Categoriearchief: “Het Werk”

snapshot diary

Snapshot diary week #17/2020 – Q6

Mijn leven valt uiteen in schermtijd (werken en nieuws) en wandelen/fietsen/lopen in het Hageland. Gelukkig is de natuur hier prachtig.

Bij iedereen hetzelfde?

Deze snapshot diary worden saai. Zes weken quarantaine al, omgekerend (begonnen op woensdag) zo’n 40 dagen! In bijbelse termen zou het nu volop feest moeten zijn! Gedaan met dat juk en eenzaamheid! Gedaan met dat naar binnen kijken !

Diep ontgoocheld

De veiligheidsraad beloofde echter weinig goeds. Net als wellicht heel Vlaanderen zat ik om 19 uur netjes voor mijn televisie waar mijn geduld 3 uur op de proef werd gesteld om beloond te worden met een chaotische voorstelling waar het duidelijk werd dat de veiligheidsraad meer een economische raad is dan wel een veiligheidsraad. Ik was diep ontgoocheld. We mogen straks met z’n allen richting Ikea, waar we misschien met 100 rondlopen, maar niet naar onze familie, zelfs niet als we daar maar met 4 zijn en ons netjes aan social distancing houden.
Erger nog vind ik dat er niets gezegd is over begrafenissen. Dat blijf ik wreed vinden. Sterft je vader, je moeder, zus of broer, dan kan je niet eens samen met je familie afscheid nemen, zelfs niet met de naaste familie. Het verweesd achtergelaten worden is nu wel héél letterlijk te nemen. Je zal maar weduwe worden dezer dagen.

Routines in het afstandsleren

Mijn leven bestaat grotendeels uit het achter de computer zitten. Ik merk dat de onlinevergaderingen stukken efficiënter lopen dan in het begin, dat is alvast een opsteker. Ook mijn leerlingen lijken geroutineerd: iedereen is netjes mee. Ze verdienen een applausje! Daarmee is niet gezegd dat het overal zo is (en kan) en de sociale interactie is natuurlijk gigantisch klein. Mijn leerlingen zijn tijdens de live sessies ‘opdrachtgericht’, terwijl ze anders wel goede discussies over maatschappij en leven zijn. Dat valt allemaal weg en dat is toch ook een onderdeel van onderwijs.

“Ik krijg mijn dochter niet meer buiten”

Ik hoorde een ouder vertellen dat ze haar dochter niet meer ‘buiten krijgt’. ‘Ze blijft continu in huis en het meeste van de tijd zelfs op haar kamer’. Ja, er was het schoolwerk, maar naast het schoolwerk was er enkel de leegte. Want geen scouts, geen muziekschool, geen sportclub en zomaar fietsen of wandelen, dat waren ze niet gewoon.
Ik mag zelf wel een traditie hebben om véél (alleen) te lopen, fietsen en wandelen, na al die weken voel ik dat ik mezelf moet verplichten om buiten te komen om te wandelen, fietsen en lopen. Thuis wordt steeds meer de veilige cocoon, de buitenwereld, daar is het gevaar.

Thuis wordt steeds meer de veilige cocoon

Het mooie weer!

Het mooie weer is evenwel een godsgeschenk. Het lonkt mij toch naar buiten al is de zin er soms niet, de natuur staat volop in bloei, het nieuwe leven spat er vanaf. Ik mag mij niet voorstellen dat we een donkere maand vol regen en wolken hadden gehad, dat zou pas deprimerend geweest zijn.

Dus start ik deze week opnieuw met mijn vaste routines, dagschema en weekschema en kijk uit naar alle goede momenten.

citaat

Wanneer het gebrek aan motivatie je opbreekt

Motivation follows action, yet most of us are seeking motivation that creates action.

Excuses en uitstel gedrag zijn dikke vrienden. Evenals het ervaren van een totaal gebrek aan motivatie. Tegenwoordig neem ik die gedachten niet meer al te ernstig.

De motivatie was er vooral bij het begin

Ik merk het steeds meer, het moment dat ik stilsta bij ‘ik heb er geen zin in’, of allerlei excuses mijn hoofd bezoeken, het alleen maar bergaf gaat. Als het over motivatie gaat, dan moet ik toegeven dat ik ze niet altijd vind. Ik herinner me heel goed mijn ‘why’, (het lopen van een halve marathon, het herschrijven van een hoofdstuk voor mijn leerlingen) maar ik verlies motivatie on the road. Het doel schittert bijlange niet meer zo hard als toen ik het in gedachten had.

Het zijn maar gedachten

Tegenwoordig hecht ik daar allemaal niet meer zoveel belang aan. Het zijn maar gedachten en ik kan ze best niet voeden. Die ‘why’ zit nog altijd goed (ik wil het doel wel halen), maar ik heb er even geen zin in. Wanneer ik mijn ‘geen zin hebben’ voed (en geef toe, eenmaal je excuses vindt lijken die steeds valabelder) die gedachten niet meer. Ik verlies er tijd mee en het wordt alleen maar verwarrender.

Gewoon doen, denk ik dan. Geen vragen over stellen, niet te lang bij stil staan. Just do it. In de meeste gevallen bleek het allemaal niet zo erg als ik dacht. Soms was het inderdaad oervervelend en vond ik er niets aan, maar het bracht mij uiteindelijk dichter bij mijn doel en dat gevoel van voldoening vind ik best aangenaam.

Excuses leiden tot uitstelgedrag

Excuses zijn eigen aan uitstelgedrag. Niet gemotiveerd zijn is een excuus dat je grenzeloos kan uitdiepen (en bijgevolg veel tijd aan verliezen).
Soms is de motivatie werkelijk nul en blijft het werk saai en zinloos. De badkamer moet worden gekuist, die administratie verwerkt, die 80 toetsen verbeterd.

Geen hoogstaand werk en ik verdien er geen medaille mee. Soms is er niet eens voldoening maar alleen opluchting. Maar het voorkomt wel een hoop ellende. Uitstellen en laten liggen, dat gaat pas op je gemoed werken. Dan wordt het zo erg dat het niet meer te overzien is.

Motivatie of niet: gewoon doen

Dus nu en dan spreek ik mezelf toe en zeg: gewoon doen. Zin of niet. Motivatie of niet. Dan stil ik dat stemmetje en ga er gewoon voor. Zonder nadenken en alleen het resultaat in zicht. Hoe harder ik werk, het sneller het voorbij is.

Hoe zit het met mijn smartphonegebruik? MobileDNA

MobileDNA is een (gratis) app van de UGent die je smartphonegebruik in kaart brengt. Omdat ik mij in de zomermaanden heb laten gaan, wou ik wel eens een analyse van mijn smartphonegebruik. Het was toch even schrikken, maar wel de nodige schop on de kont om het anders aan te pakken.

Ik ben een gebruiker, …

Onlangs vertelde een collega mij dat ze gezwicht was voor een smartphone. Onmiddellijk zei ze erbij ‘maar ik heb al een vaste plaats voorzien waar ik hem ga leggen’. Ik repliceerde: en zet vooral de meldingen uit, daar word je gewoon zot van!

Ik had het altijd bijzonder moedig van haar gevonden, dat ze het zomaar bij een ‘ouderwetse’ GSM hield. Zelf heb ik liefde/haat relatie met mijn smartphone. Ik dénk dat het wel meevalt, maar moet eerlijk bekennen dat ik er veel te veel gebruik van maak om redenen die er totaal niet toe doen. Lees: verveling, zenuwachtigheid, FOM, enzovoort. Tijd die ik voor iets anders zou kunnen gebruiken!
Het is zoals vermageren. Dat éne stukje chocolade zal je gewicht niet in het gedrang brengen. Elke dag 3 stukjes is een ander verhaal. Dus ging ik op de digitale weegschaal staan via MobileDNA.

De confrontatie: MobileDNA

Meten is weten dacht ik, en ik registreerde me (gratis) bij MobileDNA (UGent). Kon ik meteen zien hoe het gesteld was mijn compleet uit de hand gelopen zomermodus ikheballetijd.

Het rapport is … eu… laat ons zeggen dat ik toch schrok.

Zo ben ik een intense smartphonegebruiker volgens de analyse van MobileDNA. Gezien het vakantie was kan ik hier niet teveel excuses gebruiken ‘het was voor het werk’. 37 keer per dag gebruik ik die smartphone. Dat is echt wel schrikken. Misschien een kleine verzachtende omstandigheid: ik gebruik ook wel Spotify. Maar dan nog. Stel dat ik 10 keer van muziek verander, dan zit ik toch nog altijd op 27 keer wat écht veel is.

39% van mijn tijd gebruik ik een communicatietool. Ik weet niet wat ik daar moet van denken.

Vroeger zou ik meer kaartjes geschreven hebben

Echt, ik stuur nogal snel berichtjes naar mensen als ik weet dat het een bijzondere dag is, of om de communicatie (al dan niet op reis) te onderhouden met de familie. Fotootjes naar de oma en zo, terwijl ik pakweg 10 jaar geleden nu en dan gebeld zou hebben.

31 pick-ups per dag: dat zijn de keren dat ik zelf mijn telefoon oplicht en vervolgens iets doe. Met die 31 zit ik ver boven het gemiddelde van 118. Kijk zie, er moest toch ergens goed nieuws zijn? Omdat ik toch goed ben in excuses: mijn telefoon is mijn foto-apparaat, zou dat ook als pick-up gelden?

6 eenvoudige tips voor minder smartphonegebruik

Slechte gewoontes zijn zo aangeleerd (bewijze mijn vakantiemaanden en mijn ‘rapport’), tijd om de riem weer aan te spannen. Want ook al heeft de ‘ikheballetijdvandewereld’ nooit bestaan, hij zal er zéker niet zijn in het werkjaar. Het moet dus minder!

  • Ik start al met een voordeel: tijdens de les kan ik moeilijk bezig zijn met mijn smartphone. Nooit gedacht dat ik blij zou zijn met extern opgelegde onthouding !
  • (2) De telefoon gaat niet meer mee naar boven. Dat was de regel voor de vakantie, maar blijkbaar vond mijn ‘ikheballetijdvandewereld’modus dat dat niet meer nodig was. (Het excuus was ‘ik ga nog even iets checken’, klinkt wellicht bekend).
  • (3) De telefoon gaat tijdens werkuren resoluut in een andere fysieke ruimte (in mijn geval de TV-kamer). Het is niet omdat je thuis werkt, dat je niet geconcentreerd mag zijn. Voor mijn laptop gebruik ik Freedom, wat overigens ook (gratis) op je smartphone te installeren is, het is een app waar je zelf aanduidt wat gedurende een tijdsslot niet meer toegankelijk is.
  • (4) Ik plan mijn momenten van sociale media, zowel op de pc als op smartphone.
    Je dacht toch niet dat ik geheelonthouder of zo zou worden ? Nee hoor, als beloning plan ik nu en dan 10 minuten social media. Met de timer erop. (Die timer heeft me al zoveel geholpen!).
  • (5) Ik zet mijn data uit op gezette tijden. Ik hoef niet altijd bereikbaar te zijn en als iemand me echt wil bereiken kan hij nog altijd klassiek bellen. Ook al staan alle meldingen uit, ik merk dat het uitzetten van data echt helpt. Ik word me meer ‘bewust’ van mijn smartphonegebruik.
  • (6)Ik kijk wekelijks met gebruik na via mobileDNA. Beetje zoals op de weegschaal staan.

Ik maak mezelf iets wijs

Ik heb er vrij goede hoop in omdat ik vrij gemakkelijk omga met ‘regels’ en ‘gewoontes’. Ik ben dan ook een zogenaamde upholder, niet?

Ik vrees dat ik mezelf ook iets wijsgemaakt hebt met die vakantiemodus. Zelfs als je geen verplichtingen hebt en vrije tijd ‘pure sang’, dan nog zijn er misschien dingen die je liever doet dan aan je smartphone gekluisterd te zijn. Soms toch, want, ik herhaal, er zit natuurlijk ook plezier in. Als ik echter kijk naar het aantal effectieve uren gebruik (die ik hier niet heb vermeld) dan blijft die vraag wel in mijn achterhoofd. Ik had andere dingen kunnen doen in, bijvoorbeeld de helft van de tijd.

Do what makes you happy

Dat vind ik soms een overdreven citaat omdat simpelweg er dingen gedaan moeten worden die niet leuk zijn en mij al zeker niet happy maken. Die nemen tijd in, maar geen gezaag erover, get over with it.

Reden genoeg om spaarzaam te zijn dus met de vrije tijd !

eindtermen afvinken

Ben ik wel een goede leraar?

Net als vele leraren ben ik deze week volop bezig voor school. Ik bekijk de nieuwe boeken en leerplannen en bereid lessen voor. Mijn hoofd en lichaam zijn nog in vakantiemodus. Tussen de papieren van vorig jaar vind ik dit:

Eindtermen - de dicatuur van het afvinken.

Het zijn kaartjes waarop leerlingen van alles over mijn lessen schrijven. Wat ze van mij vinden, wat ze leuk vonden, wat ze geleerd hebben.
Dat ik een goede verhalenverteller ben lees ik regelmatig (en daar ben ik best blij om). Maar dit raakte me toch wel heel erg:

“De les is aangenaam omdat je niet te haastig en snel vooruit wil gaan”.

Ik heb geen idee welke leerling het geschreven heeft en het maakt ook niets uit, maar het raakt een diepe snaar in mijn ‘leraar-zijn’.

Dag na dag zie ik zuchtende collega’s die ‘tijd tekort’ hebben. Nee, geen vrije tijd tekort, maar lestijd tekort. ‘Ik ga er niet geraken met het leerplan’ is veel gehoorde frustratie. ‘Weeral een dag die wegvalt!’, als er een uitstap of toneel is. Is het tempo in het begin van het jaar een beetje langzaam, tegen het eind van het jaar is bij sommige vakken moordend. Er moet nog van alles worden ingestampt.
Ik heb er maar één verklaring voor: er moet teveel gezien worden in te weinig tijd. De dicatuur van de eindtermen is niet min.
Stilstaan is een luxe die bijna geen enkele leraar (meer ?) heeft.

Dat ik daar niet wil aan meedoen

Bij het begin van het jaar zeg ik mijn leerlingen dat ik hoop dat mijn lessen een oase van rust zijn en dat ‘we ons niet gaan opjagen’. Mijn vak valt onder de levensbeschouwelijke vakken, wat volgens mij kritisch denken veronderstelt, het zoeken naar een eigen identiteit en standpunt. Het is een vak dat alles te maken heeft met aandachtig zien naar de wereld om je heen om niet te vervallen in simplistische verklaringen of cliché’s, om niet zomaar eender wat na te zeggen of opgezogen te worden door (sociale) media. Empathisch leren denken en tegelijkertijd je eigen stem vinden.

Anderzijds besef ik dat deze houding mij ‘nummers’ gaat kosten en misschien wel een veeg uit de pan. Het mag dan wel geen exact vak zijn, ik moet heel wat zaken ‘afvinken’, een hele lijst van ‘zaken die ze moeten kennen’.

Ik voel mij soms simpelweg een slechte leraar omdat ik luister naar mijn leerlingen – wat ik overigens veel te weinig doe, continu schipperen als het is tussen de druk van het leerplan en de nood van de leerling.

Soms word ik daar droevig van

Als leraar vind ik het contact met leerlingen buitengewoon interessant. En al stellen ze bijlange niet al hun vragen aan mij, ze zijn een vat vol vragen. Over wie ze zijn, over hoe de wereld draait, over milieu, over politiek, over wetenschap, over relaties, over hoe je een goed mens kan zijn en – echt wel – wat het er toe doet dat je hier op de wereld rondloopt. Evengoed leven ze in een wereld waar zo goed als niemand nog tijd heeft. Niet voor hen en niet voor zichzelf. (Mijn ouders hebben het druk – ja, wie niet?)

Ondertussen zit ik met die cijfertjes in mijn hoofd – bang als ik ben van de inspectie ! – en vind het verschrikkelijk van mezelf als als ik denk

“dat ze er maar niet te diep op ingaan, want ik geraak nooit waar ik moet geraken”

Tegelijkertijd denk ik dat dit de meest leraaronwaardig uitspraak is die mogelijk is.

Mijn hart bloedt als ik gewrongen zit tussen tijdsdruk en echt luisteren.

Managmentsdenken en afvinkcultuur

Het targetdenken en ‘afvink’ denken is ook het onderwijs binnengeslopen. Met grote digitale middelen kan meteen worden gezien wat je als leraar wel en niet ‘gezien’ hebt.

Dat een leerling genuanceerder denkt over iets na een lange discussie telt niet. Dat we gepraat hebben over hoe je kan omgaan met druk van overal (echt wel, jongeren kennen behoorlijk wat stress), telt niet. Dat je ervoor gezorgd hebt dat een klas wat meer begrip heeft en empathisch vermogen ten aanzien van een leerling met autisme brengt je niets op. Dat is weer een half uur waarin je toch 3 bladzijden kon zien. Continu gesandwiched voel ik mij. Zoveel meer zou ik kunnen doen: meer cijfertjes zien, meer luisteren. Het is een continu balanceren en … falen.

Eindtermen afvinken is intellectueel minderwaardig.

Rik Torfs
Bron

Dankjewel onbekende leerling

Ik ben blij met het briefje dat ik daarnet vond. Omdat ik – eerlijk gezegd – het bij het voorbereiden toch al weer vergeten was, opgeslokt als ik was door de druk van planning en ‘de nummertjes’. Op het einde van het jaar zal het computerprogramma precies weten welke nummertjes ik wel en niet heb gezien.

Dat ik er nu al stress van heb.

Wie het duidelijk wil, kan dit artikel van Rik Torfs lezen.