Categorie archief: “Het Werk”

1000 vragen over mezelf

1000 vragen #45 Hoe laat sta je meestal op ?

opstaan

Opstaan in een ideale wereld

In een ideale wereld zou ik rond half acht opstaan. Dat is ook het uur dat ik prefereer in de vakanties en als er ooit zoiets komt als een lang en gezond pensioen, dan zou dit mijn uur zijn. Dit zou de rest van de dag worden :

  • 7u30 : opstaan
  • 8 uur : ontbijten met de krant. In mijn ideale wereld zou ik ik veel tijd besteden aan het (bereiden van) mijn ontbijt. Het blijft tenslotte mijn lievelingsmaaltijd. Dat kon je hier en daar al zien.
  • voormiddag : sporten en lezen
  • over de middag :  een lichte lunch
  • in de namiddag zou ik werken tot een uur of 6
  • vooravond : eten met vrienden
  • avond : lezen of verder werken

Maar dat ideale leven heb ik niet.

Reality-check : wanneer sta ik op ?

Toch verschilt het niet zo erg van de realiteit, tenminste het uur van opstaan. Ik sta meestal rond 6 uur 30 en dat vind ik dus echt een uur te vroeg. Ik heb het geluk een ochtendmens te zijn en geen last te hebben om uit bed te raken, maar het voelt niet synchroon met de natuur en de zon. Zeker al niet in alle seizoenen dat het géén zomer is !

Volgens mijn echtgenoot – die lekker langer slaapt – hoeft dat ‘vroeg opstaan’ niet. Maar ik heb het graag rustig ’s morgens. Zo vertrek ik al voor 7 uur naar het werk, terwijl de eerste lessen pas om 8.15 beginnen. Dat heeft alles te maken met de verkeerschaos en de files. Ofwel vertrek ik zo vroeg en rijd ik vrij fileloos naar het werk en dan ben ik tegen 7.30 uur op het werk. (Nog altijd 45 minuten te vroeg !). Of ik vertrek een kwartier later en dan ben ik tegen 8 uur op het werk. Het betekent gewoon langer in de auto zitten én meer kans om te laat te komen. Eenmaal ik regio Leuven binnenrijd ‘stropt’ het, en zelfs op mijn werk geraken (met riante inrijlaan) is een probleem, een echte bottle-neck waardoor mijn werk tijdelijk bijna onbereikbaar wordt.

Het fileprobleem

Dat ik er zo lang over doe om 25 km te overbruggen doet mij soms zuchten én verlangen naar een andere werkplaats. Vroeger lukte het me nog om tenminste in het terugkeren fileloos naar huis te rijden, maar ook dat is niet meer het geval.

Een rustig begin van de dag is het vroege opstaan waard

Toch heb ik veel over voor een rustig begin van de dag. Wanneer ik om 7u30 op school arriveer is er bijna nog niemand. Het is er bijzonder rustig en dankzij een prima kok staat de verse koffie al klaar. Tijd om rustig mijn dag te overlopen en de lessen die moeten gegeven worden. Tijd om een praatje te slaan met andere vroege collega’s. Daar kan ik wel van genieten. Dat ik daarvoor vroeger moet opstaan deert me niet. Die rust is me veel waard ! Liever dat dan opgejaagd en lang in de file !

 

Dinsdagwijsheid : tijd voor mensen

We love our stuff. We name our cars. We worship work. We pray at the altar of productivity. We use busy as a status symbol. Who has time for people?

Je werk komt niet naar je begrafenis

Ik las een schitterend artikel van Tod Brison over het belang van mensen. Deze zinnen troffen mijn oog :

We love our stuff.
We name our cars.
We worship work.
We pray at the altar of productivity.
We use busy as a status symbol.

Who has time for people?

Ik kon alleen maar zeggen. Eu ja, dat is zo. Op de auto na dan, want die heeft geen naam. De drukte achtervolgt mij overal. Durf ik ze te ontvluchten, dan overvalt ze mij toch, want de hele wereld zit in tijdsnood. Alsof het morgen gedaan is.
Ooit is het gedaan, en dan ?

Wat is de nalatenschap van mijn leven ?
Dat ik hard gewerkt heb en geen tijd had voor mensen ?

Ik hoop van niet.

 

Snapshot diary

Snapshotdiary week 13/2017 – klassenraden en laatste loodjes

snapshoit diary
Hard werken dus ook zelfzorg : lekker eten en ontbijten, de eerste keer een rokje aan (lente !) en eindigen in schoonheid, Zeeland dus !

Klassenraden: iedereen over dezelfde lat ?

Het was aftellen naar vrijdag. Voor al mijn collega’s denk ik. De verbetermarathons hadden vele collega’s murw geslagen en toen kwamen nog de klassenraden, lees : vergaderen van 8 uur 15 tot zo’n uur of 15 en dat twee dagen lang. Ernstige klassenraden want voor vele leerlingen wordt op dit moment een blik op hun toekomst gegund. Gigantische ernst, zeker met het toenemende aantal zorgleerlingen die allemaal een eigen aanpak vragen. Altijd opnieuw is het balanceren op een geweldig slappe koord : moeten leerlingen met beperkingen over dezelfde lat ? In hoeverre zijn hun resultaten beïnvloed door hun beperking ? Zouden ze het zonder die beperking beter doen ?
Het zijn vragen waar niemand ooit een helder antwoord  op heeft. Wat met leerlingen wiens ouders door een vechtscheiding gaan ? Die heeft officieel geen ‘beperking’ maar het staat voor zich dat zo’n leerling niet optimaal presteert.
Door het volgen van een procedure proberen we zo’n goed mogelijk beeld te krijgen.

De dagen van klassenraden zijn de zwaarste van allemaal.

De vakantie is in aantocht

En toen was het plots gedaan. De laatste leerling (nummer 24 !) van klas F werd besproken en de papieren werden verzameld. Nu nog een pak papieren ordenen en dossiers aanvullen. Maar oef, de zwaarste dagen waren voorbij.

Ik heb geweldig afgeteld naar de vakantie. Ik wou maar één ding : het hoofd compleet vrij maken ! Het plan om naar de Opaalkust te gaan werd afgevoerd en vervangen door Zeeland. Een veilige keuze en … Zeeland stelt nooit teleur !
Het werd Vlissingen, met een camping die een eigen deurtje heeft naar het strand.

Benoeming tot tolk

Op zondag fietste ik al richting Veerpont (Vlissingen/Breskens) waar ik als tolk fungeerde voor twee Oostvlaamse dames die de bestelling van een broodje en een ijsje maar niet gemaakt kregen. Het was een scène die zo in Mister Bean zou kunnen, het ene misverstand na het andere werd er aan elkaar gerijgd. Uiteindelijk benoemde ik mezelf tot tolk.

Alles valt hier op zijn plaats

En verder is hier alleen… Zeeland. Het is diepe liefde tussen ons. Hier komt mijn geest tot rust, everything makes sense here. 

De voorbije weken waren het maar saaie en wkeinig energieke snapshot diary’s. Ik hoop dat Zeeland daar wat verandering in brengt ! Ik laat jullie alvast meegenieten. Dat kan trouwens makkelijk via Instagram.

1000 vragen over mezelf

1000 vragen #42 Was je goed op school ?

school

Plichtsgetrouw

Over deze vraag hoef ik niet lang na te denken. Ja, ik was goed op school en ja, ik ging voor de cijfers. Ik wou presteren voor mijn ouders, voor de leraren en voor mezelf. Daarenboven heeft Moeder Natuur mij gezegend met iets wat echt wel helpt bij een schoolcarrière : een interesse is zowat alles. Ik was hongerig naar kennis en het maakte (bijna) niet uit wat het was, ik vond alles goed en alles interessant. Bovendien kan ik mij niet herinneren dat het concept ‘slechte leraar’ in de zin van ‘slecht lesgeven’ in onze gedachten opkwam, gezagsgetrouw als wij waren.  Een ‘slechte leraar’ was in onze ogen iemand die geen gezag had. Maakte niet uit of hij of zij al dan niet goed les gaf.

Werken

Die interesse en het feit dat ik – nu nog altijd – gewoonweg graag studeer heeft me echt wel ver gebracht. Want in alle eerlijkheid : dat ik goed presteerde had ook veel te maken met mijn gedisciplineerd en hard werken. Ik was geen leerling (of later student) die er al flierefluitend door walste.  Natuurlijk heb je een stel hersenen nodig, maar toch denk ik dat ik het vooral van het werken resultaat haalde. Werken en regelmaat, wachten tot de examens er waren is nooit mijn ding geweest. Dat zou mij knock-out slaan van de stress.

Zelden kritisch

Als ik terugkijk naar mijn scholieren- en studententijd dan kijk ik naar mezelf als iemand die weinig kritisch was.  Ik las ontzettend veel en stelde veel vragen, maar ik ging er redelijk van uit dat al die mensen (leraren en schrijvers) het sowieso bij het rechte eind hadden. Dat ook grote geesten het verkeerd voor kunnen hebben, kwam niet in mij op.
Zo was ik tijdens mijn studententijd een gigantische fan van Simone de Beauvoir en geloofde vol overtuiging de stelling dat je vrouw/man ‘gemaakt’ wordt door de maatschappij en dat niet bent bij geboorte. Een stelling die door tal van neurologisch onderzoek ondertussen compleet ondermijnd is. Maar dat laatste maakt eigenlijk niets uit, ik dacht ‘waarom zou het niet waar zijn als zo iemand dat zegt ?’

Trouw aan het gezag

Ik volgde les in een homogeen meisjesschool waar ik – alle dagen met schort aan – gedrild werd om gehoorzaam te zijn en ‘Gezag’ als een absolute waarde werd aanbeden. Opvoeden tot kritische volwassenen zat er niet in. Opvoeden tot zelfstandigheid ook niet. En al werd het niet expliciet meegegeven, het onderwijs was ronduit seksistisch. Wie tijdens het vrije half uurtje (internaat) met een jongen praatte op weg naar de bibliotheek kon zich aan een fikse straf verwachten. Tenslotte wilden jongens maar één ding en wie met jongens praatte verkocht in hun ogen al lijf en leden.  Wij morden wel wat, maar waren verder trouw aan het gezag. We durfden niet anders.  Het was de tijd waar je nog van school kon vliegen omdat je met jongens omging.

Gehoorzaam zijn

Soms vraag ik mij af of ik niet beter meer had gerebelleerd. Het gezag in vraag had gesteld. Kritischer was geweest. Ik vrees echter dat je kritisch zijn ook moet leren. Nu lijkt het alsof ouders en leerlingen overal vraagtekens bij plaatsen, maar toen zat dat allemaal op één lijn. Gehoorzaam zijn, don’t make waves. 

Ja, ik was een goede leerling. Maar nu ik er op terugkijk is dat toch met gemengde gevoelens.