Tagarchief: onderwijs

eindtermen afvinken

Ben ik wel een goede leraar?

Net als vele leraren ben ik deze week volop bezig voor school. Ik bekijk de nieuwe boeken en leerplannen en bereid lessen voor. Mijn hoofd en lichaam zijn nog in vakantiemodus. Tussen de papieren van vorig jaar vind ik dit:

Eindtermen - de dicatuur van het afvinken.

Het zijn kaartjes waarop leerlingen van alles over mijn lessen schrijven. Wat ze van mij vinden, wat ze leuk vonden, wat ze geleerd hebben.
Dat ik een goede verhalenverteller ben lees ik regelmatig (en daar ben ik best blij om). Maar dit raakte me toch wel heel erg:

“De les is aangenaam omdat je niet te haastig en snel vooruit wil gaan”.

Ik heb geen idee welke leerling het geschreven heeft en het maakt ook niets uit, maar het raakt een diepe snaar in mijn ‘leraar-zijn’.

Dag na dag zie ik zuchtende collega’s die ‘tijd tekort’ hebben. Nee, geen vrije tijd tekort, maar lestijd tekort. ‘Ik ga er niet geraken met het leerplan’ is veel gehoorde frustratie. ‘Weeral een dag die wegvalt!’, als er een uitstap of toneel is. Is het tempo in het begin van het jaar een beetje langzaam, tegen het eind van het jaar is bij sommige vakken moordend. Er moet nog van alles worden ingestampt.
Ik heb er maar één verklaring voor: er moet teveel gezien worden in te weinig tijd. De dicatuur van de eindtermen is niet min.
Stilstaan is een luxe die bijna geen enkele leraar (meer ?) heeft.

Dat ik daar niet wil aan meedoen

Bij het begin van het jaar zeg ik mijn leerlingen dat ik hoop dat mijn lessen een oase van rust zijn en dat ‘we ons niet gaan opjagen’. Mijn vak valt onder de levensbeschouwelijke vakken, wat volgens mij kritisch denken veronderstelt, het zoeken naar een eigen identiteit en standpunt. Het is een vak dat alles te maken heeft met aandachtig zien naar de wereld om je heen om niet te vervallen in simplistische verklaringen of cliché’s, om niet zomaar eender wat na te zeggen of opgezogen te worden door (sociale) media. Empathisch leren denken en tegelijkertijd je eigen stem vinden.

Anderzijds besef ik dat deze houding mij ‘nummers’ gaat kosten en misschien wel een veeg uit de pan. Het mag dan wel geen exact vak zijn, ik moet heel wat zaken ‘afvinken’, een hele lijst van ‘zaken die ze moeten kennen’.

Ik voel mij soms simpelweg een slechte leraar omdat ik luister naar mijn leerlingen – wat ik overigens veel te weinig doe, continu schipperen als het is tussen de druk van het leerplan en de nood van de leerling.

Soms word ik daar droevig van

Als leraar vind ik het contact met leerlingen buitengewoon interessant. En al stellen ze bijlange niet al hun vragen aan mij, ze zijn een vat vol vragen. Over wie ze zijn, over hoe de wereld draait, over milieu, over politiek, over wetenschap, over relaties, over hoe je een goed mens kan zijn en – echt wel – wat het er toe doet dat je hier op de wereld rondloopt. Evengoed leven ze in een wereld waar zo goed als niemand nog tijd heeft. Niet voor hen en niet voor zichzelf. (Mijn ouders hebben het druk – ja, wie niet?)

Ondertussen zit ik met die cijfertjes in mijn hoofd – bang als ik ben van de inspectie ! – en vind het verschrikkelijk van mezelf als als ik denk

“dat ze er maar niet te diep op ingaan, want ik geraak nooit waar ik moet geraken”

Tegelijkertijd denk ik dat dit de meest leraaronwaardig uitspraak is die mogelijk is.

Mijn hart bloedt als ik gewrongen zit tussen tijdsdruk en echt luisteren.

Managmentsdenken en afvinkcultuur

Het targetdenken en ‘afvink’ denken is ook het onderwijs binnengeslopen. Met grote digitale middelen kan meteen worden gezien wat je als leraar wel en niet ‘gezien’ hebt.

Dat een leerling genuanceerder denkt over iets na een lange discussie telt niet. Dat we gepraat hebben over hoe je kan omgaan met druk van overal (echt wel, jongeren kennen behoorlijk wat stress), telt niet. Dat je ervoor gezorgd hebt dat een klas wat meer begrip heeft en empathisch vermogen ten aanzien van een leerling met autisme brengt je niets op. Dat is weer een half uur waarin je toch 3 bladzijden kon zien. Continu gesandwiched voel ik mij. Zoveel meer zou ik kunnen doen: meer cijfertjes zien, meer luisteren. Het is een continu balanceren en … falen.

Eindtermen afvinken is intellectueel minderwaardig.

Rik Torfs
Bron

Dankjewel onbekende leerling

Ik ben blij met het briefje dat ik daarnet vond. Omdat ik – eerlijk gezegd – het bij het voorbereiden toch al weer vergeten was, opgeslokt als ik was door de druk van planning en ‘de nummertjes’. Op het einde van het jaar zal het computerprogramma precies weten welke nummertjes ik wel en niet heb gezien.

Dat ik er nu al stress van heb.

Wie het duidelijk wil, kan dit artikel van Rik Torfs lezen.

Snapshot diary

Snapshot diary #14/2019 Een week van afscheid

Veel afscheid, dus ook veel feestjes en zoets. UItkijkend ook naar de vakantie.

Samengevat: Deze week stond in het teken van afscheid. Het tweede trimester is een feit, de klassenraden zijn voorbij. Het lief nam de laatste keer deel aan KanActief, een revalidatieprogramma voor kankerpatiënten en tenslotte besloot mijn broer na ongeveer een half leven met zijn vriendin, te trouwen alvorens definitief naar Spanje te verhuizen. De vakantie is welkom.

Zit er een klok in mijn hoofd ?

Soms vraag ik mij af of ik de week voor de vakantie uitgeteld ben omdat ik wéét dat het de laatste week is, of omdat ik doodgewoon uitgeteld ben. Geen idee, maar toen donderdag het rapport van leerling 100 en zoveel passeerde begonnen de cijfertjes toch te duizelen voor mijn hoofd. Gelukkig was er chocolade voorzien, wat een oppepper van formaat is.

Leerlingen die je meeneemt naar huis

Honderden leerlingen passeren de revue en los van het feit dat het behoorlijke concentreren is, het blijft een op vele vlakken een moeilijk proces. Als het gaat zoals ik hier schreef, dan valt dat nog mee. Maar er zijn leerlingen waarbij je als leraar voelt dat er misschien iets niet in de haak is. Thuis, of ergens in dat puberhoofd. Er zijn gesprekken geweest, leerlingbegeleiding, maar niemand kan er echt de vinger opleggen. Pubers zijn zelden een open boek. Zo’n leerlingen, die neem je ‘s avonds wel mee naar huis. Na deze lange dag van klassenraden zijn er dan weer wat meer dan voorheen. Leerlingen waarvan ik denk: die moet ik extra aandacht geven, eens aanspreken op de gang.
Maar het zijn geen kinderen. Soms staan ze helemaal niet open voor gesprek. Forceren heeft geen zin.

De laatste keer KanActief

Zo’n drie maanden lang nam het lief deel aan een revalidatieprogramma voor kankerpatiënten in Pellenberg. Twee keer per week (in plaats van drie, hij werkt ondertussen al) en iedere keer kwam hij met een grote glimlach terug thuis.

De laatste keer werden partners uitgenodigd. We wandelden, er werd afgescheid genomen van de kinesiste en de psychologe. Voor mij als buitenstaander was het overduidelijk dat deze mensen een bange geschiedenis achter de rug hebben (of er nog volop in leven). Ik zag hun optimisme, hun openheid en zorg voor elkaar. Het raakte me. ‘Lotgenoten’ of mensen met hetzelfde en toch een ander verhaal. En hoe ze elkaar dragen, daar toch de kracht en moed voor hebben. Sterk.

De grote broer. Definitief naar Spanje.

Na een half leven samen te leven met zijn vriendin (en de spreekwoordelijke ‘goede en slechte tijden’ al met overschot ervaren, stapte mijn broer toch in het huwelijksbootje. Ik was er best van aangedaan, dat die grote broer nog later zou trouwen dan ik, kleine zus. Maar ook de gedachte dat hij nu voor altijd in Spanje zou wonen vond ik eerlijk gezegd niet zo best. Die broer en ik, het is niet dat wij zoveel contact hadden, maar hij was er wel altijd, exact zoals je een beetje van een Grote Broer verwacht. Nooit te beroerd om te helpen waar hij kon en met een berg talenten die ik helemaal niet bezit, dus lekker handig en compatibel. Het ga je goed grote broer ! (en ja hoor, ik kom zwemmen in dat zalige zwembad van jullie !)

Snapshot diary

Snapshot diary week #13

Samengevat: weinig foto’s van deze week. Ik was ofwel buiten ofwel zat ik achter mijn bureau en daar zijn weinig leuke foto’s te nemen. Voorlaatste week voor de paasvakantie en eindelijk lente in de lucht !

Laatste lesjes

Ik gaf maandag les aan een handvol leerlingen dat nog niét met de proefwerken was begonnen. Terwijl je in de rest van het schoolgebouw een naald kon horen vallen – wegens diezelfde proefwerken – moesten hier door een speling van het lot leerlingen nog aandachtig opletten. Het werd een huzarenstuk, zowel voor mij als voor de leerlingen. Ik had weinig om mee te onderhandelen, van mijn vak zijn er immers geen proefwerken. “Mevrouw, wat gaan we doen ? Toch geen les zeker ?” Altijd boeiend om te horen en iedere keer opnieuw vraag ik mijzelf af wat ze dan wel in gedachten hebben. Dat ik een optreden zou geven ? Dat we naar de Oude Markt zouden trekken ? Een dag voor de proefwerken en in een school. Tot mijn eigen grote verbazing wist ik ze toch te boeien. Of: het ze toch wel snel weer in hun normale doen geraken.

Nieuwe collega’s en ambiance op het werk

Ik liep naar de parking van de school en merkte voor het eerst de nieuwe collega’s op. Of liever, de veelbesproken geiten en bokken. Ik had ze nog niet gezien maar wel al de verhalen gehoord. Dat de bok nu en dan ontsnapte en dat de leerlingen met zorg en kalmte het dier weer richting omheining leidden. Soms zie ik jonge leerlingen ‘s morgens contact zoeken met de dieren. Om te zien of alles nog goed gaat met hen. Het is werkelijk een meerwaarde, zo’n groepje geiten en bokken op het werk. Vooral omdat het regelrechte grapjassen zijn.

De rest van de week stond, werkgewijs, in het teken van administratie en veel lezen. Het invullen van de leerlingvolgsystemen, surveilleren en mij verder inwerken in de hervorming van het onderwijs. Dat laatste lukt echt niet op een paar dagen, al helemaal niet omdat het helemaal niet zo duidelijk is en er tegenstrijdigheden zijn. Maar goed, 1 september wordt wel verwacht dat wel allemaal klaar zijn.

Lente in Limburg

Ik had gelukkig vrij – het voordeel van deeltijds werken – op de mooiste dag van de week. Ik wandelde nogmaals in Borgloon, dat tal van wandelroutes heeft en werkelijk de naam ‘wandelparadijs’ verdient. Mijn wandelGPS was zo dood als een pier maar gelukkig was deze wandeling bewegwijzerd, al heb ik wel gevoel voor richting.

Snapshot diary

Volgende week opnieuw een atypische week, maar hé, de lente komt !

Snapshot diary

Snapshot Diary week 47/2018 Niets is sterker dan de stilte

Samengevat: dokters en ziekenhuizen. Dat voor het lief, dan voor mezelf. Ik zou een boekje kunnen maken over wachtzalen. Op zoek naar stilte en rust: wandelen en het bos. Bijscholing ICT, dat laatste is echt mijn ding. Al lang. Nu en dan een kerk binnenlopen. Het is er stil en God (what’s in a name) mag weten hoeveel mensen daar al in stilte hun hart tot rust brachten. 

Teveel onderwijswoorden

Dit was een week van teveel woorden. Woorden zoals ze in het onderwijs kennen: BOS, MOS of MOSO en nog een hele reeks andere afkortingen die ik kan samenvatten in vernieuwings- of hervormingsdrang. Dat dat niet in één twee drie goed loopt, dat is evident. Dat er vraagtekens worden gesteld al even vanzelfsprekend. Als het onderwijs als opdracht geeft kritische leerlingen te vormen, dan zou het onderwijs best ook wel kritisch zijn. Als men kritisch zijn als waarde onderschrijft (en als een kwaliteit van een leerling), dan mogen we hopen dat alle beleidsmakers die kritische zin ook waarderen in de leraren. Het zou toch maar triestig zijn anders. Maar goed, genoeg over dié woorden, er passeerden er ook andere.

Teveel woorden met te weinig licht

Zoals palliatief verlof. (Niet hier), maar mensen dichtbij die elkaar aflossen bij het waken bij een stervende. De mensen naar wie ik de postkaarten stuurde een paar weken geleden: dat het er nog altijd echt niet goed mee gaat. De gele hesjes. Het ‘normale’ van een ontslagvergoeding van € 400 000 in de nationale politiek. (Ik ben wellicht een armoezaaier als ik de orde van de cijfers bekijk, terwijl ik dat net niét ben).

En dan de woorden die hier niet meer gezegd worden

Alles wat met dit verhaal te maken heeft. Het is bijna taboe geworden. We kijken naar de kalender. Nog zoveel weken te gaan. Nog zoveel keer Gasthuisberg. En dan. Ja, wat dan ? Als stilte al groter kan zijn, dan is daarna nog groter. Of misschien komt dan de eerste opluchting. Zal er ooit volledige opluchting zijn ?