Categorie archief: jongeren

onderwijspraat

Onderwijspraat: lerarentekort

lerarentekort

Iedereen heeft een mening over het onderwijs

Soms denk ik: je zal maar 18 zijn en in het onderwijs willen gaan. Lees een aantal weken de krant en je zou voor minder ontmoedigd raken. Een beroepskeuze is sowieso al niet makkelijk maar continu geconfronteerd worden met negatieve media maakt het beroep echt wel niet aantrekkelijker. Ik kan mij best voorstellen dat zo’n jongere aan zichzelf gaat twijfelen als de helft van de jongeren er binnen de 5 jaar de brui aan geeft. Dan ben je al netjes afgestudeerd en rondde je een mooi stage af, dan is het maar de vraag of jij tot die 50% behoort die het wel zal volhouden. Zelfs los van werkzekerheid. Dit alles helpt echt niet bij het oplossen van het lerarentekort.

Oorzaken en taboe’s over het lerarentekort

Ik waag me niet om een eigen analyse te geven over de oorzaken, wél  dat het lerarentekort niet opgelost wordt met een paar maatregelen. Zelfs al zouden alle jonge leraren onmiddellijk werkzekerheid hebben,  dan nog zouden velen het onderwijs verlaten.
Ik sprak onlangs een jonge leraar die het ontzettend moeilijk heeft met een aantal klassen. Wellicht valt nog leergeld te betalen, maar wat mij het meeste trof is hoe de leraar vond dat er geen vuiltje aan de lucht was. Het toegeven dat het moeilijk gaat zou nochtans een eerste stap kunnen zijn om er iets aan te doen, om hulp te krijgen. Iedere leraar met een beetje ervaring wéét dat sommige klassen het soms echt uithangen en dat dit geenszins betekent dat je je eigen kunnen in vraag moet stellen. Maar het is een taboe voor sommige leraren. Zeker voor jonge leraren. Maar het is een dogma: leraren mogen niet klagen. Dat is taboe. Zeker voor de buitenwereld.

Je moet wel heel zwak zijn én lui om het onderwijs niet aan te kunnen

Taboe’s zijn er in het onderwijs met hopen. Zeg nooit dat je job zwaar is of je krijgt een tsunami over je heen die je voor minder doet twijfelen aan je eigen kunnen. Dat je wellicht toch niet veel aankan (je moest eens een andere job hebben, in de privé !), dat je toch maar 20 uur (of 22) moet werken op een week en dààrover klagen ? Dat je zo ongeveer zwemt in het verlof. Dat je wel heel snel klaagt.

Lees er de commentaren bij ieder nieuwsbericht maar op na. Ik doe bij deze niet eens de moeite om al deze (loze) beweringen te counteren. Haters gonna hate. Maar soms gaat dat wel in je koude kleren zitten. En ik blijf mij afvragen, over die ‘haters’, waarom ? Wat zorgt ervoor dat een behoorlijk grote groep mensen zo negatief staat tegenover de minste verzuchting van leraren ?

Iedereen kan lesgeven, niet ?

Ik hoorde onlangs van een bevriend koppel dat in het onderwijs werkt, dat zij van enkele ouders – die het wellicht goed meenden – een uitgeschreven handleiding hadden gekregen over hoe ze het beste toetsen konden organiseren en hoe ze die moesten opstellen.

Dat zegt toch wel veel over de kijk op het leraarschap. Een groep ouders die leraren willen helpen bij hun werk door hen uit te leggen hoe ze het zouden moeten doen. Er was veel werk ingestoken, in die handleiding en je kon echt niet naast de goede bedoelingen kijken.
Maar de boodschap is toch: jullie zijn niet competent genoeg en hebben hulp nodig. Wij zijn wel competent in deze en helpen jullie.

Hoe goed bedoeld ook, het zegt iets over de perceptie over de leraar. Die is niet goed.

En welke jongere kiest nu in hemelsnaam voor een beroep waarvan de perceptie dikwijls zo negatief is ? En dan heb ik nog niet gesproken over alle andere uitdagen.

Dat lerarentekort, dat zie ik nog niet zo snel opgelost.

 

PS: Het valt mij op hoe lang ik getwijfeld heb over het schrijven van deze post en hoe voorzichtig ik ben geweest. Die tsunami kan immers ook hierheen rollen. Daar ben ik mij heel erg van bewust. 

Snapshot diary

Snapshot diary week #5/2018 de week van het kotsbakje en feesten

Op de foto: verjaardagscadeautje voor de echtgenoot, collega’s die foto’s sturen van het feest waar hij zelf niet bij is, links beneden het kotsbakje. Tussendoor lekker eten. Dit is, voor zoverre het nog smaakte ! Op naar de volgende week ! (het soezengebakje dat wij kregen was er echt over – dat wil je niet in periodes van maagproblemen !)

Iedereen ziek – of toch bijna

Ja, je leest het goed. De volgorde is wel degelijk kotsen en dan feesten. Wij zagen ze sneuvelen, de leerlingen, in sommige klassen maar liefst een kwart van de leerlingen afwezig. Diegene die er wel waren moesten opvallend veel naar het toilet. Ik hield moedig stand en gaf keurig mijn lesjes, in de hoop dat het mij niet zou overkomen, maar tegen zoveel microbegeweld ben ik niet bestand. Zo ook niet het lief.

Feesten

Dat dit ongelooflijk slecht viel, ja. Want het lief werd gevierd op het werk. Een uitgesteld jubileum. Met hapjes en drankjes. Alleen moest hij net voor de festiviteiten forfait geven. De collega’s vierden dus alleen. Zonder het feestvarken.

Behalve het jubileum stond ook de verjaardag van de echtgenoot dit weekend op de agenda. We vierden het door een etentje in Hasselt, afgerond met koffie en gebak in Het Dagelijks Brood. Altijd goed daar en het was nog niet te druk. Maar volop genieten deden we niet. Beiden zaten nog onder het virus. Nog altijd trouwens, al gaan we netjes terug naar het werk, in de hoop dat wij winnen. En niet de microbes. Want het heeft lang genoeg geduurd !

Nu nog hopen dat onze verwarming het volhoudt. Want die loodgieter blijft maar komen, zonder oplossing ! Zou mijn communicatiestijl te soft zijn ?

Snapshot diary

Snapshot diary week #02/2018 Back to work

snapshot diary week 02/2018

Week 02: Goed ingepakt tegen de koude voor ik aan het lopen begin, zonder creatieve inspiratie, 2 cadeautjes die er verweesd bijliggen, op naar de gym (foto onder), genieten van ons dorp (centraal), een dure pannenkoekenpan gekocht die de investering waard was, lekker ontbijt en wandelen ’s avonds laat. 

Terug aan het werk

Wanneer ik dit schrijf kan ik nauwelijks geloven dat we alweer een week aan het werk zijn. Niet dat de zalige week vakantie in Noord-Nederland al écht als voltooid verleden tijd aanvoelt, maar vooral dat het absoluut niet lijkt alsof het werk een week heeft stilgelegen.

Staat van rebellie

Hier geen op het gemak starten of er inkomen, nee hoor, het was voor de volle 100 procent (en meer). Dag 1 waren de leerlingen vooral fysiek aanwezig, maar wakker waren ze niet. Het vroege opstaan zat nog niet in hun systeem. Dinsdag was er geen houden aan, al die jonge lichamen gingen in een motie van rebellie. Eén dag vroeg opstaan, oké, maar die dinsdag deed zoveel pijn dat ik even dacht dat ze het kot zouden afbreken. Gelukkig, ook dàt gaat voorbij. Eénmaal de routine er weer in, wordt het weer aangenamer, al blijven de maanden januari en februari voor veel scholieren zonder uitzicht. De dagen zijn nog altijd niet lang, de koude winter heeft nog geen plannen het grondgebied te verlaten en er moet nog veel, heel veel, gestudeerd worden. Je zou er bijna compassie mee hebben !

Het geweldige bijproduct van 10 000 stappen

Hier is het natuurlijk niet anders, al ben ik wel heel snel terug in de werkroutine. Toch doe ik – net zoals wellicht half Vlaanderen – pogingen om ook wat betere routines toe te voegen. Zo lukken de 10 000 stappen mij redelijk Tussen 1 januari en dit schrijven is het mij één dag niet geluk. Die 10 000 stappen zijn één ding, maar het ‘bijproduct’ is ondertussen precies al belangrijker geworden. Zo geniet ik meer en meer van dat wandelingetje in ons dorp. Ik luister naar een podcast en geniet. Ik ben weg van iedereen en alles, geen bijzondere prikkels, geen werk dat schreeuwt om afgemaakt te worden, gewoon op wandel. Door het luisteren naar de podcast (soms ernstige, soms grappige) is mijn hoofd vrij.  Er gaan geen gedachten door mij heen en er worden geen plannen gemaakt. Stappen en wandelen. Het is een geweldige combinatie.

Tips voor podcasts zijn welkom !

 

onderwijspraat

Daar is het (Kerst-)rapport ! Over de relativiteit van cijfers

rapport

Het kerstrapport

In vele huizen gebeurt het deze week: het ontvangen van het rapport. Zijn de verwachtingen ingelost, zijn de uitdagingen aangegaan of valt het toch minder mee dan verwacht. Wat er ook van zij, weinig mensen, zowel leerlingen als ouders zijn ongevoelig voor dat rapport. Staan daar ‘goede’ cijfers op, dan is het verhaal dikwijls kort. Een behoorlijke schouderklop en op naar de vakantie. Maar soms loopt het ook niet zo goed. Staan er cijfers onderlijnd of is de feedback van leraars onverwacht. Dat kan nogal eens tegenvallen.

Cijfers zeggen niets over wie je bent

Ik zie het al jaren en het gaat er niet uit: de identificatie van jongeren met hun cijfer. Vooral als dat cijfer zogezegd laag ligt. Dan kijken ze mij aan alsof ze zelf maar een zesje zijn. Alsof ze in de groep de zwakste zijn. Met pijn in het hart zie ik het aan. Zeker als leerlingen diep ontgoocheld zijn in zichzelf. Wat zeggen cijfers ? Ze zeggen iets over de mate waarin je een beperkte hoeveelheid leerstof beheerst. Misschien iets over je inzet, maar niet noodzakelijk over je talent. Iedereen kent het verhaal van de leerling die een overschot aan talent heeft maar niet presteert als het op punten aankomt. Dat cijfer zegt dat misschien vooral iets over inzet en motivatie, of over de leefwereld waarin een jongere leeft. Volwassen worden is bij tijden best heftig en niet elke jongere walst daar doorheen. Dus nee, je cijfer zegt niets over wie je bent.

Rapporten zijn er om vooruit te kijken, niet achteruit

In de onderwijswereld wordt het woord ‘toetsen’ meestal vervangen door evaluaties. Ik vind dat zelf veel beter klinken als een toets. Toetsen doen onmiddellijk denken aan punten en scoren. Evaluaties kijken eerder achterom om vervolgens gesterkt aan de toekomst te denken. Wat ging goed ? Wat niet ? Waarom ging het niet naar verwachtingen ? Waar moet worden bijgesteld ? Waar ben ik sterk in ? Waarom lukt het ene me zonder problemen en het andere niet ? Zijn er zaken waar ik teveel energie in steek en in andere te weinig ?

Het zijn vragen die dikwijls niet gesteld worden omdat rapporten veelal worden gezien als een blik in het verleden terwijl ze net een opstapje zouden moeten zijn naar de toekomst. Uit rapporten zou je moeten leren zodat je kan groeien en evolueren naar wat jouw talent is.

Wat als het rapport tegenvalt

Misschien beperkt het gesprek zich tot ‘Goed gedaan’ en die schouderklop. Geweldig is dat. Maar het is niet evident. De ontgoocheling zit soms diep. Ook voor wie hard gewerkt heeft en alles op alles heeft gezet. Dat kan hard aankomen. Werk dat niet lijkt te lonen. Dan is zo’n gesprek over de non-identificatie met cijfers bijzonder belangrijk. Wat een rapport evalueert is maar heel weinig van alle mogelijke talenten.

Zelden of nooit staan er cijfers op voor een geest van samenwerking, nauwgezetheid. Hoe kan je creatief denken omzetten in cijfers ? Kreeg ooit een leerling een goed cijfer omdat hij in een klasgroep diegene is die bij ruzies de kalmerende factor is ? Of de organisator van leuke dingen ? Kreeg iemand ooit een cijfer omdat hij zorgzaam was voor zijn medeleerlingen ? Omdat hij uitblonk in verantwoordelijkheidszin ? Toch allemaal talenten die heel belangrijk zijn ! Zit je kind echt in de put omwille van dit rapport, dan is het belangrijk om het op deze manier toch eens letterlijk te relativeren : in perspectief te zetten.

Soms lukt het niet in die studierichting

Soms lukt het niet. Ondanks de inzet en ondersteuning blijven de verwachte cijfers uit. Het is dan een kwestie van niet bij de pakken te blijven zitten, want laveert zo’n jongere van teleurstelling naar teleurstelling. Meestal wordt dan onmiddellijk gedacht op het hebben van talent voor een of andere studierichting, maar het kan evengoed om de aard van het beestje gaan. Er zijn jongeren voor wie 6 uur op een stoel zitten er over is. Die worden daar regelrecht gek van. Er zijn jongeren die zichzelf niet gemotiveerd krijgen om na al die uren stoel zitten ook nog eens terug de bureau op te zoeken om te studeren.

Het zijn mannen en vrouwen van de actie, van het overleg, van het experimenteren, van trial and error. Spijtig genoeg is ons onderwijs daar nog niet echt op voorzien op dit type jongeren en is de focus toch het verwerken van kennis door studie (lees: achter boeken en computers zitten) terwijl er natuurlijk tig manieren zijn om dingen te leren.  

De band met je zoon/dochter versterken

Wat er ook van zij, zo’n kerstrapport is het moment om eens een goede babbel te hebben met je zoon of dochter. Zodat hij of zijn zijn eigen traject in handen kan nemen, samen met jou kan bepalen wat belangrijk is en wat niet, waar aan gewerkt kan worden en waar het een kwestie is van nodeloze energie pompen. De band met je zoon/dochter kan er alleen beter op worden !