram & Markram)

Bianca Toeps houdt het liever bij de intense World Theory die stelt dat

Volgens de Markrams worden in het autistische brein meer verbindingen gemaakt, en reageren hersencellen heftiger op elkaar. Prikkels komen sterker binnen, gedachten slaan sneller op hol. Kort gezegd: de wereld is voor autistische mensen bijzonder intens.

Wanneer je verder leest over deze theorie kan je niet anders dan aan hooggevoeligheid of hoogsensiviteit denken, maar het woord valt pas op het einde van het boek en het defensief is groot. Géén hsp ! Niet dat ik hier beweer dat het ene het andere is, maar zie naar het boek van prof. Elke Van Hoof over hoogsensiviteit waar ze het heeft over overlappingen, gedrag en reactie die hetzelfde zijn maar een andere oorzaak hebben. Spijtig dat ze – wat ze is best behoorlijk belezen – hier over gezien heeft.

Het levensverhaal van Bianca Toeps

Het boek deed mij heel erg denken aan het boek van Fleur van Groningen die over haar hoogsensiviteit schrijft. Niet omwille van de inhoud, van Groningen heeft het duidelijk over hsp en Toeps over autisme, maar wél omwille van het persoonlijke verhaal. Van Groningen slaagt er echter beter in dan Toeps om haar verhaal als een persoonlijk verhaal te presenteren en niet compleet te veralgemenen.

Defensief

Het boek van Toeps leest vlot maar is ook best heftig. Mij leek het soms alsof ze voortdurend boos was, boos omdat ze verkeerd begrepen werd, boos om de cliché-opvattingen over autisme, boos op de hele wereld en bovenal heel defensief. Ze eindigt haar boek dan ook met “8 dingen die we niet willen horen”. Daarmee countert ze alle mogelijke kritiek die er op haar boek zou kunnen zijn of op haar visie op autisme. Ik had het intellectueel eerlijker gevonden als ze had geschreven “8 dingen die ik niet wil horen”.

Gemiste kans

Bianca Toeps schrijft vlot en intelligent. Ze heeft heeft heel wat te zeggen over autisme en voor wie niet thuis is in de materie is het een prima boek om meer inzicht te krijgen in het brein van een autist en de opvattingen die er over autisme heersen. De gemiste kans is wel dat ze haar vorm van autisme veralgemeent.
Niet voor niets spreekt men over een autismespectrumstoornis.

Hier en daar zie je haar overigens toch wel worstelen, als haar vader bv. zegt dat ze haar autisme niet als excuus moet gebruiken. Uiteindelijk vindt ze daar voor zichzelf wel een uitleg voor, maar je merkt wel de aarzeling, iets wat verder zo goed als nooit aan de orde is aan het boek. Ze poneert zich (omwille van haar autisme) ook als iemand die zich weinig aantrekt van wat andere denken.

Ik heb er mijn twijfels over. Omwille van het defensieve.

Is het dan een slecht boek? Helemaal niet. Alleen moet je door dat defensieve heen kijken en beseffen: dit is haar verhaal, dit is Bianca Toeps met haar karakter en eigenaardigheden (niets mis mee) en misschien is dat defensieve gewoon eigen aan haar. Hier is iemand aan het woord die worstelt met haar identiteit als autist en hoe de maatschappij omgaat of ziet naar mensen met autisme. Iemand die overigens behoorlijk belezen is over het onderwerp.

Referenties

Bianca Toeps, Maar je ziet er helemaal niet autistisch uit, 224 blz. , april 2019, uitgave van Blossom Books. Te koop bij o.a. Bol.com voor €19,99 (paperback).

Gelezen: Nooit meer een zelfhulpboek – Dominique Haijtema

Gelezen

Hoezo, nooit meer een zelfhulpboek?

Wie nu en dan het magazine Happiness in handen neemt, heeft de naam misschien herkend. Haijtema schrijft blogs en artikels voor Hapiness. Van opleiding psycholoog en journalist schrijft ze voor diverse tijdschriften waarbij het accent dikwijls op de zoektocht naar een beter leven en werk ligt. Ik vroeg mij dan ook af of ‘Nooit meer een zelfhulpboek’ geen geweldige verkooptruc was, zoiets als: met dit boek zit je de rest van je leven goed en komt het allemaal in orde !

Een job tussen de grootste wijzen

Haijthema heeft in haar job als journalist tal van wijze mensen geïnterviewd. Haar boekenkast staat vol. Of het nu in Nederland, België of daarbuiten is, wie een beetje naam en faam heeft, ze sprak ermee. Dat moet toch tonnen wijsheid opbrengen? Een greep uit de lijst: Irvin Yalom (Amerikaans psychotherapeut en schrijver), Marianne Williamson (Amerikaans schrijfster), Anselm Grün (Duits monnik), Damiaan Denys (Belgisch psychiater en filosoof)… Het lijst je gaat verder.

Wat een rijkdom als je zo’n mensen mag interviewen! Maar meteen stak mijn wantrouwen weer de kop op: zou Haijtema met ‘nooit meer een zelfhulpboek‘ gewoon een samenvatting van al haar ontmoetingen maken? Een soort superwijsheid? Het beste van het beste?

Alles voor de wind en dan valt het stil

Dominique Haijtema schrijft over haar eigen leven. Ze komt over als een spring in ‘t veld, iemand vol energie die moeilijk kan stilzitten. Intelligent, gedreven, alles uit het leven persend. Iemand die er volop voor gaat. Surfend over de golven in Portugal tot ze uit de zee gered moet worden. Een hersenbloeding die haar leven plots op z’n kop zet.

Confrontatie

Het wordt een eerste confrontatie met het verplicht uit handen geven:

Het is een beproeving van de bovenste plank. ik moet precies dat doen waar ik niet goed in ben: afwachten, me rustig houden en afhankelijk van anderen zijn. Machteloosheid en woede wisselen elkaar in rap tempo af. Daar komt schaamte bij omdat ik weinig dankbaarheid voel omdat ik überhaupt nog leef en niet verlamd ben.

Rauwe eerlijkheid

Rauwe eerlijkheid is het, zoals ze het beschrijft. En nee, ze maakt niets mooier. Er komen geen wijsheden aan te pas. Geen boeken. Alleen ontzettend veel machteloosheid.

Ik mag dan een tweede kans hebben gekregen, binnen drie maand steek ik weer een middelvinger op als iemand mij klemrijdt. Maak ik mij druk om onbenulligheden. Koop ik spullen die ik niet nodig heb. Spreek ik af met mensen die ik niet wil zien om maar niet alleen te zijn.

De illusie van controle

Haar leven gaat verder. Zonder Grote Verlichting. Zonder grote wijsheden. Een schitterende job die ze later moet afgeven, een relatie die goed loopt maar het uiteindeiljk niet haalt. Er is geen beloning voor wie groot lijden zag. Geen compensatie. Wat sterft is de illusie dat we het leven onder controle hebben.

Bij iedere crisis sterft een stukje van ons ego: onze illusies dat wij alles onder controle hebben, alleen maar goed zijn, dat wij moeilijkheden uit de weg kunnen gaan of ons niets kan overkomen. (…) Alleen door pijn te mogen voelen over je middelmatige en vaak banale leven en afscheid nemen van je illusies over geluk kun je werkelijk geluk ervaren.

Anselm Grün, interview met Haijtema


De ene helft van Nederland adviseert de andere helft

Bij Haijtema wordt later ook epilepsie geconstateerd. Ze moet steeds meer uit handen geven: haar auto, maar ook haar vermogen tot concentratie. Ze gaat op zoek naar allerlei adviezen en hulpmiddelen. Die zijn er met hopen. Coaches, psychologen, het land lijkt er vol van te zijn. Ze komt tot de conclusie dat dit haar ‘leraren’ zijn:

De leraren die mij hielpen waren de leraren die in mij geloofden toen ik dat zelf niet deed. Die aanwezig waren. Die de helpende hand uitstaken maar mij nooit een kant op duwden. Die geen oplossingen boden, maar me leerden de juiste vragen te stellen.

Nooit meer een zelfhulpboek?

Ik noem zelfhulpboeken vaak intellectueel of spiritueel escapisme. Een mooie uitleg bevrijdt ons niet van wat gezien wil worden. Alles wat wij beleven is waardevol. Te vaak wordt gesuggereerd dat je de shit niet door hoeft. Maar je kunt niet om je eigen leven heen. (…) Onze kwestbaarheid is de waardevolle achillespees van de mens.

Acceptatie versus aanvaarding

Uiteindelijk komt Haijtema tot aanvaarding – niet dat dit het mooier maakt, net niet. Ik schreef er zelf – uit eigen ervaring – als eens iets over.

Er is een groot verschil tussen aanvaarden wat er is en accepteren wat er is. Accepteren betekent ermee doorgaan. Aanvaarden is, zoals de Engelsen het zo mooi zeggen, to face it, bereid zijn onder ogen te zien wat er is. Het is goed om rustig te kijken naar een situatie en wat het met je doet. Het heeft geen zin om je te verzetten, om te ontkennen of te bagatelliseren wat iemand of iets met je doet.

Samengevat

Nooit meer een zelfhulpboek

De titel van het boek zorgde ervoor dat ik het boek lang met veel argwaan heb gelezen. Ik vreesde dat ze het summum van wijsheid wou presenteren. Dat deed ze evenwel niet (of juist wel?). De hersenbloeding, de epilespie hebben haar leven compleet veranderd. De illusie dat het leven maakbaar is (als je maar het juiste doet) is doorprikt.

De hoofdstukken over haar leven worden afgewisseld met interviews en citaten met mensen met veel levenswijsheid. Het zijn beschouwingen over lijden en geluk, rouw en dood.

Nooit meer een zelfhulpboek slaat op de onmaakbaarheid van het leven en de opdracht om wat het leven ons ook brengt het in het gezicht te zien. Zonder vluchten maar met die tegenslagen toch weer op zoek naar wat echt geluk is. En nee, daar is geen recept voor.

Dominique Haijtema, Nooit meer een zelfhulpboek, 184 blz. , uitgegeven door Volt en te koop bij o.a. Bol.com voor €17,50 (hardcover) of 11,99 ebook.