Naar Nepal

Het is een ontzettend zware dag. We vertrekken rond half zes en zullen onderweg ergens ontbijten. De gids is duidelijk : veel zullen we er ons niet moeten van voorstellen. Ik probeer nog snel ergens droge koeken en een fles water te vinden.

De wegen in India – wij zijn in het noorden – zouden bij ons geen wegen noemen. Ze zitten vol putten en obstakels zodat we een gemiddelde snelheid van 30 per uur halen. Maar we zitten in een redelijk goede bus. Er zijn kleine ventilatoren geïnstalleerd en we beschikken bijna allemaal over 2 zetels. Ondertussen ben ik een expert geworden in houdingen ‘slapen op 2 zitplaatsen’. Als ik mij helemaal opbol kan ik met mijn rug net op de zetel. Armen en benen helemaal rond mij. Schamen doe ik mij niet, iedereen doet z’n best om een houding te vinden om toch wat slaap in te halen.

Het is donker wanneer we de grens met Nepal naderen. Het lijkt middeleeuws. Het gaat om een modderige weg en poort in de vorm van een omgekeerde U zegt gewoon ‘Nepal’. Het regent en het is stikdonker. Onze bagage wordt afgeladen en we moeten tevoet de grens over. Zo’n halve kilometer verder. Geen idee waarom de bus die halve kilometer niet wil doen. Zie ons sleuren met onze koffers in de modder en het pikdonker. Onmiddellijk bieden tal van mensen ons aan om ons te helpen en zeggen ze dat ze onze gids zijn. Wij weten dat we een nieuwe gids krijgen in Nepal, maar het kunnen er toch onmogelijk 6 zijn ?

Voor we Nepal binnenmogen moeten we ons visum van India laten afstempelen en een visum voor Nepal kopen. Gelukkig is dat laatste geen groot karwei, 25 dollar en een paar formaliteiten invullen en het is goed. Maar we zweten en we zijn doodmoe. Het is druk en we verliezen elkaar uit het oog. Ik weet niet meer waar de groep is en trek dan maar op mijn eentje richting Nepal. Even lijk ik nog Inneke achter mij te horen, maar het is zo donker en zo druk dat ik het niet precies weet.

Onze nieuwe (Nepalese) gids Pushkar verwelkomt ons. Hij straalt en bijna Tibetaanse rust uit. We krijgen onze nieuwe bus te zien. Die is ongeveer de helft van onze vorige bus. Geen ventilatoren, sommige mensen op klapstoeltjes. Onze koffers moeten allemaal op het dak. We zitten in rijen van 4 naast elkaar. Als we zo zullen moeten reizen, dagen aan een stuk, hoe zal dat eindigen ? De tranen rollen over mijn wangen. Ik ben doodop.

We reizen verder in het donker richting Lumbini, de geboorteplaats van Boeddha.

Tegen middernacht lig ik in bed. Het is een luxueus hotel waar ik amper van genieten zal, want om 9 uur vertrekken we opnieuw.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.