Tagarchief: tips

Blessurevrij lopen

Gelezen: Blessurevrij lopen

Wat voor loper je ook bent je wil graag blessurevrij lopen

Of je nu een prestatieloper bent (wedstrijden), een belevingsloper (om het plezier van het lopen) of een verdiepingsloper (even weg van alles, weg van de stress): je wil geen blessures.
Voor veel mensen is lopen iets wat hun leven verrijkt en zelfs ondersteunt. Het zit in hun wekelijkse routines en het is belangrijk, of je nu traag loopt (zoals ik) of niet.
Ik schreef ooit dat ik bijna depressief werd ten tijde van een loopblessure. Voor niet lopers wellicht moeilijk te geloven, maar wie loopt zal er wel iets in herkennen.
Maar hoe blijf je blessurevrij lopen ?

Blessurevrij lopen - wat is een goede loopschoen?

Heilige huisjes omver blazen

Veel meningen zijn er over blessurevrij lopen, want uiteraard: beter voorkomen dan genezen. John Rooms schopt in zijn boek tegen veel heilige huisjes. Hij noemt het misverstanden en legt uit waarom.
Wie nu en dan een hardloopboek ter hand neemt zal inderdaad even opkijken bij dit boek, maar daarom is dit net geen boek waarvan er al 13 in een dozijn zijn.

  • Is het echt een dogma dat je moet landen op je hiel ?
  • Heb je wel loopschoenen nodig ?
  • Het adagio: zoek schoenen die dempen, is dat wel zo zaligmakend?
  • Strechen, is dat geen pure tijdverspilling ?
  • En hoe zit het met de voeten?

Don’t just start to run

Je overtuigingen over lopen worden flink aan de tand gevoeld door John Rooms. Hij heeft – volgens mij geheel terecht – zijn bedenkingen bij de vele Start to Run programma’s. Niet dat hij er tegen is, maar gewoon ‘Don’t just start to run’. Ik heb zelf menig loper zich binnen de kortste keren in véél blessureleed zien lopen. Zo’ schema houdt immers niet altijd rekening met de individuele lichaam van een loper, laat staan de voorgeschiedenis ervan.

Word je er een betere hardloper van?

Geen idee of ik van al zijn tips sneller zal worden (wat ook mijn doel niet is), toch had ik best wat aan het boek. Het loopt dikwijls mis als ik geforceerd loop, als ik op die manier loop die ik ‘in de boekjes’ heb gelezen. John Rooms benadrukt dat je je eigen stijl moet vinden en legt uit hoe je die vindt.

Op tijd of hartslag lopen kan je dan misschien helpen om nog meer of sneller te lopen, maa comfortabel trainen moet in mijn manier van werken een doel op zich worden. En het fijne aan die manier van werken, is dat zodra je de drang loslaat om iets te bereiken of je grenzen te verleggen, alles plots beter gaat’. (p. 102)

Functional Running

Het tweede deel van zijn boek staat in het teken van functional running. Hoe kan je die inzetten om blessurevrij te lopen? In 5 stappen leert hij je hoe je kan bouwen aan een ideale loophouding.

  • De basishouding oefenen en observeren
  • De basisbewging van de voet observeren
  • De kern
  • Natuurlijke loopbeweging
  • Je looplichaam optimaliseren

Vervolgens stelt hij een eerste trainingsweek en eerste trainingsjaar voor.

Ook al ben ik niet onmiddellijk laaiend enthousiast over alles wat hij voorstelt, hij doet mij wel op een andere manier nadenken over mijn lopen. In dit deel staan ook heel wat oefeningen met foto’s die goed haalbaar zijn. Sommige kende ik al, andere zijn totaal nieuw. In weinig boeken heb ik zoveel aandacht gezien voor de voet alleen al, tenzij het over de voetlanding ging.

Na het lezen van dit boek…

Ik haat blessures, wellicht als zowat iedere loper. Anderzijds moet ik toegeven dat ik dikwijls compleet onaandachtig loop, wat ik overigens één van de voordelen van lopen vind. Het boek heeft me wel tot enkele inzichten gebracht die ik makkelijk kan integreren. Zoals bv. toch nu en dan eens op andere loopschoenen lopen. Ontspannen lopen en hoe ik dat het beste kan. Zorg dragen voor dat lichaam (door oefeningen) dat iedere keer een gigantische schok ondergaat bij elke looppas.

Ik denk zelden tot nooit aan loopblessures, tot het moment er is natuurlijk. Dat moet je zien als een aansporing tot verandering, zegt John Rooms.
Zover wil ik het liever niet meer laten komen, dus volg ik netjes de preventie-oefeningen en let ik toch iets meer op mijn loophouding.
Ik zou het zo hard missen, dat lopen !

Praktisch

John Rooms, Blessurevrij lopen, ontdek je ideale loophouding in 5 stappen en vermijd blessures, een uitgave van Lannoo. Het telt 176 blz. en je kan het rechtstreeks via Lannoo kopen, het boek kost € 25,99 euro (paperback).

Koop Belgisch! Lannoo levert meestal binnen de 2 dagen, mocht je daaraan twijfelen.

Koopjes bij Lannoo!

Ik geloof dat ik het pas een jaar geleden toevallig zag. Uitgeverij Lannoo die aan uitverkoop deed, met kortingen van 50 tot 70 procent. Dat kan tellen!
Prima om mijn verzameling wandelboeken uit te breiden, en laat Lannoo daar nu net goed in zijn.

Een budget van 25 euro: goed voor 4 boeken

Ik bepaalde vooraf mijn budget op 25 euro. Zo’n budget is best handig, want het is o zo verleidelijk om je mandje boordevol te vullen. Ook de keuze voor wandelboeken was al een beperking, want uiteraard ligt er veel meer op de koopjesplanken. Met de lente (en het campingseizoen) voor ogen, wou ik echter boeken die naar buiten zouden leiden in plaats van de knusse zetel waar ik ook al zo graag lees.

Lannoo bestelling boekenmarkt

Dit werd mijn bestelling, goed voor € 21,94. Twee keer Gent en twee keer de Ardennen. Twee dagen na bestelling werd die netjes door onze sympathieke postman geleverd.

Nu weet ik meteen waar één van mijn volgende kampeertrips naartoe gaat. Gent ken ik redelijk goed, ik studeerde er 2 jaar en ging er veel kamperen. Maar het bleef bij de ‘klassiekers’, met de twee bovenstaande boeken hoop ik Gent eens van een andere kant te zien.

Nieuw en avontuurlijk: de Ardennen

Natuurlijk ben ik al vaak in de Ardennen geweest, welke Vlaming niet? Alleen, ik ben er nog nooit gaan kamperen en dat is een beetje jammer. Ik maak er soms wel wandeltochten maar altijd op kousevoetjes, alsof het een vreemd land blijft.

Daar wil ik de komende lente verandering in brengen. Durbuy ligt dichterbij dan Zeeland (dat overigens écht wel buitenland is!), dus wat houdt me tegen? Wellicht het onbekende, en daarom hoop ik dat deze boeken me over de streep zullen trekken. Het ziet er daar immers meer dan de moeite uit.

Neem gerust een kijkje op die boekenmarkt (tot 31/3), misschien ben je, net zoals ik echt wel verrast. O, en vanaf € 20 betaal je geen verzendingskosten. Ik geef toe dat dat mee het budget bepaalde!

Gelezen: De Columbus – Wim Lybaert & Laurens Verbeke

Wil niet iedereen een Columbus?

Ik ben fan van het eerste uur van het TV-programma De Columbus. In mijn wildste dromen haal ik een C-rijbewijs en rijd ik net als Wim Lybaert met een pracht van een Columbus doorheen heel Europa. Eerlijk waar, ik zou er zelfs een behoorlijke cursus techniek voor over hebben om aan zo’n avontuur te beginnen.

De Columbus
Credits De Liefhebbers

Anderzijds is wat Wim Lybaert in De Columbus doet, me ook niet helemaal vreemd, misschien moet ik gewoon wat meer leren loslaten.

Columbussen als werkwoord, state of mind

Toen ik het boek kocht, dacht ik dat het een verslag zou zijn van de avonturen die Wim Lybaert met zijn gasten in zijn bus beleefd had. Uitgebreider, uitgeschreven gesprekken, routekaartjes en lijstjes met mooie plekjes.

Dat is het boek echter helemaal niet. De boodschap van het boek is: “Iedereen kan Columbussen” en zelfs zonder C-rijbewijs (sic!) of Columbus. Columbussen is een state of mind. Het hoeft ook niets te kosten, het enige wat je moet doen is er gewoonweg voor gaan.

Zeven wegwijzers om te columbussen

Het boek is opgebouwd in 14 kleine hoofdstukken. Zeven wegwijzers wijden je in in de kunst van het columbussen. Laurens Verbeke (televisiemaker De Columbus) nam ze voor zijn rekening. Vervolgens schrijft Wim Lybaert over zijn ervaringen met 7 wegwijzers. Wim blijkt van nature helemaal geen Columbusman te zijn, maar eerder iemand van de planning en de controle. Iemand die de lat heel hoog legt en het liefst weinig aan toeval over laat. Heel soms zie je dat tijdens een aflevering van De Columbus. Dan is er heel lichte paniek, een bezorgdheid over de plaats waar ze zullen slapen. Ook voor hem is het Columbussen een confrontatie en leerschool.

Hoe realistisch zijn de 7 wegwijzers ?

Eerlijk gezegd (en toch met al wat ervaring) vind ik de wegwijzers best wel realistisch. Mijn ouders waren in wellicht Columbussers avant la lettre, maar ik denk dat dat voor wel meer mensen van hun generatie geldt. Een goede voorbereiding bestond erin dat de auto technisch nagezien werd, de ‘landkaarten’ (nationale ! niet eens regionale) in de auto waren en ‘ vreemd geld’, zoals mijn vader dat noemde. Euro’s waren er niet.

Ze maakten nooit reserveringen voor een camping en we sliepen meermaals in de caravan tijdens een doorreis op de marktplaats van een Frans klein dorp. Toen kon dat nog allemaal. Wim Lybaert doet het mijn zijn bus nog altijd, maar dan niet op een marktplaats, maar ergens in the middle of nowhere.

(1) Vertrekken zonder plan en je (2) laten leiden door het toeval zit me dus al van jongsaf in het bloed. De snelweg vermijden (3) is de allerbeste tip en ja ((4) het volgen van de bochten is best realistisch.

Het moeilijkste lijkt mij altijd het (5) loslaten van de tijd. Niet dat ik continu op mijn uurwerk kijk maar zelfs op vakantie zit er soms een lijstje in mijn hoofd te zeuren. Ik wil dat en dat en dat gezien hebben. Zoals hij zelf schrijft ‘afvinken als een to do lijstje‘.

Het volgen van je verbeelding (6) is iets wat je moet oefenen en in de aankomst het begin vinden (7) is zoveel al de weg is het doel. Dus ja, de wegwijzers zijn best realistisch.

Voor wie is dit boek ?

De Columbus

Ik denk dat het een misvatting zou zijn als enkel mensen die graag willen reizen of kamperen iets aan dit boek zouden hebben. De filosofie is veel groter dan ‘de manier waarop’. Ik vind er zelfs regelrechte levenslessen in: durf je soms gewoon eens gooien in iets. Zonder plan. Met verbeelding. Laat de tijd los.

Uit alles in het boek, en al helemaal tijdens de serie blijkt een geweldige waardering voor het gewone. Een zonsopgang, een oud kerkhof, kletterende regen, vliegeren met de wind op kop. Het zijn doodgewone dingen die bijna betoverend zijn in de serie.

Dat je er geen Columbus moet voor hebben, nee. Dat je morgen simpelweg, tijdens de lunchpauze op je werk, je boterhammen kan meenemen naar een stukje natuur en zien: hé, zo kan het ook, al is het in een park en heb je maar 60 minuten. Voor je het weet zit er een onbekende bij je op de bank en ben je aan het columbussen.

Praktisch

Wim Lybaert & Laurens Verbeke, De Columbus, het is beter om te reizen dan om aan te komen, uitgeverij Angéle/Standaard Uitgeverij, te koop bij o.a. Bol.com voor €22,50.

Koop bij bol.com

Diep Werk

Gelezen: Diep Work – Cal Newport

Een boek met behoorlijk wat impact

Wanneer een boek je ertoe aanzet om je leven te veranderen, dan heeft het impact! Diep Werk van Cal Newport is zo’n boek voor mij.
Vertrekkend vanuit de vaststelling dat we leven en werken in een wereld waarin afleiding ons continu bedreigt en effectief meeneemt, houdt hij een pleidooi voor ‘diep werk’. Of anders geformuleerd: hoe je je aandacht best houdt bij wat er werkelijk toe doet. Het resultaat is werk van hogere kwaliteit en méér rust.

Tijdsregistratie – Laura Vanderkam

Ik kwam bij dit boek via een omweg. Laura vanderkam onderzocht de tijdsbesteding van honderden mensen en ze vergelijk de perceptie van drukte met het effectieve echte werken. De resultaten waren verbluffend. Veel mensen hadden de indruk veel meer te werken dan ze effectief deden. Ik vermoedde dat het bij mij niet anders was. Hoe kwam het dat ik zo weinig gedaan kreeg, terwijl ik toch de indruk had vele uren te werken?

Net als in het boek van Laura ging ik aan tijdregistratie doen. De resultaten waren gelijklopend met haar onderzoek. Dat ik geen vruchten plukte van mijn werk was (in mijn geval) vooral te wijten aan teveel afleiding. Die afleiding betekende helemaal niet dat ik doelloos bezig was of zelfs niet aan het werk. Alleen stak ik veel tijd in dingen (werk) die er niet zo toe deden. Ik stak (steek !) veel tijd in dringende niet belangrijke zaken (Cal Newport noemt dit oppervlakkig werk) en laat de belangrijke, niet dringende dikwijls op het tweede plan staan. Gelukkig ben ik al wat minder verslaafd aan verleiding.

Grote projecten vragen diep werk

Ik sta er te weinig bij stil, maar grote werken vragen grote blokken aaneen gesloten tijd. Hier en daar een beetje werken (al is het in termen van uren) brengt weinig diep werk, laat staan creatief werk; tot stand. Nu en dan een paar uurtjes hier en een paar uurtjes daar werken geeft wel resultaat, maar is zelden diep of vernieuwend. Mijn ervaring leert me dat hier en daar tussendoor een uur of enkele uren werken hetzelfde is als ‘onderhoud’, het zorgt ervoor dat alles loopt, maar ook niets meer.

Regels voor diep werk

In het tweede deel van zijn boek somt Cal Newport de regels voor diep werk op. Hij komt heel dikwijls terug op het ritualiseren van werk. Gewoontes zorgen er immers voor dat je minder wilskracht nodig hebt en dat je daar alvast geen energie hoeft in te steken. Voor mij betekent het bijvoorbeeld dat ik zowel tijdens de week als in het weekend vroeg opsta. Dat geeft mij niet enkel tijdwinst, het maakt alles ook een stuk makkelijker. Uiteraard lukt dat niet zonder evengoed op een relatief vast tijdstip te gaan slapen!

Voor wie alle regels wil kennen, raad ik het boek aan, maar dit zijn alvast dingen die ik wil onthouden en toepassen.

Ritualiseren

Wat je ‘gewoon’ bent kost minder energie en maakt het je een stuk makkelijker. Voor mij betekent ritualiseren steeds meer dat ik blokken van ongeveer 4 uur vast zet in de week om bepaalde dingen te doen. Het loont mij veel meer om in blokken van 4 uur mijn lessen voor te bereiden, dan wel in 4 springuren. Eerlijk: Volgens Calport is een blok van 4 uur niet voldoende om echt diep werk te doen, maar hé, ik moet ergens beginnen.

Werk zoals een bedrijf

Hier verwijst hij naar de 4 disciplines van Covey. Concreet betekent het dat je (a) focust op je doel. Voor mij is dat heel belangrijk. Wat wil ik nu doen en wat wil ik bereiken met deze 4 uur ? Wanneer ik het over afleiding had die ook werk was, ging het meestal hier fout. Ik zag een mailtje van een collega en ging er vervolgens op in en van het één kwam het ander. Je houdt (b) Je meet gedrag en doel. Dat klinkt veel harder dan het is, je houdt gewoon bij wat je effectief gedaan hebt en wat je met je tijd hebt gedaan. Soms besluit ik dat ik mij toch weer heb laten gaan aan allerlei ‘verleiding’. Dit sluit helemaal aan bij Vanderkams tijdsregistratie. Ik heb daar nog een hele weg in te gaan. Als ik zie wat ik effectief gedaan heb (half uur na half uur) dan valt dat soms nogal tegen. Werk aan de winkel ! (c) Hou een motiverend scoreboek bij. Van 4 klassen toetsen verbeterd! 2 books ahead in de Goodreadschallenge! Loopschema afgevinkt ! Het laatste principe is dat van (d) de verantwoording. Ik ‘verantwoord’ mijn werk niet aan anderen, maar ik evalueer mijn werk wel. Waarom heb ik niet gedaan wat ik van plan was? Wat waren de hindernissen? Hoe kan ik het voorkomen? Verantwoording is in mijn geval eerder evaluatie van de prestaties.

Omarm verveling

Ik kan dit vrij eenvoudig samenvatten: werk lang en met volle concentratie. Stop vervolgens. En werk dan totaal niet meer. Laat het allemaal los.
Beide vragen discipline, zowel het loslaten van het werk (ja hoor !) als het geconcentreerd werken. Maar wie dit kan, komt tot de mooiste productiviteit, in het nietsdoen en niet ‘bepaald’ bezig zijn verwerken je hersenen allerlei informatie en indrukken en kunnen ze compleet out of the box nieuwe dingen én oplossingen bedenken. Wanneer je met je neus continu op je werk zit, valt dit soms dik tegen.

Pas het pareto-principe toe

Ik ken dit principe al lang. Ondertussen herken ik de 80/20 regel gelukkig al heel snel. Vroeger zou ik altijd voor de 100 gegaan zijn, maar dat is niet altijd even zinvol. Om het even simpel samen te vatten: ik merk(te) dat ik ontzettend veel tijd kon steken in iets wat het product maar een klein beetje beter maakte. Ik zeg niet dat ik 80% van de tijd in een voordeel van 20% stak, maar wel dat ik voor de laatste 10% dikwijls 50% (tijds-)investering deed. Dat is niet lang niet altijd wijs. Nu vraag ik mij dikwijls af of die verhouding wel te verantwoorden is. (Goed is soms gewoon goed).

Newport zegt in dit verband overigens iets over de valkuil van het voordeel. Wanneer we ergens een voordeel inzien, dan zijn we snel bereid om ervoor te gaan. Hij raadt aan om het voordeel over lange tijd te zien en te kijken of het uiteindelijk wel een voordeel is. Ook voordelen ‘kosten’. Als voorbeeld haalt hij het uitbesteden van werk aan. Dat kan je meer kosten (geld) maar omdat je zelf niet over voldoende competenties beschikt en ondertussen niet aan je eigen werk bezig kan zijn, is het op lange termijn misschien toch beter om dingen uit te besteden.

Omgaan met mail

Ik had en heb duidelijk nog veel te leren als het over email gaat. Meer en meer ‘leer’ ik dat ik niet altijd hoef te antwoorden. Ik krijg behoorlijk veel mails om samen te werken voor deze blog. Vroeger stak ik daar behoorlijk veel tijd in om iedere keer netjes te antwoorden en werd het een heen en weer gemail. Tegenwoordig antwoord ik veelal niet. Dat ik dat niet doe heeft alles te maken met de wet van voordelen: het mag dan wel een voordeel(tje) hebben, ik wil het meestal niet omdat ik liever mijn tijd aan iets anders besteed.

Ik werk al een hele tijd met standaardmails en merk dat dit goed en efficient werkt. In die standaardmails hoef ik maar enkele details aan te passen en geen hele zinnen meer te typen. Ze zijn zo opgesteld dat de informatie overzichtelijk is en ik niets vergeet.
Vervolgens plan ik dergelijke standaardmails in zodat ik ze op 1 dag allemaal kan doen. Er zijn heel wat mails die overigens geen onmiddellijk antwoord vragen. Antwoorden binnen de week is prima, zeker als de andere partij iets van je wil. (Klinkt dat aanmatigend ?)

Laat de mailer voor je werken
Dit advies van Newport vind ik geweldig goed, maar ik durf het nog te weinig in praktijk brengen. We nodigen je graag uit om te brainstormen over… Er is een vergadering gepland over ….., ik wil graag eens met je spreken over…….(werkgerelateerd). Dat is zo vaag dat het om tijdsverlies vraagt. Cal Newport raadt je aan om de mailer te laten werken. ‘Som op wat je concreet van mij verwacht’. ‘Wat wil je concreet op de vergadering bespreken en welke input wil je van mij ?’

Eerlijk gezegd, ik durf dat nog niet goed, maar ik krijg toch steeds meer last met mails waarop staat ‘we nodigen je uit om eens samen te zitten rond …’.
Tja, dat zit je samen rond een onderwerp en duurt het nog een uur voor we weten welke kant het op moet gaan.

Samengevat

Diep werk van Cal Newport is een boeiend, maar ook behoorlijk confronterend boek. Het belooft niets, integendeel, het is een schop onder je kont. Wie alle adviezen kan volgen komt zeker tot groot werk, maar niet iedereen kan geheel en al meester zijn van zijn tijd. Als je baas nu en dan langskomt voor een praatje kan je moeilijk vragen dat hij dat niet doet omdat jij geconcentreerd wil werken. Idem met kinderen als je thuis werkt.
Enkele dagen ver van gezin en alles op een berg werken is wel één van de suggesties die hij doet, maar voor de meeste mensen wellicht absoluut niet haalbaar.

Dat betekent echter niet dat er veel is dat je wél kan doen. Ik kan wél in de bibliotheek enkele uren werken. Telefoon in de auto en wifi af. De bewustwording van tijd (Vanderkam) en van wat je effectief doet versus wat je denkt te doen, zal je zeker overtuigen van de noodzaak van diep werk. Tenslotte betekent diep werk ook dat je meer stressvrije tijd hebt om die dingen te doen die je echt of ook wil doen.

Cal Newport, Diep werk, werken in een wereld vol afleiding. Een uitgave van Business Contact, 4de druk 2019, 272 blz. Te koop bij o.a. Bol.com voor € 15.