Tagarchief: Cal Newport

Top 3 non-fictie boeken

2019 Review: Top 3 non-fictie boeken

3 non-fictie boeken die blijvend indruk op mij maakten

Er zijn non-fictie boeken waarvan ik vind dat iedereen ze zou moeten lezen. Boeken die mijn kijk veranderen en boeken die een begin van oplossing bieden op problemen waar ik wakker van lig: zoals mijn werk bijvoorbeeld, of hoe ik voel hoe de tijd altijd door mijn vingers glipt. Boeken die mijn wereld groter maakten. Mijn inzicht groter. Hier mijn top 3 non-fictie boeken 2019.

Jason Fried: it doesn’t need have to be crazy at work

Jason Fried - it doesn't have to be crazy at work.

Je leest en ervaart het steeds meer: mensen kreunen steeds meer onder de stress van hun werk. Er moet werk gemaakt worden van ‘werkbaar werk’, maar velen tasten in het duister hoe dat te doen.

Jenny Huijs deed onderzoek naar deze (steeds groter wordende groep) mensen en wat mij het meest opviel aan haar onderzoek is dat werknemers wel degelijk een zicht hebben over hoe het beter kan op het werk, zonder dat er daarom gigantische investeringen moeten gebeuren.

Ik leerde via kranten het begrip ‘mentaal pensioen‘ kennen, mensen met nog jaren werken voor de boeg die mentaal afhaakten en gewoon ‘verder deden’ tot hun pensioen. Mentaal zijn ze al op pensioen. Dat is behoorlijk zorgwekkend.

Het boek van Jason Fried stelt hetzelfde. Het is welliswaar gebaseerd op werksituaties in de VS, maar het idee is hetzelfde: hoe kan je het werk voor je werknemers zo organiseren dat zij zich beter voelen op hun werk ?

In het boek van Jason Fried staat de werknemer centraal en het resultaat is dat die werknemer beter presteert, omdat hij zich meer verbonden voelt met het werk. De werknemer in zijn bedrijf krijgt de kans om te doen waar hij goed in is (en dat meteen ook goed is voor het bedrijf) en zijn werk zo te organiseren dat hij optimaal rendeert. Niet realistisch? Jason Fried ‘filoseert’ niet over een andere manier van werken, als bedrijfsleider implementeert hij het. Wie het boek leest heeft snel door dat de lat hoog ligt in dat bedrijf. Alleen: de lat ligt minstens zo hoog voor wat het betreft omgaan met het personeel en het zoeken naar de beste omstandigheden.

In mijn eigen job die gekenmerkt wordt door burn-out en het verlaten van de job zelf, wordt die vraag nooit gesteld. Integendeel, men blijft maar zoeken naar nieuwe structuren van bovenuit en allerlei regels en nieuwe zaken (die om de zoveel tijd veranderen) dat het geen wonder is dat mensen afhaken.

Het boek van Fried staat vol met praktische suggesties die zo implementeerbaar zijn. Zoals bijvoorbeeld het recht op ‘ongestoord werk’ gedurende een aantal uren per dag. Voor programmeurs (het bedrijf van Fried) is dat behoorlijk belangrijk, dat er tijd is waarin ze niet worden verwacht telefoons op te nemen, mails te beantwoorden en waar ze gewoon de deur van hun kantoor dicht houden. Omdat werkcontacten wel belangrijk blijven organseren ze dan weer momenten waarop het wél kan. Werknemers plannen op die momenten werk waar ze minder aandachtig voor moeten zijn en waarbij het niet erg is als iemand komt binnenlopen.

Bovenstaande is niet onmiddellijk van toepassing op mijn werk, maar het verhaal moge duidelijk zijn. Zonder aandacht voor je werknemers kan je niet verwachten dat ze jaar na jaar the extra mile gaan, terwijl simpelweg nadenken over hoe het anders kan, best grote resultaten kan hebben. Maar je moet het natuurlijk durven.

Susan Cain: stil

Susan Cain - Stil  
Top 3 non-fictie

Ik las het boek in het Engels, vandaar dat de citaten in het Engels zijn.

De stelling van het boek is dat we leven in een wereld waar extrovert zijn de norm is.

We live with a value system that I call the Extrovert Ideal—the omnipresent belief that the ideal self is gregarious, alpha, and comfortable in the spotlight. The archetypal extrovert prefers action to contemplation, risk-taking to heed-taking, certainty to doubt. He favors quick decisions, even at the risk of being wrong. She works well in teams and socializes in groups. We like to think that we value individuality, but all too often we admire one type of individual—the kind who’s comfortable “putting himself out there.”

Nu zal ik eerlijk zijn, Susan Cain is soms behoorlijk hard en negatief ten aanzien van extraverten. Ik kan ze daarin niet altijd volgen. Maar ze heeft wel méér dan een punt als ze stelt dat extravertie verwacht wordt.

Het is niet makkelijk als je van nature introvert bent, om je te gedragen als een extravert. Dat kost enorm veel energie, net zoals het omgekeerde overigens ook het geval zou zijn, al komt dat weinig tot niet voor, gezien de dominatie van het extravert zijn.

Ik zie het op mijn werk en ook bij mijn leerlingen. “Actief meewerken en overal een mening over hebben” wordt positief geëvalueerd, van de stille denker/werker wordt minder gezegd of zelfs bezorgdheid geuit. ‘Werk actiever mee’, bijvoorbeeld. Of: ‘Ik hoor je niet veel in de klas’. De conotatie dat stil-zijn per definitie betekent dat iemand niet aandachtig is of geëngageerd, is snel gemaakt. Ook onder collega’s.

Hoe weet je of je introvert bent of extravert?

Susan Cain vertelt veel over wat eigen is aan introverten en extraverten, maar ik denk dat dit het onderscheid de nagel op de kop is:

Introverts recharge their batteries by being alone; extroverts need to recharge when they don’t socialize enough.

Dit is volgens mij een correct onderscheid dat geen waarde-oordeel uit: het één is niet beter dan het ander. Cain durft soms wel eens de indruk te geven dat introversie beter, wat ik zelf totaal niet geloof. Ze staan naast elkaar.

Susan Cain, Stil, telt 391 bladzijden en is een uitgave van o.a. Rainbow. Het is te koop bij Bol.com voor € 9,00.

Cal Newport, digitaal minimalisme

Cal Newport- Digitaal minimalisme
Top 3 non-fictie

Cal Newport, docent theoretische informatia aan de universiteit van Georgetown, staat bekend als een aandachtspecialist. In zijn eerste bekende boek, Diep Werk, had hij het al over werken met aandacht. Niet in de zin van mindfulness (mocht er verwarring zijn), maar wel in de zin van concentratie en dus ook efficiënt en ‘diep’ werken.

In ‘Digitaal minimalisme’ gaat hij een stuk verder. Wat mij betreft is dit boek beter dan het eerste, omdat het veel realistischer is. Hij kan in zijn eerste boek wel aanraden om enkele dagen of halve dagen ‘ergens anders, totaal afgelegen’ te werken om zo tot het beste resultaat te komen, het is voor veel mensen niet gegeven om op die manier te werken. Soms is het woord ‘digitaal’ misleidend, je zou denken dat het enkel en alleen gaat over je omgaan met technologie, maar het boek gaat echt wel verder.

Digitale technologie dringt op allerlei manieren ons leven binnen, meer zelfs, het neemt ons leven soms regelrecht over, omdat het soms als een dictator beslist waar we onze tijd aan besteden. Ik pleit overigens schuldig: niet zelden start ik mijn dag met het openen van mijn werkmail om vervolgens weer een uurtje uit te stellen wat ik priortair moest doen vandaag.

Because digital minimalists spend so much less time connected than their peers, it’s easy to think of their lifestyle as extreme, but the minimalists would argue that this perception is backward: what’s extreme is how much time everyone else spends staring at their screens. The key to thriving in our high-tech world, they’ve learned, is to spend much less time using technology. (Ik las de Engelse editie)

Cal Newport is geheel niet tégen digitale technologie, wel tegen de manier waarop deze technologie soms ons leven overneemt.

What’s making us uncomfortable, in other words, is this feeling of losing control—a feeling that instantiates itself in a dozen different ways each day, such as when we tune out with our phone during our child’s bath time, or lose our ability to enjoy a nice moment without a frantic urge to document it for a virtual audience. It’s not about usefulness, it’s about autonomy.

Het blijft bij Cal Newport niet bij filosofische overwegingen, hij geeft ook tal van praktische tips. Eén ervan is een maand lang afkicken van alle technologie. Uiteraard volgen er uitzonderingen, voor de meeste mensen is het onmogelijk om te werken zonder die technologie. Hij raadt ook aan om alle mogelijke apps van je telefoon te verwijderen voor een maand op uitzondering van die hoogstnoodzakelijke (opnieuw voor je werk) en vervolgens na een maand te evalueren. Goede tips vind ik dat, al voel ik ze als technologie-adept soms als radicaal aan.

Hoe dan ook, het loont om nu en dan stil te staan bij je digitale verslaving (want dat is het toch). Ik merk dat ik soms tijdens een wandeling het intranet van ons werk check. Totaal zinloos (alsof ik tijdens de wandeling aan het werk ga), het enige resultaat is weerom met het werk in mijn hoofd, terwijl dat net niet de bedoeling van de wandeling was.

Cal Newport, Digitaal Minimalisme is te koop bij o.a. Bol.com voor €24,99 (paperback) en € 14,99 als ebook.

Graag meer ideeën?

Diep Werk

Gelezen: Diep Work – Cal Newport

Een boek met behoorlijk wat impact

Wanneer een boek je ertoe aanzet om je leven te veranderen, dan heeft het impact! Diep Werk van Cal Newport is zo’n boek voor mij.
Vertrekkend vanuit de vaststelling dat we leven en werken in een wereld waarin afleiding ons continu bedreigt en effectief meeneemt, houdt hij een pleidooi voor ‘diep werk’. Of anders geformuleerd: hoe je je aandacht best houdt bij wat er werkelijk toe doet. Het resultaat is werk van hogere kwaliteit en méér rust.

Tijdsregistratie – Laura Vanderkam

Ik kwam bij dit boek via een omweg. Laura vanderkam onderzocht de tijdsbesteding van honderden mensen en ze vergelijk de perceptie van drukte met het effectieve echte werken. De resultaten waren verbluffend. Veel mensen hadden de indruk veel meer te werken dan ze effectief deden. Ik vermoedde dat het bij mij niet anders was. Hoe kwam het dat ik zo weinig gedaan kreeg, terwijl ik toch de indruk had vele uren te werken?

Net als in het boek van Laura ging ik aan tijdregistratie doen. De resultaten waren gelijklopend met haar onderzoek. Dat ik geen vruchten plukte van mijn werk was (in mijn geval) vooral te wijten aan teveel afleiding. Die afleiding betekende helemaal niet dat ik doelloos bezig was of zelfs niet aan het werk. Alleen stak ik veel tijd in dingen (werk) die er niet zo toe deden. Ik stak (steek !) veel tijd in dringende niet belangrijke zaken (Cal Newport noemt dit oppervlakkig werk) en laat de belangrijke, niet dringende dikwijls op het tweede plan staan. Gelukkig ben ik al wat minder verslaafd aan verleiding.

Grote projecten vragen diep werk

Ik sta er te weinig bij stil, maar grote werken vragen grote blokken aaneen gesloten tijd. Hier en daar een beetje werken (al is het in termen van uren) brengt weinig diep werk, laat staan creatief werk; tot stand. Nu en dan een paar uurtjes hier en een paar uurtjes daar werken geeft wel resultaat, maar is zelden diep of vernieuwend. Mijn ervaring leert me dat hier en daar tussendoor een uur of enkele uren werken hetzelfde is als ‘onderhoud’, het zorgt ervoor dat alles loopt, maar ook niets meer.

Regels voor diep werk

In het tweede deel van zijn boek somt Cal Newport de regels voor diep werk op. Hij komt heel dikwijls terug op het ritualiseren van werk. Gewoontes zorgen er immers voor dat je minder wilskracht nodig hebt en dat je daar alvast geen energie hoeft in te steken. Voor mij betekent het bijvoorbeeld dat ik zowel tijdens de week als in het weekend vroeg opsta. Dat geeft mij niet enkel tijdwinst, het maakt alles ook een stuk makkelijker. Uiteraard lukt dat niet zonder evengoed op een relatief vast tijdstip te gaan slapen!

Voor wie alle regels wil kennen, raad ik het boek aan, maar dit zijn alvast dingen die ik wil onthouden en toepassen.

Ritualiseren

Wat je ‘gewoon’ bent kost minder energie en maakt het je een stuk makkelijker. Voor mij betekent ritualiseren steeds meer dat ik blokken van ongeveer 4 uur vast zet in de week om bepaalde dingen te doen. Het loont mij veel meer om in blokken van 4 uur mijn lessen voor te bereiden, dan wel in 4 springuren. Eerlijk: Volgens Calport is een blok van 4 uur niet voldoende om echt diep werk te doen, maar hé, ik moet ergens beginnen.

Werk zoals een bedrijf

Hier verwijst hij naar de 4 disciplines van Covey. Concreet betekent het dat je (a) focust op je doel. Voor mij is dat heel belangrijk. Wat wil ik nu doen en wat wil ik bereiken met deze 4 uur ? Wanneer ik het over afleiding had die ook werk was, ging het meestal hier fout. Ik zag een mailtje van een collega en ging er vervolgens op in en van het één kwam het ander. Je houdt (b) Je meet gedrag en doel. Dat klinkt veel harder dan het is, je houdt gewoon bij wat je effectief gedaan hebt en wat je met je tijd hebt gedaan. Soms besluit ik dat ik mij toch weer heb laten gaan aan allerlei ‘verleiding’. Dit sluit helemaal aan bij Vanderkams tijdsregistratie. Ik heb daar nog een hele weg in te gaan. Als ik zie wat ik effectief gedaan heb (half uur na half uur) dan valt dat soms nogal tegen. Werk aan de winkel ! (c) Hou een motiverend scoreboek bij. Van 4 klassen toetsen verbeterd! 2 books ahead in de Goodreadschallenge! Loopschema afgevinkt ! Het laatste principe is dat van (d) de verantwoording. Ik ‘verantwoord’ mijn werk niet aan anderen, maar ik evalueer mijn werk wel. Waarom heb ik niet gedaan wat ik van plan was? Wat waren de hindernissen? Hoe kan ik het voorkomen? Verantwoording is in mijn geval eerder evaluatie van de prestaties.

Omarm verveling

Ik kan dit vrij eenvoudig samenvatten: werk lang en met volle concentratie. Stop vervolgens. En werk dan totaal niet meer. Laat het allemaal los.
Beide vragen discipline, zowel het loslaten van het werk (ja hoor !) als het geconcentreerd werken. Maar wie dit kan, komt tot de mooiste productiviteit, in het nietsdoen en niet ‘bepaald’ bezig zijn verwerken je hersenen allerlei informatie en indrukken en kunnen ze compleet out of the box nieuwe dingen én oplossingen bedenken. Wanneer je met je neus continu op je werk zit, valt dit soms dik tegen.

Pas het pareto-principe toe

Ik ken dit principe al lang. Ondertussen herken ik de 80/20 regel gelukkig al heel snel. Vroeger zou ik altijd voor de 100 gegaan zijn, maar dat is niet altijd even zinvol. Om het even simpel samen te vatten: ik merk(te) dat ik ontzettend veel tijd kon steken in iets wat het product maar een klein beetje beter maakte. Ik zeg niet dat ik 80% van de tijd in een voordeel van 20% stak, maar wel dat ik voor de laatste 10% dikwijls 50% (tijds-)investering deed. Dat is niet lang niet altijd wijs. Nu vraag ik mij dikwijls af of die verhouding wel te verantwoorden is. (Goed is soms gewoon goed).

Newport zegt in dit verband overigens iets over de valkuil van het voordeel. Wanneer we ergens een voordeel inzien, dan zijn we snel bereid om ervoor te gaan. Hij raadt aan om het voordeel over lange tijd te zien en te kijken of het uiteindelijk wel een voordeel is. Ook voordelen ‘kosten’. Als voorbeeld haalt hij het uitbesteden van werk aan. Dat kan je meer kosten (geld) maar omdat je zelf niet over voldoende competenties beschikt en ondertussen niet aan je eigen werk bezig kan zijn, is het op lange termijn misschien toch beter om dingen uit te besteden.

Omgaan met mail

Ik had en heb duidelijk nog veel te leren als het over email gaat. Meer en meer ‘leer’ ik dat ik niet altijd hoef te antwoorden. Ik krijg behoorlijk veel mails om samen te werken voor deze blog. Vroeger stak ik daar behoorlijk veel tijd in om iedere keer netjes te antwoorden en werd het een heen en weer gemail. Tegenwoordig antwoord ik veelal niet. Dat ik dat niet doe heeft alles te maken met de wet van voordelen: het mag dan wel een voordeel(tje) hebben, ik wil het meestal niet omdat ik liever mijn tijd aan iets anders besteed.

Ik werk al een hele tijd met standaardmails en merk dat dit goed en efficient werkt. In die standaardmails hoef ik maar enkele details aan te passen en geen hele zinnen meer te typen. Ze zijn zo opgesteld dat de informatie overzichtelijk is en ik niets vergeet.
Vervolgens plan ik dergelijke standaardmails in zodat ik ze op 1 dag allemaal kan doen. Er zijn heel wat mails die overigens geen onmiddellijk antwoord vragen. Antwoorden binnen de week is prima, zeker als de andere partij iets van je wil. (Klinkt dat aanmatigend ?)

Laat de mailer voor je werken
Dit advies van Newport vind ik geweldig goed, maar ik durf het nog te weinig in praktijk brengen. We nodigen je graag uit om te brainstormen over… Er is een vergadering gepland over ….., ik wil graag eens met je spreken over…….(werkgerelateerd). Dat is zo vaag dat het om tijdsverlies vraagt. Cal Newport raadt je aan om de mailer te laten werken. ‘Som op wat je concreet van mij verwacht’. ‘Wat wil je concreet op de vergadering bespreken en welke input wil je van mij ?’

Eerlijk gezegd, ik durf dat nog niet goed, maar ik krijg toch steeds meer last met mails waarop staat ‘we nodigen je uit om eens samen te zitten rond …’.
Tja, dat zit je samen rond een onderwerp en duurt het nog een uur voor we weten welke kant het op moet gaan.

Samengevat

Diep werk van Cal Newport is een boeiend, maar ook behoorlijk confronterend boek. Het belooft niets, integendeel, het is een schop onder je kont. Wie alle adviezen kan volgen komt zeker tot groot werk, maar niet iedereen kan geheel en al meester zijn van zijn tijd. Als je baas nu en dan langskomt voor een praatje kan je moeilijk vragen dat hij dat niet doet omdat jij geconcentreerd wil werken. Idem met kinderen als je thuis werkt.
Enkele dagen ver van gezin en alles op een berg werken is wel één van de suggesties die hij doet, maar voor de meeste mensen wellicht absoluut niet haalbaar.

Dat betekent echter niet dat er veel is dat je wél kan doen. Ik kan wél in de bibliotheek enkele uren werken. Telefoon in de auto en wifi af. De bewustwording van tijd (Vanderkam) en van wat je effectief doet versus wat je denkt te doen, zal je zeker overtuigen van de noodzaak van diep werk. Tenslotte betekent diep werk ook dat je meer stressvrije tijd hebt om die dingen te doen die je echt of ook wil doen.

Cal Newport, Diep werk, werken in een wereld vol afleiding. Een uitgave van Business Contact, 4de druk 2019, 272 blz. Te koop bij o.a. Bol.com voor € 15.