Tagarchief: werkstress

Top 3 non-fictie boeken

2019 Review: Top 3 non-fictie boeken

3 non-fictie boeken die blijvend indruk op mij maakten

Er zijn non-fictie boeken waarvan ik vind dat iedereen ze zou moeten lezen. Boeken die mijn kijk veranderen en boeken die een begin van oplossing bieden op problemen waar ik wakker van lig: zoals mijn werk bijvoorbeeld, of hoe ik voel hoe de tijd altijd door mijn vingers glipt. Boeken die mijn wereld groter maakten. Mijn inzicht groter. Hier mijn top 3 non-fictie boeken 2019.

Jason Fried: it doesn’t need have to be crazy at work

Jason Fried - it doesn't have to be crazy at work.

Je leest en ervaart het steeds meer: mensen kreunen steeds meer onder de stress van hun werk. Er moet werk gemaakt worden van ‘werkbaar werk’, maar velen tasten in het duister hoe dat te doen.

Jenny Huijs deed onderzoek naar deze (steeds groter wordende groep) mensen en wat mij het meest opviel aan haar onderzoek is dat werknemers wel degelijk een zicht hebben over hoe het beter kan op het werk, zonder dat er daarom gigantische investeringen moeten gebeuren.

Ik leerde via kranten het begrip ‘mentaal pensioen‘ kennen, mensen met nog jaren werken voor de boeg die mentaal afhaakten en gewoon ‘verder deden’ tot hun pensioen. Mentaal zijn ze al op pensioen. Dat is behoorlijk zorgwekkend.

Het boek van Jason Fried stelt hetzelfde. Het is welliswaar gebaseerd op werksituaties in de VS, maar het idee is hetzelfde: hoe kan je het werk voor je werknemers zo organiseren dat zij zich beter voelen op hun werk ?

In het boek van Jason Fried staat de werknemer centraal en het resultaat is dat die werknemer beter presteert, omdat hij zich meer verbonden voelt met het werk. De werknemer in zijn bedrijf krijgt de kans om te doen waar hij goed in is (en dat meteen ook goed is voor het bedrijf) en zijn werk zo te organiseren dat hij optimaal rendeert. Niet realistisch? Jason Fried ‘filoseert’ niet over een andere manier van werken, als bedrijfsleider implementeert hij het. Wie het boek leest heeft snel door dat de lat hoog ligt in dat bedrijf. Alleen: de lat ligt minstens zo hoog voor wat het betreft omgaan met het personeel en het zoeken naar de beste omstandigheden.

In mijn eigen job die gekenmerkt wordt door burn-out en het verlaten van de job zelf, wordt die vraag nooit gesteld. Integendeel, men blijft maar zoeken naar nieuwe structuren van bovenuit en allerlei regels en nieuwe zaken (die om de zoveel tijd veranderen) dat het geen wonder is dat mensen afhaken.

Het boek van Fried staat vol met praktische suggesties die zo implementeerbaar zijn. Zoals bijvoorbeeld het recht op ‘ongestoord werk’ gedurende een aantal uren per dag. Voor programmeurs (het bedrijf van Fried) is dat behoorlijk belangrijk, dat er tijd is waarin ze niet worden verwacht telefoons op te nemen, mails te beantwoorden en waar ze gewoon de deur van hun kantoor dicht houden. Omdat werkcontacten wel belangrijk blijven organseren ze dan weer momenten waarop het wél kan. Werknemers plannen op die momenten werk waar ze minder aandachtig voor moeten zijn en waarbij het niet erg is als iemand komt binnenlopen.

Bovenstaande is niet onmiddellijk van toepassing op mijn werk, maar het verhaal moge duidelijk zijn. Zonder aandacht voor je werknemers kan je niet verwachten dat ze jaar na jaar the extra mile gaan, terwijl simpelweg nadenken over hoe het anders kan, best grote resultaten kan hebben. Maar je moet het natuurlijk durven.

Susan Cain: stil

Susan Cain - Stil  
Top 3 non-fictie

Ik las het boek in het Engels, vandaar dat de citaten in het Engels zijn.

De stelling van het boek is dat we leven in een wereld waar extrovert zijn de norm is.

We live with a value system that I call the Extrovert Ideal—the omnipresent belief that the ideal self is gregarious, alpha, and comfortable in the spotlight. The archetypal extrovert prefers action to contemplation, risk-taking to heed-taking, certainty to doubt. He favors quick decisions, even at the risk of being wrong. She works well in teams and socializes in groups. We like to think that we value individuality, but all too often we admire one type of individual—the kind who’s comfortable “putting himself out there.”

Nu zal ik eerlijk zijn, Susan Cain is soms behoorlijk hard en negatief ten aanzien van extraverten. Ik kan ze daarin niet altijd volgen. Maar ze heeft wel méér dan een punt als ze stelt dat extravertie verwacht wordt.

Het is niet makkelijk als je van nature introvert bent, om je te gedragen als een extravert. Dat kost enorm veel energie, net zoals het omgekeerde overigens ook het geval zou zijn, al komt dat weinig tot niet voor, gezien de dominatie van het extravert zijn.

Ik zie het op mijn werk en ook bij mijn leerlingen. “Actief meewerken en overal een mening over hebben” wordt positief geëvalueerd, van de stille denker/werker wordt minder gezegd of zelfs bezorgdheid geuit. ‘Werk actiever mee’, bijvoorbeeld. Of: ‘Ik hoor je niet veel in de klas’. De conotatie dat stil-zijn per definitie betekent dat iemand niet aandachtig is of geëngageerd, is snel gemaakt. Ook onder collega’s.

Hoe weet je of je introvert bent of extravert?

Susan Cain vertelt veel over wat eigen is aan introverten en extraverten, maar ik denk dat dit het onderscheid de nagel op de kop is:

Introverts recharge their batteries by being alone; extroverts need to recharge when they don’t socialize enough.

Dit is volgens mij een correct onderscheid dat geen waarde-oordeel uit: het één is niet beter dan het ander. Cain durft soms wel eens de indruk te geven dat introversie beter, wat ik zelf totaal niet geloof. Ze staan naast elkaar.

Susan Cain, Stil, telt 391 bladzijden en is een uitgave van o.a. Rainbow. Het is te koop bij Bol.com voor € 9,00.

Cal Newport, digitaal minimalisme

Cal Newport- Digitaal minimalisme
Top 3 non-fictie

Cal Newport, docent theoretische informatia aan de universiteit van Georgetown, staat bekend als een aandachtspecialist. In zijn eerste bekende boek, Diep Werk, had hij het al over werken met aandacht. Niet in de zin van mindfulness (mocht er verwarring zijn), maar wel in de zin van concentratie en dus ook efficiënt en ‘diep’ werken.

In ‘Digitaal minimalisme’ gaat hij een stuk verder. Wat mij betreft is dit boek beter dan het eerste, omdat het veel realistischer is. Hij kan in zijn eerste boek wel aanraden om enkele dagen of halve dagen ‘ergens anders, totaal afgelegen’ te werken om zo tot het beste resultaat te komen, het is voor veel mensen niet gegeven om op die manier te werken. Soms is het woord ‘digitaal’ misleidend, je zou denken dat het enkel en alleen gaat over je omgaan met technologie, maar het boek gaat echt wel verder.

Digitale technologie dringt op allerlei manieren ons leven binnen, meer zelfs, het neemt ons leven soms regelrecht over, omdat het soms als een dictator beslist waar we onze tijd aan besteden. Ik pleit overigens schuldig: niet zelden start ik mijn dag met het openen van mijn werkmail om vervolgens weer een uurtje uit te stellen wat ik priortair moest doen vandaag.

Because digital minimalists spend so much less time connected than their peers, it’s easy to think of their lifestyle as extreme, but the minimalists would argue that this perception is backward: what’s extreme is how much time everyone else spends staring at their screens. The key to thriving in our high-tech world, they’ve learned, is to spend much less time using technology. (Ik las de Engelse editie)

Cal Newport is geheel niet tégen digitale technologie, wel tegen de manier waarop deze technologie soms ons leven overneemt.

What’s making us uncomfortable, in other words, is this feeling of losing control—a feeling that instantiates itself in a dozen different ways each day, such as when we tune out with our phone during our child’s bath time, or lose our ability to enjoy a nice moment without a frantic urge to document it for a virtual audience. It’s not about usefulness, it’s about autonomy.

Het blijft bij Cal Newport niet bij filosofische overwegingen, hij geeft ook tal van praktische tips. Eén ervan is een maand lang afkicken van alle technologie. Uiteraard volgen er uitzonderingen, voor de meeste mensen is het onmogelijk om te werken zonder die technologie. Hij raadt ook aan om alle mogelijke apps van je telefoon te verwijderen voor een maand op uitzondering van die hoogstnoodzakelijke (opnieuw voor je werk) en vervolgens na een maand te evalueren. Goede tips vind ik dat, al voel ik ze als technologie-adept soms als radicaal aan.

Hoe dan ook, het loont om nu en dan stil te staan bij je digitale verslaving (want dat is het toch). Ik merk dat ik soms tijdens een wandeling het intranet van ons werk check. Totaal zinloos (alsof ik tijdens de wandeling aan het werk ga), het enige resultaat is weerom met het werk in mijn hoofd, terwijl dat net niet de bedoeling van de wandeling was.

Cal Newport, Digitaal Minimalisme is te koop bij o.a. Bol.com voor €24,99 (paperback) en € 14,99 als ebook.

Graag meer ideeën?

Gelezen

It doesn’t have to be crazy at work – Jason Fried

What’s App staat lijnrecht tegenover wat ik wil

Onlangs had ik een gesprek (op zondag !) met een collega waarin ik mijn moeilijke verhouding met What’s App besprak. Ik had rond de middag een berichtje gekregen (groeps what’s app -werk); was er verder mee bezig (ik antwoordde) en belandde uiteindelijk bij een collega’ aan de telefoon. Toen zei hij dit:

Het is zondag


“Ja, het is nu zondag. Het is 16.30 uur en je bent al van 12 uur bezig”.

Ik vroeg: hoezo, van 12 uur bezig ?
Welja, het eerste berichtje is van rond 12 uur en nu gaat het er nog over.

Het is zondag“, zei de collega en ik dacht: Ja. Ook voor die collega. Ik bel die zomaar op op zondag. Niet dat dat niet mag. Maar het ging over iets triviaals. Niets dat niet kon wachten tot maandag. Vandaag was het zondag. Dus ja, waarom doen we dat eigenlijk ? What’s app en telefoneren over het werk voor zaken die compleet tijdens de werkuren kunnen gebeuren ?

It doesn’t have to be crazy at work

Ik lees momenteel een boek over hoe gek het op het werk kan zijn en hoe een hele bedrijfscultuur er alles aan doet om het nog gekker te maken. Gelukkig is er ook licht: it doesn’t have te be crazy at work !

Eén van de zaken die er aangehaald wordt, is het belang van ongestoord en met volle focus werken. Dat levert niet alleen het meeste, maar ook het beste resultaat. Dat wordt overigens gesteund door de kennis van de menselijke neurologie.

Evengoed wordt het belang van een frisse geest onderlijnd. Het werk stoppen om 17 uur en weekends om de batterijen op te laden.

Op zoek naar focus

A fractured hour isn’t really an hour—it’s a mess of minutes.

Aldus de auteur de auteur van It doesn’t have to be crazy at work. Ik sta daar helemaal achter en zoek o zo naar focus en ‘flow’ maar die What’s app berichten kunnen soms een volledig uur van concentratie en goed werk om zeep helpen.

Maar je hoeft toch niet te reageren ?

Iedere keer ik begin over de onrust die What’s app (of andere meldingen) mij geven, krijg ik dit als tegenargument. Het klopt helemaal en het helpt mij al een heel stuk verder door meldingen af te zetten. Maar zoals Jason Fried het zo goed zegt is het moeilijk om aan die ‘onmiddellijke vraag’ te weerstaan. Vandaar dat ik dit citaat maar even voor ogen hou:

The person with the question needed something and they got it.

The person with the answer was doing something else and had to stop.

That’s rarely a fair trade.

The problem comes when you make it too easy—and always acceptable—to pose any question as soon as it comes to mind.

Most questions just aren’t that pressing, but the urge to ask the expert immediately is irresistible.

Beste collega, mijn excuses

Taking someone’s time should be a pain in the ass. Taking many people’s time should be so cumbersome that most people won’t even bother to try it unless it’s REALLY IMPORTANT! Meetings should be a last resort, especially big ones.

Door te telefoneren had ik inbreuk gemaakt op de zondag van mijn collega. ‘Het is zondag’ was het eerste wat ik hoorde als reactie. Niet als verzuchting, maar als wijs woord van iemand die meteen ‘to the point’ kwam en mij confronteerde met mijn eigen gedrag.

Ik had net hetzelfde gedaan. Iemands tijd genomen. Iemand uit zijn focus en gedachten gehaald, terwijl het helemaal niet hoefde.

It doesn’t have to be crazy at work. En al helemaal niet op zondag.

It doesn’t have to be crazy at work

Ik leerde al veel uit het boek -dat nog niet eens helemaal uit is, maar ik geef alvast dit mee

Je werk is niet je familie, je product is niet ‘je baby’

Dat een CEO van een bedrijf dit volmondig zegt, vind ik geweldig. Hij ziet de waarde van familie. Voor je familie ga je door het vuur, daar vervagen de grenzen van engagement. Geweldig vindt hij dat. Dit geeft je leven zin en voldoening. Maar je ‘werk’ of je bedrijf is geen familie. Dat is begrensd. Dat is ‘maar’ werk, hoe hoog de kwaliteitseisen ook liggen. Er zijn grenzen en mensen blijven mensen, met nood aan tijd om op adem te komen, te herbronnen, samen te zijn met familie.

Pas op met extra’s

In grote bedrijven wordt dikwijls gegoocheld dat je er alles kan doen in vinden ‘op het werk’. Bedrijven met een fitness, een restaurant, kinderopvang etc.
Jason Fried waarschuwt hiervoor. In zekere zin nemen deze bedrijven je leven over, want daartegenover staat dikwijls dat je langer beschikbaar moet zijn of dat de grenzen tussen je persoonlijke leven en werk heel kwetsbaar worden.

De nood aan een sfeer van vertrouwen: de trustbattery

Slechte communicatie, veel werkstress, het gebrek aan rust om met volle focus je werk te doen, kan leiden tot een lege batterij. Leeg voor het volledige bedrijf:

Ever been in a relationship where you’re endlessly annoyed by every little thing the other person does? In isolation, the irritating things aren’t objectively annoying. But in those cases it’s never really about the little things. There’s something else going on. The same thing can happen at work. Someone says something, or acts in a certain way, and someone else blows up about it. From afar it looks like an overreaction. You can’t figure out what the big deal is. There’s something else going on. The trust battery is dead.

A low trust battery is at the core of many personal disputes at work. It powers stressful encounters and anxious moments. When the battery is drained, everything is wrong, everything is judged harshly. A 10 percent charge equals a 90 percent chance an interaction will go south.

Put je mensen uit en je krijgt dit. Tot mijn spijt herkenbaar.

De grootste les : rust en kalmte

‘Calm’ is een woord dat voortdurend terugkomt in ‘It doesn’t need to be crazy at work’. De grondlijn is deze: zorg dat mensen in een zo groot mogelijke rust met volle focus hun werk kunnen doen. Bezorg ze geen nodeloze stress door nodeloze vergaderingen of onmogelijke deadlines. Om 17 uur laptop dicht betekent: niet meer aan het werk. Punt. Ook thuis niet meer. Idem dito voor het weekend en vakanties.

Als je werkt, werk met volle focus, al je energie de best mogelijke inspanning.
Als je niet werkt, doe dan eender wat (hobby, gezin, vakantie) met volle focus.

Ik denk dat dat zoiets is als mindfullness op het werk. Van CEO tot de jongste werknemer.

Geweldig schoon vind ik dat.

Praktisch

Jason Fried, It doesn’t need to be crazy at work, 240 blz., uitgegeven door Harper Collins.
Te koop bij o.a. Bol.com voor € 12,99.

Wat geeft je energie ?

Energievreters versus energizers !

Wanneer het niet lekker loopt in je leven of je werk, dan kan het gebeuren dat je tegen een depressie of een burn-out aanloopt. Het is iets wat niemand wil natuurlijk en daarom is het goed om nu en dan eens stil te staan bij wat je energie geeft en wat energie vreet. Misschien kan je wat dingen veranderen. Gisteren schreef ik al dat ik, in navolging van Laura Vanderkamp, probeer om niet in de valkuil te lopen om te wachten met ‘wat mij energie geeft’ tot ik ‘eens tijd heb’. Mijn ervaring is dat er zelden tijd is, dat ik nog futlozer word en zelfs gefrustreerd. Dus maak voor jezelf eens de oefening: waar loop je helemaal warm voor en wat (of wie !) laat je met een leeg gevoel achter?

De valkuil van talent

Ik hoorde onlangs iemand uit mijn omgeving zeggen dat ze de (veeleisende) job had omdat men haar dit aangeboden had en omdat ze er het talent voor had. Zelf maakte ik het een klein jaar geleden mee. Een prachtig aanbod, vol kansen, goed betaald, prima collega’s en het was overduidelijk een job die mij op het lijf geschreven was. Ik had er het profiel (en talent) voor. Ik mocht een tijd proefdraaien en inderdaad, een geweldige omgeving ! Maar het putte mij behoorlijk uit. Ik legde de lat zo hoog dat ik er niet meer van sliep.Hoe prachtig ook, dit werk zou onder het kopje energievreters vallen.

Je passie hoeft niet samen te vallen met je talent.

Het is echter niet omdat je een krak in wiskunde bent dat wiskunde ook je passie is. Het zal wellicht voor velen samenvallen, maar het hoeft niet.
Ik durf daar zelf best wel mee te worstelen: dingen loslaten waar ik echt goed in ben, maar eigenlijk geven ze me geen energie. Omgekeerd ook: blijven lopen terwijl ik zo’n slome loper ben.

Energievreters

Wist je dat de 5 mensen die je het meeste omringen het meeste invloed op je hebben ? Een simpele denkoefening maakt snel duidelijk wie jou energie geeft en wie je uitput. Negativiteit is besmettelijk, maar evengoed energie en positiviteit! Zo zit ik tijdens cursussen het liefst naast mensen die net (of heel wat) beter zijn dan mij. Er zijn attitudes in sommige collega’s die ik echt bewonder. Hoe ze omgaan met hun werk en leven. Ik kan ze zo opsommen. Dat geldt natuurlijk voor iedereen. Dus waarom je niet omringen met positieve energieke mensen ? Aan energievreter heb je werkelijk niets.

Aan het eind van je leven …

In het boek “Het Antwoord” van Barbara en Allan Pease wordt een onderzoek geciteerd van Bronnie Ware, een palliatief verpleegkundige. Wanneer (stervende) mensen haar vertelden over hun leven en waar ze spijt van hadden, kwamen keer op keer dezelfde thema’s naar boven.

  • Ze waren graag gelukkiger geweest
  • Meer contact gehad met hun vrienden
  • Meer uiting gegeven aan hun gevoelens
  • Minder hard gewerkt
  • Graag het leven geleid dat ze wilden leiden in plaats van het leven dat van hen werd verwacht

Ik vind dit een behoorlijke eye-opener. Misschien zijn de eerste 4 makkelijk te aanvaarden, maar het is net die laatste die mij intrigeert. Hoe vaak doen we niet allerlei dingen omdat ze van ons worden verwacht, of omdat we denken dat ze van ons worden verwacht ?

Als je straks verder werkt (of begint) aan die lange lijst met doelen (prioriteiten zetten, schrappen en rangschikken is een taak voor later !) denk dat dit:

Geef energievreters geen kans

Volg je eigen passie en zet jouw eigen doelen uit !

Allan en Barbara Pease, Het Antwoord, Ontdek wat je wil, formuleer je doel en verander je leven. Uitgegeven door HarperCollins, 2018, 318 blz. Te koop bij o.a. Bol.com voor € 19,99

Gelezen

Gelezen: Hoogsensitief – Elke Van Hoof

hoogsensiviteit

Hoogsensitiviteit in de pers

Het boek ‘leven zonder filter’ van Fleur van Groningen zorgde ervoor dat het begrip hoogsensiviteit de voorbije weken behoorlijk in de media kwam. Ik hoorde Dirk De Wachter op de radio, voor wie de populariteit van het boek geen verrassing was. De krant De Standaard vroeg zich af of hoogsensiviteit een epidemie was of wel iets anders.  Ook bij aanvang van het nieuwe schooljaar viel het begrip. Het begrip was mij niet vreemd. In onze bibliotheek staan 2 boeken van Elaine Aron,  maar die zijn ondertussen wellicht al 10 jaar oud. Tijd om een recenter boek te lezen. (Nog) niet dat van Fleur van Groningen, maar wel eentje van Elke Van Hoof, professor aan de Vrije Universiteit van Brussel.

Uit de academische wereld

Dat ik het boek van Van Hoof eerst wou lezen had goede redenen. Over hoogsensiviteit wordt veel verteld en ik wou een goede omschrijving van wat het wel en niet is. De ondertitel van het boek is “Wat je moet weten” en dat vond ik een goede insteek. Ik wou het vanuit de kant van de onderzoeker horen. Van Hoof is echter geen onderzoeker die enkel met vragenlijsten en statistieken werkt, als klinisch psycholoog gaat ze ook in gesprek met mensen en hoort en ervaart ze hoe mensen met hoogsensiviteit dit werkelijk aanvoelen. Een mooie combinatie dacht ik.

Hoogsensiviteit is niet nieuw

Een groot deel van het boek is gewijd aan de onderzoeken die gebeurd zijn rond hoogsensitviteit. Aron mag dan wel de meest genoemde naam zijn, de omschrijving van dit persoonlijkheidskenmerk gebeurde al eerder. Sinds de eerste boeken van Aron is het begrip verfijnd. Wie het boek van Van Hoof leest merkt dat er nog veel werk aan de winkel is. Het detecteren van hoogsensiviteit staat niet gelijk aan het controleren van de waarde van je witte bloedcellen.
Wie dit boek leest zet zich best wat schrap voor wat ‘droge wetenschappelijke’ kost. Droog, maar mijn inziens toch niet overbodig en geweldig verhelderend !

Persoonlijkheidskenmerk – vloek of zegen

Van Hoof spreekt van hoogsensiviteit als een persoonlijkheidskenmerk. Het is geen stoornis. Het staat niet in de DSM,  zeg maar de encylopedie van mentale stoornissen. Je kan er geen medicatie voor krijgen en het is geen beperking. Van Hoof onderlijnt meermaals de positieve kanten aan hoogsensiviteit, maar geeft grif toe dat het door velen als vloek wordt ervaren. Wie hoogsensitief is, behoort tot een minderheidsgroep en minderheidsgroepen hebben het àltijd moeilijker.  Ik denk dat je het kunt vergelijken met het spreken van een andere taal. Er is niets ‘mis’ met het spreken van Spaans in een omgeving waar de meerderheid Nederlands spreekt. Het is gewoon ‘moeilijker’. Keer het om – een niet HSP in een groep HSP – en dan heeft die andere het moeilijker.

Dat er voordelen zijn aan het hoogsensitief zijn, haalt Van Hoof meer dan eens aan. Maar het blijven voordelen in een wereld die allesbehalve ingericht is op mensen met HSP. Mensen met HSP hebben het echt wel moeilijker, al staat daar ook veel positiefs tegenover.

Hoogsensitiviteit onderscheiden

Hoogsensiviteit mag dan al geen stoornis zijn, toch zijn er kenmerken die bij een aantal ontwikkelings- en persoonlijkheidsstoornissen overlappen. Zo bespreekt ze de overlappingen met ASS, AD(H)D, borderline en hoogbegaafdheid. Die overlappingen zijn echter dikwijls enkel de buitenkant. Het gedrag en de reactie kan in sommige gevallen hetzelfde zijn, maar de oorzaak is dat niet. Ik vond dit hoofdstuk bijzonder verhelderend.

Omgaan met hoogsensiviteit

Al goed en wel. Het hoeft geen vloek te zijn, maar hoe kan je er op die wijze mee omgaan zodat het eerder zegen dan wel vloek wordt ? In het derde deel geeft Van Hoof tips voor het omgaan met hoogsensiviteit op school en op de werkvloer. Ik kan mij voorstellen dat veel mensen juist dit deel belangrijk vinden. . Dit zijn de tips die ze geeft aan werknemers en hun werkgevers:

  1. Ruimte geven om het pauze en check systeem toe te passen. Het gaat hier over tijd geven om te reageren. Het opnemen en ‘processen’ van informatie vraagt voor een HSP-er meer tijd en energie.
  2. Inzetten op co-creatie : werknemers meenemen in beslissingen in dialoog
  3. Hersteltijd bewaken, een vorm van mentale recuperatie
  4. Inzetten op zelfontplooiing, taken geven die intellectueel uitdagend en haalbaar zijn
  5. Prioriteit geven aan procedurele en relationele rechtvaardigheid
  6. Gericht coachen

Prima tips, maar ik kan mij niet van de indruk ontdoen dat dit geldt voor àlle werknemers. Misschien hebben HSP-ers er méér nood aan, maar in mijn ogen zou dit sowieso in een beleid moeten worden opgenomen. HSP-ers in dienst of niet.

Dit deel had volgens mij wat lijviger mogen zijn, maar naar verluidt is er een volgend boek in de maak dat hier specifiek over gaat.

Samengevat

Voor wie op zoek is naar een verfijnde en vanuit de pyschologie correcte omschrijving van wat hoogsensiviteit is (en wat het niet is), geeft dit boek prima antwoorden.
Ik zou het bijzonder willen aanbevelen voor wie in de zorgsector of het onderwijs staat of voor wie een leidinggevende functie geeft en bezorgd is om het welzijn van zijn werknemers. (Iedere leidinggevende hoop ik ?).

Praktisch