Categorie archief: jongeren

Waarom veel jongvolwassenen het zo moeilijk hebben

Simon Sinek over de millenials

Simon Sinek (vooral bekend om zijn boek ‘Start with Why) omschrijft hier o zo treffend waarom millenials het zo moeilijk hebben. “They are dealt a bad hand”, zegt hij.

4 oorzaken ziet hij :

  1. Parenting (Opvoeding)
    Waarin hij de opvoedingsstijl hekelt waarin continu aan jongeren wordt gezegd dat ze eender wat kunnen bereiken en eender wat kun worden. Een cultuur waarin iedereen een medaille krijgt, verliezer of winnaar (waardoor de medaille niets meer waard is), waar ze continu te horen kregen dat ze o zo bijzonder waren.
    ‘Dealt a bad hand’ staat in deze context. Sinek heeft het over ‘failed parenting strategies’. Ook het onderwijs is medeplichtig : punten geven om van het geklaag van ouders af te zijn.Volgens Sinek is de confrontatie met de realiteit gigantisch en resulteert dit failed parenting in een laag zelfbeeld.
  2. Technology (Technologie)
    Waarbij het vooral over sociale media gaat. Het leven lijkt overal geweldig te zijn, iedereen lijkt het allemaal voor elkaar te hebben. De verslaving (niet eigen aan milleniums) dopamine, het belang dat wordt gehecht aan ‘likes’. Dopamine is zwaar verslavend, net als bij een sigarettenverslaving. Sinek spreekt over vage relaties (via sociale media) versus het oefenen in sociale vaardigheden met mensen.
    Sinek is niet tegen smartphones of sociale media, hij waarschuwt wel voor verslaving.
  3. Impatience (Ongeduld)
    Alles nu ! We leven in een wereld van instant bevrediging. Online aankopen, binge watching, het gaat onmiddelijk. Zelfs een ‘date’ vraagt nog weinig sociale vaardigheden. Daartegenover staat dat echte voldoening zelden uit instant bevrediging komt. Liefde, voldoening in het werk, het vraagt tijd.
  4. Environment (Werkomgeving)
    Jongeren die terecht komen in omgevingen die meer bezig zijn met cijfers dan wel met mensen. Omdat ook de werkomgevingen gericht zijn op snelle en directe resultaten, krijgen jongeren de tijd niet meer om te leren en om te groeien. Sinek verwijt hier de bedrijven leiderschap. Het erge is, volgens Sinek, dat jongeren het zichzelf kwalijk nemen als ze niet (onmiddellijk) slagen, terwijl dit juist niet de normale  gang van zaken is. Groei is nodig.

Maar ik ben veel ouder ! ?

Ik behoor helemaal niet tot de categorie jongeren waarover Simon Sinek het heeft (geboren na 1985) maar toch herken ik zaken. Ik ben helemaal niet opgevoed in een wereld van ‘je kan alles’, of ‘je bent geweldig’, maar sociale media is ook mijn leven binnengeslopen en nu en dan merk ik dat er niet alleen goede kanten aan zijn. Ongeduld is mij niet vreemd, al ben ik er mij echt van bewust en probeer ik nu en dan een stapje terug te doen. Dat bewustzijn is toch al iets.

 

Gelezen

Gelezen: Gretchen Rubin, The Four Tendencies

 

“The Four Tendencies ” maken je samenleven met anderen eenvoudiger en inzichtelijker. Als je weet wie je voor je hebt, dan is het makkelijker omgaan met hem/haar, omdat je in volle respect bent voor wie hij/zij is. Je begrijpt immers wat hem/haar drijft. 

Naar een eenvoudiger en beter leven

Ik ben al lang fan van Gretchen Rubin. Wat ze te zeggen heeft is o zo to the point en je hebt er wat aan. Bovendien is ze nooit zweverig en poneert ze haar ‘wijsheid’ nooit als een dogma. Bovendien schrijft ze vlot en lezen haar boeken als een trein. Het thema is altijd hetzelfde: hoe kan ik mijn leven beter maken. Ze is een groot voorstander van routines (die je zelf invult zoals je wil) en het eenvoudiger maken van het leven, als is minimalisme geen woord dat je bij haar aantreft. Eenvoudiger als minder complex.
Niet te verbazen dat haar podcast zo druk wordt beluisterd (en bejubeld!)

The four tendencies – nog niet vertaald

The Four Tendencies gaat over persoonlijkheidsprofielen aangaande het omgaan met interne en externe verwachtingen/doelen. Klinkt ingewikkelder dan het is, dus laat ik beginnen met het voorbeeld dat ze zelf aangaf. Een vriendin van haar was vroeger lid van een atletiekclub en miste nauwelijks een training. Ze liep goed en had geen problemen om naar de training te gaan. Nu is ze ouder en geen lid meer van een club en het lukt haar – ondanks haar voornemens – nauwelijks om de deur uit te gaan om te lopen, ook al wil ze dat echt wel. Rubin zag het onderscheid: haar vriendin had blijkbaar geen moeite als er een externe verwachting was (de club), maar vond het voor zichzelf moeilijker om de deur uit te gaan (interne verwachting).

Het boek is spijtig genoeg nog niet vertaald in het Nederlands, maar ik kan mij niet voorstellen dat dat nog lang gaat duren.

4 profielen

Op basis van hoe mensen omgaan met interne en externe verwachtingen kwam ze tot 4 profielen, oftewel de zogenaamde four tendencies. Ik kan mij best voorstellen dat je denkt: oké, maar wat ben ik daarmee ? Het antwoord is: véél ! Want als je wil samenwerken met iemand of je wil iets van iemand (niet in de manipulatieve zin), dan kan je maar beter weten hoe je dat het beste aanpakt. Ik heb er alvast veel aan gehad!

  • De upholder heeft geen moeite met interne en externe verwachtingen. Het is iemand die houdt van lijstjes en regeltjes en die weinig moeite heeft met het integreren van routines of het volgen van procedures.
  • De questioner stelt zich overal vragen bij. Hij zal alleen iets doen als hij daar achter staat en heeft nood aan extra uitleg. Hij ‘kiest’ om iets al dan niet te doen. Klopt het met zijn denken, dan gaat hij er voor. De questioner heeft het niet moeilijk met de interne doelstellingen/verwachtingen.
  • De rebel zegt eigenlijk per definitie ‘nee’ omdat hij het inlossen van verwachtingen (‘moeten’), ziet als een inbreuk op zijn vrijheid. Hij staat tegenover de upholder.
  • De obligers hebben weinig moeite met het voldoen aan externe verwachtingen. Zij doen wat ze beloven (externe druk) maar hebben het moeilijker met hun interne verwachtingen.Voor een mooi overzicht kan je best hier eens een kijkje nemen.

Is het een beter dan het andere ?

Volgens Rubin zijn de four tendencies onveranderlijk (daar twijfel ik wel een beetje aan) en heeft elke tendency eigen valkuilen. Na het invullen van de test bleek ik een upholder te zijn. Ik geloof dat dat correct is. Mijn valkuil is het kritiekloos omgaan met interne en externe verwachtingen. Ik ben iemand die zelfs midden in de nacht, als er overduidelijk nergens iemand te bespeuren is, netjes aan een rood licht blijft wachten. Misschien is dat nog aanvaardbaar, maar ik ben evengoed iemand die zelfs slechte boeken tot de laatste bladzijde uitleest omdat er een ‘interne regel’ in mij is die zegt dat eenmaal begonnen je het boek ook moet uitlezen. Dat betekent natuurlijk niet dat ik totaal kritiekloos ben, maar ik merk wel dat structuren, regels, verwachtingen een groot impact hebben op mij. Ik kan mij geweldig schuldig voelen als ik niet voldoe aan wat ik mezelf heb opgelegd of waar ik akkoord mee ben gegaan. Schuldig voelen als in disproportioneel schuldig voelen, alsof de regel/verwachtingen/belofte àltijd boven eender welke omstandigheid staat.

Mijn lief daarentegen is een questioner/rebel. Die neemt nooit zomaar dingen aan. Hij heeft altijd extra uitleg nodig en de nood om er zijn eigen stempel aan te geven. Het lief heeft zich nog nooit aan een sportschema gehouden. Hij heeft er altijd ‘kritiek’ op (van wie het ook komt of wat het ook is). Zijn ‘minor’ tendency is volgens mij dan ook ‘rebel’. Het verschil tussen ons twee zit is overduidelijk in het volgen van een kookboek. Ik volg lijn na lijn, hij kleurt per definitie buiten de lijntjes en zal er àltijd een andere toets aan geven. Ik denk daar niet eens over na. Ik volg gewoon.
Als ik overenthousiast ben over iets, komt bij het lief altijd de ‘ja maar’. Dat weet ik al op voorhand. Ik ben een snelle beslisser (zonder weinig spijt nadien). Het lief kan zich maanden zoet houden in het afwegen en verdwalen in de ‘ja maars’.

Al bij al vullen wij elkaar mooi aan denk ik.

Omgaan met anderen – de rebellen onder ons

Wie het boek gelezen heeft ziet na verloop van tijd al van verre welk type iemand is. Ik kan iedereen op mijn werk zo grosso modo indelen in de types, zowel wat mijn collega’s als leerlingen betreft. Vooral wat dat laatste betreft heb ik toch veel aan het boek gehad. Iedereen kent wel leerlingen (of volwassenen) die per definitie ‘nee’ zeggen. Zeg jij A dan is het bij hen B. Het is verleidelijk om te denken dat dit pure dwarsliggerij is. (Dat zal het bij pubers en volwassenen soms wel zijn, maar ook dan werkt het !). Volgens Rubin komt dit omdat zij in alle moeten hun vrijheid bedreigd zien en er daarom ook resoluut tegenin gaan. Hier komt de formule hoe je wel iets kan bereiken : informatie – gevolgen – keuzes.
Bij dergelijke jongeren is het belangrijk dat je hun grote drang naar vrijheid respecteert. Als je de zaken voorstelt als een keuze, dan wordt die vrijheid minder bedreigd.

Nu is dat wel bij iedereen het geval, maar bij hen is het belangrijker. Ik geef een simpel en onschuldig voorbeeld: aan sommige leerlingen vraag ik ‘wil jij de toetsen uitdelen of wil je dat ik het aan iemand anders vraag ?’. Hier zit geen informatie/gevolg in, maar wel keuze. Ik kan je verzekeren dat ze zo goed als altijd ‘ik doe het wel’, zeggen, zelfs zonder grimas en mét een blik van ‘ik word hier volwassen behandeld’. Ik geef grif toe dat er een pak leerlingen zijn bij wie ik gewoon de toetsen geef zonder iets te vragen waarop zij vervolgens, evengoed zonder commentaar, de toetsen terug uitdelen.

Samenvatting

Het boek behandelt één aspect van een persoonlijkheid, namelijk hoe iemand met interne en externe verwachtingen omgaat en hoe je het beste met deze profielen kan omgaan. Ik denk dat veel lezers intuïtief al veel weten. Gretchen Rubin brengt het in schema en verwoordt het. Bij iedere profiel staan de (mogelijke) sterktes en zwaktes. Ze wijt verder ook hele hoofdstukken aan de verschillende mogelijke combinaties van persoonlijkheidsprofielen.

Wat ik er zelf aan overhoud is dat het goed is dat ik meer omga met àndere profielen. Van hen kan ik veel leren omdat zij juist sterk zijn waarin ik niet zo sterk ben. Zij ‘zien’ zaken die ik gewoonweg dikwijls niet zie.
Ik geloof best dat de algemene aard onveranderlijk is, maar ik denk dat er toch ruimte is om bij te leren van andere profielen en zelfs een beetje te veranderen.

Praktisch

Gretchen Rubin, The Four Tendencies, te koop bij o.a. Bol.com voor €9,99.

 

Gelezen

Gelezen: 54 minuten – Marieke Nijkamp

54 minuten

54 minuten die een heel leven zijn

Bij het begin van het schooljaar een boek lezen dat over een middelbare school gaat. Dat was het idee. Een boek dat ook nog eens de Hebban Award 2017 gewonnen heeft in de categorie Young Adult. Dan ben je toch helemaal klaar om dat schooljaar vol energie te beginnen ?

54 minuten speelt zich af in een Amerikaanse secundaire school. Ondanks het feit dat er een oceaan tussen Europa en de VS ligt, is het schoolleven van een gemiddelde tiener er niet zo anders. Er zijn leraren vol bezieling en saaie toespraken die te lang duren. Er zijn vriendengroepen, er zijn koppeltjes, broers en zussen die naar dezelfde school gaan. Voorbeeldige leerlingen evenals leerling die het avontuur buiten de lijntjes van het reglement zoeken. Maar ook: leerlingen de match school/thuis/leven totaal niet kunnen maken. Voor wie het één en al ellende is omdat er overal problemen zijn en er geen uitweg lijkt te zijn.

Iedereen verzameld in de aula

Het zou een Vlaams schoolplaatje kunnen zijn: iedereen wordt verzameld in de aula (bij ons wellicht polyvalente zaal genoemd) en het hoofd van de school spreekt de leerlingen toe. Voor hem (of haar) honderden leerlingen. De één luistert al met wat meer aandacht dan de andere. Het is niets ongewoons. Wachten tot de bel gaat na 54 minuten.

Tot iemand de aula binnenkomt met een geweer en alle nooddeuren gesloten lijken te zijn. De hele school is gegijzeld door een zwaar bewapend scholier. Tot hier de vergelijking met Vlaanderen.

Real-time en o zo realistisch

Wat volgt is het relaas van verschillende personages gedurende de komende 54 minuten. Bijzonder spannend, want er is maar één doel: ontsnappen aan deze waanzin. Maar hoe ? Eén van de leerlingen is de zus van de belager. Kan zij iets betekenen ? Of zal zij het juist erger maken ?

Het boek is zo realistisch dat je de angst en de spanning van de studenten voelt. Wanhopige pogingen worden ondernomen zonder resultaat. Er vallen doden. Nee, het boek heeft geen happy end. Marieke Nijkamp schetst een sober verhaal. Als ze in 54 minuten minuut na minuut registreert wat er gebeurt. Ze gaat zich niet te buiten aan grote verklaringen. Dat deze gruweldaad het gevolg is van een immense boosheid en wraak die zich heeft opgestapeld. Maar toch wordt er niet gepsychologiseerd. Geen ‘hadden we maar’, of ‘we hadden dit kunnen weten’.

Voor een gruweldaad als deze geldt geen enkel excuus. Noch begrip. In 54 minuten wordt duidelijk dat de dader is ‘doorgeslagen’, maar het is wél zijn eigen voorbereide keuze, een keuze die het gevolg is van allerlei andere voorafgaande keuzes.

Young Adult

Het boek is gelauwerd in de categorie Young Adult en daar heeft het ook zijn plaats. Ik denk dat best wat jongeren het graag zullen lezen. De lezer maakt kennis met verschillende personages die hun leven in een flits aan zich voorbij zien gaan. In deze 54 minuten groeit de verbondenheid met elkaar tot in het extreme. Er is maar één doel: hier levend uit geraken.

54 minuten spanning

Ik heb 54 minuten in 2 avonden uitgelezen. Het boek houdt je vast, ook al weet je – spijtig genoeg uit ervaring – hoe dit gaat eindigen. Niet goed dus. Het is het realisme en de betrokkenheid met de personages die je aanmoedigen verder te lezen.
Marieke Nijkamp slaagt er in om de spanning die in zo’n situatie heerst, over te brengen. Je lijkt zelf midden die studenten te staan en het ook niet te weten. Leraar, leerling, ze zijn gelijk.

Spijtig genoeg is het verhaal realiteit. Het gebeurt, meer dan eens, dat iemand een school binnenwandelt met een wapen en er doden vallen. Gelukkig niet in Europa – dankzij andere wetten op wapenbezit – maar wie het boek van Nijkamp leest besluit al heel snel: dit kan op iedere school in de VS gebeuren, dit is niet voorbehouden aan scholen in problematische buurten. Dit op zich is beangstigend. Ik kan mij nauwelijks voorstellen wat het moet zijn om als student in de VS met dit besef te leven.

Praktisch:

Marieke Nijkamp, 54 minuten, Harper Collins, 2017, 320 blz.
Te koop bij o.a. bol.com voor € 10,00 (paperback) of € 7,99 (ebook). 

onderwijspraat

Onderwijspraat: lerarentekort

lerarentekort

Iedereen heeft een mening over het onderwijs

Soms denk ik: je zal maar 18 zijn en in het onderwijs willen gaan. Lees een aantal weken de krant en je zou voor minder ontmoedigd raken. Een beroepskeuze is sowieso al niet makkelijk maar continu geconfronteerd worden met negatieve media maakt het beroep echt wel niet aantrekkelijker. Ik kan mij best voorstellen dat zo’n jongere aan zichzelf gaat twijfelen als de helft van de jongeren er binnen de 5 jaar de brui aan geeft. Dan ben je al netjes afgestudeerd en rondde je een mooi stage af, dan is het maar de vraag of jij tot die 50% behoort die het wel zal volhouden. Zelfs los van werkzekerheid. Dit alles helpt echt niet bij het oplossen van het lerarentekort.

Oorzaken en taboe’s over het lerarentekort

Ik waag me niet om een eigen analyse te geven over de oorzaken, wél  dat het lerarentekort niet opgelost wordt met een paar maatregelen. Zelfs al zouden alle jonge leraren onmiddellijk werkzekerheid hebben,  dan nog zouden velen het onderwijs verlaten.
Ik sprak onlangs een jonge leraar die het ontzettend moeilijk heeft met een aantal klassen. Wellicht valt nog leergeld te betalen, maar wat mij het meeste trof is hoe de leraar vond dat er geen vuiltje aan de lucht was. Het toegeven dat het moeilijk gaat zou nochtans een eerste stap kunnen zijn om er iets aan te doen, om hulp te krijgen. Iedere leraar met een beetje ervaring wéét dat sommige klassen het soms echt uithangen en dat dit geenszins betekent dat je je eigen kunnen in vraag moet stellen. Maar het is een taboe voor sommige leraren. Zeker voor jonge leraren. Maar het is een dogma: leraren mogen niet klagen. Dat is taboe. Zeker voor de buitenwereld.

Je moet wel heel zwak zijn én lui om het onderwijs niet aan te kunnen

Taboe’s zijn er in het onderwijs met hopen. Zeg nooit dat je job zwaar is of je krijgt een tsunami over je heen die je voor minder doet twijfelen aan je eigen kunnen. Dat je wellicht toch niet veel aankan (je moest eens een andere job hebben, in de privé !), dat je toch maar 20 uur (of 22) moet werken op een week en dààrover klagen ? Dat je zo ongeveer zwemt in het verlof. Dat je wel heel snel klaagt.

Lees er de commentaren bij ieder nieuwsbericht maar op na. Ik doe bij deze niet eens de moeite om al deze (loze) beweringen te counteren. Haters gonna hate. Maar soms gaat dat wel in je koude kleren zitten. En ik blijf mij afvragen, over die ‘haters’, waarom ? Wat zorgt ervoor dat een behoorlijk grote groep mensen zo negatief staat tegenover de minste verzuchting van leraren ?

Iedereen kan lesgeven, niet ?

Ik hoorde onlangs van een bevriend koppel dat in het onderwijs werkt, dat zij van enkele ouders – die het wellicht goed meenden – een uitgeschreven handleiding hadden gekregen over hoe ze het beste toetsen konden organiseren en hoe ze die moesten opstellen.

Dat zegt toch wel veel over de kijk op het leraarschap. Een groep ouders die leraren willen helpen bij hun werk door hen uit te leggen hoe ze het zouden moeten doen. Er was veel werk ingestoken, in die handleiding en je kon echt niet naast de goede bedoelingen kijken.
Maar de boodschap is toch: jullie zijn niet competent genoeg en hebben hulp nodig. Wij zijn wel competent in deze en helpen jullie.

Hoe goed bedoeld ook, het zegt iets over de perceptie over de leraar. Die is niet goed.

En welke jongere kiest nu in hemelsnaam voor een beroep waarvan de perceptie dikwijls zo negatief is ? En dan heb ik nog niet gesproken over alle andere uitdagen.

Dat lerarentekort, dat zie ik nog niet zo snel opgelost.

 

PS: Het valt mij op hoe lang ik getwijfeld heb over het schrijven van deze post en hoe voorzichtig ik ben geweest. Die tsunami kan immers ook hierheen rollen. Daar ben ik mij heel erg van bewust.