Tagarchief: citaten

mijn jaar vol rust en kalmte

Gelezen: Mijn jaar van rust en kalmte – Ottesa Moshfegh

Je bent jong, slank, twintiger en je hoeft je, dankzij een erfenis, geen zorgen te maken over geld. Je bent bovendien bovengemiddeld mooi. Alles kan. Dus beslist het hoofdpersonage dat ze gaat voor een jaar vol rust en kalmte. Resoluut, ze maakt haar agenda leeg en beslist om een jaar lang te slapen.

Altijd op zoek naar slaap

Je moet het maar doen, een boek schrijven dat als thema de onweerstaanbare drang naar slaap heeft. Een leven waarin werkelijk niets er toe doet, alles teveel is, zelfs de goed bedoelende vriendin die terecht bezorgd is om haar.

“Ik was altijd opgelucht en geïrriteerd tegelijk als Reva plotseling opdook, zoals je je voelt als iemand je stoort terwijl je zelfmoord aan het plegen bent. Niet dat het zelfmoord was wat ik deed. Eigenlijk was het juist het tegenovergestelde van zelfmoord. Ik hield een winterslaap uit zelfbehoud. Ik dacht dat het mijn leven zou redden”.

citaat uit Mijn jaar van rust en kalmte

De behoefte aan slaap is zo groot dat ze haar werkdagen zo organiseert dat ze tussentijds in de kast gaat slapen. Dat leidt tot haar ontslag, maar evengoed tot de mogelijkheid om nog méér te slapen. Weg van alles en iedereen. Het boek mag dan één grote terugblik zijn in het grote plan om slapen te perfectioneren, grote verklaringen voor die drang vind je niet.

Boekhouding pillen

Dat slapen gaat overigens niet vanzelf. Toch niet voor wie 24 uur wil slapen. Dus moet er een plan komen. Een plan om die slaap te initiëren, om zeker te zijn dat de komende uren vaste slaap worden. Er zit niet anders op om een boekhouding van pillen bij te houden.

Ik ging naar de badkamer en checkte de inhoud van het medicijnkastje, legde al mijn pillen naast elkaar op de groezelige tegelvloer om ze te tellen. In totaal had ik twee Ambiens – en dertig onderweg – twaalf Rozerems, zestien Trazodons, ongeveer tien stuks Ativan, Xanax, Valium, Nembutal en Solfoton, plus enkele van wel tien verschillende medicijnen die dokter Tuttle eenmalig had voorgeschreven ‘omdat een herhaalrecept van dit soort opmerkelijke pillen weleens argwaan bij de verzekeringslui zou kunnen wekken’. Normaal gesproken zou deze voorraad genoeg zijn voor een maandlang redelijk slapen, niet te diep als ik zorgde dat ik rustig aan deed met de Ambien.

Moshfegh, Ottessa. Mijn jaar van rust en kalmte

Een vrouw met een plan

Het verlangen naar slaap wordt zo groot dat ze een plan bedenkt om die slaap te maximaliseren. Wat als ze zich opsluit in haar huis? Misschien kan iemand de boodschappen doen terwijl ze slaapt, zodat ze tussen twee slaapbeurten door halfwakend wat kan eten, even naar het toilet kan gaan om vervolgens zo snel mogelijk weer ver te slapen? Een jaar lang?

Maatschappijkritisch

In haar boek neemt Moshfegh heel wat themata op de korrel. Reva, de vriendin van het naamloze hoofdpersonage, is bezeten door slank-zijn en uiterlijk. De galerij waar het hoofdpersonage werkt, stelt hedendaagse kunst tentoon waarvan ze zich afvraagt hoever een hype gaat en of het niet allemaal onzin is.

De kunst bij Ducat moest doorgaan voor subversief, oneerbiedig en schokkend, maar het was allemaal ingeblikte tegencultuurtroep, ‘punk, maar dan met geld’, dat je hooguit inspireerde tot het aanschaffen van een onflatteuze outfit van Comme des Garçons om de hoek.

Moshfegh, Ottessa. Mijn jaar van rust en kalmte

Ook de wereld van de therapie krijgt de nodige sneren. Dokter Tuttle, psychiater, wordt voorgeseld als een gecertificeerde drugsdealer die voor steeds sterkere medicatie zorgt en ondertussen netjes in het oog houdt of de verzekering het wel zal bekostigen.

Waar kom je voor?’ vroeg ze. ‘Depressie?’ Ze had haar receptenblok al tevoorschijn gehaald. Ik was van plan om te liegen. Daar had ik goed over nagedacht. Ik zei tegen haar dat ik het afgelopen halfjaar slaapproblemen had en klaagde over wanhoop en nervositeit in sociale situaties. (…) Ik wil graag downers, dat weet ik wel,’ zei ik openhartig. ‘En ik wil iets waardoor ik geen behoefte meer aan gezelschap heb. Ik ben aan het einde van mijn Latijn. (…) Mijn moeder heeft zelfmoord gepleegd.’ ‘Hoe dan?’ vroeg dokter Tuttle. ‘Polsen doorgesneden,’ loog ik.

Moshfegh, Ottessa. Mijn jaar van rust en kalmte

Donker en humoristisch tegelijk

Het boek had een eigenaardige fascinatie op mij. Enerzijds dacht ik: waarom ik lees ik dit, zo donker, zo duister? Je wordt echt niet vrolijk van dit boek. Toch kon ik het boek niet neerleggen en dat had alles te maken met de schrijfstijl van Moshfegh. Meesterlijk gewoon.
Het is geen boek om te lezen als je zelf in een dipje zit of twijfelt of het allemaal wel zin heeft. Of … misschien wel (bij een dipje dan), want dan ga je zo om jezelf lachen. Want zoveel ellende, zoveel duisternis doet je bij het lezen van dit boek toch wel glimlachen.

Mijn jaar vol rust en kalmte


Moshfegh, Ottessa. Mijn jaar van rust en kalmte. Het boek telt 240 pagina’s.
Het boek is dit jaar uitgeven als pocket bij uitgeverij Rainbow voor € 9. De paperback editie kost € 21,99. Te koop bij o.a. Bol.com.

Graag meer leestips ? Klik hier.

Piketty

Piketty: Kapitaal en ideologie, week #1

Het boek Kapitaal en ideologie is een zwaarlijvig boek dat ik maar in kleine stukjes tot mij neem. Omdat ik geen econoom ben waag ik mij niet aan een algemene bespreking maar zal week na week delen wat is blijven hangen in dit boek. Ik waag mij elke week aan 140 blz, de som van 7×20.

Elke dag 20 bladzijden Kapitaal en Ideologie

Dat bracht mij zondag op pagina 140 en daar eindigde ik ook mee deze week. Het boek wordt wellicht overschat in moeilijkheidsgraad. Je moet er natuurlijk je gedachten bij houden, maar Piketty legt als een ware didacticus alles netjes uit. Hij schetst meermaals de hoofdgedachte en gaat ze vervolgens uitdiepen. Zoals een echte professor het beaamt geeft hij nadien ook altijd een tussentijdse samenvatting.

Dit bleef me deze week bij

Elke maatschappij zoekt een rechtvaardiging waarom er grote kapitaalverschillen zijn.

“Elke samenleving ziet zich gedwongen de daarin bestaande ongelijkheid te rechtvaardigen, want zo niet, dan dreigt het politieke en sociale bouwwerk in te storten”.

De krachttoer van de kerk (of geestelijke stand)

Het is de kerk gelukt om kapitaal positief te definiëren, wat op zich een (daarom niet positieve) prestatie is, gezien het evangelie zelf absoluut niet positief is tegenover het vergaren van rijkdom. Dit in het kader van de grote rijkdommen van de geestelijke stand vroeger (en nu?).

Hoe winnaars het systeem van ongelijkheid rechtvaardigen

Het klopt niet dat de huidige ongelijkheid kan verklaard worden door het centrale thema van eigendom, ondernemersschap en meritocratie. Daar komt hij later in het boek op terecht, maar dat van ‘als je maar genoeg werkt en succesvol bent, word je rijk’, is een fabel.

“Het meritocratische discours lijkt dikwijls een eenvoudige manier voor de winnaars in het huidige economische systeem om ongelijkheid op ieder gebied te rechtvaardigen, zelfs zonder deze te onderzoeken, en om de verliezers te stigmatiseren vanwege hun gebrek aan verdienstelijkheid, deugdzaamheid en ijver.”

De ongelijkheid neemt (terug) toe

De toename van de sociaaleconomische ongelijkheid doet zich sinds de jaren 1980-1990 overal ter wereld voor.

Uit vergelijkingen van India, de VS, Rusland, China en Europa komt naar voren dat in 1980 het hoogste deciel in al deze regio’s op 25-35% van het nationaal inkomen lag en in 2018 op 35-55%.

Of anders gezegd dat de rijkste 10% zo’n 35-55% in handen hebben.

De verandering of herverdeling van kapitaal is ideologisch

Eigendoms-, onderwijs- en belastingsstelsels hebben een grote invloed op de sociale ongelijkheid in een samenleving en de ontwikkeling ervan.”

Waaruit ik besluit dat het superbelangrijk is waar je politieke stem naartoe gaat, al gaat de problematiek van ongelijkheid staatsgrenzen te boven.

Het zijn sociale en historische constructies die volledig afhankelijk zijn van het wettelijke, fiscale, onderwijs- en politieke systeem waarvoor een samenleving heeft gekozen en van de maatschappelijke categorieën die men hanteert”.

Economische groei, niet iedereen wordt er beter van

Het is een argument dat dikwijls wordt gebruikt, dat als het goed draait met de economie, iedereen er op vooruit gaat.

“Degenen met inkomens op het niveau tussen de percentielen 60 en 90 van de inkomensverdeling (dwz diegenen die noch tot de 60% laagste inkomensgroep op de wereld behoren, noch tot die van de 10% hoogste inkomens) – een interval dat grosso modo overeenkomt met de midden- en lagere klasse in de rijke landen – hebben niet of nauwelijks geprofiteerd van de mondiale economische groei tussen 1980 en 2018.”

Het onvermogen van de naoorlogse sociaal-democratische coalities

We zullen ook zien dat het programma van de de sociaaldemocraten zich sinds de ineenstorting van het communisme onvoldoende heeft gebogen over de vraag onder welke voorwaarden bezit rechtvaardig is.”

Ik ben benieuwd, want het klopt met mijn ervaring. Waarom lukt het ons als maatschappij niet om de kloof tussen arm te dichten?

Hij neemt een tip van de sluier

“Het onvermogen van de sociaaldemocraten om de lagere klassen ervan te ovetuigen dat ze zich net zo bekommerden om hun kinderen en het onderwijs dat ze kregen als om hun eigen kinderen en hun elitaire opleidingen verklaart waarschijnlijk grotendeels waarom ze de partij van de gediplomeerden zijn geworden.”

Ongelijkheid als organisatie van de samenleving

Stond voorgaande nog allemaal te lezen in de inleiding van Kapitaal en ideologie, in hoofdstuk 1 heeft Piketty het over de standenmaatschappijen die men ongeveer overal op min of meer zelfde manier terugvindt. Drie standen, zijnde adel, geestelijkheid en ‘de rest’.
We zien overigens dat kapitaal, macht en recht dikwijls bij dezelfde groepen zat/zitten (en zo goed als) niet bij de rest die het werk moe(s)t doen. Deze standenmaatschappij had dus politieke en ecomische macht én regale macht.

Dergelijke 3 standen zijn niet uniek voor Europa. Wanneer we de standmaatschappijen in diverse landen bekijken, dan liggen Spanje en India dichter bij elkaar dan Spanje en Frankrijk.

De Franse revolutie

Egalité mag dan wel een leuze van de revolutionairen geweest zijn, na de revolutie bleek de uitvoering ervan moeilijker dan voorzien. Wat we wel krijgen is een meer gecentraliseerde macht (regelgeving) en een ontkoppeling van rechtspraak en eigendom. (De leenheer die ook recht sprak over zijn grondgebied).

Voila, dit was het voor deze week! Stiekem hoop ik dat jullie ook zin gekregen hebben om Kapitaal en ideologie te lezen, want het is echt meer dan de moeite waard. Maak je geen zorgen als je het vorige boek niet hebt gelezen, beide boeken zijn aanvullingen op elkaar maar kunnen los van elkaar gelezen worden (dat zegt hij zelf).

Groeiende ongelijkheid is een mondiaal probleem dat ons allen aangaat!

Kapitaal en ideologie
Thomas Piketty, Kapitaal en ideologie, uitgegeven door De Geus (2020), telt 1136 blz. en is te koop bij o.a. Bol.com voor € 49,00. (Je bent er dan ook wel even zoet mee). 

In tijden van besmetting

Gelezen: in tijden van besmetting – Paolo Giordano

Kent u hem nog?

Misschien zegt de naam Poalo Giordano je niet meteen iets, maar als ik zeg dat hij de schrijver is van De Eenzaamheid van de Priemgetallen (2011) gaat er wellicht een lichtje branden. Poalo Giordano is echter meer dan een goed schrijver: hij heeft een doctoraat in de natuurkunde én is Italiaan. Een goede combinatie voor wie over het SARS-CoV-2 virus wil spreken. Puntjes op de i, moet deze wetenschapper gedacht hebben :

Eerst voor de duidelijkheid: sars-CoV-2 is het virus, covid-19 de ziekte. Het zijn lastige, onpersoonlijke namen die misschien zo gekozen zijn om het emotionele effect op ons te minimaliseren, maar ze zijn nauwkeuriger dan het populairdere ‘coronavirus’.

Deels dagboek, deels beschouwingen

Giordano heeft dit boek geschreven toen de eerste meldingen van het virus binnenkwamen.

Tijdens het etentje bleef iedereen maar zeggen dat ‘alles over een weekje voorbij is’, ‘ja, joh, nog een paar dagen en alles is weer normaal’. Een vriendin vroeg waarom ik niets zei. Ik haalde mijn schouders op en gaf geen antwoord, ik wilde geen paniekzaaier zijn, of erger nog, ongeluksbrenger. We hebben dan wel geen afweerstoffen tegen CoV- 2, maar wel tegen alles wat ons van streek maakt. We willen altijd precies weten wanneer de dingen beginnen en eindigen. We zijn gewend om de natuur ons tempo op te leggen, niet andersom. Dus ik eis dat de besmetting over een week ophoudt en dat alles weer normaal wordt. Ik eis het, omdat ik het hoop.

Waarom we met z’n allen in ons kot moeten blijven

De besmetting is alleen tegen te houden

‘Met grof geweld. Offers. Geduld.’ We weten nu dat als we de epidemie willen bestrijden, we de R0-waarde naar beneden moeten zien te krijgen. (citaat uit in tijden van besmetting – Poalo Giordano)

Die R0-waarde moet onder 1 komen. Hij vergelijkt het met een biljartspel. 1 bal botst tegen 2 ballen, die 2 ballen botsen weerom tegen 2 ballen etc. Je ziet zo hoe er geweldig veel in beweging wordt gezet en de beweging steeds grotere vormen aanneemt. Het ‘normale getal’ (als we niets doen) is 2,4. Of anders gezegd: 1 mens besmet 2,4 mensen, die 2,4 mensen elk op hun beurt weer 2,4 mensen enzovoort. Komt het getal onder 1, dan wordt de verspreiding steeds onwaarschijnlijker. Denk maar aan de biljartballen die zo ver van elkaar liggen waardoor de kettingreactie uiteindelijk uitblijft of uitsterft.

We zijn allemaal met elkaar verbonden

Dit virus leert ons met daad en gevolgen hoe we allemaal tot één gemeenschap behoren. Wat één individu doet (of niet doet) heeft gevolgen voor de rest van de gemeenschap. De campagne “Ik red levens” is daarom niet overdreven. Wie zich houdt aan de quarantaineregels stopt de kettingreactie.

De gemeenschap waar we ons om moeten bekommeren is niet die van onze wijk of onze stad. Het is niet een regio en ook niet Italië of Europa. De gemeenschap in tijden van besmetting is de totaliteit van alle mensen op aarde. (citaat uit in tijden van besmetting – Poalo Giordano)

Kunnen we onze manier van leven aanhouden?

Zonder te moraliseren stelt Giordano vragen aan onze levenswijze. Dat een virus zich in zo’n sneltempo kan ontwikkelen én verspreiden is mede het gevolg door de globalisering. We zijn wereldburgers geworden. Ons dorp is niet onze huis, wel de wereld.

De toenemende behoefte aan voedsel brengt miljoenen mensen ertoe dieren te eten die je beter niet zou kunnen eten. In West-Afrika consumeert men bijvoorbeeld, heel riskant, steeds meer in het wild levende dieren, zoals vleermuizen, die in dat gebied helaas ook dragers van het ebolavirus zijn. Contacten tussen vleermuizen en gorilla’s, die ebola makkelijker op mensen overdragen, worden steeds waarschijnlijker door de overvloed van rijp fruit aan de bomen, wat het gevolg is van de steeds snellere afwisseling van abnormale regenval en droge periodes, en dat is weer het gevolg van de klimaatveranderingen…(citaat uit in tijden van besmetting – Poalo Giordano)

Een verpulverde agenda

Net zoals zowat de hele wereld ziet ook Giordino zijn agenda wegsmelten. Vergaderingen worden afgelast, internationale bijeenkomsten onmogelijk, ook het sociale leven ligt door de quarantaine maatregelen, stil.

Veel in deze crisis heeft met tijd te maken. Met de manier waarop we de tijd organiseren, naar onze hand zetten, ondergaan. (…) Plotseling is de normaliteit het heiligste wat we hebben, we hebben haar nooit zoveel belang toegekend en als we erbij stilstaan weten we niet eens zo goed wat het is: het is datgene wat we terug willen hebben. (…) Het is nu de tijd van de abnormaliteit, we moeten ermee leren leven, redenen vinden om haar te omarmen, en niet alleen uit angst om te sterven. (citaat uit in tijden van besmetting – Poalo Giordano)

Tijd om iets te leren

Giordano denkt niet over wat er na de coronacrisis zal gebeuren. De tijd heeft stilgestaan en het impact van dit virus kunnen we niet overzien. Het is te complex.

Ik geef me over

schrijft hij. Hij citeert enkele verzen uit psalm 90 :

Leer ons zo onze dagen te tellen
dat wijsheid ons hart vervult.

en dat betekent volgens hem dit :

Leer ons om onze dagen te tellen
om onze dagen een waarde te geven.

Waardering

Het essay van Paolo Giordano is een mengeling van wetenschappelijke, vooral wiskundige inzichten in het virus, gekoppeld aan filosofische thema’s. Dit virus daagt ons uit : wij die gewoon zijn om ons leven grotendeels zelf in handen te hebben zijn genoodzaakt tot vrijwillige gekozen – althans in collectiviteit – gevangenschap. Het virus dicteert het leven van de hele wereldbevolking.
Het virus brengt ons bij essentiële levensvraagstukken. In mijn snapshot diary stel ik mezelf ook soms vragen.

In tijden van besmetting

Het essay is vlot geschreven en telt zo’n 80 bladzijden. Een deel van de opbrengst gaat naar ‘medische onderzoeksinstellingen en aan hen die hard werken om de geïnfecteerden te genezen’. Het is te koop bij o.a. Bol.com voor €9,99.

Gelezen: Macht der gewoonte/Power of habit -Charles Duhigg

“All our life, so far as it has definite form,
is but a mass of habits”

William James, 1892

We zijn gewoontedieren

Wanneer je een doordeweekse dag overloopt, dan merk je dat de uitspraak van William James ook voor jou geldt. Wellicht heb je een bepaalde routine bij het opstaan. Dat begint al bij het uit het bed stappen, badkamer, het wekken van gezinsleden tot het maken van het ontbijt. Zo’n routines of gewoonten maken het ons makkelijk, want we hoeven niet meer na te denken over iedere beslissing. We leven op automatisch piloot en dat spaart energie en zorgen.

Gewoontes zijn sterk. Heel sterk.

Gewoontes mogen dan wel veel energie uitsparen en bijzonder sterk zijn, ze zijn ook neutraal. Ze kunnen goed zijn en je dichter bij je doel brengen of net slecht waardoor je inspanningen nutteloos lijken. Gewoontes zijn diepgeworteld, zowel de goede als de slechte. Omgekeerd geldt dat het absoluut niet meevalt om een gewoonte af te leren. Het is maar de vraag of je uberhaupt een gewoonte kan afleren.

Een boek over gewoontes – The power of habit

Charles Duhigg (onderzoeksjournalist, winnaar van o.a. de Pulitzerprijs) schreef een boek over de macht van gewoontes. Hij deed onderzoek naar wat een gewoonte precies is en waarom het zo moeilijk is om ze te veranderen. Hij zag het mechanisme en vond meteen een manier om slechte gewoontes toch om te buigen. Ja, ombuigen of veranderen, want een gewoonte afleren is bijzonder moeilijk.

When a habit emerges, the brain stops fully participating in decision making. It stops working so hard, or diverts focus to other tasks. So unless you deliberately fight a habit— unless you find new routines— the pattern will unfold automatically.

Charles Duhigg

Alles in onze wereld is een verzameling van gewoonten. Ook onze samenleving hangt samen door allerlei gewoontes. Bedrijven stoelen om (al dan niet goede) gewoontes. Ik had vooral belangstelling in de formule van de gewoonte en hoe je ze kan omkeren.

De kracht van gewoontes

De kracht van een gewoonte zit erin dat je je er geen vragen meer bij stelt. Het kost je geen wilskracht en nauwelijks groot bewustzijn. Ik mag nog zo moe zijn, als ik ‘s avonds de trap opga, dan passeer ik altijd langs de badkamer. Bijna automatisch neem ik mijn tandenborstel. Ik leg mijn kleren steevast op dezelfde plaats, stap naar bed, controleer de wekker en doe dan pas mijn schoenen uit. Misschien klinkt dat een beetje overdreven, maar denk maar eens na over jezelf. Grote kans dat jij ook een avondroutine hebt en dat je modus op automatische piloot staat.

Maar evengoed loop ik op automatische piloot naar de snoepkast als ik ‘s avonds voor TV zit.

Dat wou ik niet meer dus pastte ik het recept van Duhigg toe. En ja, het lukte !

De structuur van een gewoonte

Volgens Duhigg bestaat een gewoonte uit 3 componenten: een trigger, de gewoonte zelf en de beloning.

Voor mij was dat ‘avond en relax voor TV’ -> iets lekkers uit de keuken halen -> genieten van het lekkere.

Duhigg zegt dat je zo iedere gewoonte kan ontleden. Wil je je gewoonte veranderen, dan moet je iets met deze formule doen.

Het veranderen van een gewoonte

Eerst het slecht nieuws: je krijgt die 3 componenten moeilijk uit je systeem, al helemaal niet als de trigger blijft en de beloning. Wat kan je dan wel doen ?

Volgens Dugigg gaat het erom dat je begin en einde blijft houden. In mijn geval bleef de trigger (ik kijk ‘s avonds nog altijd nu en dan TV) en ik blijf evengoed genieten van iets lekkers. Tegenwoordig is dat 1 pakje crackers en een potje humus. De 3 componenten blijven, de trigger blijft, net zo goed als de gewoonte.

Toch is het niet altijd zo simpel en duidelijk. Duhigg geeft zelf een prima voorbeeld. Hij merkte om dat hij rond 15 uur een hongertje kreeg, naar de cafetaria ging om een koffiekoek, een beetje bleef babbelen en mooi tegen 15.15 terug aan zijn bureau zat.

Het eerste wat hij onderzocht was de trigger. Dit was zijn conclusie: rond 15 uur had hij last van een dipje. Hij verveelde zich wat en was minder geconcentreerd rond dat uur. Honger ? Verveling ? Vermoeidheid ? Was de beloning het verzadigd gevoel, de suikerboost of was het iets anders ? Dit was zijn gewoonte in componenten verdeeld:

  • Trigger: middagdipje (nood om de benen te strekken, minder concentratie)
  • Routine: wandelen tot aan de cafétaria
  • Wat is de beloning ? Suikerboost/stillen van honger/sociaal contact met collega’s

Na allerlei experimentjes (niet gaan naar de cafetaria, een koek op bureau eten, een wandelingetje doen ipv een koek te kopen), koffie drinken etc. kwam hij tot het besef dat de werkelijke ‘beloning’ sociaal contact was. Zijn echte behoefte was even te ontsnappen aan het werk waaraan hij bezig was en fysiek als geestelijk even de benen te strekken.

Gevolg: rond een uur of drie gaat hij naar een collega, neemt een appel mee en doet een praatje. Tegen 15:15 uur zit hij weer prima (en content !) achter zijn bureau. Dat brengt ons naar de nieuwe routine:

  • Trigger: middagdipje (nood om de benen te strekken, minder concentratie)
  • Routine : wandelen tot bij collega, appel eten
  • Beloning: sociaal contact, beweging

Nieuwe gewoontes aanleren

Een gewoonte veranderen is nog iets anders dan een nieuwe gewoonte aanleren. Bij het eerste heb je immers al 2 van de 3 elementen goed. Een nieuwe gewoonte aanleren is iets anders. Hoe worden gewoontes aangeleerd? Simpelweg, door verlangens te cultiveren. Je hebt zin in iets, je bent onrustig, je hebt de indruk dat je persé dit of dat moet… Uiteindelijk zal je bij de trigger met je geest al helemaal bij de beloning zijn, waardoor het nog moeilijk is om het niet te doen.

This is how new habits are created: by putting together a cue, a routine, and a reward, and then cultivating a craving that drives the loop.

Ik herken dat enigszins. In tijden waarin ik veel loop kan ik onrustig zitten op mijn stoel omdat mijn lichaam snakt naar die adrenalineboost (beloning). Ik anticipeer bijgevolg al aan iets wat nog moet komen. Het is zo sterk dat het werkt als een magneet.

Loop ik echter een lange tijd niet, dan is de betovering verbroken. Wanneer ik vervolgens aan lopen denk, denk ik vooral aan veel inspanning en ongemak. De loop is kapot.

Een vierde component ?

Is het dan – theoretisch althans – zo makkelijk (althans theoretisch) om een gewoonte te veranderen? Uit onderzoek bleek dat er nog een cruciale (en nogal evidente) factor was: geloof.

Uit onderzoek bij groepen alcoholisten (iedere verslaving is in zekere zin een slechte gewoonte), bleek dat het wijzigen van de gewoonte meer kans tot slagen had wanneer de deelnemer geloofde. In God ? Nee, maar wel dat hij geloofde dat het veranderen van de gewoonte hem/haar tot iets beters zou brengen.

However, those alcoholics who believed, like John in Brooklyn, that some higher power had entered their lives were more likely to make it through the stressful periods with their sobriety intact. It wasn’t God that mattered, the researchers figured out. It was belief itself that made a difference. Once people learned how to believe in something, that skill started spilling over to other parts of their lives, until they started believing they could change. Belief was the ingredient that made a reworked habit loop into a permanent behavior.

Ik denk dat wij dat simpelweg de kracht van de motivatie zouden noemen. Wanneer ik naar mijn gewoontes bekijk en die wil veranderen, merk ik soms wel dat er iets ontbreekt aan de motivatie, zeker als de beloning minder of anders is. Gelukkig kan je ook daaraan werken, maar dat is dan weer een ander boek!

Een echte eye-opener

Dit boek was voor mij een ongelooflijke eye-opener, al hoefde ik al lang niet meer overtuigd te zijn van de kracht van gewoontes. Overal zag ik gewoontes. Ik merkte op dat beleefdheid een gewoonte is. Veel mensen zeggen ‘bedankt’ of ‘dankjewel’ zonder er nog bij na te denken, maar ik ken evengoed kinderen die het niet doen. Zijn die kinderen an sich onbeleefder? Eigenlijk niet, die gewoonte is hen gewoon niet aangeleerd.

De marketingwereld – Duhigg wijt er hele hoofdstukken aan – staat vol van het creëren van gewoontes. Ze proberen een verlangen in jou te wekken (reclame van pizza ‘s avonds) waardoor je de handelt (doos pizza uit de oven) en beloond wordt met gezelligheid (volgens de reclame) of toch op z’n minst het genieten van lekker eten. Ik leerde dat tandpasta helemaal niet hoeft te schuimen maar dat dat een marketingtruc is. Anders hebben mensen het gevoel niet dat ze hun tanden goed gepoetst hebben (beloning).

Maar ook in mijn eigen leven zag ik tal van gewoontes en zag ik al snel welke mij werkelijk vooruit hielpen en welke net niet.

Wat werkt voor mij?

  • Het visualiseren van het doel (beloning)
  • Het ‘s morgens lezen van de doelen (SMART goals)
  • Het vermijden van de trigger (geen chocolade in huis = geen chocolade eten)
  • Het niet breken van de keten. Een simpel systeem, je zet kruisjes per dag er iets gelukt is. Ik was verwonderd van de kracht ervan toen ik in januari een no spend maand organiseerde.
  • Het zoeken naar alternatieven (zoals Charles Duhigg). Ik heb wel degelijk echt honger rond 10 uur. Dus kan ik maar beter iets gezonds bijhebben. (Al blijft al dat snoep in de leraarskamer hoog aaantrekkelijk, gelukkig is er ook soep op het werk!).
  • De meest gekende (en succesvolle) methode blijft ook voor mij het koppelen van een nieuwe gewoonte aan een oude. Bv. De zogenaamde 5′ avondopruim voor het slapengaan. Dat ziet er dan zo uit: naar boven willen gaan/eind van de dag (trigger), kookwekker op 5 minuten zetten en gedurende die 5 minuten wat opruimen, naar boven gaan. De beloning lijkt mij nogal evident (opgeruimder) al is de beloning hier evengoed a) dat het maar 5 minuten duurt, dus het afgaan van de wekker is ook een beloning ! en b) dat ik ‘s morgens niet meer de glaasjes op de salontafel zie staan !

Praktisch

Charles Duhigg, Macht der gewoonte, uitg. Ambo/Anthos 2015, 384 blz, te koop bij o.a. Bol.com voor €20,99.
Ik las de Engelse (originele) uitgave, The power of Habit, uitg. Cornerstone 2013, 400 blz., te koop bij o.a. Bol.com voor € 9,89.