Tagarchief: werkstress

Gelezen

It doesn’t have to be crazy at work – Jason Fried

What’s App staat lijnrecht tegenover wat ik wil

Onlangs had ik een gesprek (op zondag !) met een collega waarin ik mijn moeilijke verhouding met What’s App besprak. Ik had rond de middag een berichtje gekregen (groeps what’s app -werk); was er verder mee bezig (ik antwoordde) en belandde uiteindelijk bij een collega’ aan de telefoon. Toen zei hij dit:

Het is zondag


“Ja, het is nu zondag. Het is 16.30 uur en je bent al van 12 uur bezig”.

Ik vroeg: hoezo, van 12 uur bezig ?
Welja, het eerste berichtje is van rond 12 uur en nu gaat het er nog over.

Het is zondag“, zei de collega en ik dacht: Ja. Ook voor die collega. Ik bel die zomaar op op zondag. Niet dat dat niet mag. Maar het ging over iets triviaals. Niets dat niet kon wachten tot maandag. Vandaag was het zondag. Dus ja, waarom doen we dat eigenlijk ? What’s app en telefoneren over het werk voor zaken die compleet tijdens de werkuren kunnen gebeuren ?

It doesn’t have to be crazy at work

Ik lees momenteel een boek over hoe gek het op het werk kan zijn en hoe een hele bedrijfscultuur er alles aan doet om het nog gekker te maken. Gelukkig is er ook licht: it doesn’t have te be crazy at work !

Eén van de zaken die er aangehaald wordt, is het belang van ongestoord en met volle focus werken. Dat levert niet alleen het meeste, maar ook het beste resultaat. Dat wordt overigens gesteund door de kennis van de menselijke neurologie.

Evengoed wordt het belang van een frisse geest onderlijnd. Het werk stoppen om 17 uur en weekends om de batterijen op te laden.

Op zoek naar focus

A fractured hour isn’t really an hour—it’s a mess of minutes.

Aldus de auteur de auteur van It doesn’t have to be crazy at work. Ik sta daar helemaal achter en zoek o zo naar focus en ‘flow’ maar die What’s app berichten kunnen soms een volledig uur van concentratie en goed werk om zeep helpen.

Maar je hoeft toch niet te reageren ?

Iedere keer ik begin over de onrust die What’s app (of andere meldingen) mij geven, krijg ik dit als tegenargument. Het klopt helemaal en het helpt mij al een heel stuk verder door meldingen af te zetten. Maar zoals Jason Fried het zo goed zegt is het moeilijk om aan die ‘onmiddellijke vraag’ te weerstaan. Vandaar dat ik dit citaat maar even voor ogen hou:

The person with the question needed something and they got it.

The person with the answer was doing something else and had to stop.

That’s rarely a fair trade.

The problem comes when you make it too easy—and always acceptable—to pose any question as soon as it comes to mind.

Most questions just aren’t that pressing, but the urge to ask the expert immediately is irresistible.

Beste collega, mijn excuses

Taking someone’s time should be a pain in the ass. Taking many people’s time should be so cumbersome that most people won’t even bother to try it unless it’s REALLY IMPORTANT! Meetings should be a last resort, especially big ones.

Door te telefoneren had ik inbreuk gemaakt op de zondag van mijn collega. ‘Het is zondag’ was het eerste wat ik hoorde als reactie. Niet als verzuchting, maar als wijs woord van iemand die meteen ‘to the point’ kwam en mij confronteerde met mijn eigen gedrag.

Ik had net hetzelfde gedaan. Iemands tijd genomen. Iemand uit zijn focus en gedachten gehaald, terwijl het helemaal niet hoefde.

It doesn’t have to be crazy at work. En al helemaal niet op zondag.

It doesn’t have to be crazy at work

Ik leerde al veel uit het boek -dat nog niet eens helemaal uit is, maar ik geef alvast dit mee

Je werk is niet je familie, je product is niet ‘je baby’

Dat een CEO van een bedrijf dit volmondig zegt, vind ik geweldig. Hij ziet de waarde van familie. Voor je familie ga je door het vuur, daar vervagen de grenzen van engagement. Geweldig vindt hij dat. Dit geeft je leven zin en voldoening. Maar je ‘werk’ of je bedrijf is geen familie. Dat is begrensd. Dat is ‘maar’ werk, hoe hoog de kwaliteitseisen ook liggen. Er zijn grenzen en mensen blijven mensen, met nood aan tijd om op adem te komen, te herbronnen, samen te zijn met familie.

Pas op met extra’s

In grote bedrijven wordt dikwijls gegoocheld dat je er alles kan doen in vinden ‘op het werk’. Bedrijven met een fitness, een restaurant, kinderopvang etc.
Jason Fried waarschuwt hiervoor. In zekere zin nemen deze bedrijven je leven over, want daartegenover staat dikwijls dat je langer beschikbaar moet zijn of dat de grenzen tussen je persoonlijke leven en werk heel kwetsbaar worden.

De nood aan een sfeer van vertrouwen: de trustbattery

Slechte communicatie, veel werkstress, het gebrek aan rust om met volle focus je werk te doen, kan leiden tot een lege batterij. Leeg voor het volledige bedrijf:

Ever been in a relationship where you’re endlessly annoyed by every little thing the other person does? In isolation, the irritating things aren’t objectively annoying. But in those cases it’s never really about the little things. There’s something else going on. The same thing can happen at work. Someone says something, or acts in a certain way, and someone else blows up about it. From afar it looks like an overreaction. You can’t figure out what the big deal is. There’s something else going on. The trust battery is dead.

A low trust battery is at the core of many personal disputes at work. It powers stressful encounters and anxious moments. When the battery is drained, everything is wrong, everything is judged harshly. A 10 percent charge equals a 90 percent chance an interaction will go south.

Put je mensen uit en je krijgt dit. Tot mijn spijt herkenbaar.

De grootste les : rust en kalmte

‘Calm’ is een woord dat voortdurend terugkomt in ‘It doesn’t need to be crazy at work’. De grondlijn is deze: zorg dat mensen in een zo groot mogelijke rust met volle focus hun werk kunnen doen. Bezorg ze geen nodeloze stress door nodeloze vergaderingen of onmogelijke deadlines. Om 17 uur laptop dicht betekent: niet meer aan het werk. Punt. Ook thuis niet meer. Idem dito voor het weekend en vakanties.

Als je werkt, werk met volle focus, al je energie de best mogelijke inspanning.
Als je niet werkt, doe dan eender wat (hobby, gezin, vakantie) met volle focus.

Ik denk dat dat zoiets is als mindfullness op het werk. Van CEO tot de jongste werknemer.

Geweldig schoon vind ik dat.

Praktisch

Jason Fried, It doesn’t need to be crazy at work, 240 blz., uitgegeven door Harper Collins.
Te koop bij o.a. Bol.com voor € 12,99.

Wat geeft je energie ?

Energievreters versus energizers !

Wanneer het niet lekker loopt in je leven of je werk, dan kan het gebeuren dat je tegen een depressie of een burn-out aanloopt. Het is iets wat niemand wil natuurlijk en daarom is het goed om nu en dan eens stil te staan bij wat je energie geeft en wat energie vreet. Misschien kan je wat dingen veranderen. Gisteren schreef ik al dat ik, in navolging van Laura Vanderkamp, probeer om niet in de valkuil te lopen om te wachten met ‘wat mij energie geeft’ tot ik ‘eens tijd heb’. Mijn ervaring is dat er zelden tijd is, dat ik nog futlozer word en zelfs gefrustreerd. Dus maak voor jezelf eens de oefening: waar loop je helemaal warm voor en wat (of wie !) laat je met een leeg gevoel achter?

De valkuil van talent

Ik hoorde onlangs iemand uit mijn omgeving zeggen dat ze de (veeleisende) job had omdat men haar dit aangeboden had en omdat ze er het talent voor had. Zelf maakte ik het een klein jaar geleden mee. Een prachtig aanbod, vol kansen, goed betaald, prima collega’s en het was overduidelijk een job die mij op het lijf geschreven was. Ik had er het profiel (en talent) voor. Ik mocht een tijd proefdraaien en inderdaad, een geweldige omgeving ! Maar het putte mij behoorlijk uit. Ik legde de lat zo hoog dat ik er niet meer van sliep.Hoe prachtig ook, dit werk zou onder het kopje energievreters vallen.

Je passie hoeft niet samen te vallen met je talent.

Het is echter niet omdat je een krak in wiskunde bent dat wiskunde ook je passie is. Het zal wellicht voor velen samenvallen, maar het hoeft niet.
Ik durf daar zelf best wel mee te worstelen: dingen loslaten waar ik echt goed in ben, maar eigenlijk geven ze me geen energie. Omgekeerd ook: blijven lopen terwijl ik zo’n slome loper ben.

Energievreters

Wist je dat de 5 mensen die je het meeste omringen het meeste invloed op je hebben ? Een simpele denkoefening maakt snel duidelijk wie jou energie geeft en wie je uitput. Negativiteit is besmettelijk, maar evengoed energie en positiviteit! Zo zit ik tijdens cursussen het liefst naast mensen die net (of heel wat) beter zijn dan mij. Er zijn attitudes in sommige collega’s die ik echt bewonder. Hoe ze omgaan met hun werk en leven. Ik kan ze zo opsommen. Dat geldt natuurlijk voor iedereen. Dus waarom je niet omringen met positieve energieke mensen ? Aan energievreter heb je werkelijk niets.

Aan het eind van je leven …

In het boek “Het Antwoord” van Barbara en Allan Pease wordt een onderzoek geciteerd van Bronnie Ware, een palliatief verpleegkundige. Wanneer (stervende) mensen haar vertelden over hun leven en waar ze spijt van hadden, kwamen keer op keer dezelfde thema’s naar boven.

  • Ze waren graag gelukkiger geweest
  • Meer contact gehad met hun vrienden
  • Meer uiting gegeven aan hun gevoelens
  • Minder hard gewerkt
  • Graag het leven geleid dat ze wilden leiden in plaats van het leven dat van hen werd verwacht

Ik vind dit een behoorlijke eye-opener. Misschien zijn de eerste 4 makkelijk te aanvaarden, maar het is net die laatste die mij intrigeert. Hoe vaak doen we niet allerlei dingen omdat ze van ons worden verwacht, of omdat we denken dat ze van ons worden verwacht ?

Als je straks verder werkt (of begint) aan die lange lijst met doelen (prioriteiten zetten, schrappen en rangschikken is een taak voor later !) denk dat dit:

Geef energievreters geen kans

Volg je eigen passie en zet jouw eigen doelen uit !

Allan en Barbara Pease, Het Antwoord, Ontdek wat je wil, formuleer je doel en verander je leven. Uitgegeven door HarperCollins, 2018, 318 blz. Te koop bij o.a. Bol.com voor € 19,99

Gelezen

Gelezen: Hoogsensitief – Elke Van Hoof

hoogsensiviteit

Hoogsensitiviteit in de pers

Het boek ‘leven zonder filter’ van Fleur van Groningen zorgde ervoor dat het begrip hoogsensiviteit de voorbije weken behoorlijk in de media kwam. Ik hoorde Dirk De Wachter op de radio, voor wie de populariteit van het boek geen verrassing was. De krant De Standaard vroeg zich af of hoogsensiviteit een epidemie was of wel iets anders.  Ook bij aanvang van het nieuwe schooljaar viel het begrip. Het begrip was mij niet vreemd. In onze bibliotheek staan 2 boeken van Elaine Aron,  maar die zijn ondertussen wellicht al 10 jaar oud. Tijd om een recenter boek te lezen. (Nog) niet dat van Fleur van Groningen, maar wel eentje van Elke Van Hoof, professor aan de Vrije Universiteit van Brussel.

Uit de academische wereld

Dat ik het boek van Van Hoof eerst wou lezen had goede redenen. Over hoogsensiviteit wordt veel verteld en ik wou een goede omschrijving van wat het wel en niet is. De ondertitel van het boek is “Wat je moet weten” en dat vond ik een goede insteek. Ik wou het vanuit de kant van de onderzoeker horen. Van Hoof is echter geen onderzoeker die enkel met vragenlijsten en statistieken werkt, als klinisch psycholoog gaat ze ook in gesprek met mensen en hoort en ervaart ze hoe mensen met hoogsensiviteit dit werkelijk aanvoelen. Een mooie combinatie dacht ik.

Hoogsensiviteit is niet nieuw

Een groot deel van het boek is gewijd aan de onderzoeken die gebeurd zijn rond hoogsensitviteit. Aron mag dan wel de meest genoemde naam zijn, de omschrijving van dit persoonlijkheidskenmerk gebeurde al eerder. Sinds de eerste boeken van Aron is het begrip verfijnd. Wie het boek van Van Hoof leest merkt dat er nog veel werk aan de winkel is. Het detecteren van hoogsensiviteit staat niet gelijk aan het controleren van de waarde van je witte bloedcellen.
Wie dit boek leest zet zich best wat schrap voor wat ‘droge wetenschappelijke’ kost. Droog, maar mijn inziens toch niet overbodig en geweldig verhelderend !

Persoonlijkheidskenmerk – vloek of zegen

Van Hoof spreekt van hoogsensiviteit als een persoonlijkheidskenmerk. Het is geen stoornis. Het staat niet in de DSM,  zeg maar de encylopedie van mentale stoornissen. Je kan er geen medicatie voor krijgen en het is geen beperking. Van Hoof onderlijnt meermaals de positieve kanten aan hoogsensiviteit, maar geeft grif toe dat het door velen als vloek wordt ervaren. Wie hoogsensitief is, behoort tot een minderheidsgroep en minderheidsgroepen hebben het àltijd moeilijker.  Ik denk dat je het kunt vergelijken met het spreken van een andere taal. Er is niets ‘mis’ met het spreken van Spaans in een omgeving waar de meerderheid Nederlands spreekt. Het is gewoon ‘moeilijker’. Keer het om – een niet HSP in een groep HSP – en dan heeft die andere het moeilijker.

Dat er voordelen zijn aan het hoogsensitief zijn, haalt Van Hoof meer dan eens aan. Maar het blijven voordelen in een wereld die allesbehalve ingericht is op mensen met HSP. Mensen met HSP hebben het echt wel moeilijker, al staat daar ook veel positiefs tegenover.

Hoogsensitiviteit onderscheiden

Hoogsensiviteit mag dan al geen stoornis zijn, toch zijn er kenmerken die bij een aantal ontwikkelings- en persoonlijkheidsstoornissen overlappen. Zo bespreekt ze de overlappingen met ASS, AD(H)D, borderline en hoogbegaafdheid. Die overlappingen zijn echter dikwijls enkel de buitenkant. Het gedrag en de reactie kan in sommige gevallen hetzelfde zijn, maar de oorzaak is dat niet. Ik vond dit hoofdstuk bijzonder verhelderend.

Omgaan met hoogsensiviteit

Al goed en wel. Het hoeft geen vloek te zijn, maar hoe kan je er op die wijze mee omgaan zodat het eerder zegen dan wel vloek wordt ? In het derde deel geeft Van Hoof tips voor het omgaan met hoogsensiviteit op school en op de werkvloer. Ik kan mij voorstellen dat veel mensen juist dit deel belangrijk vinden. . Dit zijn de tips die ze geeft aan werknemers en hun werkgevers:

  1. Ruimte geven om het pauze en check systeem toe te passen. Het gaat hier over tijd geven om te reageren. Het opnemen en ‘processen’ van informatie vraagt voor een HSP-er meer tijd en energie.
  2. Inzetten op co-creatie : werknemers meenemen in beslissingen in dialoog
  3. Hersteltijd bewaken, een vorm van mentale recuperatie
  4. Inzetten op zelfontplooiing, taken geven die intellectueel uitdagend en haalbaar zijn
  5. Prioriteit geven aan procedurele en relationele rechtvaardigheid
  6. Gericht coachen

Prima tips, maar ik kan mij niet van de indruk ontdoen dat dit geldt voor àlle werknemers. Misschien hebben HSP-ers er méér nood aan, maar in mijn ogen zou dit sowieso in een beleid moeten worden opgenomen. HSP-ers in dienst of niet.

Dit deel had volgens mij wat lijviger mogen zijn, maar naar verluidt is er een volgend boek in de maak dat hier specifiek over gaat.

Samengevat

Voor wie op zoek is naar een verfijnde en vanuit de pyschologie correcte omschrijving van wat hoogsensiviteit is (en wat het niet is), geeft dit boek prima antwoorden.
Ik zou het bijzonder willen aanbevelen voor wie in de zorgsector of het onderwijs staat of voor wie een leidinggevende functie geeft en bezorgd is om het welzijn van zijn werknemers. (Iedere leidinggevende hoop ik ?).

Praktisch

Het pijnlijke besef #boostyourpositivity

Normaal heb ik het niet zo moeilijk om iets te schrijven, maar toen de uitdaging luidde om iets over ‘ontspannen’ te schrijven of wat mij onstpant,  begon ik bijna te panikeren.

Wat betekent dat woord ?

Tot mijn pijnlijke besef moet ik zeggen dat ik dat ‘verloren’ ben : het gevoel echt te ontspannen, met een leeg hoofd rond te lopen.

Mijn hoofd is nooit leeg. Ik zie overal mogelijkheden maar spijtig genoeg ook dingen die beter kunnen. En dan denk ik : als ik nu eens dit of dat … Voor veel zaken kan ik de lat gewoon niet ‘laag’ leggen en zeg ik al ‘ja’ voor de vraag gesteld is. (Het nee leren zeggen is dus niet eens aan de orde).

Het besef dat ik, indien ik morgen 48 uur per dag zou hebben dit nog niet genoeg zou zijn voor alles te doen wat ik nog wil (en moet) doen, kan mij ronduit triestig maken.

Ik weet ook dat dat gaat mislopen. Dat wordt mij al eens gezegd. Door mensen die mij graag zien. Die met mij werken. Die mij een beetje volgen. Zo van ‘ik maak mij wat zorgen‘ of ‘misschien moet je toch een beetje minder werken‘, maar dat heeft bij mij de tegengestelde reactie, dan denk ik ‘oei, ik doe het zeker niet goed genoeg‘, of ‘ik moet toch wat letten op mijn lichaamstaal, dat mensen dat niet gaan denken’. Of “niet onnozel doen Kaat !‘.

Ik ben in hart en nieren een work-alcoholic en dat is niets om fier op te zijn. Want als ik bijvoorbeeld op vakantie ben in het buitenland en niet veel ‘kan’ doen, dan denk ik toch projecten uit en word ik zenuwachtig van ‘niet productief zijn’. Vakanties zijn per definitie actief : er moet veel gesport worden, gelezen en bezocht. Jaja, onrust noemen ze dat. En dat is zo. Diepe onrust.

Mijn lief, die kan in een zetel zitten met de gazet en onnozele dingen lezen zonder naar de klok te kijken. Met een kop koffie. Ik word er zenuwachtig van. Maar ik ben er ook jaloers om. Heel erg zelfs.

In één of ander Jommekesboek las ik  héél lang geleden dat er een soort machine of techniek was om je hersenen ‘s nachts uit te zetten. Man, dat zou wel een goede uitvinding zijn voor mij (tenzij ze mijn hersenen dan stelen, zoals gebeurde in het boek, zoveel herinner ik er mij wel van).

Ik ben veel bezig met productiviteit en efficiëntie, met automatisering (indien mogelijk) e; al heeft het mij veel geleerd, ik merk ook dat het mijn leven teveel heeft ingenomen. Zo gaat het lezen van boeken via percentages op Kindle en niet via pagina’s. Ik heb ‘doelstellingen’ : zoveel moet ik gelezen hebben. Hetzelfde met sporten : ik durf het product (cijfer !) wel eens belangrijker vinden dan de ervaring zelf.

Ontspanning. Ha, ik word er zenuwachtig van. Het gedacht alleen al.

Oeps ! Niet zo positief ! Maar soms heeft een mens een schop onder zijn … nodig, en dàt is alvast wel positief !  Goed dat jullie mij nog eens goed wakker schudden !