1000 vragen over mezelf

1000 vragen #29 In hoeveel huizen heb je gewoond ?

Gewoond
Met de klok mee en niet in chronologische volgorde : Geboorteplaats Waregem, Antwerpen, Gent, Aarschot (Rillaar) en Leuven

Het leven van een stadsnomade

Zo zag ik mijn leven toen ik twintiger was. Het liefst in zoveel mogelijk grote steden wonen en het liefst van al enkele jaren maar zeker niet voor altijd. Soort woning ? Zeker een apartement en op z’n hoogst een terras, maar zeker geen tuin.  In mijn wildste dromen zou ik ook in het buitenland wonen. Nooit ‘voor altijd’, maar wel ‘altijd tijdelijk’. Hoe zeer een mens kan veranderen !

Tot mijn achttiende : Waregem

Tot mijn achttiende woonde ik halvelings thuis. De lagere school lag op fietsafstand (Ooit fietsten kinderen naar school, echt, ook al was dat een paar kilometer !) en zelfs over de middag fietste ik naar huis. Ik had over de middag zelfs voldoende tijd om het stripverhaal in de krant te lezen en na de afwas met ons ma met een boekje in de zetel te liggen. Thuis dus ! Ik vertrok rond kwart over één terug met dat fietsje richting lagere school. Het klinkt idylisch en dat is het ook. Ik herinner me geen enkel kind dat over de middag op school bleef. Lang vervlogen tijden, ja. Het huis dat een thuis was.
Vanaf mijn 12de ‘moest’ ik op internaat en leefde ik dus halvelings op het internaat. Weg met de idylle, weg met het vertrouwde thuisgevoel. De school lag zowat onder de kerktoren van Waregem, mijn thuisstad vanaf mijn geboorte. Maar die tijd wil ik het liefst zo snel mogelijk vergeten. Ik heb er geen enkel goed woord over, hoe dat internaat gerund werd. Hard en hardvochtig. Geheel gericht op presteren en gehoorzaamheid.

Het studentenleven : Gent en Leuven

Gent

Eindelijk weg internaat en lang leve de vrijheid. Om de overgang niet al te bruusk te maken (althans zo redeneerden mijn ouders) ging ik op kot ‘met regels’. Dat was indertijd niet geheel abnormaal, maar ik heb in mijn hele studententijd toch nooit meer een kot meegemaakt waar jongens/mannen no-way binnen mochten. Aangezien ook op het internaat het andere geslacht als een no-go werd gezien was ik het redelijk gewoon. Hoe absurd dat allemaal was zag ik pas later. Toch heb ik enkel en alleen goede herinneringen aan Gent. Moet het nog gezegd dat Gent een fantastische stad is ?

Leuven

Na Gent werd het Leuven alwaar ik in het volle studentenleven kwam. Was Gent nog kleinschalig (niet zozeer door de stad, maar door de manier waarop ik als student leefde), Leuven gooide alle deuren open. Het waren twee totaal andere studentenlevens en tot op vandaag kan ik onmogelijk zeggen of het ene leven (Gent of Leuven) nu beter was dan het andere. Ze waren beide fantastisch !

Antwerpen it is : een huis vol jong volk

Ik had na mijn studies onmiddellijk werk in Mechelen en kreeg de kans om samen met anderen in Antwerpen in een zogenaamd ‘gemeenschapshuis’ te wonen. Zo werd dat toch genoemd, het komt er gewoon op neer we met geweldige mensen samen een kast van een herenhuis bewoonden. Antwerpen Zuid bijgot ! Het Zuid was toen nog niet zo prijzig/flashy als het nu is, maar je voelde wel dat de toekomst daar vol belofte was.

Terug naar Leuven : internationaal huis

Kotmadam

In Leuven kreeg ik de kans om, naast mijn werk, ‘kotmadam’ te worden van een groot én internationaal studentenhuis. Koffers gepakt en terug naar Leuven. Antwerpen was sowieso een tijdelijk project en toen leefde ik nog volop in de gedachte dat je alle kansen met beide handen moet aanpakken. Iets wat ik trouwens nog altijd denk … als je jong bent bent en (relatief) zonder zorgen en bindingen.

Een gewone ingeweken Leuvenaar

Het werk in Mechelen liep af, ik begon aan een nieuw project in het Leuvense. Vaarwel studentenresidentie en vaarwel het studentenleven dat ik nog half leidde. Ik werd één van de vele ingeweken Leuvenaren. Ik had bijna gezegd dat ik een Leuvenaar was geworden, na mijn studententijd heb ik er nog 17 jaar gewoond. Maar ik heb mij geen seconde Leuvenaar gevoeld, ondanks het wonen én werken daar. Ik had, op een paar vrienden na, ook geen contact met ‘echte’ Leuvenaars. Mijn vriendenkring bestond uit allemaal – net zoals ik – ingeweken Leuvenaars.

Eindelijk thuis – Rillaar

Rillaar

Uiteindelijk is – door de liefde – Rillaar mijn thuis geworden en dat zal het ook blijven. Kon het in mijn jonge jaren niet snel genoeg gaan, nu waardeer ik wel de rust. Ik woon in een dorp, met een veel te grote tuin en hield in het begin zelfs kippen en konijnen. Hoe ver kon het verwijderd zijn van de aanvankelijke droom ? Het was echter alles behalve een ‘mislukking’. Ik heb altijd gewoond waar ik wilde wonen. Voor dit (nogal grote) huis woonde ik in wat Nederlanders een éénkamerapartement noemen en dat vond ik prima. Ik woonde binnen de kleine ring van Leuven, op zo’n 800 meter van de Oude Markt, centraler kon (bijna) niet.

Toch heb ik mijn hart geheel aan Rillaar verloren. Niet alleen omwille van de grote liefde, maar evengoed omwille van dit dorp aan de Demer. We hebben een bakker, een beenhouwer en een kleine supermarkt rond de kerk en meer hoeft niet. Op 500 meter van ons ben ik in het bos. Op anderhalve kilometer de Demer alwaar je geheel in de natuur bent en je uren kan fietsen. Geen autowegen, geen huizen. Niets.

Het enige dat tegenvalt is de onvermijdelijke file naar het Leuvense.

Hoeveel huizen ?

Tel ik alles op en kom ik aan 7 woonplaatsen wat best veel is. Trek ik daar de ‘koten’ vanaf, dan kom ik aan 5. Waregem, Gent, Leuven, Antwerpen, Leuven (2) en uiteindelijk Rillaar. Ondanks het feit dat ik nogal gehecht ben aan mijn biotoop kan ik geen enkel huis los zien van de stad waarin dat huis stond. Er is geen enkele plaats waar ik niet graag woonde. Ik heb me in alle huizen (koten) ontzettend thuis gevoeld.

Home is where the heart is

Het is klassiek, maar zo voel ik het ook aan. Ieder huis was verbonden met andere mensen. Ik heb nooit helemaal ‘alleen’ gewoond en dat misschien is dat het geheim dat ik overal zo graag woonde. Warme herinneringen heb ik eraan. Aan al die huizen mensen.

Heb jij bijzondere herinneringen aan bepaalde huizen waarin je hebt gewoond ? Heb je een lievelingshuis ? Of een droomhuis ? 

“1000 vragen aan mezelf”  gaat terug op een boekje dat een tijd geleden bij Flow zat. Het is een klein boekje en er is geen plaats voorzien om te antwoorden, daarom dacht ik : waarom niet op de blog ? Voor het pure plezier van het schrijven ? Het verzamelen van herinneringen, wat volgens Gretchen Rubin, bijdraagt tot geluk ? Vandaar een nieuwe rubriek : 1000 vragen over mezelf.
Niets weerhoudt je om mee te doen !

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.