Categorie archief: vrienden

1000 vragen

10 000 vragen #88 Wie van je vrienden ken je het langst ?

vrienden

Vrienden onder de kerktoren

“Rozen verwelken en schepen vergaan
maar onze vriendschap blijft steeds bestaan”

Het is een versje dat ik nu en dan terugvond ik mijn poëzie-album. Een soort boekje dat je doorgaf aan je vriendinnen (ik zat op een meisjesschool) om er een tekening in te maken. Links stond de tekening en rechts stond de naam van de vriendin, meestal vergezeld van een versje. Eentje zoals hierboven.
Geen idee of die gewoonte nog bestaat, maar ik weet wel dat ik er heilig van overtuigd was dat de mensen om mij heen altijd rond mij zouden blijven. Mijn leven speelde zich – wat contacten betreft – letterlijk onder de kerktoren af. Een dorpsschooltje, muziekschool, ‘Woord’, het waren altijd dezelfde kinderen in dezelfde klasjes. Een diameter van zo’n 5 km rond de kerk.
Vanaf de eerste kleuterklas was ik bevriend met Katrien en wij waren evengoed overtuigd dat het altijd zo zou blijven. Of liever: geen van ons beiden stelde zich daar vragen over.
Wij bleven in dezelfde klas (er was maar één klas per leeftijd) en zwaaiden beiden af in het zesde leerjaar. Ach ja, ‘afzwaaien’. Toen werd daar nog niet zoveel aandacht aan besteed. We bleven gewoon samen tot de laatste schooldag.

Naar de stad

Katrien en ik vertrokken naar dezelfde middelbare school zoals ongeveer iedereen in ons dorp. Maar we zaten niet meer in dezelfde klas. We volgde niet dezelfde richting. Ik ging op internaat en zij fietste op en neer naar huis. Ik ging haar missen. Geweldig missen. In dat eerste jaar waren 16 klassen. Van zo’n dikke honderd leerlingen naar zo’n kleine duizend. Ik miste de intimiteit van de dorpsschool. Het over en weer fietsen op de middag om thuis lekker warm te eten. De school werd een fabriek. Weg warmte en ook weg vrienden. Allemaal. Geen één heb ik over gehouden. Ik kreeg nieuwe vrienden dankzij het internaat. Maar omdat zij geografisch van overal kwamen was er buiten school geen contact. De ene keer zat ik in die klas en dan weer in een andere. Niet zo’n goede basis voor lange vriendschappen. Toen werd nog helemaal geen rekening gehouden met wie je in de klas zat. ‘Welzijn’ stond nog niet op de onderwijsagenda. Dat klinkt allemaal een beetje bitter, maar dat waren gewoon de tijden. Er werd ingezet op goed en degelijk onderwijs en op presteren. Nu lijkt de pendule in de omgekeerde richting te zijn omgeslagen.

Naar Gent en Leuven

De echte goede vrienden – met wie ik nog altijd contact heb – kwamen er in Gent en Leuven waar ik studeerde. Vriendschap heeft tijd en vrijheid nodig. Tijd om te babbelen, om samen dingen te doen, vrijheid om zelf te beslissen wat je samen doet. Als ik terugkijk naar mijn studententijd en de mensen die toen om mij heen waren, denk ik dikwijls dat dit de meest vormende jaren waren. Die vrienden hebben me toch wel behoorlijk beïnvloed. Door goede en kwade dagen gegaan. Door examenstress, liefdesverdriet en de opluchting van ‘eindelijk geen examen meer !’.  Het zijn ook die vrienden die gebleven zijn. Kotvrienden, vrienden van de faculteit, vrienden van vrienden die ook mijn vrienden werden, lieven van vrienden (die naderhand geen lief meer waren maar met wie ik wel bevriend bleef).

Studentenleven

Dat zijn de ‘langste vrienden’.

Men hen deel ik een heel lang verhaal. Langer dan dat met mijn lief/echtgenoot. En dat is toch bijzonder. Dat je zovele jaren terug kan kijken. Dat je een stuk zelfde geschiedenis deelt. Dat maakt het heel rijk en niet meer te evenaren door anderen.

Natuurlijk zijn er andere vrienden bijgekomen en zijn er ook ‘gegaan’. Maar die vrienden uit de studententijd blijven toch met ster bovenaan staan. Dat komt nooit, nooit meer terug. Daar ben ik bij tijden diep gelukkig om.

Ik hoop dat jullie ook zo’n vrienden hebben. Ik wens het jullie alvast toe.
En Katrien ? Ja die mis ik soms nog altijd.

 

“1000 vragen aan mezelf”  gaat terug op een boekje dat een tijd geleden bij Flow zat. Het is een klein boekje en er is geen plaats voorzien om te antwoorden, daarom dacht ik : waarom niet op de blog ? Voor het pure plezier van het schrijven ? Het verzamelen van herinneringen, wat volgens Gretchen Rubin, bijdraagt tot geluk ? Vandaar een nieuwe rubriek : 1000 vragen over mezelf.
Niets weerhoudt je om mee te doen !
1000 vragen over mezelf

1000 vragen #70 Heb je veel vrienden ?

vrienden om mee te feesten

Nee, ik heb niet zoveel vrienden. Althans, zo zie ik het. In mijn vrienden- en kennissenkring zijn er mensen wiens hele leven rond vrienden draait. Dan gaan ze op weekend met vrienden, of op reis, ze organiseren feestjes, etentjes and so on. In vergelijking met hen ben ik geweldig a-sociaal en de muurbloem bij uitstek. En misschien ben ik dan ook wel. Een soort muurbloem. Een toeschouwer, zei iemand me onlangs. En nee, dat was niet negatief bedoeld.

 

Ik zie ze zo graag mijn vrienden. Eén voor één.

Toch heb ik vrienden en geniet ik van hen. Alleen zie ik ze het liefst één voor één. Of in een groepje van hooguit 3 tot 4. Kunnen de gesprekken de diepte ingaan. Kan er gelachen worden om humor die nooit te begrijpen is door een hele ‘groep’. Ik vind het heel fijn om met een vriend(in) op restaurant te gaan en gewoon even het leven te delen. De stand van zaken even bij te stellen. Hoe is het met je ? Alles goed ? Verder gaan dan de obligate antwoorden ‘Goed’. Ook ‘Het is wat minder’ durven zeggen of horen. Of zelfs ‘Het loopt  helemaal niet’. Zo’n dingen kan je kwijt aan mijn vrienden. Zonder dat ze in paniek schieten.

Niet veel woorden nodig

Men zegt dat men zijn vrienden kent in nood en dat is heel correct. Voor mij was dat een positieve openbaring. Wellicht bedoelt men in met het gezegde dat er veel vrienden wegvallen eens de feestvreugde voorbij, ik heb het al dikwijls anders ervaren. Dat mensen die ik anders niet veel zie er plots zijn. Zonder veel woorden. Maar ze zijn er met heel hun hart en al hun tijd. Ze zijn nooit verdwenen en nooit weggeweest. De verbondenheid is er altijd geweest. Ze zijn er altijd geweest. Die echte vrienden. Ik heb er meer dan ik vermoed.

Voor die vrienden dit liedje. Aangezien er flink wat  West-Vlamingen bij zijn, hoeft een vertaling niet !

Dikke merci !

 

“1000 vragen aan mezelf”  gaat terug op een boekje dat een tijd geleden bij Flow zat. Het is een klein boekje en er is geen plaats voorzien om te antwoorden, daarom dacht ik : waarom niet op de blog ? Voor het pure plezier van het schrijven ? Het verzamelen van herinneringen, wat volgens Gretchen Rubin, bijdraagt tot geluk ? Vandaar een nieuwe rubriek : 1000 vragen over mezelf.
Niets weerhoudt je om mee te doen !

 

 

Snapshot diary

Snapshot diary #40/2017 Wisselvallig weer en pyjamaweekend !

De week begon met een vakantiedag !

Traditioneel hebben het lief en ik vrij op de eerste maandag van oktober. Het voorbije weekend hadden we beiden onze vleugels uitgeslagen: hij nam deel aan een schaaktoernooi en ik kampeerde bij de boer in Baarle-Nassau. Maar die maandag, die zouden we fijn samen doorbrengen. Dat stond al lang op de kalender. We deden wat we het liefste deden: lekker en lang tafelen en vervolgens een flinke wandeling in onze streek. We bezochten er nogmaals de Vlooyberg met z’n beroemde stairway to heaven. Altijd een schitterend zicht daar !

Een uurtje mindfullness in volle stilte

De meeste mensen noemen zo’n extra dag wellicht een snipperdag, maar zo voelde het voor ons niet aan. We hadden de indruk dat het écht vakantie was geweest en dat allemaal omwille van 24 extra uren !

Toch waren we op dinsdag al snel weer in ons gewone werk- en weekritme. Ik zat weer op ‘Beeldende’ wat simpelweg betekent dat ik met een klein groepje mensen in volledige stilte aan iets creatiefs werk. Het is een vorm van mindfullness. We werken niet samen maar zitten wel in dezelfde ruimte. Iedere week, zelfde uur. Sommige werken aan een groot project, anderen – zoals ik – maken iedere keer iets anders. Nooit gedacht dat ik er zo zou van genieten, van dat uur. Voor mij telt dat écht als mindfullness. Zwijgen is een voorwaarde en woorden zijn zo’n beetje taboe. Ik kan mij daar precies heel goed in vinden !

Ik maakte iets over het voorbije kampeerweekend. Ambitie heb ik totaal niet en ik heb ook geenszins de bedoeling om iets ‘moois’ te maken. De rust en helemaal bezig zijn met iets is voor mij prima ! Als ik al op deze manier terug met mijn geest in volle natuur ben, is dat natuurlijk ook nog eens pure ontspanning !

De regen kon mij niet tegen houden

Iedere keer merk ik hoeveel deugd de natuur me doet. Het weer mag dan wel gigantisch wisselvallig zijn, ik laat mij niet afschrikken. Zo trok ik richting Luik voor een wandeling langs de citadel en kwam in een regelrechte stortbui terecht. Er was werkelijk niets om te schuilen, er was alleen maar gras en struiken. Ik stapte maar gewoon verder, al kreeg ik er wel gigantische honger van !

 

Pyjamaweekend

De rest van het weekend ging ik het huis niet (meer) uit. Ik had behoorlijk hard gewerkt tijdens de week en mijn hoofd draaide op volle toeren. Daarenboven had ik nog veel werk achter mijn bureau voor de boeg. Een stapel werk die alleen maar groter werd. Er moest veel gelezen en geschreven worden, zaken die toch het best in enige rust gebeuren. En zo doopte ik, op initiatief van het lief trouwens, het weekend om tot pyjamaweekend. Niet dat ik écht in pyjama rondliep, maar wel lekker shabby en comfy. 

Ik kon er best van genieten. Met lekkere soep en veel te veel chocolade. Ik ben het huis niet meer buiten geweest. Lang geleden was dat. Maar zo’n dagje kluizenaar beviel me geweldig !

 

Alvast een fijne (werk-)week aan jullie allen !

 

 

1000 vragen over mezelf

1000 vragen #29 In hoeveel huizen heb je gewoond ?

Gewoond
Met de klok mee en niet in chronologische volgorde : Geboorteplaats Waregem, Antwerpen, Gent, Aarschot (Rillaar) en Leuven

Het leven van een stadsnomade

Zo zag ik mijn leven toen ik twintiger was. Het liefst in zoveel mogelijk grote steden wonen en het liefst van al enkele jaren maar zeker niet voor altijd. Soort woning ? Zeker een apartement en op z’n hoogst een terras, maar zeker geen tuin.  In mijn wildste dromen zou ik ook in het buitenland wonen. Nooit ‘voor altijd’, maar wel ‘altijd tijdelijk’. Hoe zeer een mens kan veranderen !

Tot mijn achttiende : Waregem

Tot mijn achttiende woonde ik halvelings thuis. De lagere school lag op fietsafstand (Ooit fietsten kinderen naar school, echt, ook al was dat een paar kilometer !) en zelfs over de middag fietste ik naar huis. Ik had over de middag zelfs voldoende tijd om het stripverhaal in de krant te lezen en na de afwas met ons ma met een boekje in de zetel te liggen. Thuis dus ! Ik vertrok rond kwart over één terug met dat fietsje richting lagere school. Het klinkt idylisch en dat is het ook. Ik herinner me geen enkel kind dat over de middag op school bleef. Lang vervlogen tijden, ja. Het huis dat een thuis was.
Vanaf mijn 12de ‘moest’ ik op internaat en leefde ik dus halvelings op het internaat. Weg met de idylle, weg met het vertrouwde thuisgevoel. De school lag zowat onder de kerktoren van Waregem, mijn thuisstad vanaf mijn geboorte. Maar die tijd wil ik het liefst zo snel mogelijk vergeten. Ik heb er geen enkel goed woord over, hoe dat internaat gerund werd. Hard en hardvochtig. Geheel gericht op presteren en gehoorzaamheid.

Het studentenleven : Gent en Leuven

Gent

Eindelijk weg internaat en lang leve de vrijheid. Om de overgang niet al te bruusk te maken (althans zo redeneerden mijn ouders) ging ik op kot ‘met regels’. Dat was indertijd niet geheel abnormaal, maar ik heb in mijn hele studententijd toch nooit meer een kot meegemaakt waar jongens/mannen no-way binnen mochten. Aangezien ook op het internaat het andere geslacht als een no-go werd gezien was ik het redelijk gewoon. Hoe absurd dat allemaal was zag ik pas later. Toch heb ik enkel en alleen goede herinneringen aan Gent. Moet het nog gezegd dat Gent een fantastische stad is ?

Leuven

Na Gent werd het Leuven alwaar ik in het volle studentenleven kwam. Was Gent nog kleinschalig (niet zozeer door de stad, maar door de manier waarop ik als student leefde), Leuven gooide alle deuren open. Het waren twee totaal andere studentenlevens en tot op vandaag kan ik onmogelijk zeggen of het ene leven (Gent of Leuven) nu beter was dan het andere. Ze waren beide fantastisch !

Antwerpen it is : een huis vol jong volk

Ik had na mijn studies onmiddellijk werk in Mechelen en kreeg de kans om samen met anderen in Antwerpen in een zogenaamd ‘gemeenschapshuis’ te wonen. Zo werd dat toch genoemd, het komt er gewoon op neer we met geweldige mensen samen een kast van een herenhuis bewoonden. Antwerpen Zuid bijgot ! Het Zuid was toen nog niet zo prijzig/flashy als het nu is, maar je voelde wel dat de toekomst daar vol belofte was.

Terug naar Leuven : internationaal huis

Kotmadam

In Leuven kreeg ik de kans om, naast mijn werk, ‘kotmadam’ te worden van een groot én internationaal studentenhuis. Koffers gepakt en terug naar Leuven. Antwerpen was sowieso een tijdelijk project en toen leefde ik nog volop in de gedachte dat je alle kansen met beide handen moet aanpakken. Iets wat ik trouwens nog altijd denk … als je jong bent bent en (relatief) zonder zorgen en bindingen.

Een gewone ingeweken Leuvenaar

Het werk in Mechelen liep af, ik begon aan een nieuw project in het Leuvense. Vaarwel studentenresidentie en vaarwel het studentenleven dat ik nog half leidde. Ik werd één van de vele ingeweken Leuvenaren. Ik had bijna gezegd dat ik een Leuvenaar was geworden, na mijn studententijd heb ik er nog 17 jaar gewoond. Maar ik heb mij geen seconde Leuvenaar gevoeld, ondanks het wonen én werken daar. Ik had, op een paar vrienden na, ook geen contact met ‘echte’ Leuvenaars. Mijn vriendenkring bestond uit allemaal – net zoals ik – ingeweken Leuvenaars.

Eindelijk thuis – Rillaar

Rillaar

Uiteindelijk is – door de liefde – Rillaar mijn thuis geworden en dat zal het ook blijven. Kon het in mijn jonge jaren niet snel genoeg gaan, nu waardeer ik wel de rust. Ik woon in een dorp, met een veel te grote tuin en hield in het begin zelfs kippen en konijnen. Hoe ver kon het verwijderd zijn van de aanvankelijke droom ? Het was echter alles behalve een ‘mislukking’. Ik heb altijd gewoond waar ik wilde wonen. Voor dit (nogal grote) huis woonde ik in wat Nederlanders een éénkamerapartement noemen en dat vond ik prima. Ik woonde binnen de kleine ring van Leuven, op zo’n 800 meter van de Oude Markt, centraler kon (bijna) niet.

Toch heb ik mijn hart geheel aan Rillaar verloren. Niet alleen omwille van de grote liefde, maar evengoed omwille van dit dorp aan de Demer. We hebben een bakker, een beenhouwer en een kleine supermarkt rond de kerk en meer hoeft niet. Op 500 meter van ons ben ik in het bos. Op anderhalve kilometer de Demer alwaar je geheel in de natuur bent en je uren kan fietsen. Geen autowegen, geen huizen. Niets.

Het enige dat tegenvalt is de onvermijdelijke file naar het Leuvense.

Hoeveel huizen ?

Tel ik alles op en kom ik aan 7 woonplaatsen wat best veel is. Trek ik daar de ‘koten’ vanaf, dan kom ik aan 5. Waregem, Gent, Leuven, Antwerpen, Leuven (2) en uiteindelijk Rillaar. Ondanks het feit dat ik nogal gehecht ben aan mijn biotoop kan ik geen enkel huis los zien van de stad waarin dat huis stond. Er is geen enkele plaats waar ik niet graag woonde. Ik heb me in alle huizen (koten) ontzettend thuis gevoeld.

Home is where the heart is

Het is klassiek, maar zo voel ik het ook aan. Ieder huis was verbonden met andere mensen. Ik heb nooit helemaal ‘alleen’ gewoond en dat misschien is dat het geheim dat ik overal zo graag woonde. Warme herinneringen heb ik eraan. Aan al die huizen mensen.

Heb jij bijzondere herinneringen aan bepaalde huizen waarin je hebt gewoond ? Heb je een lievelingshuis ? Of een droomhuis ? 

“1000 vragen aan mezelf”  gaat terug op een boekje dat een tijd geleden bij Flow zat. Het is een klein boekje en er is geen plaats voorzien om te antwoorden, daarom dacht ik : waarom niet op de blog ? Voor het pure plezier van het schrijven ? Het verzamelen van herinneringen, wat volgens Gretchen Rubin, bijdraagt tot geluk ? Vandaar een nieuwe rubriek : 1000 vragen over mezelf.
Niets weerhoudt je om mee te doen !